Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Arabische Emiraten inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken
Het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Verenigde Arabische Emiraten
hierna te noemen de verdragsluitende partijen,
Gelet op het belang van een juiste vaststelling en inning van de douanerechten en van het waarborgen van een juiste handhaving door hun douaneadministraties van verboden, beperkingen en controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen;
Erkennend dat uitwisseling van informatie een essentieel onderdeel is van effectief risicobeheer;
Onderkennend dat er een evenwicht dient te worden bereikt tussen naleving en facilitatie teneinde het vrije verloop van de legale handel te waarborgen en te voldoen aan de behoefte van regeringen aan bescherming van de maatschappij, handelsbevordering en het innen van rechten;
Overwegend dat inbreuken op de douanewetgeving schadelijk zijn voor de economische, fiscale, sociale en culturele belangen en de belangen op het gebied van handel, de volksgezondheid en openbare orde van de verdragsluitende partijen;
Voorts gelet op de relevante internationale verdragen die van kracht zijn voor de verdragsluitende partijen en wederzijdse bijstand aanmoedigen alsmede op de aanbevelingen van de Wereld Douane Organisatie;
Overwegend dat de illegale grensoverschrijdende handel in wapens, explosieven, chemische, biologische en nucleaire stoffen, bedreigde dier- en plantensoorten, gevaarlijke stoffen alsmede in verdovende middelen, psychotrope stoffen en precursoren een gevaar voor de samenleving vormt;
Erkennend de noodzaak van internationale samenwerking ter zake van aangelegenheden die verband houden met de toepassing en handhaving van hun douanewetgeving;
Ervan overtuigd dat het optreden tegen inbreuken op de douanewetgeving doeltreffender kan worden door middel van nauwe samenwerking tussen hun douaneadministraties op basis van wederzijds overeengekomen wettelijke bepalingen;
Gelet op internationale verdragen die verboden, beperkingen en bijzondere controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen bevatten;
Zijn het volgende overeengekomen:
HOOFDSTUK I. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN
Artikel 1
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
- a. „douaneadministratie”:
- –. wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, de Belastingdienst;
- –. wat de Verenigde Arabische Emiraten betreft: de federale douaneautoriteit;
- b. „douanevordering”: elk bedrag aan douanerechten alsmede verhogingen, administratieve boetes, achterstallige betalingen, renten en kosten die betrekking hebben op de genoemde rechten die niet in een van de verdragsluitende partijen kunnen worden geïnd;
- c. „douanerechten”: alle rechten, belastingen of heffingen die geheven worden alsmede elke restitutie van vergoedingen of exportsubsidies die gevorderd wordt op de grondgebieden van de verdragsluitende partijen bij toepassing van de douanewetgeving, maar met uitzondering van heffingen voor verleende diensten;
- d. „douanewetgeving”: alle wettelijke en administratieve bepalingen die door een van de douaneadministraties worden toegepast of gehandhaafd in verband met de invoer, uitvoer, overslag, doorvoer, opslag en het vervoer van goederen, met inbegrip van wettelijke en administratieve bepalingen met betrekking tot verboden, beperkingen en controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen, en in verband met de bestrijding van witwassen en de financiering van terrorisme;
- e. „inbreuk op de douanewetgeving”: elke schending of poging tot schending van de douanewetgeving;
- f. „informatie”: alle gegevens, al dan niet bewerkt of geanalyseerd, en documenten, rapporten en andere mededelingen ongeacht in welke vorm, met inbegrip van de elektronische vorm, of gewaarmerkte of gelegaliseerde afschriften daarvan;
- g. „internationale logistieke keten”: alle processen die van toepassing zijn bij het grensoverschrijdend verkeer van goederen van de plaats van oorsprong naar de uiteindelijke plaats van bestemming;
- h. „functionaris”: elke douaneambtenaar of andere regeringsambtenaar aangewezen door één van de douaneadministraties;
- i. „persoon”: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon;
- j. „persoonsgegevens”: alle gegevens betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;
- k. „aangezochte administratie”: de douaneadministratie die om bijstand wordt verzocht;
- l. „verzoekende administratie”: de douaneadministratie die om bijstand verzoekt;
- m. „aangezochte partij”: de verdragsluitende partij wier douaneadministratie om bijstand wordt verzocht;
- n. „verzoekende partij”: de verdragsluitende partij wier douaneadministratie om bijstand verzoekt.
