Verdrag betreffende veiligheid bij het gebruik van chemische stoffen bij de arbeid
De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,
Door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau bijeengeroepen te Genève, en aldaar bijeengekomen op 6 juni 1990, in haar zevenenzeventigste Zitting;
Gelet op de internationale arbeidsverdragen en -aanbevelingen op dit terrein, en in het bijzonder op het Verdrag en de Aanbeveling betreffende benzeen 1971, het Verdrag en de Aanbeveling betreffende beroepskanker 1974, het Verdrag en de Aanbeveling betreffende het werkmilieu (luchtverontreiniging, lawaai en trillingen), 1977, het Verdrag en de Aanbeveling betreffende beroepsveiligheid en gezondheid, 1981, het Verdrag en de Aanbeveling betreffende bedrijfsgezondheidsdiensten, 1985, het Verdrag en de Aanbeveling betreffende asbest, 1986, en de lijst van beroepsziekten zoals gewijzigd in 1980, gehecht aan het Verdrag betreffende arbeidsongevallen, 1964 en
Gelet op het feit dat de bescherming van werknemers tegen de schadelijke effecten van chemische stoffen ook de bescherming van de bevolking en van het milieu verhoogt, en
Gelet op het feit dat de werknemers behoefte hebben aan, en recht hebben op, informatie over de chemische stoffen die zij bij hun werk gebruiken, en
Overwegende dat het van groot belang is om door chemische stoffen veroorzaakte ziekten en ongevallen bij de arbeid te voorkomen of te verminderen door:
er voor te zorgen dat alle chemische stoffen worden getoetst op hun risico's,
de werkgevers een methode te verschaffen om van leveranciers informatie te verkrijgen over de chemische stoffen die bij het werk worden gebruikt zodat zij doeltreffende programma's kunnen uitvoeren om de werknemers te beschermen tegen de risico's van chemische stoffen,
de werknemers informatie te verschaffen over de chemische stoffen op hun werkplek, en over passende voorzorgsmaatregelen zodat zij met vrucht betrokken kunnen zijn bij beschermingsprogramma's,
uitgangspunten voor deze programma's vast te stellen om er voor te zorgen dat chemische stoffen op een veilige wijze worden gebruikt, en
In aanmerking nemend de behoefte aan samenwerking in het kader van het Internationaal Programma inzake chemische veiligheid tussen de Internationale Arbeidsorganisatie, het Milieuprogramma van de Verenigde Naties en de Wereldgezondheidsorganisatie, alsmede met de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties en de Industriële Ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties, en gelet op de akten, codes en richtlijnen die door deze organisaties worden gepubliceerd, en
Besloten hebbend tot het aannemen van bepaalde voorstellen betreffende veiligheid bij het gebruik van chemische stoffen bij de arbeid, welk onderwerp als vijfde punt op de agenda van de Zitting staat, en
Vastgesteld hebbend dat deze voorstellen de vorm zullen aannemen van een internationaal verdrag;
neemt heden, de vijfentwintigste juni van het jaar negentienhonderdnegentig het volgende verdrag aan, dat kan worden aangehaald als Verdrag betreffende chemische stoffen, 1990.
DEEL I. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 1
Dit Verdrag is van toepassing op alle takken van economische bedrijvigheid waarin chemische stoffen worden gebruikt.
Na raadpleging van de meest betrokken representatieve organisaties van werkgevers en werknemers, en op basis van een beoordeling van de betrokken risico's en van de toe te passen beschermingsmaatregelen, kan de bevoegde autoriteit van een Lid dat dit Verdrag bekrachtigt
- a. bepaalde takken van economische bedrijvigheid, ondernemingen of produkten van de toepassing van het Verdrag of van bepaalde bepalingen daarvan uitsluiten, wanneer: en dient deze bevoegde autoriteit
- i. zich bijzondere problemen van omvangrijke aard voordoen; en
- ii. het niveau van bescherming dat ingevolge de nationale wetgeving en de nationale praktijk geboden wordt, over het geheel genomen niet lager is dan hetgeen zou voortvloeien uit de volledige toepassing van de bepalingen van het Verdrag;
- b. bijzondere maatregelen te treffen om vertrouwelijke informatie te beschermen waarvan de bekendmaking aan een concurrent, schade zou kunnen berokkenen aan het bedrijf van een werkgever, zolang de veiligheid en de gezondheid van de werknemers daardoor niet in het geding komen.
