Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Arabische Emiraten inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken
Het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Verenigde Arabische Emiraten
hierna te noemen de verdragsluitende partijen,
Gelet op het belang van een juiste vaststelling en inning van de douanerechten en van het waarborgen van een juiste handhaving door hun douaneadministraties van verboden, beperkingen en controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen;
Erkennend dat uitwisseling van informatie een essentieel onderdeel is van effectief risicobeheer;
Onderkennend dat er een evenwicht dient te worden bereikt tussen naleving en facilitatie teneinde het vrije verloop van de legale handel te waarborgen en te voldoen aan de behoefte van regeringen aan bescherming van de maatschappij, handelsbevordering en het innen van rechten;
Overwegend dat inbreuken op de douanewetgeving schadelijk zijn voor de economische, fiscale, sociale en culturele belangen en de belangen op het gebied van handel, de volksgezondheid en openbare orde van de verdragsluitende partijen;
Voorts gelet op de relevante internationale verdragen die van kracht zijn voor de verdragsluitende partijen en wederzijdse bijstand aanmoedigen alsmede op de aanbevelingen van de Wereld Douane Organisatie;
Overwegend dat de illegale grensoverschrijdende handel in wapens, explosieven, chemische, biologische en nucleaire stoffen, bedreigde dier- en plantensoorten, gevaarlijke stoffen alsmede in verdovende middelen, psychotrope stoffen en precursoren een gevaar voor de samenleving vormt;
Erkennend de noodzaak van internationale samenwerking ter zake van aangelegenheden die verband houden met de toepassing en handhaving van hun douanewetgeving;
Ervan overtuigd dat het optreden tegen inbreuken op de douanewetgeving doeltreffender kan worden door middel van nauwe samenwerking tussen hun douaneadministraties op basis van wederzijds overeengekomen wettelijke bepalingen;
Gelet op internationale verdragen die verboden, beperkingen en bijzondere controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen bevatten;
Zijn het volgende overeengekomen:
HOOFDSTUK I. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN
Artikel 1
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
- a. „douaneadministratie”:
- –. wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, de Belastingdienst;
- –. wat de Verenigde Arabische Emiraten betreft: de federale douaneautoriteit;
- b. „douanevordering”: elk bedrag aan douanerechten alsmede verhogingen, administratieve boetes, achterstallige betalingen, renten en kosten die betrekking hebben op de genoemde rechten die niet in een van de verdragsluitende partijen kunnen worden geïnd;
- c. „douanerechten”: alle rechten, belastingen of heffingen die geheven worden alsmede elke restitutie van vergoedingen of exportsubsidies die gevorderd wordt op de grondgebieden van de verdragsluitende partijen bij toepassing van de douanewetgeving, maar met uitzondering van heffingen voor verleende diensten;
- d. „douanewetgeving”: alle wettelijke en administratieve bepalingen die door een van de douaneadministraties worden toegepast of gehandhaafd in verband met de invoer, uitvoer, overslag, doorvoer, opslag en het vervoer van goederen, met inbegrip van wettelijke en administratieve bepalingen met betrekking tot verboden, beperkingen en controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen, en in verband met de bestrijding van witwassen en de financiering van terrorisme;
- e. „inbreuk op de douanewetgeving”: elke schending of poging tot schending van de douanewetgeving;
- f. „informatie”: alle gegevens, al dan niet bewerkt of geanalyseerd, en documenten, rapporten en andere mededelingen ongeacht in welke vorm, met inbegrip van de elektronische vorm, of gewaarmerkte of gelegaliseerde afschriften daarvan;
- g. „internationale logistieke keten”: alle processen die van toepassing zijn bij het grensoverschrijdend verkeer van goederen van de plaats van oorsprong naar de uiteindelijke plaats van bestemming;
- h. „functionaris”: elke douaneambtenaar of andere regeringsambtenaar aangewezen door één van de douaneadministraties;
- i. „persoon”: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon;
- j. „persoonsgegevens”: alle gegevens betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;
- k. „aangezochte administratie”: de douaneadministratie die om bijstand wordt verzocht;
- l. „verzoekende administratie”: de douaneadministratie die om bijstand verzoekt;
- m. „aangezochte partij”: de verdragsluitende partij wier douaneadministratie om bijstand wordt verzocht;
- n. „verzoekende partij”: de verdragsluitende partij wier douaneadministratie om bijstand verzoekt.
