Verdrag betreffende het zegelrecht ten aanzien van cheques

Type Verdrag
Publication 1934-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

(Opsomming van Staatshoofden.)

Verlangend eenige vragen van zegelrecht in verband met de chèque te regelen, hebben tot hun Gevolmachtigden aangewezen :

(Lijst van Gevolmachtigden.)

Die, na elkander hun in goeden en behoorlijken vorm bevonden volmachten te hebben medegedeeld, omtrent de volgende bepalingen zijn overeengekomen :

Artikel 1

De Hooge Verdragsluitende Partijen verbinden zich, in geval haar wetgevingen niet reeds daartoe strekken, haar wetten in alle gebieden, die onder haar souvereiniteit of gezag zijn geplaatst en waarop dit Verdrag van toepassing is, zoodanig te wijzigen, dat de geldigheid der ten aanzien van chèques aangegane verbintenissen en de uitoefening der daaruit voortvloeiende rechten niet afhankelijk zal worden gesteld, van de inachtneming der bepalingen nopens het zegel.

Zij kunnen echter de uitoefening van die rechten schorsen, totdat de verschuldigde zegelrechten alsmede de verbeurde boeten zullen zijn betaald. Eveneens kunnen zij bepalen, dat de hoedanigheid en de kracht van onmiddellijk-uitvoerbaren-titel, welke overeenkomstig haar wetgevingen aan de chèque mochten zijn toegekend, afhankelijk zullen zijn van de voorwaarde, dat het zegelrecht, overeenkomstig de bepalingen harer wetten, aanstonds bij de uitgifte van het stuk behoorlijk gekweten is.

Artikel 2

Dit Verdrag, waarvan de Fransche en Engelsche tekst beide authentiek zijn, zal de dagteekening van heden dragen.

Het zal tot 15 Juli 1931 kunnen worden onderteekend namens ieder Lid van den Volkenbond en iederen Staat niet-Lid.

Artikel 3

Dit Verdrag zal worden bekrachtigd.

De oorkonden van bekrachtiging zullen vóór den 1sten September 1933 worden nedergelegd bij den Secretaris-Generaal van den Volkenbond, die van de ontvangst onmiddellijk zal mededeeling doen aan alle Leden van den Volkenbond en aan alle Staten niet-Leden, in wier naam dit Verdrag is onderteekend of in wier naam daartoe is toegetreden.

Artikel 4

Van 15 Juli 1931 af zal ieder Lid van den Volkenbond en iedere Staat niet-Lid tot dit Verdrag kunnen toetreden.

Deze toetreding zal geschieden door een kennisgeving aan den Secretaris-Generaal van den Volkenbond, die haar zal nederleggen in de archieven van het Secretariaat.

De Secretaris-Generaal zal van de nederlegging onmiddellijk kennis geven aan alle Leden van den Volkenbond en aan alle Staten niet-Leden, die dit Verdrag hebben onderteekend, of die daartoe zijn toegetreden.

Artikel 5

Dit Verdrag treedt eerst in werking wanneer de bekrachtiging of de toetreding zal hebben plaats gehad namens zeven Leden van den Volkenbond of Staten niet-Leden, waaronder drie permanente Leden van den Volkenbondsraad.

De datum van inwerkingtreding zal zijn de negentigste dag, volgende op de ontvangst door den Secretaris-Generaal van den Volkenbond van de zevende bekrachtiging of toetreding, overeenkomstig het eerste lid van dit artikel.

De Secretaris-Generaal van den Volkenbond zal bij het doen der kennisgevingen, bedoeld bij de artikelen 3 en 4, in het bijzonder doen blijken, dat de bekrachtigingen of toetredingen, bij het eerste lid van dit artikel bedoeld, verkregen zijn.

Artikel 6

Iedere bekrachtiging of toetreding, welke zal geschieden na de inwerkingtreding van het Verdrag overeenkomstig artikel 5, zal van kracht zijn te rekenen van af den negentigsten dag, volgende op den datum van haar ontvangst door den Secretaris-Generaal van den Volkenbond.