Dit Verdrag is niet van toepassing op artikelen die de werknemers onder normale of redelijk voorzienbare omstandigheden van gebruik niet blootstellen aan een gevaarlijke chemische stof.
Dit Verdrag is niet van toepassing op organismen, maar wel op chemische stoffen die zijn verkregen uit organismen.
Artikel 2
Voor de toepassing van dit Verdrag:
- a. wordt onder de term „chemische stoffen” verstaan: elementen en verbindingen en mengsels daarvan, zowel natuurlijke als synthetische;
- b. wordt onder de term „gevaarlijke chemische stof” mede begrepen: elke chemische stof die is geclassificeerd als gevaarlijk in overeenstemming met artikel 6 of waarover informatie bestaat die afdoende aangeeft dat de chemische stof gevaarlijk is;
- c. wordt onder de term „gebruik van chemische stoffen bij de arbeid” verstaan: elke arbeidsverrichting die een werknemer zou kunnen blootstellen aan een chemische stof, met inbegrip van:
- i. de produktie van chemische stoffen;
- ii. de verwerking van chemische stoffen;
- iii. de opslag van chemische stoffen;
- iv. het vervoer van chemische stoffen;
- v. de afvoer en verwerking van chemische afvalstoffen;
- vi. het vrijkomen van chemische stoffen als gevolg van arbeidsverrichtingen;
- vii. het onderhoud, herstel en schoonmaken van installaties en houders voor chemische stoffen;
- d. wordt onder de term „takken van economische bedrijvigheid” verstaan: alle takken waarin werknemers zijn tewerkgesteld, met inbegrip van de overheidsdienst;
- e. wordt onder de term „artikel” verstaan: een voorwerp dat bij zijn vervaardiging naar een bepaald model of ontwerp is gevormd of dat zijn natuurlijke gedaante heeft, en waarvan het gebruik in die vorm geheel of gedeeltelijk afhankelijk is van zijn model of ontwerp;
- f. wordt onder de term „werknemersvertegenwoordigers” verstaan: personen die als zodanig zijn erkend door de nationale wetgeving en praktijk, in overeenstemming met het Verdrag betreffende werknemersvertegenwoordigers, 1971.
DEEL II. ALGEMENE BEGINSELEN
Artikel 3
De meest betrokken representatieve organisaties van werkgevers en werknemers dienen te worden geraadpleegd over de ter uitvoering van de bepalingen van dit Verdrag te nemen maatregelen.
Artikel 4
Rekening houdend met de nationale omstandigheden en praktijk en in overleg met de meest representatieve organisaties van werkgevers en werknemers, dient elk Lid een samenhangend beleid inzake veiligheid bij het gebruik van chemische stoffen bij de arbeid te formuleren, tot uitvoering te brengen, en op geregelde tijden te herzien.
Artikel 5
De bevoegde autoriteit dient de bevoegdheid te hebben om, indien dat gerechtvaardigd is om redenen van veiligheid en gezondheid, het gebruik van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen te verbieden of te beperken, of voorafgaande kennisgeving en vergunning te verlangen voor die chemische stoffen worden gebruikt.
DEEL III. CLASSIFICATIE EN DAAROP BETREKKING HEBBENDE MAATREGELEN
Artikel 6. Classificatiesystemen
Geëigende systemen en specifieke criteria voor de classificatie van alle chemische stoffen naar soort en mate van de eraan verbonden fysieke gevaren en gevaren voor de gezondheid, alsmede voor het beoordelen van de juistheid van de informatie die nodig is om vast te stellen of een chemische stof gevaarlijk is, dienen te worden vastgesteld door de bevoegde autoriteit of door een door de bevoegde autoriteit goedgekeurde of erkende instantie, in overeenstemming met nationale en internationale normen.