HOOFDSTUK II. REIKWIJDTE VAN HET VERDRAG
Artikel 2
De verdragsluitende partijen verlenen elkaar door tussenkomst van hun douaneadministraties administratieve bijstand onder de in dit Verdrag genoemde voorwaarden ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving, met het oog op het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op die wetgeving, alsmede om de veiligheid van de internationale logistieke keten te waarborgen.
Alle bijstand uit hoofde van dit Verdrag door een van de verdragsluitende partijen wordt verleend in overeenstemming met haar wettelijke en administratieve bepalingen en binnen de grenzen van de bevoegdheden en beschikbare middelen van haar douaneadministratie.
Dit Verdrag geldt onverminderd huidige en toekomstige verplichtingen van:
- a. de Verenigde Arabische Emiraten als lid van de Gulf Cooperation Council (Samenwerkingsraad van de Golfstaten);
- b. het Koninkrijk der Nederlanden als lid van de Europese Unie.
Dit Verdrag heeft betrekking op de wederzijdse administratieve bijstand tussen de verdragsluitende partijen en is niet bedoeld van invloed te zijn op wederzijdse rechtshulpverdragen tussen hen. Indien wederzijdse bijstand dient te worden verleend door andere autoriteiten van de aangezochte partij zal de aangezochte administratie deze autoriteiten en, voor zover, het desbetreffende verdrag dat of de desbetreffende regeling die van toepassing is vermelden.
Personen kunnen aan de bepalingen van dit Verdrag niet het recht ontlenen de uitvoering van een verzoek om bijstand te doen beletten.
HOOFDSTUK III. INFORMATIE
Artikel 3. Informatie voor de toepassing en handhaving van de douanewetgeving
De douaneadministraties verstrekken elkaar, op verzoek of uit eigen beweging, informatie ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving met het oog op het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op die wetgeving, alsmede om de veiligheid van de internationale logistieke keten te waarborgen. Deze informatie kan betrekking hebben op:
- a. nieuwe wetshandhavingstechnieken en criteria voor risicoanalyse die hun doeltreffendheid hebben bewezen;
- b. nieuwe trends, middelen of werkwijzen bij het maken van inbreuken op de douanewetgeving;
- c. goederen waarvan bekend is dat zij het voorwerp vormen van inbreuken op de douanewetgeving, alsmede de voor deze goederen toegepaste vervoer- en opslagmethoden;
- d. personen van wie bekend is dat zij een inbreuk op de douanewetgeving hebben gemaakt of van wie wordt vermoed dat zij een inbreuk op de douanewetgeving gaan maken;
- e. alle andere gegevens die de douaneadministraties van nut kunnen zijn bij de risicobeoordeling voor controle- en facilitatiedoeleinden.
Op verzoek verstrekt de aangezochte administratie de verzoekende administratie informatie die betrekking heeft op gevallen waarin de laatste reden heeft te twijfelen aan door de betreffende persoon verstrekte informatie in een zaak die verband houdt met de toepassing van de douanewetgeving.
Artikel 4. Informatie met betrekking tot inbreuken op de douanewetgeving
De douaneadministratie van een verdragsluitende partij verstrekt, op verzoek of uit eigen beweging, informatie aan de douaneadministratie van de andere verdragsluitende partij over voorgenomen, lopende of voltooide activiteiten die een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij lijken te vormen.
