Internationale Overeenkomst betreffende de oprichting te Parijs van een Internationaal Bureau voor besmettelijke veeziekten

Type Verdrag
Publication 1926-08-26
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regeeringen van de Argentijnsche Republiek, België, Brazilië, Bulgarije, Denemarken, Egypte, Spanje, Finland, Frankrijk, Groot-Britannië, Griekenland, Guatemala, Hongarije, Italië, Luxemburg, Marokko, Mexico, het Vorstendom Monaco, Nederland, Peru, Polen, Portugal, Roemenië, Siam, Zweden, Zwitserland, de Tsjechoslowaaksche Republiek en Tunis, het wenschelijk geoordeeld hebbende het Internationaal Bureau voor Besmettelijke Veeziekten op te richten, bedoeld in den wensch, uitgesproken den 27sten Mei 1921, op de Internationale Conferentie voor het Bestudeeren van Besmettelijke Veeziekten, hebben besloten, tot dat doel een overeenkomst te sluiten en zijn omtrent het volgende overeengekomen:

Artikel 1

De Hooge Verdragsluitende Partijen verbinden zich om een Internationaal Bureau voor Besmettelijke Veeziekten op te richten en in stand te houden, welks zetel te Parijs gevestigd is.

Artikel 2

Het Bureau werkt onder de bevelen en het toezicht van een Comité, bestaande uit afgevaardigden van de Verdragsluitende Regeeringen. De samenstelling en de bevoegdheden van dit Comité, alsmede de organisatie en de bevoegdheden van bovengenoemd Bureau worden vastgesteld door de organieke statuten, die bij deze overeenkomst zijn gevoegd en die beschouwd worden er een integreerend deel van uit te maken.

Artikel 3

De kosten van inrichting, alsmede de jaarlijksche uitgaven voor de werking en het onderhoud van het Bureau worden gedekt door de bijdragen van de Verdragsluitende Staten, vastgesteld onder de voorwaarden, voorzien in de organieke statuten, bedoeld in artikel 2.

Artikel 4

De bedragen, welke de bijdrage vertegenwoordigen van elk der Verdragsluitende Staten, worden door deze in het begin van ieder jaar door tusschenkomst van het Ministerie van Buitenlandsche Zaken van de Fransche Republiek bij de „Caisse des dépôts et consignations” te Parijs gestort, waar zij zullen worden opgevraagd naar gelang der behoeften, op mandaten van den directeur van het Bureau.

Artikel 5

De Hooge Verdragsluitende Partijen behouden zich de bevoegdheid voor om eenstemmig die wijzigingen in deze overeenkomst aan te brengen, waarvan het nut door de ervaring mocht worden aangetoond.

Artikel 6

De Regeeringen die deze overeenkomst niet onderteekend hebben, zullen op haar verzoek ertoe kunnen toetreden. Deze toetreding zal langs diplomatieken weg ter kennis van de Fransche Regeering worden gebracht en door deze aan de overige Verdragsluitende Regeeringen; zij zal de verplichting medebrengen om door een bijdrage in de kosten van het Bureau te deelen, overeenkomstig de voorwaarden, bedoeld in artikel 3.

Artikel 7

Deze overeenkomst zal overeenkomstig de volgende voorwaarden worden bekrachtigd:

Iedere Mogendheid zal binnen den kortst mogelijken tijd hare bekrachtigingsoorkonde aan de Fransche Regeering doen toekomen, door wier tusschenkomst hiervan aan de overige onderteekenaars zal worden kennis gegeven.

De bekrachtigingsoorkonden zullen in de archieven van de Fransche Regeering bewaard blijven.

Deze overeenkomst zal voor ieder land dat haar onderteekend heeft, van kracht worden op den dag, waarop de nederlegging van zijne bekrachtigingsoorkonde plaats heeft.

Artikel 8

Deze overeenkomst wordt gesloten voor een tijdperk van zeven jaren. Bij het afloopen van dezen termijn zal zij gedurende nieuwe tijdperken van zeven jaren van kracht blijven tusschen die Staten, die niet één jaar vóór het einde van elk tijdperk hun voornemen hebben te kennen gegeven, haar, voor zoover hen betreft, te doen beëindigen.

Artikel 1

Er wordt te Parijs een Internationaal Bureau voor Besmettelijke Veeziekten opgericht ressorteerende onder de Staten, die zich bereid verklaard hebben, aan de werking van het Bureau deel te nemen.

Artikel 2

Het Bureau kan zich op geenerlei wijze in het bestuur der verschillende Staten mengen.

Het is onafhankelijk van de autoriteiten van het land, waarin het is gevestigd.

Het onderhoudt rechtstreeks briefwisseling met de hoogere autoriteiten of met de diensten, die in de verschillende landen met het toezicht op de gezondheid van het vee zijn belast.

Artikel 3

De Regeering der Fransche Republiek zal op verzoek van het internationale Comité, bedoeld in artikel 6, de noodige schikkingen treffen om het Bureau als een instelling van openbaar nut te doen erkennen.

