Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken
Preambule
Het Koninkrijk der Nederlanden
en
het Koninkrijk Marokko,
Hierna te noemen „de verdragsluitende partijen”,
Gelet op het belang van een juiste vaststelling van de douanerechten en van het waarborgen van een juiste handhaving door hun douaneadministraties van verboden, beperkingen en controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen;
Overwegend dat inbreuken op de douanewetgeving schadelijk zijn voor de veiligheid van de verdragsluitende partijen en voor hun economische, fiscale, sociale en culturele belangen en hun belangen op het gebied van handel en volksgezondheid;
Overwegend dat de illegale grensoverschrijdende handel in wapens, explosieven, chemische, biologische en nucleaire stoffen alsmede in verdovende middelen, psychotrope stoffen en precursoren een gevaar vormt voor de samenleving;
Overwegend dat de bestrijding van de handel in goederen die het voorwerp kunnen zijn van namaak of piraterij alsmede de bestrijding van het witwassen van geld, uitwisseling van informatie tussen de douanediensten op internationaal niveau vereisen;
Overwegend dat commerciële ondernemingen en de douanediensten baat kunnen hebben bij het uitbreiden van de facilitatie en veiligheid van de logistieke keten tussen de verdragsluitende partijen;
Erkennend de noodzaak van internationale samenwerking ter zake van de toepassing van hun douanewetgeving;
Ervan overtuigd dat het optreden tegen inbreuken op de douanewetgeving doeltreffender kan worden door nauwe samenwerking tussen hun douaneadministraties op basis van wederzijds overeengekomen wettelijke bepalingen;
Gelet op Protocol nr. 5 betreffende de wederzijdse bijstand tussen administratieve autoriteiten in douanezaken, dat als bijlage is toegevoegd aan de Associatieovereenkomst tussen Marokko en de Europese Unie, en met name artikel 15 daarvan;
Gelet op de Aanbeveling inzake wederzijdse administratieve bijstand en de Verklaring inzake verbetering van douanesamenwerking en wederzijdse administratieve bijstand (Verklaring van Cyprus) aangenomen door de Internationale Douaneraad in respectievelijk december 1953 en juli 2000 en de Resolutie inzake veiligheid en facilitatie van de internationale logistieke keten, in juni 2002 aangenomen door de Internationale Douaneraad, tegenwoordig bekend als de Werelddouaneorganisatie;
Tevens gelet op internationale verdragen die verboden, beperkingen en bijzondere controlemaatregelen bevatten met betrekking tot bepaalde goederen;
Tevens gelet op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties van 1948;
Zijn het volgende overeengekomen:
HOOFDSTUK I. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN
Artikel 1
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
- a. „douaneadministratie”:
- i. wat het Koninkrijk Marokko betreft: de administratie voor douanezaken en indirecte belastingen;
- ii. wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft: de centrale administratie die verantwoordelijk is voor de toepassing van de douanewetgeving;
- b. „douanevordering”: elk bedrag aan douanerechten alsmede verhogingen, toeslagen, achterstallige betalingen, renten en kosten die betrekking hebben op de genoemde rechten die niet kunnen worden geïnd door een van de verdragsluitende partijen;
- c. „douanerechten”: alle rechten, belastingen, kosten of andere heffingen die geheven worden alsmede elke terugbetaling van fondsen of exportsubsidies die gevorderd wordt op de grondgebieden van de verdragsluitende partijen met toepassing van de douanewetgeving, maar met uitzondering van vergoedingen of heffingen voor verleende diensten;
- d. „douanewetgeving”: alle wettelijke en administratieve bepalingen die door een van de douaneadministraties worden toegepast of gehandhaafd in verband met de invoer, uitvoer, overslag, doorvoer, opslag en het vervoer van goederen, met inbegrip van wettelijke en administratieve bepalingen met betrekking tot verboden, beperkingen en controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen, en in verband met de bestrijding van witwassen en de financiering van terrorisme;
- e. „inbreuk op de douanewetgeving”: elke schending of poging tot schending van de douanewetgeving;
- f. „informatie”: alle gegevens, al dan niet bewerkt of geanalyseerd, en documenten, rapporten en andere mededelingen ongeacht in welke vorm, met inbegrip van de elektronische vorm, of gewaarmerkte afschriften daarvan;
- g. „internationale logistieke keten”: alle processen die van toepassing zijn bij het grensoverschrijdend verkeer van goederen van de plaats van herkomst naar de uiteindelijke plaats van bestemming;
- h. „functionaris”: elke douaneambtenaar of andere regeringsambtenaar aangewezen door een van de douaneadministraties;
- i. „persoon”: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon;
- j. „persoonsgegevens”: alle gegevens betreffende een naar behoren geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;
- k. „aangezochte administratie”: de douaneadministratie die om bijstand wordt verzocht;
- l. „verzoekende administratie”: de douaneadministratie die om bijstand verzoekt;
- m. „aangezochte verdragsluitende partij”: de verdragsluitende partij wier douaneadministratie om bijstand wordt verzocht;
- n. „verzoekende verdragsluitende partij”: de verdragsluitende partij wier douaneadministratie om bijstand verzoekt.
