Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Naties betreffende de zetel van het Internationaal Restmechanisme voor Straftribunalen

Type Verdrag
Publication 2016-09-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Overwegend dat de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties handelend krachtens Hoofdstuk VII van het Handvest van de Verenigde Naties bij zijn resolutie 1966 (2010), aangenomen op 22 december 2010, heeft besloten tot de instelling van een Internationaal Restmechanisme voor straftribunalen met twee takken, een voor het Internationaal Straftribunaal voor Rwanda (ICTR) en een voor het Internationaal Joegoslavië Tribunaal (ICTY);

Overwegend dat het Internationaal Restmechanisme voor straftribunalen is ingesteld als subsidiair orgaan in de zin van artikel 29 van het Handvest van de Verenigde Naties;

Overwegend dat in artikel 3 van het Statuut van het Internationaal Restmechanisme voor straftribunalen, Bijlage 1 bij resolutie 1966 (2010) van de Veiligheidsraad, bepaald wordt dat de tak voor het ICTR haar zetel in Arusha en de tak voor het ICTY haar zetel in Den Haag heeft;

Overwegend dat de Veiligheidsraad bij resolutie 1966 (2010) heeft besloten dat de vaststelling van de zetels van de takken van het Mechanisme onderworpen is aan het sluiten van passende regelingen tussen de Verenigde Naties en de gastheerstaten van de takken van het Mechanisme die voor de Veiligheidsraad aanvaardbaar zijn;

Overwegend dat het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Naties een verdrag wensen te sluiten om het soepel en doeltreffend functioneren van het Internationaal Restmechanisme voor straftribunalen in het Koninkrijk der Nederlanden te vergemakkelijken;

Zijn het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Naties het volgende overeengekomen:

DEEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doelstellingen en reikwijdte van dit Verdrag

Dit Verdrag regelt alle zaken die verband houden met of voortvloeien uit de instelling en het naar behoren functioneren van het Mechanisme in het gastland. Het Verdrag voorziet onder meer in het scheppen van omstandigheden die bijdragen aan de stabiliteit en onafhankelijkheid van het Mechanisme en vergemakkelijkt het soepel en doeltreffend functioneren ervan, met inbegrip van met name de behoeften met betrekking tot alle personen wier aanwezigheid op de zetel van het Mechanisme vereist is en met betrekking tot het overbrengen van informatie, mogelijk bewijs en bewijs van en naar het gastland en het in stand houden van en de toegang tot zijn archieven.

DEEL II. STATUS VAN HET MECHANISME

Artikel 3. Rechtspersoonlijkheid
1.

Het Mechanisme bezit volledige rechtspersoonlijkheid in het gastland. Het heeft, met name, de bevoegdheid:

2.

Voor de toepassing van dit artikel wordt het Mechanisme vertegenwoordigd door de griffier.

Artikel 4. Voorrechten, immuniteiten en faciliteiten
1.

Het Mechanisme geniet op het grondgebied van het gastland de voorrechten, immuniteiten en faciliteiten die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van zijn doelstellingen.

2.

Het Algemeen Verdrag is van toepassing op het Mechanisme en de archieven van het Mechanisme, het ICTY en het ICTR.

Artikel 5. Onschendbaarheid van het terrein
1.

Het terrein is onschendbaar. De bevoegde autoriteiten waarborgen dat het terrein niet geheel of gedeeltelijk wordt onteigend of aan het Mechanisme wordt ontzegd zonder zijn uitdrukkelijke toestemming.

2.

De bevoegde autoriteiten betreden het terrein niet voor het vervullen van een officiële taak tenzij dit geschiedt met de uitdrukkelijke instemming of op verzoek van de griffier of een door hem of haar aangewezen functionaris. Op het terrein vinden geen gerechtelijke acties en geen betekening of tenuitvoerlegging ter zake van rechtsvervolging plaats, met inbegrip van de inbeslagneming van privé-eigendommen, behoudens met instemming van de griffier of een door hem of haar aangewezen functionaris en in overeenstemming met de door hem of haar goedgekeurde voorwaarden.

3.