Artikel 7

Dit Verdrag kan niet worden opgezegd voor het einde van een termijn van twee jaren, te rekenen van den datum zijner inwerkingtreding voor het Lid van den Volkenbond of voor den Staat niet-Lid, die tot de opzegging overgaat; deze opzegging zal van kracht worden, te rekenen van af den negentigsten dag, volgende op de ontvangst door den Secretaris-Generaal van de tot hem gerichte kennisgeving.

Iedere opzegging zal onmiddellijk door den Secretaris-Generaal van den Volkenbond worden medegedeeld aan alle Leden van den Volkenbond en aan alle Staten niet-Leden, in wier naam dit Verdrag is onderteekend of in wier naam de toetreding heeft plaats gehad.

Iedere opzegging zal slechts van kracht zijn voor het Lid van den Volkenbond of voor den Staat niet-Lid, namens welke zij zal hebben plaats gehad.

Artikel 8

Ieder Lid van den Volkenbond en iedere Staat niet-Lid, voor wien dit Verdrag van kracht is, zal na het einde van het vierde jaar, volgende op de inwerkingtreding van dit Verdrag, een verzoek kunnen richten tot den Secretaris-Generaal van den Volkenbond, strekkende tot herziening van enkele of van alle bepalingen van dit Verdrag.

Indien een zoodanig verzoek, na mededeeling aan de andere Leden van den Volkenbond of Staten niet-Leden, voor wie het Verdrag alsdan van kracht zal zijn, binnen den termijn van een jaar wordt gesteund door ten minste zes van hen, zal de Raad van den Volkenbond beslissen of er reden is te dien einde een Conferentie samen te roepen.

Artikel 9

De Hooge Verdragsluitende Partijen kunnen op het oogenblik van onderteekening, bekrachtiging of toetreding verklaren, dat zij door de aanvaarding van dit Verdrag geen verplichting op zich wenschen te nemen ten aanzien van alle of eenige van haar koloniën, protectoraten of gebieden, die onder haar suzereiniteit of mandaat zijn geplaatst; in dat geval zal dit Verdrag niet van toepassing zijn op de gebieden, die in een zoodanige verklaring zijn genoemd.

De Hooge Verdragsluitende Partijen kunnen later ten allen tijde ter kennis van den Secretaris-Generaal van den Volkenbond brengen, dat zij wenschen, dat dit Verdrag van toepassing zal zijn op alle of eenige gebieden, die in de verklaring, bedoeld in het voorgaande lid, zijn genoemd. In dat geval zal het Verdrag van toepassing zijn op de gebieden, die in deze mededeeling worden genoemd, negentig dagen na de ontvangst daarvan door den Secretaris-Generaal van den Volkenbond.

Evenzoo kunnen de Hooge Verdragsluitende Partijen ten allen tijde verklaren, dat zij de toepassing van dit Verdrag op alle of eenige van haar koloniën, protectoraten of gebieden, die onder haar suzereiniteit of mandaat zijn geplaatst, wenschen te beëindigen. In dat geval zal het Verdrag ophouden van toepassing te zijn op de gebieden, die in een zoodanige verklaring zijn genoemd, een jaar na de ontvangst daarvan door den Secretaris-Generaal van den Volkenbond.

Artikel 10

Dit Verdrag zal door den Secretaris-Generaal van den Volkenbond onmiddellijk bij zijn inwerkingtreding worden geregistreerd.

IN FAITH WHEREOF the above-mentioned Plenipotentiaries have signed the present Convention.

DONE at Geneva, the nineteenth day of March, one thousand nine hundred and thirty-one, in a single copy, which shall be deposited in the archives of the Secretariat of the League of Nations and of which authenticated copies shall be delivered to all Members of the League of Nations and non-member States represented at the Conference.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.