Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds
Preambule
Het Koninkrijk België,
de Republiek Bulgarije,
de Tsjechische Republiek,
het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Republiek Estland,
Ierland,
de Helleense Republiek,
het Koninkrijk Spanje,
de Franse Republiek,
de Republiek Kroatië,
de Italiaanse Republiek,
de Republiek Cyprus,
de Republiek Letland,
de Republiek Litouwen,
het Groothertogdom Luxemburg,
Hongarije
de Republiek Malta,
het Koninkrijk der Nederlanden,
de Republiek Oostenrijk,
de Republiek Polen,
de Portugese Republiek,
Roemenië,
de Republiek Slovenië,
de Slowaakse Republiek,
de Republiek Finland,
het Koninkrijk Zweden,
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
Verdragsluitende partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna „de lidstaten” genoemd, en
de Europese Unie,
enerzijds, en
de Republiek Kazachstan,
anderzijds,
hierna gezamenlijk „de partijen” genoemd,
Gezien de sterke banden tussen de partijen en hun gedeelde waarden, evenals hun wens om de betrekkingen te versterken en uit te breiden die in het verleden tot stand zijn gebracht door de tenuitvoerlegging van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten en de Republiek Kazachstan, die op 23 januari 1995 in Brussel is ondertekend, van de strategie voor een nieuw partnerschap tussen de Europese Unie en Centraal-Azië, die door de Europese Raad in juni 2007 werd vastgesteld, en van het programma „Op weg naar Europa” van de Kazachse regering, dat in 2008 werd vastgesteld;
Gezien de verbintenis van de partijen om volledig uitvoering te geven aan de beginselen en bepalingen van het Handvest van de Verenigde Naties („het VN-handvest”), de Universele Verklaring van de rechten van de mens en van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa („OVSE”), met name die van de Slotakte van Helsinki, alsmede aan andere algemeen erkende normen van internationaal recht;
Gezien de krachtige verbintenis van de partijen om te streven naar versterking van de bevordering, bescherming en tenuitvoerlegging van fundamentele vrijheden en mensenrechten, de eerbiediging van democratische beginselen, de rechtsstaat en goed bestuur;
Gezien de sterke gehechtheid van de partijen aan de volgende beginselen inzake de samenwerking op het gebied van mensenrechten en democratie: de bevordering van gemeenschappelijke doelstellingen, open en constructieve politieke dialoog, transparantie en eerbiediging van internationale mensenrechtennormen;
Gezien de verbintenis van de partijen om de beginselen van de vrijemarkteconomie te onderschrijven;
Erkennende dat de handels- en investeringsrelaties tussen de partijen steeds belangrijker worden;
Overwegende dat deze overeenkomst de nauwe economische betrekkingen tussen de partijen verder zal versterken en een nieuw klimaat en betere voorwaarden zal scheppen voor verdere ontwikkeling van de handel en investeringen tussen de partijen, onder meer op het gebied van energie;
Gezien het voornemen om de handel en investeringen in alle sectoren te bevorderen, binnen een versterkt juridisch kader, met name deze overeenkomst en de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie („de WTO-overeenkomst”);
Gezien de verbintenis van de partijen tot bevordering van internationale vrede en veiligheid en de vreedzame oplossing van geschillen, met name door doeltreffende samenwerking op dit gebied in het kader van de VN en de OVSE;
Gezien de bereidheid van de partijen om de regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang verder te ontwikkelen;
Gezien de verbintenis van de partijen tot naleving van de internationale verplichtingen tot bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor en tot samenwerking inzake non-proliferatie en nucleaire veiligheid en beveiliging;
Gezien de verbintenis van de partijen om de illegale handel in en de accumulatie van handvuurwapens en lichte wapens te bestrijden en gezien de vaststelling van het Wapenhandelsverdrag door de Algemene Vergadering van de VN;
Gezien het belang van actieve deelname van de Republiek Kazachstan aan de tenuitvoerlegging van de strategie voor een nieuw partnerschap tussen de Europese Unie en Centraal-Azië;
Gezien de verbintenis van de partijen om georganiseerde misdaad en mensenhandel te bestrijden en meer samen te werken op het gebied van terrorismebestrijding;