HOOFDSTUK II. REIKWIJDTE VAN HET VERDRAG
Artikel 2
De verdragsluitende partijen verlenen elkaar door tussenkomst van hun douaneadministraties administratieve bijstand onder de in dit Verdrag genoemde voorwaarden ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving, met het oog op het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op die wetgeving, alsmede om de veiligheid van de internationale logistieke keten te waarborgen.
Alle bijstand uit hoofde van dit Verdrag door een van de verdragsluitende partijen wordt verleend in overeenstemming met haar wettelijke en administratieve bepalingen en binnen de grenzen van de bevoegdheden en beschikbare middelen van haar douaneadministratie.
Dit Verdrag geldt onverminderd huidige en toekomstige verplichtingen van:
- a. de Verenigde Arabische Emiraten als lid van de Gulf Cooperation Council (Samenwerkingsraad van de Golfstaten);
- b. het Koninkrijk der Nederlanden als lid van de Europese Unie.
Dit Verdrag heeft betrekking op de wederzijdse administratieve bijstand tussen de verdragsluitende partijen en is niet bedoeld van invloed te zijn op wederzijdse rechtshulpverdragen tussen hen. Indien wederzijdse bijstand dient te worden verleend door andere autoriteiten van de aangezochte partij zal de aangezochte administratie deze autoriteiten en, voor zover, het desbetreffende verdrag dat of de desbetreffende regeling die van toepassing is vermelden.
Personen kunnen aan de bepalingen van dit Verdrag niet het recht ontlenen de uitvoering van een verzoek om bijstand te doen beletten.
HOOFDSTUK III. INFORMATIE
Artikel 3. Informatie voor de toepassing en handhaving van de douanewetgeving
De douaneadministraties verstrekken elkaar, op verzoek of uit eigen beweging, informatie ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving met het oog op het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op die wetgeving, alsmede om de veiligheid van de internationale logistieke keten te waarborgen. Deze informatie kan betrekking hebben op:
- a. nieuwe wetshandhavingstechnieken en criteria voor risicoanalyse die hun doeltreffendheid hebben bewezen;
- b. nieuwe trends, middelen of werkwijzen bij het maken van inbreuken op de douanewetgeving;
- c. goederen waarvan bekend is dat zij het voorwerp vormen van inbreuken op de douanewetgeving, alsmede de voor deze goederen toegepaste vervoer- en opslagmethoden;
- d. personen van wie bekend is dat zij een inbreuk op de douanewetgeving hebben gemaakt of van wie wordt vermoed dat zij een inbreuk op de douanewetgeving gaan maken;
- e. alle andere gegevens die de douaneadministraties van nut kunnen zijn bij de risicobeoordeling voor controle- en facilitatiedoeleinden.
Op verzoek verstrekt de aangezochte administratie de verzoekende administratie informatie die betrekking heeft op gevallen waarin de laatste reden heeft te twijfelen aan door de betreffende persoon verstrekte informatie in een zaak die verband houdt met de toepassing van de douanewetgeving.
Artikel 4. Informatie met betrekking tot inbreuken op de douanewetgeving
De douaneadministratie van een verdragsluitende partij verstrekt, op verzoek of uit eigen beweging, informatie aan de douaneadministratie van de andere verdragsluitende partij over voorgenomen, lopende of voltooide activiteiten die een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij lijken te vormen.
In gevallen die aanzienlijke schade voor de economie, volksgezondheid, openbare orde, met inbegrip van de veiligheid van de internationale logistieke keten, of voor andere vitale belangen van een verdragsluitende partij met zich kunnen meebrengen, verstrekt de douaneadministratie van de andere verdragsluitende partij, waar mogelijk, uit eigen beweging en onverwijld zulke informatie.
De douaneadministraties kunnen in een wederzijdse regeling overeenkomstig artikel 21 van dit Verdrag prioritaire gebieden vaststellen voor de uitwisseling van informatie.
