Verdrag tussen het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, Lid-Staten der Europese Gemeenschappen, het Koninkrijk Denemarken, Ierland, het Koninkrijk Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreffende de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland, het Koninkrijk Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie
Zijne Majesteit de Koning der Belgen, Hare Majesteit de Koningin van Denemarken, de President van de Bondsrepubliek Duitsland, de President van de Franse Republiek, de President van Ierland, de President van de Italiaanse Republiek, Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg, Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden, Zijne Majesteit de Koning van Noorwegen, Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland
Verenigd in de wil de verwezenlijking van de doelstellingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie voort te zetten,
Vastbesloten, in de geest van deze Verdragen, op de reeds gelegde grondslagen een steeds hechtere eenheid tussen de Europese volkeren tot stand te brengen,
Overwegende dat artikel 237 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap alsmede artikel 205 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie , aan de Europese Staten de mogelijkheid bieden lid van deze Gemeenschappen te worden,
Overwegende dat het Koninkrijk Denemarken, Ierland, het Koninkrijk Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland hebben verzocht lid te worden van deze Gemeenschappen,
Overwegende dat de Raad der Europese Gemeenschappen, na advies van de Commissie te hebben ingewonnen, zich heeft uitgesproken voor toelating van deze Staten,
Hebben besloten in gemeenschappelijk overleg de voorwaarden voor deze toelating en de in de Verdragen tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie aan te brengen aanpassingen vast te stellen, en hebben daartoe als gevolmachtigden aangewezen:
Zijne Majesteit de Koning der Belgen
De heer G. Eyskens, Eerste Minister;
De heer P. Harmel, Minister van Buitenlandse Zaken;
De heer J. van der Meulen, Ambassadeur, Permanent Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen;
Hare Majesteit de Koningin van Denemarken
De heer J. O. Krag, Eerste Minister;
De heer I. Nørgaard, Minister van Buitenlandse Handel;
De heer J. Christensen, Secretaris-Generaal voor Buitenlandse Handel van het Ministerie van Buitenlandse Zaken;
de President van de Bondsrepubliek Duitsland
De heer W. Scheel, Minister van Buitenlandse Zaken;
De heer H.-G. Sachs, Ambassadeur, Permanent Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen;
de President van de Franse Republiek
De heer M. Schumann, Minister van Buitenlandse Zaken;
De heer J.-M. Boegner, Ambassadeur, Permanent Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen;
de President van Ierland
De heer J. A. Lynch, Eerste Minister;
De heer P. J. Hillery, Minister van Buitenlandse Zaken;
de President van de Italiaanse Republiek
De heer E. Colombo, Eerste Minister;
De heer A. Moro, Minister van Buitenlandse Zaken;
De heer G. Bombassei Frascani de Vettor, Ambassadeur, Permanent Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen;
Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg
De heer G. Thorn, Minister van Buitenlandse Zaken;
De heer J. Dondelinger, Ambassadeur, Permanent Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen;
Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden
De heer W. K. N. Schmelzer, Minister van Buitenlandse Zaken;
De heer Th. E. Westerterp, Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken;
De heer E. M. J. A. Sassen, Ambassadeur, Permanent Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen;
Zijne Majesteit de Koning van Noorwegen
De heer T. Bratelli, Eerste Minister;
De heer A. Cappelen, Minister van Buitenlandse Zaken;
De heer S. Chr. Sommerfelt, Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur;
Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland
De heer E. Heath, M.B.E., M.P., Eerste Minister, First Lord of the Treasury, Minister van de Administratie;
Sir Alec Douglas-Home, K.T., M.P., Minister van Buitenlandse en Gemenebestzaken;
De heer G. Rippon, Q.C., M.P., Kanselier van het Hertogdom Lancaster
die, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten, omtrent de volgende bepalingen overeenstemming hebben bereikt:
Artikel 1
Het Koninkrijk Denemarken, Ierland, het Koninkrijk Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland worden lid van de Europese Economische Gemeenschap en van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en worden Partij bij de Verdragen tot oprichting van deze Gemeenschappen, zoals deze Verdragen zijn gewijzigd of aangevuld.
De voorwaarden voor de toelating en de daaruit voortvloeiende aanpassingen van de Verdragen tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie zijn neergelegd in de bij dit Verdrag gevoegde Akte . De bepalingen van deze Akte die betrekking hebben op de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie maken een integrerend deel van dit Verdrag uit.