Gezien de verbintenis van de partijen om de dialoog en samenwerking in migratiegerelateerde aangelegenheden op te voeren, met een brede benadering doelende op samenwerking op het gebied van legale migratie en het aanpakken van onregelmatige migratie en mensenhandel, en het belang erkennende van de overnameclausule van deze overeenkomst;
Strevend naar evenwichtige bilaterale handelsbetrekkingen tussen de Europese Unie en de Republiek Kazachstan;
Gezien de verbintenis van de partijen om de rechten en plichten in het kader van het lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie (“WTO“) na te leven en deze op transparante en niet-discriminerende wijze ten uitvoer te leggen;
Gezien de gehechtheid van de partijen aan het beginsel van duurzame ontwikkeling, onder andere door de bevordering van de tenuitvoerlegging van multilaterale internationale verdragen en regionale samenwerking;
Strevend naar verbetering van wederzijds voordelige samenwerking op alle gebieden die van wederzijds belang zijn en naar versterking van het kader daarvoor waar nodig;
Erkennende de noodzaak tot meer samenwerking op het gebied van energie, tot continuïteit van de energievoorziening en tot het faciliteren van de ontwikkeling van passende infrastructuur, voortbouwend op het memorandum van overeenstemming inzake samenwerking op het gebied van energie tussen de Europese Unie en de Republiek Kazachstan, dat op 4 december 2006 werd gesloten in Brussel, en in het kader van het Energiehandvestverdrag;
Erkennende dat alle samenwerking met betrekking tot kernenergie voor vreedzaam gebruik valt onder de samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Republiek Kazachstan op het gebied van de nucleaire veiligheid die op 19 juli 1999 in Brussel werd ondertekend, en niet onder deze overeenkomst;
Gezien het streven van de partijen om het niveau van de volksgezondheid en de bescherming van de menselijke gezondheid te verhogen, als basisvoorwaarde voor duurzame ontwikkeling en economische groei;
Gezien de gehechtheid van de partijen aan meer contacten tussen mensen, onder andere door samenwerking en uitwisselingen op het gebied van wetenschap en technologie, innovatieontwikkeling, onderwijs en cultuur;
Overwegende dat de partijen streven naar meer wederzijds begrip en convergentie van hun wet- en regelgeving, met het oog op het verder versterken van wederzijds voordelige betrekkingen en duurzame ontwikkeling;
Wijzend op het feit dat, als de partijen in het kader van deze overeenkomst specifieke overeenkomsten sluiten op het gebied van vrijheid, veiligheid en justitie, die door de Europese Unie zouden worden gesloten krachtens titel V van het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, de bepalingen van dergelijke toekomstige overeenkomsten niet bindend zijn voor het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland, tenzij de Europese Unie, tezamen met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland wat betreft hun respectieve bilaterale betrekkingen, de Republiek Kazachstan ervan in kennis stelt dat het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland gebonden zijn als deel van de Europese Unie, overeenkomstig Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht. Evenzo zijn interne maatregelen die de Europese Unie krachtens de genoemde titel V vaststelt met het oog op de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst, niet bindend voor het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland, tenzij zij te kennen hebben gegeven deel te willen nemen aan deze maatregelen of deze te aanvaarden overeenkomstig Protocol nr. 21. Dergelijke toekomstige overeenkomsten of daarmee samenhangende interne maatregelen van de Europese Unie vallen ook onder Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, dat aan die verdragen is gehecht,
ZIJN het volgende overeengekomen:
TITEL I. ALGEMENE BEGINSELEN EN DOELSTELLINGEN
Artikel 1. Algemene beginselen
De eerbiediging van de democratische beginselen en de rechten van de mens, zoals vastgelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens, de Slotakte van Helsinki van de OVSE, het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa en andere relevante internationale mensenrechteninstrumenten, en van het beginsel van de rechtsstaat, ligt ten grondslag aan het binnenlandse en het buitenlandse beleid van de partijen en is een essentieel element van deze overeenkomst.
De partijen bevestigen hun gehechtheid aan de beginselen van een vrijemarkteconomie, het stimuleren van duurzame ontwikkeling en economische groei.