Artikel 5. Informatie over de rechtmatigheid van de invoer of uitvoer van goederen
Op verzoek stelt de aangezochte administratie de verzoekende administratie ervan op de hoogte:
- a. of goederen die werden uitgevoerd uit het grondgebied van de verzoekende partij op rechtmatige wijze zijn ingevoerd in het grondgebied van de aangezochte partij en onder welke douaneregeling de goederen eventueel zijn geplaatst;
- b. of goederen die werden ingevoerd in het grondgebied van de verzoekende partij op rechtmatige wijze zijn uitgevoerd uit het grondgebied van de aangezochte partij.
Artikel 6. Automatisch verstrekken van informatie
De douaneadministraties kunnen elkaar, op basis van een wederzijdse regeling overeenkomstig artikel 21 van dit Verdrag, automatisch informatie die onder dit Verdrag valt verstrekken.
Artikel 7. Vooraf verstrekken van informatie
De douaneadministraties kunnen elkaar, op basis van een wederzijdse regeling overeenkomstig artikel 21 van dit Verdrag, specifieke informatie verstrekken voorafgaand aan de aankomst van zendingen op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij.
HOOFDSTUK IV. BIJZONDERE VORMEN VAN BIJSTAND
Artikel 8. Technische bijstand
De douaneadministraties kunnen elkaar bijstand verlenen door het uitvoeren van benchmarks, uitwisselen van kennis, ervaring en beste praktijken met betrekking tot zaken als:
- a. training van personeel;
- b. douaneregelingen;
- c. risicobeheersing;
- d. gebruik van technische apparatuur bij controles;
- e. management en administratieve organisatie.
Artikel 9. Invordering van douanevorderingen
Op verzoek verlenen de douaneadministraties elkaar bijstand met het oog op de invordering van douanevorderingen in overeenstemming met hun nationale wetgeving. Bij het verlenen van de bijstand passen de douaneadministraties hun onderscheiden nationale wettelijke en administratieve bepalingen toe ter zake van de invordering van hun eigen douanerechten.
Bijstand bij de invordering van douanevorderingen wordt geregeld overeenkomstig artikel 21 van dit Verdrag.
Artikel 10. Toezicht en informatie
Op verzoek houdt de aangezochte administratie toezicht op en verstrekt zij informatie over:
- a. goederen in vervoer of in opslag waarvan bekend is dat zij gebruikt zijn of waarvan het vermoeden bestaat dat zij gebruikt worden voor het maken van een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van de verzoekende partij;
- b. vervoermiddelen waarvan bekend is dat ze gebruikt zijn of waarvan het vermoeden bestaat dat ze gebruikt worden voor het maken van een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van de verzoekende partij;
- c. locaties op het grondgebied van de aangezochte partij waarvan bekend is dat zij gebruikt zijn of waarvan het vermoeden bestaat dat zij gebruikt worden in verband met het maken van een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van de verzoekende partij;
- d. personen van wie bekend is dat zij een inbreuk op de douanewetgeving hebben gemaakt of van wie het vermoeden bestaat dat zij op het punt staan een inbreuk te maken op de douanewetgeving op het grondgebied van de verzoekende partij, in het bijzonder diegenen die het grondgebied van de aangezochte partij betreden en verlaten.
De douaneadministratie van een verdragsluitende partij kan dergelijk toezicht houden en uit eigen beweging dergelijke informatie aan de douaneadministratie van de andere verdragsluitende partij verstrekken indien zij redenen heeft om aan te nemen dat voorgenomen, lopende of voltooide activiteiten een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij lijken te vormen.
Artikel 11. Deskundigen en getuigen
De aangezochte administratie kan, op verzoek, functionarissen machtigen ter zake van de uitvoering van de douanewetgeving als deskundige of getuige te verschijnen voor een rechtscollege op het grondgebied van de verzoekende partij.
HOOFDSTUK V. TOEZENDING VAN VERZOEKEN
Artikel 12
Verzoeken om bijstand uit hoofde van dit Verdrag worden rechtstreeks aan de douaneadministratie van de andere verdragsluitende partij gericht. Verzoeken worden schriftelijk of elektronisch gedaan en gaan vergezeld van alle informatie die voor de inwilliging van het verzoek nuttig wordt geacht. De aangezochte administratie kan schriftelijke bevestiging van elektronische verzoeken verlangen. Wanneer de omstandigheden dit vereisen, kunnen verzoeken mondeling worden gedaan. Dergelijke verzoeken worden zo spoedig mogelijk hetzij schriftelijk, hetzij, indien beide douaneadministraties daarmee instemmen, elektronisch bevestigd.
