Verdrag inzake de coproductie van films tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Volksrepubliek China

Type Verdrag
Publication 2016-06-03
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Volksrepubliek China („de verdragsluitende partijen”);

Overwegende dat de filmindustrie van beide landen baat heeft bij nauwere wederzijdse samenwerking bij de productie van films;

Ernaar strevend voort te bouwen op de samenwerking op filmgebied tussen beide landen en deze uit te breiden;

Geleid door de wens de coproductie van films te versterken en te faciliteren, hetgeen bevorderlijk kan zijn voor de filmindustrie van beide landen en voor de ontwikkeling van hun culturele en economische uitwisselingen;

Ervan overtuigd dat deze uitwisselingen bijdragen aan het verbeteren van de betrekkingen tussen beide landen;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

1.1. Voor de toepassing van dit Verdrag:

Artikel 2. Erkenning als nationale film en recht op voordelen

2.1. Voor een gecoproduceerde film kan aanspraak worden gemaakt op alle voordelen die in respectievelijk China en Nederland aan nationale films worden of kunnen worden toegekend, met inachtneming van de wet- en/of regelgeving die op enig moment in elk land van kracht is. Deze voordelen komen uitsluitend toe aan de coproducent van het land dat deze toekent.

2.2. De in het eerste lid van dit artikel bedoelde voordelen omvatten in het bijzonder:

2.3. Niettegenstaande de bepalingen van artikel 2, eerste en tweede lid, vloeit aanspraak op fiscale voordelen (mits de film voldoet aan de criteria waaraan nationale films voor deze voordelen dienen te voldoen) uitsluitend voort uit de wet- en/of regelgeving die op enig moment in elk land van kracht is, zulks met zorgvuldige inachtneming van de bepalingen van het Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Volksrepubliek China tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen, ondertekend op 31 mei 2013 te Beijing.

Artikel 3. Bevoegde autoriteiten

3.1. De bevoegde autoriteit van elke verdragsluitende partij wordt vermeld in de Bijlage bij dit Verdrag. Wanneer een verdragsluitende partij een andere autoriteit wenst aan te wijzen als haar bevoegde autoriteit, dient zij, niettegenstaande artikel 14, de andere partij langs diplomatieke weg vooraf schriftelijk in kennis te stellen van deze wijziging.

Artikel 4. Goedkeuring van projecten

4.1. Voor gecoproduceerde films dient voorlopige goedkeuring van de onderscheiden bevoegde autoriteiten te worden verkregen alvorens zij in productie worden genomen. Het is de verantwoordelijkheid van de coproducenten de door de bevoegde autoriteiten gewenste documentatie te verstrekken om de bevoegde autoriteiten in staat te stellen hun proces van voorlopige goedkeuring af te ronden.

4.2. Gecoproduceerde films dienen te worden gemaakt overeenkomstig de voorwaarden van de voorlopige goedkeuring die door de bevoegde autoriteiten is verleend.

4.3. Na voltooiing van de productie is het de verantwoordelijkheid van de coproducenten de voltooide gecoproduceerde film (en alle door de bevoegde autoriteiten vereiste documentatie) te overleggen aan de bevoegde autoriteiten om hen in staat te stellen hun procedures voor definitieve goedkeuring af te ronden alvorens voor de gecoproduceerde film de voordelen verbonden aan definitieve goedkeuring worden verkregen, ingevolge artikel 2.1.

4.4. Bij het vaststellen van de voorlopige en definitieve goedkeuring passen de bevoegde autoriteiten de Bijlage bij dit Verdrag toe op gecoproduceerde films.

4.5. Om te kunnen bepalen of een project voldoet aan de bepalingen van dit Verdrag treden de bevoegde autoriteiten met elkaar in overleg. Bij het bepalen of voorlopige of definitieve goedkeuring wordt verleend of geweigerd past elke bevoegde autoriteit haar eigen beleid en richtlijnen toe.

4.6. Bij goedkeuring van een gecoproduceerde film kan elke autoriteit voorwaarden voor goedkeuring vaststellen teneinde de algemene doelstellingen van dit Verdrag te verwezenlijken. Wanneer de bevoegde autoriteiten geen overeenstemming bereiken over het verlenen van een dergelijke goedkeuring of het opnemen van een dergelijke voorwaarde, wordt het betreffende project niet goedgekeurd ingevolge dit Verdrag.