De tenuitvoerlegging van deze overeenkomst wordt gebaseerd op de beginselen van dialoog, wederzijds vertrouwen en respect, gelijkwaardig partnerschap, wederzijds voordeel en volledige eerbiediging van de beginselen en waarden van het VN-handvest.
Artikel 2. Doelstellingen
Bij deze overeenkomst wordt een versterkt partnerschap en versterkte samenwerking tussen de partijen tot stand gebracht, binnen hun respectieve bevoegdheden en op basis van gedeelde belangen en de verdieping van de betrekkingen op alle toepassingsgebieden.
Deze samenwerking is een proces tussen de partijen dat bijdraagt aan internationale en regionale vrede en stabiliteit en economische ontwikkeling; de samenwerking wordt gebaseerd op beginselen die de partijen ook bevestigen in hun internationale verbintenissen, met name in het kader van de VN en de OVSE.
Artikel 3. Samenwerking in regionale en internationale organisaties
De partijen werken samen en wisselen standpunten uit in regionale en internationale fora en organisaties.
TITEL II. POLITIEKE DIALOOG; SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET BUITENLANDS EN VEILIGHEIDSBELEID
Artikel 4. Politieke dialoog
De partijen ontwikkelen en versterken een doeltreffende politieke dialoog op alle gebieden van wederzijds belang, ter bevordering van de internationale vrede, stabiliteit en veiligheid, onder andere op het Euraziatische continent, op basis van het internationale recht, doeltreffende samenwerking binnen multilaterale instellingen en gedeelde waarden.
De partijen werken samen om de rol van de VN en de OVSE te versterken en de doelmatigheid van internationale en regionale organisaties te vergroten.
De partijen intensiveren hun samenwerking en dialoog met betrekking tot vraagstukken inzake internationale veiligheid en crisisbeheer om het hoofd te bieden aan de huidige mondiale en regionale problemen en grote gevaren.
De partijen streven naar betere samenwerking met betrekking tot alle vraagstukken van gemeenschappelijk belang, met name de naleving van het internationale recht, de versterking van de eerbiediging van democratische beginselen, de rechtsstaat, mensenrechten en goed bestuur. De partijen komen overeen om samen te werken aan een beter klimaat voor verdere regionale samenwerking, met name inzake Centraal-Azië en daarbuiten.
Artikel 5. Democratie en rechtsstaat
De partijen werken samen aan de bevordering en doeltreffende bescherming van de mensenrechten en de rechtsstaat, onder meer via de desbetreffende internationale mensenrechteninstrumenten.
Deze samenwerking geschiedt in de vorm van door de partijen overeengekomen activiteiten, onder meer door de eerbiediging van de rechtsstaat te versterken, de bestaande mensenrechtendialoog te bevorderen, democratische instellingen verder te ontwikkelen, het bewustzijn ten aanzien van mensenrechten te vergroten en samenwerking binnen de mensenrechtenorganen van de VN en de OVSE te stimuleren.
Artikel 6. Buitenlands en veiligheidsbeleid
De partijen intensiveren hun dialoog en samenwerking op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid en buigen zich met name over vraagstukken met betrekking tot conflictpreventie en crisisbeheer, regionale stabiliteit, non-proliferatie, ontwapening en wapenbeheersing, nucleaire veiligheid en controle op de uitvoer van wapens en goederen voor tweeërlei gebruik.
De samenwerking wordt gebaseerd op gemeenschappelijke waarden en wederzijdse belangen, is gericht op meer convergentie en doeltreffendheid van het beleid, waarbij gebruik wordt gemaakt van bilaterale, internationale en regionale fora.
De partijen bevestigen hun gehechtheid aan de beginselen van respect voor territoriale integriteit, onschendbaarheid van de grenzen, soevereiniteit en onafhankelijkheid als bepaald in het VN-handvest en de Slotakte van Helsinki van de OVSE, en engageren zich ertoe die beginselen in hun bilaterale en multilaterale betrekkingen te ondersteunen.
Artikel 7. Veiligheid in de ruimte
De partijen streven naar bevordering van meer veiligheid, beveiliging en duurzaamheid van alle ruimtegerelateerde activiteiten en werken op bilateraal, regionaal en internationaal niveau samen om vreedzaam gebruik van de ruimte te waarborgen. De partijen achten het van belang om een wapenwedloop in de ruimte te voorkomen.
