Luchtvaartverdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Federale Regering van Oostenrijk

Type Verdrag
Publication 2017-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao,

en

de Republiek Oostenrijk (hierna te noemen „de verdragsluitende partijen”);

Partij zijnde bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, opengesteld voor ondertekening te Chicago op 7 december 1944;

Geleid door de wens internationale luchtdiensten op veilige en ordelijke wijze te organiseren en de internationale samenwerking met betrekking tot deze diensten in de ruimst mogelijke mate te bevorderen; en

Geleid door de wens een verdrag te sluiten ter bevordering van de ontwikkeling van geregelde luchtdiensten tussen en via hun grondgebieden;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag:

Artikel 2. Verlening van rechten
1.

Elke verdragsluitende partij verleent de andere verdragsluitende partij de in dit Verdrag omschreven rechten ten behoeve van de exploitatie van geregelde internationale luchtdiensten op de routes die omschreven zijn in de Bijlage bij dit Verdrag.

2.

Onverminderd de bepalingen van dit Verdrag genieten de door elke verdragsluitende partij aangewezen luchtvaartmaatschappijen, bij de exploitatie van de overeengekomen diensten op de omschreven routes, de volgende rechten:

3.

Niets in het tweede lid wordt geacht de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de ene verdragsluitende partij het voorrecht te verlenen op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij tegen vergoeding of beloning passagiers, bagage, vracht, met inbegrip van post, op te nemen bestemd voor een ander punt op het grondgebied van die andere verdragsluitende partij.

Artikel 3. Aanwijzing en intrekking
1.

Elke verdragsluitende partij heeft het recht schriftelijk aan de andere verdragsluitende partij een luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen voor het exploiteren van de overeengekomen diensten op de omschreven routes en de aanwijzing van een luchtvaartmaatschappij in te trekken of een eerder aangewezen luchtvaartmaatschappij te vervangen door een andere luchtvaartmaatschappij.

2.

Deze aanwijzing geschiedt door middel van een schriftelijke kennisgeving langs diplomatieke weg tussen de luchtvaartautoriteiten van beide verdragsluitende partijen.

3.

De luchtvaartautoriteiten van de ene verdragsluitende partij kunnen van de door de andere verdragsluitende partij aangewezen luchtvaartmaatschappij verlangen te bewijzen dat zij in staat is te voldoen aan de voorwaarden uit hoofde van de wet- en regelgeving die door voornoemde autoriteiten wordt toegepast op de exploitatie van internationale luchtdiensten in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag.

4.

Na ontvangst van een dergelijke aanwijzing verleent de andere verdragsluitende partij de desbetreffende vergunningen met een zo gering mogelijke procedurele vertraging, mits:

5.

Elke verdragsluitende partij kan de exploitatievergunning of technische vergunningen van een door de andere verdragsluitende partij aangewezen luchtvaartmaatschappij intrekken, opschorten of beperken, wanneer:

6.

Wanneer een luchtvaartmaatschappij aldus is aangewezen en gemachtigd in overeenstemming met dit artikel, kan zij op elk moment beginnen met de exploitatie van de overeengekomen diensten, in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.

Artikel 4. Toepasselijkheid van wet- en regelgeving
1.

De wet- en regelgeving van de ene verdragsluitende partij is van toepassing op het vliegen met en de exploitatie van de luchtvaartuigen van de door de andere verdragsluitende partij aangewezen luchtvaartmaatschappijen bij binnenkomst op, vliegen over, verblijf op en vertrek uit het grondgebied van de eerste verdragsluitende partij.

2.

De wet- en regelgeving van de ene verdragsluitende partij die van toepassing is op de binnenkomst op, het verblijf op of het vertrek uit haar grondgebied van passagiers, bemanning, vracht of post, zoals formaliteiten met betrekking tot binnenkomst, vertrek, emigratie, immigratie, douane, gezondheid en quarantaine is van toepassing op de passagiers, bemanning, vracht en post vervoerd door de luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de andere verdragsluitende partij wanneer zij zich op het betreffende grondgebied bevinden.

3.

Ingevolge Bijlage 9 bij het Verdrag van Chicago, neemt elke verdragsluitende partij passende maatregelen om te waarborgen dat uitsluitend passagiers worden vervoerd die beschikken over een geldig en authentiek reisdocument dat nodig is voor binnenkomst in of doorreis via het grondgebied van de andere verdragsluitende staat.

4.

Indien een verdragsluitende partij een substantiële toename van illegale migratie of andere bedreigingen voor zijn interne veiligheid constateert als gevolg van de toepassing van dit Verdrag, staat de andere verdragsluitende partij, ingevolge Bijlage 9 bij het Verdrag van Chicago, de inzet toe van documentenadviseurs door de andere verdragsluitende partij of door de luchtvaartmaatschappij van elke partij. Indien de inzet van documentenadviseurs onvoldoende blijkt, kan de betreffende verdragsluitende partij passende maatregelen treffen.

5.

Elke verdragsluitende partij verschaft de andere verdragsluitende partij op verzoek afschriften van de in dit artikel bedoelde relevante wet- en regelgeving.

Artikel 5. Vrijstelling van douanerechten en andere rechten
1.

Luchtvaartuigen die door de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van beide verdragsluitende partijen voor internationale luchtdiensten worden gebruikt, alsmede hun normale uitrustingsstukken, voorraden brandstof en smeermiddelen en proviand (waaronder etenswaren, dranken en tabak) aan boord van deze luchtvaartuigen, zijn vrijgesteld van alle douanerechten, inspectiekosten en andere rechten of belastingen bij aankomst op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij, mits deze uitrustingsstukken en voorraden aan boord van het luchtvaartuig blijven totdat zij weer worden uitgevoerd.

2.

Van deze rechten en belastingen, uitgezonderd heffingen in verband met verleende diensten, zijn voorts vrijgesteld:

Ten aanzien van de in de onderdelen a, b en c van dit lid genoemde materialen kan worden verlangd dat deze onder toezicht of beheer van de douane blijven.

3.

Normale boorduitrustingsstukken alsmede de materialen en voorraden die aan boord van het luchtvaartuig van een van de verdragsluitende partijen blijven, mogen op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij slechts worden uitgeladen met toestemming van de douaneautoriteiten van die verdragsluitende partij. In een dergelijk geval kunnen deze goederen onder toezicht van genoemde autoriteiten worden geplaatst tot het tijdstip waarop ze weer worden uitgevoerd of overeenkomstig de douanevoorschriften een andere bestemming hebben gekregen.

Artikel 6. Belastingheffing
1.

Voordelen uit de exploitatie van luchtvaartuigen in internationaal verkeer zijn slechts belastbaar op het grondgebied van de verdragsluitende partij waarin de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen.

2.

Vermogen bestaande uit luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geëxploiteerd alsmede uit roerende zaken die worden gebruikt bij de exploitatie van deze luchtvaartuigen, is slechts belastbaar op het grondgebied van de verdragsluitende partij waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen.

3.

Indien er tussen de verdragsluitende partijen een bijzonder verdrag is gesloten tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, hebben de bepalingen van dat verdrag voorrang.

Artikel 7. Gebruikersheffingen
1.

Geen van de verdragsluitende partijen legt de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de andere verdragsluitende partij gebruikersheffingen op, of staat toe dat deze worden opgelegd, die hoger zijn dan die worden opgelegd aan haar eigen luchtvaartmaatschappijen die worden gebruikt voor vergelijkbare internationale diensten.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.