In het geval van brand of andere noodgevallen die onmiddellijk beschermend optreden vereisen, of indien de bevoegde autoriteiten in redelijkheid kunnen aannemen dat een dergelijk noodgeval zich heeft voorgedaan of op het punt staat zich voor te doen op het terrein, wordt de instemming van de griffier of een door hem of haar aangewezen functionaris voor de noodzakelijke toegang tot het terrein geacht te zijn gegeven indien geen van beiden op tijd kan worden bereikt.

4.

Onverminderd het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid van dit artikel, nemen de bevoegde autoriteiten de nodige stappen om het terrein tegen brand of ander onheil te beveiligen.

5.

Het Mechanisme voorkomt dat zijn terrein gebruikt wordt als toevluchtsoord voor personen die arrestatie of berechting op grond van enige wet van het gastland willen ontlopen.

Artikel 6. Bescherming van het terrein en de omgeving daarvan
1.

De bevoegde autoriteiten nemen alle doeltreffende en adequate maatregelen om de beveiliging en bescherming van het Mechanisme te waarborgen en ervoor te zorgen dat de rust van het Mechanisme niet wordt verstoord door personen of groepen die het terrein betreden of door ordeverstoring in de onmiddellijke omgeving van het terrein, en voorzien het terrein van de eventueel benodigde bescherming.

2.

Indien de griffier of een door hem of haar aangewezen functionaris daarom verzoekt, voorzien de bevoegde autoriteiten, in overleg met de griffier of een door hem of haar aangewezen functionaris en voor zover de bevoegde autoriteiten dit noodzakelijk achten, in voldoende bescherming, met inbegrip van politiebescherming, voor de handhaving van de openbare orde op het terrein of in de onmiddellijke omgeving daarvan, en voor het verwijderen van personen van deze locatie.

3.

De bevoegde autoriteiten treffen alle redelijke maatregelen om te waarborgen dat het ongestoord gebruik van het terrein niet nadelig wordt beïnvloed en dat het terrein kan worden gebruikt voor de doeleinden waarvoor het is bestemd zonder te worden belemmerd door de wijze van gebruik van de percelen of gebouwen in de omgeving van het terrein.

4.

Het Mechanisme treft alle redelijke maatregelen om te waarborgen dat het ongestoord gebruik van de percelen in de omgeving van het terrein niet nadelig wordt beïnvloed door de wijze van gebruik van de percelen of gebouwen van het terrein.

5.

Het Mechanisme voorziet de bevoegde autoriteiten van alle informatie die relevant is voor de veiligheid en bescherming van het terrein.

Artikel 7. Recht en gezag op het terrein
1.

Het terrein staat onder het beheer en gezag van het Mechanisme, zoals bepaald in dit Verdrag.

2.

Tenzij anders bepaald in dit Verdrag of het Algemeen Verdrag, is de wet- en regelgeving van het gastland van toepassing op het terrein.

3.

Het Mechanisme is bevoegd tot het uitvaardigen van op zijn terrein geldende eigen regels en voorschriften en tot het toepassen van alle andere regels en voorschriften van de Verenigde Naties die noodzakelijk zijn voor het uitoefenen van zijn taken. Het Mechanisme brengt dergelijke voorschriften na de aanneming ervan terstond ter kennis van de bevoegde autoriteiten. Op het terrein van het Mechanisme zijn geen wetten of voorschriften van het gastland van toepassing voor zover deze onverenigbaar zijn met de regels en voorschriften van de Verenigde Naties of die van het Mechanisme uit hoofde van dit lid.

4.

Het Mechanisme kan personen vanwege schending van de van toepassing zijnde regels en voorschriften van het terrein verwijderen of de toegang ertoe ontzeggen en stelt de bevoegde autoriteiten onverwijld van dergelijke maatregelen in kennis.

5.

Met inachtneming van de in het derde lid van dit artikel bedoelde regels en voorschriften en in overeenstemming met de wet- en regelgeving van het gastland, is het uitsluitend leden van het personeel van het Mechanisme die daartoe door de griffier of een door hem of haar aangewezen functionaris gemachtigd zijn, toegestaan wapens te dragen op het terrein.

6.

De griffier of een door hem of haar aangewezen functionaris stelt het gastland in kennis van de naam en identiteit van elk lid van het personeel van het Mechanisme dat door de griffier of een door hem of haar aangewezen functionaris, gemachtigd is een wapen te dragen op het terrein, alsmede van de naam, het type, kaliber en serienummer van het wapen of de wapens die hem of haar ter beschikking staan.