In gevallen die aanzienlijke schade voor de economie, volksgezondheid, openbare orde, met inbegrip van de veiligheid van de internationale logistieke keten, of voor andere vitale belangen van een verdragsluitende partij met zich kunnen meebrengen, verstrekt de douaneadministratie van de andere verdragsluitende partij, waar mogelijk, uit eigen beweging en onverwijld zulke informatie.
De douaneadministraties kunnen in een wederzijdse regeling overeenkomstig artikel 21 van dit Verdrag prioritaire gebieden vaststellen voor de uitwisseling van informatie.
Artikel 5. Informatie over de rechtmatigheid van de invoer of uitvoer van goederen
Op verzoek stelt de aangezochte administratie de verzoekende administratie ervan op de hoogte:
- a. of goederen die werden uitgevoerd uit het grondgebied van de verzoekende partij op rechtmatige wijze zijn ingevoerd in het grondgebied van de aangezochte partij en onder welke douaneregeling de goederen eventueel zijn geplaatst;
- b. of goederen die werden ingevoerd in het grondgebied van de verzoekende partij op rechtmatige wijze zijn uitgevoerd uit het grondgebied van de aangezochte partij.
Artikel 6. Automatisch verstrekken van informatie
De douaneadministraties kunnen elkaar, op basis van een wederzijdse regeling overeenkomstig artikel 21 van dit Verdrag, automatisch informatie die onder dit Verdrag valt verstrekken.
Artikel 7. Vooraf verstrekken van informatie
De douaneadministraties kunnen elkaar, op basis van een wederzijdse regeling overeenkomstig artikel 21 van dit Verdrag, specifieke informatie verstrekken voorafgaand aan de aankomst van zendingen op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij.
HOOFDSTUK IV. BIJZONDERE VORMEN VAN BIJSTAND
Artikel 8. Technische bijstand
De douaneadministraties kunnen elkaar bijstand verlenen door het uitvoeren van benchmarks, uitwisselen van kennis, ervaring en beste praktijken met betrekking tot zaken als:
- a. training van personeel;
- b. douaneregelingen;
- c. risicobeheersing;
- d. gebruik van technische apparatuur bij controles;
- e. management en administratieve organisatie.
Artikel 9. Invordering van douanevorderingen
Op verzoek verlenen de douaneadministraties elkaar bijstand met het oog op de invordering van douanevorderingen in overeenstemming met hun nationale wetgeving. Bij het verlenen van de bijstand passen de douaneadministraties hun onderscheiden nationale wettelijke en administratieve bepalingen toe ter zake van de invordering van hun eigen douanerechten.
Bijstand bij de invordering van douanevorderingen wordt geregeld overeenkomstig artikel 21 van dit Verdrag.
Artikel 10. Toezicht en informatie
Op verzoek houdt de aangezochte administratie toezicht op en verstrekt zij informatie over:
- a. goederen in vervoer of in opslag waarvan bekend is dat zij gebruikt zijn of waarvan het vermoeden bestaat dat zij gebruikt worden voor het maken van een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van de verzoekende partij;
- b. vervoermiddelen waarvan bekend is dat ze gebruikt zijn of waarvan het vermoeden bestaat dat ze gebruikt worden voor het maken van een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van de verzoekende partij;
- c. locaties op het grondgebied van de aangezochte partij waarvan bekend is dat zij gebruikt zijn of waarvan het vermoeden bestaat dat zij gebruikt worden in verband met het maken van een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van de verzoekende partij;
- d. personen van wie bekend is dat zij een inbreuk op de douanewetgeving hebben gemaakt of van wie het vermoeden bestaat dat zij op het punt staan een inbreuk te maken op de douanewetgeving op het grondgebied van de verzoekende partij, in het bijzonder diegenen die het grondgebied van de aangezochte partij betreden en verlaten.
De douaneadministratie van een verdragsluitende partij kan dergelijk toezicht houden en uit eigen beweging dergelijke informatie aan de douaneadministratie van de andere verdragsluitende partij verstrekken indien zij redenen heeft om aan te nemen dat voorgenomen, lopende of voltooide activiteiten een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij lijken te vormen.
