Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Venezuela tot herstel der diplomatieke betrekkingen tussen beide landen

Type Verdrag
Publication 1921-02-23
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regeering van Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden en de Regeering van de Vereenigde Staten van Venezuela, bezield door den oprechten wensch om de diplomatieke betrekkingen tusschen de beide Staten te herstellen, hebben tot hare Gevolmachtigden benoemd, t. w.:

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden den Heer W. B. ENGELBRECHT, Speciaal Gedelegeerde der Nederlanden,

en

De President der Vereenigde Staten van Venezuela den Heer Dr. E. GIL BORGES, Minister van Buitenlandsche Zaken, die na elkander hunne in goeden en behoorlijken vorm bevonden volmachten te hebben medegedeeld, zijn overeengekomen nopens het volgende:

Art. 1

De diplomatieke betrekkingen tusschen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vereenigde Staten van Venezuela zullen hersteld zijn na de bekrachtiging van dit verdrag.

Art. 2

De beide Regeeringen zullen het protocol van 20 Augustus 1894 blijven toepassen.

Art. 3

Tot tijd en wijle, dat een handelsverdrag gesloten zal worden, zullen de Hooge Contracteerende Partijen elkander wederkeerig de behandeling verzekeren op den voet der meest begunstigde natie ter zake van alles wat betreft den handel, de nijverheid en de scheepvaart. Deze behandeling zal om niet geschieden, indien de aan eene derde Mogendheid te verleenen concessie om niet geschiedt; indien zoodanige concessie voorwaardelijk geschiedt, dan zal zij slechts worden toegestaan tegen hetzelfde of een evenredig voordeel, waaromtrent door de beide Partijen bij overeenkomst zal worden bepaald.

Art. 4

De Heer H. THIELEN zal voor de bevoegde Venezolaansche Gerechten de aanspraken jegens den Venezolaanschen Staat kunnen doen gelden, gegrond op de verliezen, die hij beweert, dat de firma H. THIELEN & Co. geleden heeft ten gevolge der gebeurtenissen, welke in Caracas hebben plaats gehad op 13 en 14 December 1908.

De Hooge Contracteerende Partijen komen overeen, dat er geen aanleiding tot diplomatieke interventie zal bestaan, behoudens in het geval van rechtsweigering of klaarblijkelijke onrechtvaardigheid.

Indien de Nederlandsche Regeering van meening is, dat een dezer gevallen zich heeft voorgedaan, dan zal zij zulks ter kennis brengen der Regeering van Venezuela.

Indien de Hooge Contracteerende Partijen ter zake niet tot overeenstemming kunnen geraken, dan zal het geschilpunt onderworpen worden aan de uitspraak van een scheidsgerecht, bestaande uit drie rechtsgeleerden. Ieder der Hooge Contracteerende Partijen zal eenen scheidsman aanwijzen en de aldus benoemde scheidslieden zullen den derden aanwijzen.

Indien de Hooge Contracteerende Partijen het niet eens kunnen worden ter zake der regeling der arbitrale procedure, dan zullen de voorschriften gevolgd worden vervat in de Haagsche Conventie van 29 Juli 1899 voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen. Insgelijks zullen de bepalingen der genoemde Conventie worden gevolgd bij de keuze van den derden scheidsman, voor het geval, dat de beide scheidslieden met betrekking tot deze keuze niet tot overeenstemming zouden kunnen geraken.

Art. 5

Het bepaalde sub art. 3 van dit verdrag zal ophouden van kracht te zijn, indien binnen vijf jaren te rekenen van de bekrachtiging dezer overeenkomst het in genoemd art. 3 bedoelde handelsverdrag niet gesloten is.

Indien geen der Hooge Contracteerende Partijen binnen de laatste drie maanden van den in het voorafgaande lid vermelden termijn haar voornemen kenbaar maakt om het bepaalde sub art. 3 te doen ophouden van kracht te zijn, dan wordt de duur van voorzegd art. 3 stilzwijgend beschouwd met een jaar verlengd te zijn en zoo voorts.

Art. 6

Deze overeenkomst zal bekrachtigd worden op de wijze zooals de Grondwet der Contracteerende Staten bepaalt en de akten van bekrachtiging zullen zoo spoedig mogelijk te Caracas worden uitgewisseld.

Ten blijke waarvan de ondergeteekenden dit verdrag in dubbel in de Nederlandsche en Spaansche talen hebben geteekend en van hunne zegels voorzien.

Gedaan te Caracas, den 11 Mei 1920.

(L. S.) E. GIL BORGES.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.