4.7. Met betrekking tot China wordt een gecoproduceerde film geacht de procedure voor voorlopige goedkeuring te hebben doorlopen zodra de Chinese bevoegde autoriteit het project de status van „vastgesteld project” heeft toegekend. Een gecoproduceerde film wordt geacht de procedure voor definitieve goedkeuring te hebben doorlopen zodra de Chinese bevoegde autoriteit de film „vergunning voor publieke vertoning” heeft toegekend.

4.8. Met betrekking tot Nederland wordt een gecoproduceerde film geacht de procedure voor voorlopige goedkeuring te hebben doorlopen zodra de Nederlandse bevoegde autoriteit de Nederlandse coproducent er schriftelijk van in kennis stelt dat de voorlopige goedkeuring is verleend. Een gecoproduceerde film wordt geacht de procedure voor definitieve goedkeuring te hebben doorlopen zodra de Nederlandse bevoegde autoriteit de Nederlandse coproducent er schriftelijk van in kennis stelt dat de definitieve goedkeuring is verleend.

Artikel 5. Vereisten voor coproductiebedrijven/natuurlijke personen

5.1. Productiebedrijven die betrokken zijn bij een gecoproduceerde film dienen te zijn geregistreerd in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de desbetreffende verdragsluitende partij. Daarnaast dienen individuele producenten, productiebedrijven en studio’s elke vergunning te verkrijgen die de bevoegde autoriteiten vereisen.

5.2. Gecoproduceerde films dienen te worden gemaakt door filmproducenten wier technische en financiële mogelijkheden en professionele ervaring voldoen aan de vereisten van de goedkeuringsprocedures van de onderscheiden bevoegde autoriteiten.

Artikel 6. Met derden gecoproduceerde films

6.1. Met wederzijdse instemming van de bevoegde autoriteiten kan elke derde als coproducent deelnemen aan een gecoproduceerde film ingevolge dit Verdrag.

Artikel 7. Aanvraag van coproductiestatus

7.1. De Chinese coproducent is verantwoordelijk voor het aanvragen van de coproductiestatus in China en dient al het nodige te doen om te waarborgen dat de gecoproduceerde film voldoet aan de eisen voor het toekennen van de coproductiestatus van zowel de Chinese bevoegde autoriteit als de Chinese uitvoerende organisatie.

7.2. De Nederlandse coproducent is verantwoordelijk voor het aanvragen van de coproductiestatus in Nederland en dient al het nodige te doen om te waarborgen dat de gecoproduceerde film voldoet aan de eisen voor het toekennen van de coproductiestatus van de Nederlandse bevoegde autoriteit.

7.3. Elke derde coproducent dient te voldoen aan alle voorwaarden verbonden aan de coproductiestatus waaraan voldaan zou moeten worden bij de productie van een film onder de voorwaarden van het verdrag inzake de coproductie van films dat van kracht is tussen het grondgebied van deze coproducent en hetzij China, hetzij Nederland.

Artikel 8. Invoer van apparatuur

8.1. Elke verdragsluitende partij voorziet, in overeenstemming met haar eigen wetgeving, in de tijdelijke toelating, vrij van invoerrechten en -heffingen, van filmapparatuur voor het maken van gecoproduceerde films.

Artikel 9. Faciliteren van immigratie

9.1. Elk van de verdragsluitende partijen verleent toestemming aan het personeel van het andere land dat voldoet aan artikel 1, eerste lid, onderdelen d en e, en aan burgers van het grondgebied van een derde coproducent om China of Nederland, naargelang van het geval, binnen te komen en er te verblijven ten behoeve van het maken of exploiteren van een gecoproduceerde film, op voorwaarde dat zij zich houden aan de relevante wetten van de onderscheiden grondgebieden met betrekking tot binnenkomst en verblijf, met inbegrip van terugkeer.

Artikel 10. Eerbiediging van wetten en culturele gebruiken

10.1. De productiecrews van beide verdragsluitende partijen eerbiedigen de grondwet, wet- en regelgeving, etnische culturen, religieuze overtuigingen en lokale gebruiken en conventies van het land waar op locatie wordt gefilmd.

Artikel 11. Toestemming voor publieke vertoning

11.1. De goedkeuring van een gecoproduceerde film door de bevoegde autoriteiten verplicht de desbetreffende autoriteiten van een verdragsluitende partij niet toestemming te verlenen voor de publieke vertoning van de uiteindelijke film in hun land.