De in de in lid 1 genoemde Verdragen voorkomende bepalingen betreffende de rechten en verplichtingen van de Lid-Staten alsmede de algemene en bijzondere bevoegdheden van de Instellingen van de Gemeenschappen, zijn van toepassing ten aanzien van dit Verdrag.
Artikel 2
Dit Verdrag zal door de Hoge Verdragsluitende Partijen worden bekrachtigd overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen. De Akten van bekrachtiging zullen uiterlijk 31 december 1972 worden neergelegd bij de Regering van de Italiaanse Republiek.
Dit Verdrag treedt in werking op 1 januari 1973, mits alle Akten van bekrachtiging voor dit tijdstip zijn neergelegd en mits alle Akten van toetreding tot de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal op dit tijdstip zijn neergelegd.
Indien echter niet alle in artikel 1, lid 1, genoemde Staten tijdig hun Akten van bekrachtiging en hun Akten van toetreding hebben neergelegd, treedt het Verdrag in werking voor die Staten die tot de nederlegging zijn overgegaan. In dit geval besluit de Raad van de Europese Gemeenschappen, met eenparigheid van stemmen, onmiddellijk over de hierdoor noodzakelijk geworden aanpassingen van artikel 3 van het onderhavige Verdrag en van de artikelen 14, 16, 17, 19, 20, 23, 129, 142, 143, 155 en 160 van de Akte betreffende de voorwaarden van toetreding en de aanpassing van de Verdragen, de bepalingen van zijn bijlage I, die betrekking hebben op de samenstelling en de functionering van verschillende comités en van de artikelen 5 en 8 van het Protocol betreffende de Statuten van de Europese Investeringsbank, gehecht aan deze Akte; de Raad kan eveneens, met eenparigheid van stemmen, de bepalingen van voornoemde Akte, die betrekking hebben op een met name genoemde Staat die zijn Akten van bekrachtiging en van toetreding niet heeft neergelegd, vervallen verklaren of aanpassen.
Artikel 3
Dit Verdrag, opgesteld in één enkel exemplaar, in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Ierse, de Italiaanse, de Nederlandse en de Noorse taal, zijnde de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Ierse, de Italiaanse en de Nederlandse tekst gelijkelijk authentiek, zal worden neergelegd in het archief van de Regering van de Italiaanse Republiek, die een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toezendt aan de Regeringen der andere ondertekenende Staten.
DEEL EERSTE. BEGINSELEN
Artikel 1
In de zin van deze Akte:
- –. worden met de uitdrukking „oorspronkelijke Verdragen” bedoeld het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie , zoals deze Verdragen zijn aangevuld of gewijzigd bij Verdragen of andere rechtshandelingen die voor de toetreding in werking zijn getreden; worden de uitdrukkingen „E.G.K.S.-Verdrag”, „E.E.G.-Verdrag” en „E.G.A.-Verdrag” bedoeld de desbetreffende, aldus aangevulde of gewijzigde oorspronkelijke Verdragen;
- –. worden met de uitdrukking „oorspronkelijke Lid-Staten” bedoeld het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden;
- –. worden met de uitdrukking „nieuwe Lid-Staten” bedoeld het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.
Artikel 2
Vanaf de toetreding zijn de oorspronkelijke Verdragen en de door de Instellingen van de Gemeenschappen genomen besluiten verbindend voor de nieuwe Lid-Staten en in deze Staten toepasselijk onder de voorwaarden voorzien in deze Verdragen en in deze Akte.
Artikel 3
Bij deze Akte treden de nieuwe Lid-Staten toe tot de door de Vertegenwoordigers van de Regeringen der Lid-Staten, in het kader van de Raad bijeen, genomen besluiten en gesloten overeenkomsten. Zij verbinden zich ertoe op het tijdstip van de toetreding ook toe te treden tot elke andere door de oorspronkelijke Lid-Staten gesloten overeenkomst die de werking van de Gemeenschappen betreft of in nauw verband staat met het optreden van deze Gemeenschappen.
De nieuwe Lid-Staten verbinden zich ertoe toe te treden tot de overeenkomsten bedoeld in artikel 220 van het E.E.G.-Verdrag , alsmede tot de Protocollen betreffende de uitlegging door het Hof van Justitie van deze overeenkomsten, die door de oorspronkelijke Lid-Staten zijn ondertekend, en te dien einde onderhandelingen aan te knopen met de oorspronkelijke Lid-Staten om daarin de vereiste aanpassingen aan te brengen.