Artikel 4

Het Bureau stelt zich voornamelijk ten doel:

Artikel 5

De Regeeringen zenden aan het Bureau:

De lijst der ziekten, waarop een der bepalingen, hierboven genoemd, toepasselijk is, kan door het Comité worden herzien, onder voorbehoud van de goedkeuring der Regeeringen.

De Regeeringen doen aan het Bureau mededeeling van de maatregelen, die zij treffen ter bestrijding van besmettelijke veeziekten, inzonderheid die, welke zij aan de grenzen instellen om haar grondgebied te beschermen tegen invoer uit besmette landen. Zij beantwoorden zooveel mogelijk de vragen om inlichtingen, die door het Bureau tot haar worden gericht.

Artikel 6

Het Bureau is geplaatst onder de bevelen en het toezicht van een internationaal Comité, samengesteld uit technische vertegenwoordigers, aangewezen door de deelnemende Staten, in verhouding van één vertegenwoordiger voor iederen Staat.

Artikel 7

Het Comité van het Bureau komt geregeld ten minste éénmaal per jaar bijeen; de duur dier zittingen is niet beperkt.

De leden van het Comité kiezen, bij geheime stemming, een voorzitter, wiens mandaat drie jaren duurt.

Artikel 8

De werking van het Bureau wordt verzekerd door een bezoldigd personeel, bestaande uit:

De directeur wordt benoemd door het Comité.

De directeur woont de zittingen van het Comité bij; hij heeft een raadgevende stem.

De benoeming en het ontslag der beambten van alle categorieën berust bij den directeur, die daarvan verantwoording doet aan het Comité.

Artikel 9

De berichten door het Bureau verzameld, worden ter kennis van de deelnemende Staten gebracht door middel van een bericht of door speciale mededeelingen, die hun worden toegezonden, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek.

De berichten omtrent de eerste gevallen van veepest der herkauwende dieren of van mond- en klauwzeer worden, zoodra deze ontvangen zijn, telegrafisch medegedeeld aan de Regeeringen en aan de gezondheidsdiensten.

Het Bureau maakt bovendien geregeld de resultaten van zijn werkzaamheid bekend in officieele rapporten, die aan de deelnemende Regeeringen worden medegedeeld.

Artikel 10

Het Bulletin, dat minstens éénmaal per maand verschijnt, behelst inzonderheid:

De officieele taal van het Bureau en van het Bulletin is de Fransche taal. Het Comité zal kunnen beslissen of gedeelten van het Bulletin in andere talen zullen worden uitgegeven.

Artikel 11

De uitgaven, noodig voor de werking van het Bureau, worden gedekt door de Staten, die de overeenkomst hebben onderteekend en door die Staten, welke in de toekomst tot de overeenkomst zullen kunnen toetreden, wier bijdrage wordt vastgesteld volgens de na te noemen categorieën:

1ste categorie naar reden van 25 eenheden.
2de 20
3de 15
4de 10
5de 5
6de 3

op den grondslag van vijfhonderd francs per eenheid.

Iedere Staat is vrij, de categorie te kiezen, waarin hij zich wenscht te laten inschrijven. Het zal hem altijd vrijstaan, zich later in een hoogere categorie te laten inschrijven.

Artikel 12

Er wordt van de jaarlijksche inkomsten een bedrag afgehouden, bestemd voor de vorming van een reservefonds. Het totaal bedrag van deze reserve, dat het bedrag van de jaarlijksche begrooting niet mag te boven gaan, wordt in soliede Staatsfondsen belegd.

Artikel 13

De leden van het Comité ontvangen uit de gelden, die voor de werking van het Bureau zijn aangewezen, vergoeding van reiskosten. Zij ontvangen bovendien presentiegeld voor iedere zitting, die zij bijwonen.

Artikel 14

Het Comité bepaalt het bedrag, dat jaarlijks van zijn begrooting zal worden afgehouden als bijdrage ter verzekering van een pensioen aan het personeel van het Bureau.

Artikel 15

Het Comité stelt zijn jaarlijksche begrooting vast en keurt de rekening en verantwoording der uitgaven goed. Het stelt het organieke reglement van het personeel vast, zoomede alle bepalingen, noodig voor de werking van het Bureau.

Dit reglement alsmede deze bepalingen worden door het Comité aan de deelnemende Staten medegedeeld en zullen, zonder hunne toestemming, niet kunnen worden gewijzigd.

Artikel 16

Een verslag van het beheer der fondsen van het Bureau wordt den deelnemende Staten jaarlijks na sluiting van het dienstjaar aangeboden.

En foi de quoi les soussignés, à ce dûment autorisés, ont arrêté le présent arrangement en un seul exemplaire, qu'ils ont revêtu de leurs cachets; cet exemplaire restera déposé dans les archives du Gouvernement français et des copies certifiées conformes seront remises, par la voie diplomatique, aux Parties contractantes.

Ledit exemplaire pourra être signé jusqu'au 30 avril 1924 inclusivement.

Fait à Paris, le 25 janvier 1924.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.