Artikel 8. Ernstige misdrijven waarmee de internationale gemeenschap wordt geconfronteerd
De partijen bevestigen opnieuw dat de ernstigste misdaden die de gehele internationale gemeenschap aangaan, niet ongestraft mogen blijven en dat de vervolging ervan moet worden gewaarborgd door maatregelen op intern en internationaal niveau, onder meer via het Internationaal Strafhof.
Met passende aandacht voor de integriteit van het Statuut van Rome komen de partijen overeen om een dialoog te voeren over en te streven naar universele onderschrijving van het Statuut, overeenkomstig hun respectieve wetgeving, onder meer door steun te leveren voor capaciteitsopbouw.
Artikel 9. Conflictpreventie en crisisbeheer
De partijen intensiveren hun samenwerking inzake conflictpreventie, de beslechting van regionale conflicten en crisisbeheer teneinde een ruimte van vrede en stabiliteit tot stand te brengen.
Artikel 10. Regionale stabiliteit
De partijen voeren hun gezamenlijke inspanningen op om meer stabiliteit en veiligheid in Centraal-Azië en een beter klimaat voor regionale samenwerking te bewerkstelligen, op basis van de beginselen van het VN-handvest, de Slotakte van Helsinki van de OVSE en andere relevante multilaterale documenten die beide partijen onderschrijven.
Artikel 11. Bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens
De partijen zijn van oordeel dat de verspreiding van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor, onder zowel staten als niet-statelijke actoren, een van de ernstigste bedreigingen voor de internationale stabiliteit en veiligheid vormt.
De partijen werken samen aan en dragen bij tot de bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor, door hun respectieve verplichtingen in het kader van internationale verdragen en andere relevante internationale instrumenten op het gebied van ontwapening en non-proliferatie, volledig na te leven en ten uitvoer te leggen. De partijen komen overeen dat deze bepaling een essentieel element van deze overeenkomst vormt.
De samenwerking op dit vlak geschiedt onder andere in de vorm van:
- a. verdere ontwikkeling van systemen van controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie en goederen en technologie voor tweeërlei gebruik;
- b. instelling van een regelmatige politieke dialoog over de vraagstukken die verband houden met dit artikel.
Artikel 12. Handvuurwapens en lichte wapens
De partijen werken samen en zorgen voor coördinatie, complementariteit en synergie in hun inspanningen om de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor op alle relevante niveaus te bestrijden en zetten de regelmatige politieke dialoog voort, ook in multilateraal verband.
Deze samenwerking geschiedt met volledige inachtneming van de bestaande internationale verdragen en resoluties van de VN-Veiligheidsraad, alsmede van de verbintenissen in het kader van andere internationale instrumenten op dit gebied die de partijen onderschrijven. In dit verband zijn beide partijen overtuigd van de waarde van het Wapenhandelsverdrag.
Artikel 13. Terrorismebestrijding
De partijen werken samen op bilateraal, regionaal en internationaal niveau om terrorisme te voorkomen en te bestrijden, in volledige overeenstemming met de rechtsstaat, het internationale recht, internationale mensenrechtennormen, het humanitaire recht en VN-besluiten ter zake, zoals de mondiale strategie voor terrorismebestrijding van de VN.
De partijen werken samen met het oog op:
- a. tenuitvoerlegging, waar passend, van VN-resoluties, de mondiale strategie voor terrorismebestrijding van de VN en de verbintenissen van de partijen in het kader van andere internationale verdragen en instrumenten inzake terrorismebestrijding;
- b. uitwisseling van informatie over beraamde en gepleegde terroristische daden, vormen en methoden om deze te plegen en terroristische groeperingen die een misdaad beramen, plegen of hebben gepleegd op het grondgebied van een partij, overeenkomstig internationale en binnenlandse wetgeving;
- c. uitwisseling van ervaring met betrekking tot de preventie van alle vormen van terrorisme, inclusief het pubiekelijk op internet aanzetten tot terrorisme, en van ervaring met middelen en methoden voor terrorismebestrijding, ervaring op technisch gebied, en opleiding die wordt aangeboden of betaald door de instellingen, organen en agentschappen van de Europese Unie;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.