Verzoeken ingevolge het eerste lid van dit artikel bevatten de volgende gegevens:
- a. de naam van de verzoekende administratie;
- b. het onderwerp van en de reden voor het verzoek, alsmede de aard van de verzochte bijstand;
- c. een korte beschrijving van de desbetreffende zaak en van de wettelijke en administratieve bepalingen die erop van toepassing zijn;
- d. de namen en adressen van de personen op wie het verzoek betrekking heeft, voor zover bekend.
- e. overige feiten die van belang kunnen zijn bij de uitvoering van het verzoek.
Wanneer de verzoekende administratie verlangt dat een bepaalde procedure of methode gevolgd wordt, zal de aangezochte administratie aan een dergelijk verzoek voldoen met inachtneming van haar nationale wettelijke en administratieve bepalingen.
Om originele informatie wordt slechts verzocht in gevallen waarin niet met afschriften kan worden volstaan en deze wordt zo spoedig mogelijk teruggezonden. De rechten van de aangezochte administratie of van derden ter zake blijven onverlet.
HOOFDSTUK VI. UITVOERING VAN VERZOEKEN
Artikel 13. Vergaren van informatie
Indien de aangezochte administratie niet over de gevraagde informatie beschikt, stelt zij een onderzoek in om die informatie te vergaren in overeenstemming met haar nationale wettelijke en administratieve bepalingen.
Indien de aangezochte administratie niet de bevoegde autoriteit is om een onderzoek in te stellen om de verzochte informatie te vergaren, kan zij, naast het aanwijzen van de bevoegde autoriteit, het verzoek aan die autoriteit doorzenden.
Artikel 14. Douaneonderzoek
De aangezochte administratie stelt op verzoek onderzoek in naar een inbreuk op de douanewetgeving en brengt de uitkomsten onder de aandacht van de verzoekende administratie. Dergelijk onderzoek wordt verricht in overeenstemming met de in de staat van de aangezochte administratie van kracht zijnde wetgeving. De aangezochte administratie gaat te werk alsof zij voor zichzelf optreedt.
De functionarissen van de verzoekende administratie kunnen, in specifieke gevallen, met toestemming van de aangezochte administratie en onder eventueel door de aangezochte administratie geformuleerde voorwaarden aanwezig zijn op het grondgebied van de aangezochte partij bij onderzoeken naar inbreuken op de douanewetgeving van de desbetreffende staat.
Uit hoofde van het tweede lid van dit artikel op het grondgebied van de aangezochte verdragsluitende partij aanwezige functionarissen van de verzoekende administratie treden uitsluitend op in de hoedanigheid van adviseur en nemen in geen geval actief deel aan een onderzoek. Deze functionarissen ontmoeten geen personen die ondervraagd worden en nemen evenmin eigener beweging deel aan onderzoeksactiviteiten.
Artikel 15. Bepalingen ten aanzien van bezoekende functionarissen
Indien functionarissen van de ene verdragsluitende partij aanwezig zijn op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij uit hoofde van dit Verdrag, dienen zij te allen tijde in staat te zijn hun identiteit en officiële hoedanigheid aan te tonen.
Functionarissen van de ene verdragsluitende partij genieten, gedurende hun verblijf uit hoofde van dit Verdrag op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij, de bescherming die wordt toegekend aan douaneambtenaren van de andere verdragsluitende partij voor zover dit uit hoofde van de wettelijke en administratieve bepalingen van die verdragsluitende partij mogelijk is en zij zijn verantwoordelijk voor de strafbare feiten die zij eventueel begaan.
HOOFDSTUK VI. GEBRUIK, VERTROUWELIJKHEID EN BESCHERMING VAN INFORMATIE
Artikel 16. Gebruik van informatie
Alle uit hoofde van dit Verdrag ontvangen informatie mag slechts voor de doeleinden van dit Verdrag en door de douane-administraties worden gebruikt, behalve in de gevallen waarin de douane-administratie die deze informatie heeft verstrekt, uitdrukkelijk haar goedkeuring hecht aan het gebruik daarvan voor andere doeleinden of door andere autoriteiten van de verdragsluitende partijen, met inachtneming van alle door haar daaraan verbonden voorwaarden. Deze informatie wordt evenwel niet overgedragen aan derde landen.
