Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Chinese Republiek nopens opheffing van exterritoriale rechten in China en regeling van aanverwante zaken
Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden
en
Zijne Excellentie de President van de Nationale Regeering van de Chineesche Republiek,
Geleid door den wensch, in vriendschappelijken geest de algemeene betrekkingen tusschen beide landen duidelijker te omschrijven en te dien einde bepaalde aangelegenheden met betrekking tot de regtsmacht in China te regelen;
Hebben besloten met dit doel een verdrag te sluiten en hebben te dien einde tot hun Gevolmachtigden benoemd;
Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:
Zijne Excellentie Jonkheer E. F. M. J. Michiels van Verduynen, Haar waarnemend Minister van Buitenlandsche Zaken;
Zijne Excellentie de President van de Nationale Regeering van de Chineesche Republiek:
Zijne Excellentie den Heer Wunsz King, buitengewoon en gevolmachtigd Ambassadeur van de Chineesche Republiek bij Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden;
Die, na elkander hunne in goeden en behoorlijken vorm bevonden volmachten te hebben medegedeeld, zijn overeengekomen als volgt:
Artikel I
Het grondgebied van de Hooge Verdragsluitende Partijen, waarop dit Verdrag van toepassing is, omvat voor wat betreft de Chineesche Republiek alle gebiedsdeelen van de Chineesche Republiek; en voor wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden alle gebiedsdeelen van het Koninkrijk der Nederlanden.
In dit Verdrag zal de uitdrukking „onderdanen van de eene (of van de andere) Hooge Verdragsluitende Partij”, ten aanzien van de Chineesche Republiek beteekenen alle personen, die Chineesche staatsburgers zijn krachtens de Chineesche nationaliteitswetten; en ten aanzien van het Koninkrijk der Nederlanden, beteekenen alle personen, die Nederlandsche onderdanen zijn op grond van de Nederlandsche nationaliteitswetten.
Artikel II
Al die bepalingen van verdragen of overeenkomsten, van kracht tusschen het Koninkrijk der Nederlanden en de Chineesche Republiek, op grond waarvan de Nederlandsche Regeering of hare vertegenwoordigers bevoegd zijn regtsmacht uit te oefenen over Nederlandsche onderdanen of ondernemingen op het grondgebied van de Chineesche Republiek, worden hierbij afgeschaft. Nederlandsche onderdanen en ondernemingen op het grondgebied van de Chineesche Republiek zullen zijn onderworpen aan de regtsmacht van de Regeering der Chineesche Republiek, overeenkomstig de beginselen van internationaal recht en gebruik.
Artikel III
De Nederlandsche Regeering is van oordeel, dat het tusschen de Chineesche Regeering en andere Regeeringen, met inbegrip van de Nederlandsche Regeering, op 7 September 1901 te Peking gesloten Slotprotocol behoort te worden opgezegd en stemt er mede in, dat de krachtens dat Protocol en de overeenkomsten, welke dit aanvullen, aan de Nederlandsche Regeering toegekende rechten zullen ophouden te bestaan.
De Nederlandsche Regeering zal met de Regeering van de Chineesche Republiek samenwerken om tot het sluiten van noodzakelijke overeenkomsten te geraken met andere betrokken Regeeringen, voor zooveel betreft de overdracht van het bestuur van en toezicht op de Diplomatieke Wijk in Peiping, met inbegrip van de officieele rechten en verplichtingen van de Diplomatieke Wijk, aan de Regeering van de Chineesche Republiek, met dien verstande, dat de Regeering van de Chineesche Republiek bij het overnemen van het bestuur van en het toezicht op de Diplomatieke Wijk voorzieningen zal treffen voor de aanvaarding en nakoming van de officieele verplichtingen en lasten van de Diplomatieke Wijk en voor de erkenning en bescherming van alle wettige rechten aldaar.
De Regeering van de Chineesche Republiek verleent bij deze een blijvend recht aan de Nederlandsche Regeering om voor officieele doeleinden die gedeelten van het land, dat toegewezen is aan de Nederlandsche Regeering in de Diplomatieke Wijk in Peiping, te gebruiken, waarop gebouwen toebehoorende aan het Koninkrijk der Nederlanden zich bevinden.
Artikel IV
De Nederlandsche Regeering is van oordeel, dat de Internationale Nederzettingen in Shanghai en Amoy weder onder het bestuur en toezicht van de Regeering van de Chineesche Republiek gebracht dienen te worden en stemt ermede in, dat de rechten aan de Nederlandsche Regeering verleend met betrekking tot die Nederzettingen zullen ophouden te bestaan.