7.

Ieder geschil tussen het Mechanisme en het gastland over de vraag of een regel of voorschrift van het Mechanisme of van de Verenigde Naties onder dit artikel valt of over de vraag of een wet of voorschrift van het gastland onverenigbaar is met een regel of voorschrift van de Verenigde Naties of het Mechanisme uit hoofde van dit artikel, wordt onverwijld beslecht volgens de in artikel 44 van dit Verdrag vervatte procedure. Zolang het geschil nog niet is beslecht, is de regel die of het voorschrift dat het onderwerp van het geschil is van toepassing en is de wet of het voorschrift van het gastland op het terrein niet van toepassing voor zover het Mechanisme deze wet of dit voorschrift onverenigbaar met de regel of het voorschrift in kwestie acht.

Artikel 8. Openbare voorzieningen ten behoeve van het terrein
1.

De bevoegde autoriteiten zorgen er, op verzoek van de griffier of een door hem of haar aangewezen functionaris, voor dat het Mechanisme tegen redelijke voorwaarden de beschikking krijgt over de door het Mechanisme benodigde openbare voorzieningen waaronder, maar niet beperkt tot, post-, telefoon- en telegraafdiensten, alle communicatiemiddelen, elektriciteit, water, gas, riolering, ophalen van afval, brandbestrijding, lokaal vervoer en reiniging van de openbare weg met inbegrip van het ruimen van sneeuw.

2.

Wanneer de openbare voorzieningen bedoeld in het eerste lid van dit artikel door de bevoegde autoriteiten aan het Mechanisme worden geleverd of de prijzen daarvan worden bepaald door deze autoriteiten, zijn de tarieven voor deze voorzieningen niet hoger dan de laagste vergelijkbare tarieven voor instellingen en organen van wezenlijk belang voor het gastland.

3.

In het geval van onderbreking of dreiging van onderbreking van dergelijke voorzieningen zal aan het Mechanisme de voorrang worden gegeven die ook aan instellingen en organen van wezenlijk belang voor het gastland wordt gegeven en het gastland treft de daartoe benodigde maatregelen om te waarborgen dat de werkzaamheden van het Mechanisme niet nadelig worden beïnvloed.

4.

De griffier, of een door hem of haar aangewezen functionaris, treft op verzoek van de bevoegde autoriteiten passende maatregelen om naar behoren gemachtigde vertegenwoordigers van de desbetreffende nutsbedrijven in staat te stellen op het terrein van het Mechanisme voorzieningen, leidingen, buizen en rioleringen te inspecteren, repareren, onderhouden, reconstrueren of te verplaatsen zonder de uitoefening van de taken van het Mechanisme onnodig te verstoren.

5.

Ondergrondse werkzaamheden op het terrein kunnen door de bevoegde autoriteiten uitsluitend worden uitgevoerd na overleg met de griffier of een door hem of haar aangewezen functionaris en zonder de uitoefening van de taken van het Mechanisme te verstoren.

Artikel 9. Vlaggen, emblemen en onderscheidingstekens

Het Mechanisme is bevoegd zijn vlaggen, emblemen en onderscheidingstekens alsmede die van de Verenigde Naties te tonen op zijn terrein en op voertuigen en andere vervoermiddelen die voor officiële doeleinden worden gebruikt.

Artikel 10. Fondsen, activa en overige eigendommen
1.

Het Mechanisme en zijn fondsen, activa en overige eigendommen, ongeacht waar deze zich bevinden of wie deze onder zich heeft, genieten immuniteit van elke vorm van rechtsvervolging, behoudens voor zover de Secretaris-Generaal in een bijzonder geval uitdrukkelijk deze immuniteit heeft opgeheven, evenwel met dien verstande dat het opheffen van immuniteit zich nooit uitstrekt tot executoriale maatregelen.

2.

Fondsen, activa en overige eigendommen van het Mechanisme, ongeacht waar deze zich bevinden of wie deze onder zich heeft, worden gevrijwaard van onderzoek, beslaglegging, vordering, inbeslagneming, onteigening en iedere andere vorm van inmenging, ongeacht of het optreden van uitvoerende, bestuursrechtelijke, rechterlijke of wetgevende aard is.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.