Het gebruik van informatie bedoeld in het eerste lid van dit artikel dient in overeenstemming te zijn met de wettelijke en administratieve bepalingen van de verdragsluitende partij die de informatie wil gebruiken. Het gebruik van informatie voor andere doeleinden omvat het gebruik bij strafrechtelijk onderzoek, strafrechtelijke vervolging en strafrechtelijke procedures.
Artikel 17. Vertrouwelijk karakter van informatie
Alle uit hoofde van dit Verdrag ontvangen informatie wordt vertrouwelijk behandeld en daarvoor gelden ten minste dezelfde bescherming en vertrouwelijkheid als die welke voor soortgelijke informatie gelden krachtens de nationale wettelijke en administratieve bepalingen van de verdragsluitende partij op wier grondgebied zij wordt ontvangen.
Artikel 18. Persoonsgegevens
Om de bescherming te waarborgen dienen de persoonsgegevens die aan de andere partij worden verstrekt in het kader van de samenwerking ingesteld bij dit Verdrag te zijn gebaseerd op de nationale wetgeving van elke verdragsluitende partij in overeenstemming met de volgende bepalingen:
-
- De douaneadministratie die persoonsgegevens ontvangt mag deze uitsluitend gebruiken voor de doelen en onder de voorwaarden geformuleerd door de verstrekkende douaneadministratie, met inbegrip van de termijnen waarna deze gegevens dienen te worden vernietigd.
-
- De douaneadministratie die persoonsgegevens ontvangt licht de verstrekkende douaneadministratie op haar verzoek in over het gebruik van de gegevens en de daarmee bereikte resultaten.
-
- Persoonsgegevens worden uitsluitend verzonden naar de bevoegde douaneadministratie voor de verrichting waarvoor zij benodigd zijn; deze gegevens mogen uitsluitend met de schriftelijke toestemming van de verstrekkende douaneadministratie worden doorgezonden naar andere autoriteiten.
-
- De verstrekkende douaneadministratie waarborgt de juistheid van de verstrekte gegevens na te hebben vastgesteld dat het verstrekken van de gegevens noodzakelijk en relevant is voor het beoogde doel. Indien vastgesteld wordt dat er onjuiste gegevens of gegevens die niet hadden mogen worden verstrekt zijn verstrekt, stelt de verstrekkende douaneadministratie de ontvangende douaneadministratie daar onverwijld van op de hoogte waarna deze de onjuiste gegevens zal verbeteren en de gegevens die niet hadden mogen worden verstrekt zal vernietigen.
-
- De betrokken persoon wordt op verzoek ingelicht over de omtrent hem aanwezige persoonsgegevens en over het beoogde gebruik ervan. Een dergelijke verplichting bestaat niet voor zover het openbaar belang bij het niet inlichten van de betrokken persoon zwaarder weegt dan het belang van die persoon te worden ingelicht. Het recht te worden ingelicht wordt voor het overige beheerst door nationale wettelijke en administratieve bepalingen.
-
- Persoonsgegevens dienen te worden vernietigd zodra de ontvangende douaneadministratie ze niet langer nodig heeft. De ontvangende douaneadministratie licht de verstrekkende douaneadministratie onmiddellijk in zodra de gegevens zijn vernietigd onder vermelding van de reden.
-
- Elke douaneadministratie houdt een register bij van de verstrekte gegevens en de vernietiging ervan.
-
- De douaneadministraties waarborgen dat aan hen verstrekte persoonsgegevens worden beschermd tegen toegang door onbevoegden, wijziging of publicatie.
-
- Indien dit Verdrag wordt beëindigd of niet wordt verlengd, dienen alle persoonsgegevens onverwijld te worden vernietigd.
-
- Persoonsgegevens worden niet verzonden aan derden.
HOOFDSTUK VIII. UITSLUITINGSGRONDEN
Artikel 19
Indien de bijstand waar uit hoofde van dit Verdrag om wordt verzocht een inbreuk zou kunnen vormen op de soevereiniteit, de veiligheid, de openbare orde of een ander wezenlijk nationaal belang van de aangezochte partij, of rechtmatige handels- of beroepsbelangen zou kunnen schaden, kan deze bijstand door die verdragsluitende partij worden geweigerd of worden verstrekt onder de voorwaarden die zij verlangt.