De gevaarlijke eigenschappen van mengsels samengesteld uit twee of meer chemische stoffen kunnen worden vastgesteld door beoordelingen gebaseerd op de gevaren verbonden aan de chemische stoffen waaruit zij zijn samengesteld.
Wat betreft het vervoer dienen deze systemen en criteria rekening te houden met de aanbevelingen van de Verenigde Naties over het vervoer van gevaarlijke stoffen.
De classificatiesystemen en hun toepassing dienen geleidelijk te worden uitgebreid.
Artikel 7. Etiketteren en merken
Alle chemische stoffen dienen zodanig te worden gemerkt dat zij kunnen worden geïdentificeerd.
Gevaarlijke chemische stoffen dienen bovendien van een voor de werknemers gemakkelijk te begrijpen etiket te worden voorzien, teneinde wezenlijke informatie te verschaffen over hun classificatie, over de gevaren die zij met zich mee brengen en over de voorzorgsmaatregelen die met het oog op de veiligheid in acht dienen te worden genomen.
- (1). De eisen waaraan het merken en etiketteren van chemische stoffen, zoals bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel, moeten voldoen, dienen te worden vastgesteld door de bevoegde autoriteit of door een door de bevoegde autoriteit goedgekeurde en erkende instantie, in overeenstemming met nationale en internationale normen.
- (2). Wat betreft het vervoer dienen deze eisen rekening te houden met de Aanbevelingen van de Verenigde Naties over het vervoer van gevaarlijke stoffen.
Artikel 8. Informatiebladen over chemische stoffen
Voor gevaarlijke chemische stoffen dienen aan de werkgevers informatiebladen over chemische stoffen te worden geleverd die uitvoerige essentiële informatie bevatten over hun identiteit, leverancier, classificatie, gevaren, voorzorgsmaatregelen en voorschriften bij noodgevallen.
Criteria voor het opstellen van informatiebladen over chemische stoffen dienen te worden vastgesteld door de bevoegde autoriteit of door een door de bevoegde autoriteit goedgekeurde en erkende instantie, in overeenstemming met nationale en internationale normen.
De chemische of gebruikelijke naam die wordt gebruikt om een chemische stof te identificeren op het informatieblad over chemische stoffen, dient dezelfde te zijn als die welke wordt gebruikt op het etiket.
Artikel 9. Verantwoordelijkheden van de leveranciers
Leveranciers van chemische stoffen, om het even of zij fabrikanten, importeurs of tussenhandelaars zijn, dienen er voor te zorgen dat:
- a. die chemische stoffen zijn geclassificeerd in overeenstemming met artikel 6 op basis van kennis van hun eigenschappen en van een onderzoek naar de beschikbare informatie of zijn beoordeeld in overeenstemming met het derde lid van dit artikel;
- b. die chemische stoffen zodanig zijn gemerkt dat zij kunnen worden geïdentificeerd in overeenstemming met artikel 7, eerste lid;
- c. gevaarlijke chemische stoffen die zij leveren zijn voorzien van een etiket in overeenstemming met artikel 7, tweede lid;
- d. informatiebladen over chemische stoffen worden opgesteld voor die gevaarlijke chemische stoffen, in overeenstemming met artikel 8, eerste lid, en dat zij aan de werkgevers worden geleverd.
Leveranciers van gevaarlijke chemische stoffen dienen er voor te zorgen dat herziene etiketten en informatiebladen over chemische stoffen worden opgesteld en worden geleverd aan de werkgevers, volgens een methode die overeenstemt met de nationale wetgeving en praktijk, telkens wanneer nieuwe, ter zake doende informatie over veiligheid en gezondheid beschikbaar komt.