Artikel 11. Deskundigen en getuigen
De aangezochte administratie kan, op verzoek, functionarissen machtigen ter zake van de uitvoering van de douanewetgeving als deskundige of getuige te verschijnen voor een rechtscollege op het grondgebied van de verzoekende partij.
HOOFDSTUK V. TOEZENDING VAN VERZOEKEN
Artikel 12
Verzoeken om bijstand uit hoofde van dit Verdrag worden rechtstreeks aan de douaneadministratie van de andere verdragsluitende partij gericht. Verzoeken worden schriftelijk of elektronisch gedaan en gaan vergezeld van alle informatie die voor de inwilliging van het verzoek nuttig wordt geacht. De aangezochte administratie kan schriftelijke bevestiging van elektronische verzoeken verlangen. Wanneer de omstandigheden dit vereisen, kunnen verzoeken mondeling worden gedaan. Dergelijke verzoeken worden zo spoedig mogelijk hetzij schriftelijk, hetzij, indien beide douaneadministraties daarmee instemmen, elektronisch bevestigd.
Verzoeken ingevolge het eerste lid van dit artikel bevatten de volgende gegevens:
- a. de naam van de verzoekende administratie;
- b. het onderwerp van en de reden voor het verzoek, alsmede de aard van de verzochte bijstand;
- c. een korte beschrijving van de desbetreffende zaak en van de wettelijke en administratieve bepalingen die erop van toepassing zijn;
- d. de namen en adressen van de personen op wie het verzoek betrekking heeft, voor zover bekend.
- e. overige feiten die van belang kunnen zijn bij de uitvoering van het verzoek.
Wanneer de verzoekende administratie verlangt dat een bepaalde procedure of methode gevolgd wordt, zal de aangezochte administratie aan een dergelijk verzoek voldoen met inachtneming van haar nationale wettelijke en administratieve bepalingen.
Om originele informatie wordt slechts verzocht in gevallen waarin niet met afschriften kan worden volstaan en deze wordt zo spoedig mogelijk teruggezonden. De rechten van de aangezochte administratie of van derden ter zake blijven onverlet.
HOOFDSTUK VI. UITVOERING VAN VERZOEKEN
Artikel 13. Vergaren van informatie
Indien de aangezochte administratie niet over de gevraagde informatie beschikt, stelt zij een onderzoek in om die informatie te vergaren in overeenstemming met haar nationale wettelijke en administratieve bepalingen.
Indien de aangezochte administratie niet de bevoegde autoriteit is om een onderzoek in te stellen om de verzochte informatie te vergaren, kan zij, naast het aanwijzen van de bevoegde autoriteit, het verzoek aan die autoriteit doorzenden.
Artikel 14. Douaneonderzoek
De aangezochte administratie stelt op verzoek onderzoek in naar een inbreuk op de douanewetgeving en brengt de uitkomsten onder de aandacht van de verzoekende administratie. Dergelijk onderzoek wordt verricht in overeenstemming met de in de staat van de aangezochte administratie van kracht zijnde wetgeving. De aangezochte administratie gaat te werk alsof zij voor zichzelf optreedt.
De functionarissen van de verzoekende administratie kunnen, in specifieke gevallen, met toestemming van de aangezochte administratie en onder eventueel door de aangezochte administratie geformuleerde voorwaarden aanwezig zijn op het grondgebied van de aangezochte partij bij onderzoeken naar inbreuken op de douanewetgeving van de desbetreffende staat.
Uit hoofde van het tweede lid van dit artikel op het grondgebied van de aangezochte verdragsluitende partij aanwezige functionarissen van de verzoekende administratie treden uitsluitend op in de hoedanigheid van adviseur en nemen in geen geval actief deel aan een onderzoek. Deze functionarissen ontmoeten geen personen die ondervraagd worden en nemen evenmin eigener beweging deel aan onderzoeksactiviteiten.
Artikel 15. Bepalingen ten aanzien van bezoekende functionarissen
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.