Artikel 12. Internationale filmfestivals

12.1. De coproducent met de grootste inbreng heeft het eerste recht op het inzenden van een gecoproduceerde film naar een filmfestival. Indien beide coproducenten hiermee instemmen kan elk van hen een gecoproduceerde film naar een internationaal filmfestival zenden, mits de onderscheiden bevoegde autoriteiten ten minste 30 dagen voordat het evenement begint van dit voornemen in kennis zijn gesteld.

Artikel 13. Uitwisseling van films

13.1. De bevoegde autoriteiten moedigen filmorganisaties en personen in beide landen aan tot uitwisseling en samenwerking, met inbegrip van de invoer en vertoning van elkaars films en het filmen op locatie en productie op elkaars grondgebied.

Artikel 14. Status van de Bijlage

14.1. De Bijlage bij dit Verdrag maakt integraal onderdeel uit van dit Verdrag en strekt tot uitvoering ervan.

14.2. Met inachtneming van artikel 3, eerste lid, en niettegenstaande artikel 15, tweede lid, dienen de bevoegde autoriteiten gezamenlijk wijzigingen van de Bijlage overeen te komen. Geen enkele wijziging van de Bijlage mag in strijd zijn met de bepalingen van dit Verdrag.

14.3. Wijzigingen van de Bijlage worden bevestigd door middel van een diplomatieke nota en treden in werking op de datum vermeld in de diplomatieke nota.

Artikel 15. Wijziging en toetsing

15.1. De bevoegde autoriteiten van beide verdragsluitende partijen houden toezicht op en toetsen de werking van dit Verdrag, streven ernaar problemen bij de uitvoering ervan op te lossen en doen de voorstellen die nodig worden geacht voor wijziging van dit Verdrag.

15.2. Dit Verdrag kan met wederzijdse instemming van de verdragsluitende partijen worden gewijzigd. Deze wijzigingen worden van kracht in overeenstemming met de voorwaarden vervat in artikel 16, eerste lid.

Artikel 16. Inwerkingtreding

16.1. Dit Verdrag treedt in werking zodra de verdragsluitende partijen elkaar er via diplomatieke weg schriftelijk van in kennis hebben gesteld dat hun onderscheiden nationale vereisten voor de inwerkingtreding zijn afgerond. Dit Verdrag treedt in werking dertig dagen na ontvangst van de laatste van deze twee kennisgevingen.

16.2. Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft is dit Verdrag uitsluitend van toepassing op het Europese deel van Nederland.

Artikel 17. Internationale verplichtingen

17.1. De bepalingen van dit Verdrag laten de overige internationale verplichtingen van de verdragsluitende partijen, met inbegrip van de verplichtingen van de regering van het Koninkrijk der Nederlanden ingevolge de wetgeving van de Europese Unie, onverlet.

Artikel 18. Duur en beëindiging

18.1. Dit Verdrag blijft van kracht gedurende een tijdvak van vier jaar.

18.2. Elke verdragsluitende partij kan dit Verdrag opzeggen door de andere verdragsluitende partij ten minste zes maanden van tevoren schriftelijk daarvan in kennis te stellen.

18.3. Indien geen van de verdragsluitende partijen zes maanden voor de vervaldatum een schriftelijke kennisgeving heeft gedaan, wordt dit Verdrag automatisch verlengd met een tijdvak van nogmaals vier jaar en kan daarna dienovereenkomstig met dezelfde tijdvakken worden verlengd.

18.4. Een film die is gemaakt overeenkomstig de goedkeuring van de bevoegde autoriteiten ingevolge dit Verdrag maar die na beëindiging van dit Verdrag wordt voltooid, wordt behandeld als een gecoproduceerde film en de coproducenten ervan hebben dienovereenkomstig recht op alle voordelen van dit Verdrag.

A. Bevoegde autoriteiten

B. Regels die van toepassing zijn op gecoproduceerde films

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, duly authorized thereto, have signed this Agreement.

DONE at Beijing, on 26 October 2015, in duplicate in the Dutch, Chinese and English languages, all texts being equally authentic. In case of divergence in interpretation, the English text shall prevail.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands,

A.G. KOENDERS

For the Government of the People’s Republic of China,

CAI FUCHAO

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.