De Nederlandsche Regeering zal met de Regeering van de Chineesche Republiek samenwerken om tot het sluiten van noodzakelijke overeenkomsten te geraken met andere betrokken Regeeringen voor zooveel betreft de overdracht aan de Regeering van de Chineesche Republiek van het bestuur van en toezicht op de Internationale Nederzettingen in Shanghai en Amoy, met inbegrip van de officieele rechten en verplichtingen van de Diplomatieke Wijk, met dien verstande, dat de Regeering van de Chineesche Republiek bij het overnemen van het bestuur van en het toezicht op die Nederzettingen voorzieningen zal treffen voor de aanvaarding en nakoming van de officieele verplichtingen en lasten van die Nederzettingen en voor de erkenning en bescherming van alle wettelijke rechten aldaar.
Artikel V
Ten einde alle geschillen te voorkomen over bestaande rechten in verband met of met betrekking tot bestaande rechtstitels op onroerende goederen gelegen op het grondgebied van de Chineesche Republiek, en in het bezit van Nederlandsche onderdanen of ondernemingen, of van het Koninkrijk der Nederlanden, in het bijzonder geschillen, die mochten voortspruiten uit het buitenwerking stellen van verdragen of overeenkomsten, als bepaald in artikel II, wordt overeengekomen, dat dergelijke bestaande rechten of rechtstitels onaantastbaar zullen zijn en op geen andere gronden zullen worden betwist dan van bewijs, behoorlijk in rechten geleverd, van bedrog, of van bedriegelijke of andere oneerlijke practijken bij de verkrijging van dergelijke rechten of rechtstitels, met dien verstande, dat geen enkel recht of rechtstitel ongeldig verklaard zal worden uit hoofde van eenige latere wijziging in de officieele procedure door welke hetzelve werd verkregen.
Voorts wordt overeengekomen, dat deze rechten of rechtstitels onderworpen zullen zijn aan de wetten en verordeningen van de Chineesche Republiek voor wat betreft belasting, nationale verdediging en souvereine macht; en dat dergelijke rechten en rechtstitels niet mogen worden vervreemd aan de Regeering of onderdanen van een derde mogendheid zonder uitdrukkelijke toestemming van de Regeering van de Chineesche Republiek.
Voorts wordt overeengekomen, dat, indien de Regeering van de Chineesche Republiek het wenschelijk mocht achten om bestaande erfpachten of andere schriftelijke bewijsstukken met betrekking tot onroerende goederen in bezit van Nederlandsche onderdanen of ondernemingen, of van het Koninkrijk der Nederlanden, te vervangen door nieuwe eigendomsacten, de vervanging door de Chineesche autoriteiten geheel kosteloos zal geschieden en dat de nieuwe eigendomsacten de houders van dergelijke pachten of andere schriftelijke bewijsstukken en hun wettige erfgenamen en rechtverkrijgenden volledig zullen beschermen, onverminderd hun vroegere rechten en belangen, met inbegrip van het recht van vervreemding.
Voorts wordt overeengekomen, dat Nederlandsche onderdanen of ondernemingen door de Chineesche autoriteiten niet zullen worden verplicht of verzocht om eenige rechten te betalen in verband met overdracht van grond voor of met betrekking tot eenige periode voorafgaande aan den datum van de inwerkingtreding van dit Verdrag.
Artikel VI
Ieder der Hooge Verdragsluitende Partijen zal aan de onderdanen van de andere het recht verleenen om haar grondgebied te betreden of te verlaten, alsmede het recht om binnen de geheele uitgestrektheid van haar grondgebied te reizen, te verblijven en handel te drijven.
Elk der beide Regeeringen zal trachten om ten aanzien van alle rechtsgedingen en alle zaken betreffende de rechtspleging en belastingheffing onverschillig van welken aard, aan de onderdanen en ondernemingen van de andere een niet minder gunstige behandeling toe te kennen dan die, welke genoten wordt door haar eigen onderdanen binnen haar eigen grondgebied.
Artikel VII
De Hooge Verdragsluitende Partijen komen wederkeerig overeen, dat aan de consulaire ambtenaren, behoorlijk voorzien van exequaturs, van een van de Hooge Verdragsluitende Partijen, zal worden toegestaan om te verblijven in die havens, plaatsen of steden van de andere Hooge Verdragsluitende Partij, als zal worden overeengekomen.