Indien de verzoekende administratie niet in staat zou zijn een soortgelijk verzoek van de aangezochte administratie in te willigen, wijst zij daarop in haar verzoek. Inwilliging van een dergelijk verzoek wordt overgelaten aan het oordeel van de aangezochte administratie.
De bijstand kan worden uitgesteld indien er gronden zijn om aan te nemen dat een lopend onderzoek of een lopende vervolging of procedure hiermee wordt doorkruist. In een dergelijk geval pleegt de aangezochte administratie overleg met de verzoekende administratie om te bepalen of de bijstand kan worden verleend onder de voorwaarden die de aangezochte administratie kan verlangen.
Indien de aangezochte administratie van mening is dat de inspanningen die moeten worden verricht om aan het verzoek te voldoen duidelijk niet in verhouding staan tot het beoogde nut voor de verzoekende administratie, kan zij de gevraagde bijstand weigeren.
De aangezochte administratie die de bijstand weigert of uitstelt dient de verzoekende administratie daarvan onverwijld in kennis te stellen. De weigering of het uitstel dient met redenen te worden omkleed.
HOOFDSTUK IX. KOSTEN
Artikel 20
Behoudens het bepaalde in het tweede en derde lid van dit artikel zien de verdragsluitende partijen af van alle vorderingen tot vergoeding van ter uitvoering van dit Verdrag gemaakte kosten.
Bedragen en vergoedingen betaald aan deskundigen en getuigen, alsook de kosten van vertalers en tolken die niet in dienst zijn van de regering, worden gedragen door de verzoekende partij.
Indien met de uitvoering van het verzoek aanmerkelijke kosten of kosten van buitengewone aard zullen zijn gemoeid, plegen de verdragsluitende partijen overleg om de voorwaarden te bepalen waaronder het verzoek zal worden uitgevoerd, alsmede de wijze waarop de kosten worden gedragen.
HOOFDSTUK X. UITVOERING EN TOEPASSING VAN HET VERDRAG
Artikel 21
De douaneadministraties besluiten gezamenlijk, binnen het kader van dit Verdrag, over nadere regelingen ter vergemakkelijking van de uitvoering en toepassing van dit Verdrag.
HOOFDSTUK XI. TERRITORIALE TOEPASSING
Artikel 22
Dit Verdrag is van toepassing op de grondgebieden van de verdragsluitende partijen.
Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag van toepassing op:
- a. zijn grondgebied in Europa;
- b. het Caribische deel van Nederland (de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba);
- c. Aruba;
- d. Curaçao; en
- e. Sint Maarten.
In afwijking van het tweede lid van dit artikel, is het derde lid van artikel 2 onder b uitsluitend van toepassing op zijn grondgebied in Europa.
HOOFDSTUK XII. BESLECHTING VAN GESCHILLEN
Artikel 23
De douaneadministraties streven ernaar geschillen of andere problemen betreffende de interpretatie of toepassing van dit Verdrag in onderlinge overeenstemming op te lossen.
Geschillen of problemen waarvoor geen oplossing wordt gevonden, worden langs diplomatieke weg geregeld.
HOOFDSTUK XIII. SLOTBEPALINGEN
Artikel 24. Inwerkingtreding
Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand nadat de verdragsluitende partijen elkaar langs diplomatieke weg schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld dat aan de grondwettelijke of nationale vereisten voor de inwerkingtreding van dit Verdrag is voldaan.
Artikel 25. Herziening
Op verzoek komen de verdragsluitende partijen bijeen teneinde het Verdrag te herzien.
Artikel 26. Duur en beëindiging
Dit Verdrag wordt in beginsel voor onbepaalde tijd gesloten, maar elk van beide verdragsluitende partijen kan het te allen tijde door middel van een kennisgeving langs diplomatieke weg beëindigen.
De beëindiging wordt van kracht drie maanden na de datum van de kennisgeving aan de andere verdragsluitende partij.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Agreement.
DONE AT The Hague on the 9th day of June 2015, in duplicate, in the Netherlands, Arabic and English languages, all texts being equally authentic. In case of divergence of interpretation the English text shall prevail.
For the Kingdom of the Netherlands,
PIETER HASEKAMP
For the United Arab Emirates,
KHALED ALI ALBUSTANI
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)