Leveranciers van chemische stoffen die nog niet zijn geclassificeerd in overeenstemming met artikel 6, dienen de chemische stoffen die zij leveren te identificeren en de eigenschappen van deze chemische stoffen te beoordelen op basis van een onderzoek naar de beschikbare informatie om te bepalen of het gevaarlijke chemische stoffen zijn.
DEEL IV. VERANTWOORDELIJKHEDEN VAN DE WERKGEVERS
Artikel 10. Identificatie
De werkgevers dienen er voor te zorgen dat alle chemische stoffen die bij het werk worden gebruikt, geëtiketteerd of gemerkt zijn zoals voorzien in artikel 7 en dat de informatiebladen over chemische stoffen geleverd zijn zoals voorzien in artikel 8 en beschikbaar worden gesteld aan de werknemers en hun vertegenwoordigers.
Werkgevers die chemische stoffen ontvangen die niet geëtiketteerd of gemerkt zijn zoals voorzien in artikel 7, of waarvoor geen informatiebladen over chemische stoffen zoals voorzien in artikel 8 zijn geleverd, dienen zich de desbetreffende informatie te verschaffen bij de leverancier of uit andere redelijk toegankelijke bronnen en mogen deze chemische stoffen niet gebruiken voordat die informatie is verkregen.
De werkgevers dienen er voor te zorgen dat alleen chemische stoffen worden gebruikt die geclassificeerd zijn in overeenstemming met artikel 9, derde lid, en die geëtiketteerd of gemerkt zijn in overeenstemming met artikel 7 en dat alle noodzakelijke voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen wanneer deze worden gebruikt.
Werkgevers dienen een lijst bij te houden van gevaarlijke chemische stoffen die op de werkplek worden gebruikt, verwijzend naar de desbetreffende informatiebladen over chemische stoffen. Deze lijst dient toegankelijk te zijn voor alle betrokken werknemers en hun vertegenwoordigers.
Artikel 11. Het overbrengen van chemische stoffen
De werkgevers dienen er voor te zorgen dat, wanneer chemische stoffen worden overgebracht in andere houders of installaties, de inhoud zodanig wordt aangegeven dat de werknemers worden geïnformeerd over hun identiteit, over alle gevaren die het gebruik ervan met zich mee brengt en alle voorzorgsmaatregelen die met het oog op de veiligheid in acht dienen te worden genomen.
Artikel 12. Blootstelling
De werkgevers dienen:
- a. er voor te zorgen dat de werknemers niet worden blootgesteld aan chemische stoffen boven de limieten of andere blootstellingscriteria die voor de beoordeling van en het toezicht op de arbeidsomstandigheden zijn vastgesteld door de bevoegde autoriteit of door een door de bevoegde autoriteit goedgekeurde en erkende instantie, in overeenstemming met de nationale en internationale normen;
- b. de blootstelling van de werknemers aan gevaarlijke chemische stoffen te evalueren;
- c. de blootstelling van de werknemers aan gevaarlijke chemische stoffen te bewaken en te registreren wanneer dat noodzakelijk is om de veiligheid en gezondheid van de werknemers te waarborgen of wanneer de bevoegde autoriteit dat voorschrijft;
- d. er voor te zorgen dat de geregistreerde gegevens betreffende de bewaking van het fysieke arbeidsmilieu en van de blootstelling van de werknemers die gevaarlijke stoffen gebruiken, worden bewaard gedurende een periode voorgeschreven door de bevoegde autoriteit en toegankelijk zijn voor de werknemers en hun vertegenwoordigers.
Artikel 13. Bedrijfsvoering
De werkgevers dienen zich een oordeel te vormen van de risico's die voortvloeien uit het gebruik van chemische stoffen bij het werk, en dienen de werknemers tegen die risico's te beschermen met passende middelen, met name:
- a. door de keuze van chemische stoffen die het risico wegnemen of zo klein mogelijk maken;
- b. door de keuze van technieken die het risico wegnemen of zo klein mogelijk maken;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.