De nieuwe Lid-Staten bevinden zich ten aanzien van de verklaringen, resoluties of andere standpuntbepalingen van de Raad alsmede ten aanzien van die, welke betrekking hebben op de Europese Gemeenschappen en in onderling overleg tussen de Lid-Staten zijn aanvaard, in dezelfde situatie als de oorspronkelijke Lid-Staten. Zij zullen derhalve de beginselen en beleidslijnen eerbiedigen die voortvloeien uit deze verklaringen, resoluties of andere standpuntbepalingen en de maatregelen treffen die nodig zouden kunnen blijken ter verzekering van de toepassing daarvan.
Artikel 4
De door één van de Gemeenschappen met één of meer derde Staten, met een internationale organisatie dan wel met een onderdaan van een derde Staat gesloten overeenkomsten of akkoorden zijn verbindend voor de nieuwe Lid-Staten, en wel onder de in de oorspronkelijke Verdragen en in deze Akte neergelegde voorwaarden.
De nieuwe Lid-Staten verplichten zich ertoe onder de in deze Akte neergelegde voorwaarden toe te treden tot de door de oorspronkelijke Lid-Staten gezamenlijk met één van de Gemeenschappen gesloten overeenkomsten of akkoorden, alsmede tot de door de oorspronkelijke Lid-Staten gesloten overeenkomsten die verband houden met deze overeenkomsten of akkoorden. De Gemeenschap en de oorspronkelijke Lid-Staten zijn de nieuwe Lid-Staten hierbij behulpzaam.
Bij deze Akte en onder de daarin neergelegde voorwaarden, treden de nieuwe Lid-Staten toe tot de interne overeenkomsten welke door de oorspronkelijke Lid-Staten werden gesloten voor de toepassing van de in lid 2 bedoelde overeenkomsten en akkoorden.
De nieuwe Lid-Staten treffen de passende maatregelen om zo nodig hun positie ten aanzien van internationale organisaties en internationale overeenkomsten waarbij andere Lid-Staten of één van de Gemeenschappen eveneens partij zijn aan te passen aan de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit hun toetreding tot de Gemeenschappen.
Artikel 5
Artikel 234 van het E.E.G.-Verdrag en de artikelen 105 en 106 van het E.G.A.-Verdrag zijn voor de nieuwe Lid-Staten van toepassing op de overeenkomsten en akkoorden gesloten vóór de toetreding.
Artikel 6
De bepalingen van deze Akte kunnen, tenzij anders is bepaald, uitsluitend worden geschorst, gewijzigd of ingetrokken door middel van de procedures voorzien in de oorspronkelijke Verdragen die het mogelijk maken tot een herziening van die Verdragen te komen.
Artikel 7
De door de Instellingen van de Gemeenschappen genomen besluiten waarop de in deze Akte vastgestelde overgangsmaatregelen zijn gebaseerd, behouden hun eigen rechtskarakter; met name blijven de voor deze besluiten geldende wijzigingsprocedures van toepassing.
Artikel 8
De bepalingen van deze Akte waarvan het doel of het gevolg is dat besluiten van de Instellingen van de Gemeenschappen anders dan bij wijze van overgangsmaatregel worden ingetrokken of gewijzigd, verkrijgen hetzelfde rechtskarakter als de daardoor ingetrokken of gewijzigde bepalingen en zijn onderworpen aan dezelfde regels als laatstgenoemde bepalingen.
Artikel 9
Ten einde voor de nieuwe Lid-Staten de aanpassing aan de in de Gemeenschappen geldende regels te vergemakkelijken, gelden ten aanzien van de toepassing van de oorspronkelijke Verdragen en de door de Instellingen genomen besluiten, bij wijze van overgang, de in deze Akte neergelegde afwijkende bepalingen.
Onder voorbehoud van de in deze Akte vervatte data, termijnen en bijzondere bepalingen, eindigt de toepassing van de overgangsmaatregelen aan het einde van het jaar 1977.
DEEL TWEEDE. AANPASSING DER VERDRAGEN
Titel I. Institutionele bepalingen
HOOFDSTUK 1. De vergadering
Artikel 10
Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951, het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; Rome, 25 maart 1957 en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie; Rome, 25 maart 1957.
HOOFDSTUK 2. De Raad
Artikel 11
Wijzigt het Verdrag tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben; Brussel, 8 april 1965.
Artikel 12
Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951.
Artikel 13
Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951.
Artikel 14
Wijzigt het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; Rome, 25 maart 1957 en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie; Rome, 25 maart 1957.
HOOFDSTUK 3. De Commissie
Artikel 15
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.