Overeenkomst tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden) en de Republiek Kazachstan betreffende de terug- en overname

Type Verdrag
Publication 2017-06-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, die krachtens de bepalingen van de op 11 april 1960 gesloten Benelux-Overeenkomst gemeenschappelijk optreden (de Benelux-Staten) en de Republiek Kazachstan,

hierna genoemd „de Partijen”,

Ernaar strevend hun gezamenlijke wens strekkende tot het efficiënt bestrijden van de illegale immigratie van hun respectieve onderdanen alsmede van de onderdanen van een derde Staat te herbevestigen,

Ernaar strevend de samenwerking tussen de Partijen te bevorderen en, op basis van wederkerigheid, de terug- en overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied van een andere Partij zijn binnengekomen en/of verblijven, en de doorgeleiding van te verwijderen personen overeenkomstig de internationaalrechtelijke normen te vergemakkelijken,

Ernaar strevend een verplichting tot overname van de onderdanen van een derde Staat tussen de Partijen tot stand te brengen, onder de voorwaarden in deze Overeenkomst genoemd,

Bezorgd dat deze terug- en overname snel en veilig moet plaatsvinden, volgens procedures die de menselijke waardigheid waarborgen,

Erkennend dat het noodzakelijk is de rechten en vrijheden van de mens in acht te nemen en erop wijzend dat deze Overeenkomst geen afbreuk doet aan de rechten en verplichtingen van de Partijen die voortvloeien uit de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) van 10 december 1948 en het internationaal recht, met name uit het Verdrag van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen, als gewijzigd bij het Protocol van 31 januari 1967 betreffende de status van vluchtelingen, het Verdrag van 28 september 1954 betreffende de status van staatlozen, het Internationale Verdrag van 16 december 1966 inzake burgerrechten en politieke rechten en het Verdrag van 10 december 1984 tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing,

Overwegende dat met de samenwerking op het gebied van terug- en overname en de vereenvoudiging van het overschrijden van de staatsgrenzen tussen de Partijen een gemeenschappelijk belang wordt gediend,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Definities en werkingssfeer

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder:

Artikel 2. Terugname van eigen onderdanen
1.

De aangezochte Partij neemt op verzoek van de verzoekende Partij en binnen de grenzen van deze Overeenkomst de persoon op haar grondgebied terug die niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de verzoekende Partij, wanneer overeenkomstig de bepalingen van artikel 5 van deze Overeenkomst kan worden aangetoond of vastgesteld dat hij de nationaliteit van de aangezochte Partij heeft.

2.

Dit geldt ook voor personen die na binnenkomst op het grondgebied van de verzoekende Partij de nationaliteit van de aangezochte Partij hebben verloren dan wel hiervan afstand hebben gedaan zonder de nationaliteit van de verzoekende Partij te hebben verworven.

3.

De aangezochte Partij neemt ook de volgende personen terug:

4.

Op verzoek van de verzoekende Partij, en conform de bepalingen van artikel 7, vijfde lid, van deze Overeenkomst, verstrekt de aangezochte Partij onverwijld de met het oog op de teruggeleiding van de terug te nemen personen vereiste reisdocumenten.

Artikel 3. Overname van onderdanen van een derde Staat en staatlozen
1.

De aangezochte Partij neemt op verzoek van de verzoekende Partij en binnen de grenzen van deze Overeenkomst elke onderdaan van een derde Staat of staatloze persoon op haar grondgebied over die niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de verzoekende Partij, wanneer kan worden aangetoond of op basis van een begin van bewijs aannemelijk kan worden gemaakt dat die persoon:

2.

De in het eerste lid bedoelde overnameplicht is niet van toepassing wanneer:

Artikel 4. Verzoek om terug- of overname
1.

Een verzoek om terug- of overname op grond van artikel 2 of 3 van deze Overeenkomst wordt schriftelijk ingediend bij de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij.

2.

Elk verzoek om terug- of overname bevat de volgende inlichtingen:

3.

Het verzoek om terug- of overname moet in voorkomend geval ook de volgende inlichtingen bevatten:

4.

Er is geen terug- of overnameverzoek vereist wanneer de terug of over te nemen persoon in het bezit is van een geldig nationaal paspoort en, indien het een onderdaan van een derde land of een staatloze betreft, tevens in het bezit is van een geldig visum of een geldige verblijfstitel van de Partij die deze persoon moet toelaten.

5.

Indien de terug of over te nemen persoon zich in de internationale zone van een luchthaven van een van de Partijen bevindt, kunnen de bevoegde autoriteiten een vereenvoudigde procedure overeenkomen.

Artikel 5. Bewijs van de nationaliteit met betrekking tot eigen onderdanen
1.

Het bewijs van de nationaliteit overeenkomstig artikel 2 van deze Overeenkomst kan worden geleverd door middel van de volgende documenten:

Wanneer dergelijke documenten worden overgelegd, erkennen de Partijen de nationaliteit zonder verdere formaliteiten.

2.

Het begin van bewijs van de nationaliteit overeenkomstig artikel 2 van deze Overeenkomst kan worden geleverd door middel van de volgende documenten of elementen:

Wanneer dergelijke documenten of gegevens worden overgelegd, nemen de Partijen de nationaliteit als vaststaand aan, tenzij de aangezochte Partij het tegendeel kan bewijzen.

3.

Indien geen van de in het eerste en tweede lid genoemde documenten of gegevens kan worden overgelegd, doch er naar de mening van de verzoekende Partij een vermoeden bestaat met betrekking tot de nationaliteit van de terug te nemen persoon, treffen de bevoegde autoriteiten van de aangezochte Partij de vereiste maatregelen om de nationaliteit van de betrokkene vast te stellen. Hiertoe zal de bij de verzoekende Partij geaccrediteerde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Partij tot het horen van de betrokkene overgaan teneinde onder meer op basis van de taal waarin de persoon zich uitdrukt vast te stellen of het een eigen onderdaan betreft.

Artikel 6. Bewijsmiddelen met betrekking tot onderdanen van een derde Staat of staatlozen
1.

Het bewijs dat is voldaan aan de in artikel 3 vermelde voorwaarden voor overname van onderdanen van een derde Staat of staatlozen kan worden geleverd door middel van de volgende bewijsmiddelen:

Bovengenoemde bewijsmiddelen worden tussen de Partijen zonder verdere formaliteiten erkend.

2.

Een begin van bewijs dat is voldaan aan de in artikel 3 van deze Overeenkomst genoemde voorwaarden voor overname van onderdanen van een derde Staat of staatlozen kan worden geleverd door middel van de volgende elementen:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.