De consulaire ambtenaren van de eene Hooge Verdragsluitende Partij zullen het recht hebben om zich met de onderdanen van hun land binnen de grenzen van hun consulaire districten te onderhouden, met hen in verbinding te treden en hun raad te geven; zij zullen onmiddellijk op de hoogte gesteld worden, wanneer de onderdanen van hun land zich in hechtenis, onder arrest of in gevangenschap bevinden, en hun zal, na behoorlijke kennisgeving aan de bevoegde instanties, worden toegestaan om dergelijke onderdanen te bezoeken; en in het algemeen zullen aan de consulaire ambtenaren van de eene Hooge Vedragsluitende Partij binnen het grondgebied van de andere Hooge Verdragsluitende Partij de rechten, voorrechten en immuniteiten worden verleend, die volgens modern internationaal gebruik worden genoten door consulaire ambtenaren.
Eveneens wordt overeengekomen, dat de onderdanen van de eene Hooge Verdragsluitende Partij binnen het grondgebied van de andere Hooge Verdragsluitende Partij te allen tijde het recht zullen hebben om zich in verbinding te stellen met de consulaire ambtenaren van hun land. Berichtgevingen aan hun consulaire ambtenaren van de onderdanen van de eene Hooge Verdragsluitende Partij, die zich in hechtenis, onder arrest of in gevangenschap bevinden, of die zich hangende hun berechting binnen het grondgebied van de andere Hooge Verdragsluitende Partij bevinden, zullen door de plaatselijke autoriteiten aan hun consulaire ambtenaren worden overgebracht.
Artikel VIII
De Hooge Vedragsluitende Partijen zullen onderhandelingen aanknoopen nopens de totstandkoming van een alomvattend modern verdrag of verdragen van vriendschap, handel, scheepvaart en consulaire rechten op verzoek van de eene of de andere Partij, of in elk geval binnen zes maanden na de staking van vijandelijkheden in den oorlog tegen de gemeenschappelijke vijanden, waarin zij thans beide gewikkeld zijn. Het verdrag of de verdragen, waarover aldus zal worden onderhandeld, moeten gebaseerd worden op de beginselen van internationaal recht en gebruik, zooals deze tot uitdrukking komen in de moderne internationale praktijk en in de moderne verdragen, welke elk der Hooge Verdragsluitende Partijen onderscheidenlijk met andere Mogendheden heeft gesloten gedurende de laatste jaren.
Hangende de sluiting van het verdrag of de verdragen, waarnaar in het vorige lid wordt verwezen, stemt elk der Hooge Verdragsluitende Partijen ermee in, dat aan de consulaire ambtenaren van de andere zal worden toegestaan om hun functies als zoodanig uit te oefenen in overeenstemming met algemeene beginselen van internationaal recht in alle havens, steden en plaatsen van eerstgenoemde, die opengesteld zijn of zullen worden voor consulaire ambtenaren van welk vreemd land ook.
Indien zich hangende de sluiting van het verdrag of de verdragen, waarnaar in het eerste lid wordt verwezen, in de toekomst vragen mochten voordoen rakende de rechten van Nederlandsche onderdanen of ondernemingen, of van het Koninkrijk der Nederlanden binnen het grondgebied van de Chineesche Republiek, en indien deze vragen niet worden gedekt door het onderhavige Verdrag en de Notawisseling of door de bepalingen van bestaande verdragen, conventies of overeenkomsten tusschen de Hooge Vedragsluitende Partijen, die niet buiten werking gesteld zijn door of onvereenigbaar zijn met dit Vedrag en de Notawisseling, zullen dergelijke vragen besproken worden door de vertegenwoordigers van de beide Regeeringen en beslist worden overeenkomstig de algemeen aanvaarde beginselen van internationaal recht en de moderne internationale practijk.
Artikel IX
Het onderhavige Verdrag zal worden bekrachtigd en de bekrachtigingsoorkonden zullen zoo spoedig mogelijk te Chunking worden uitgewisseld.
Het Verdrag zal van kracht worden op den dag van de uitwisseling der bekrachtigingen. Ter oorkonde waarvan de bovengenoemde Gevolmachtigden het onderhavige Verdrag hebben onderteekend en van hun zegels hebben voorzien.
Done at London this twenty-ninth day of May 1945, corresponding to the twenty-ninth day of the fifth month of the thirty-fourth year of the Republic of China, in duplicate in English.
E. F. M. J. Michiels van Verduynen.
Wunsz King.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.