HOOFDSTUK II. REIKWIJDTE VAN HET VERDRAG
Artikel 2
De verdragsluitende partijen verlenen elkaar door tussenkomst van hun douaneadministraties bijstand onder de in dit Verdrag genoemde voorwaarden ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving, met het oog op het voorkomen, onderzoeken en bestraffen van inbreuken op die wetgeving, alsmede om de veiligheid van de internationale logistieke keten te waarborgen.
Alle bijstand uit hoofde van dit Verdrag door een verdragsluitende partij wordt verleend in overeenstemming met haar wettelijke en administratieve bepalingen en binnen de grenzen van de bevoegdheden en beschikbare middelen van haar douaneadministratie.
Dit Verdrag laat de huidige of toekomstige verplichtingen van de verdragsluitende partijen die voortvloeien uit het internationale recht alsmede de wetgeving die is aangenomen om deze verplichtingen na te komen onverlet.
Dit Verdrag heeft betrekking op de wederzijdse administratieve bijstand tussen de verdragsluitende partijen en is niet bedoeld om de verdragen inzake wederzijdse rechtshulp tussen hen inhoudelijk te wijzigen. Indien wederzijdse bijstand moet worden verleend door andere autoriteiten van de aangezochte verdragsluitende partij zal de aangezochte administratie deze autoriteiten, en waar bekend het desbetreffende verdrag dat of de desbetreffende regeling die van toepassing is, vermelden.
Personen kunnen aan de bepalingen van dit Verdrag niet het recht ontlenen de uitvoering van een verzoek om bijstand te doen beletten.
HOOFDSTUK III. INFORMATIE
Artikel 3. Informatie voor de toepassing van de douanewetgeving
De douaneadministraties verstrekken elkaar, op verzoek of uit eigen beweging, informatie ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving met het oog op het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op die wetgeving, alsmede om de veiligheid van de internationale logistieke keten te waarborgen. Deze informatie kan betrekking hebben op:
- a. nieuwe technieken ter bestrijding van fraude die hun doeltreffendheid hebben bewezen;
- b. nieuwe trends, middelen of werkwijzen betreffende het maken van inbreuken op de douanewetgeving;
- c. goederen waarvan bekend is dat zij worden gebruikt voor het maken van inbreuken op de douanewetgeving, alsmede de voor deze goederen toegepaste vervoer- en opslagmethoden;
- d. personen van wie bekend is dat zij een inbreuk op de douanewetgeving hebben gemaakt of van wie wordt vermoed dat zij een inbreuk op de douanewetgeving gaan maken;
- e. alle andere gegevens die de douaneadministraties van nut kunnen zijn bij de risicobeoordeling voor controle- en facilitatiedoeleinden.
Op verzoek verstrekt de aangezochte administratie de verzoekende administratie informatie die betrekking heeft op gevallen waarin de laatste reden heeft te twijfelen aan door de betreffende persoon verstrekte informatie in een zaak die verband houdt met de toepassing van de douanewetgeving.
Artikel 4. Informatie met betrekking tot inbreuken op de douanewetgeving
De douaneadministratie van een verdragsluitende partij verstrekt, op verzoek of uit eigen beweging, informatie aan de douaneadministratie van de andere verdragsluitende partij over voorgenomen, lopende of voltooide activiteiten die een inbreuk lijken te vormen op de douanewetgeving op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij.
In gevallen die aanzienlijke schade voor de economie, volksgezondheid, openbare veiligheid, met inbegrip van de veiligheid van de internationale logistieke keten, of voor andere vitale belangen van een verdragsluitende partij met zich kunnen meebrengen, verstrekt de douaneadministratie van de andere verdragsluitende partij, waar mogelijk, uit eigen beweging en onverwijld zulke informatie.
Artikel 5. Informatie over de rechtmatigheid van de invoer of uitvoer van goederen
Op verzoek stelt de aangezochte administratie de verzoekende administratie ervan op de hoogte:
- a. of goederen die werden uitgevoerd uit het douanegebied van de verzoekende verdragsluitende partij op rechtmatige wijze zijn ingevoerd in het grondgebied van de aangezochte verdragsluitende partij en onder welke douaneregeling de goederen eventueel zijn geplaatst;
- b. of goederen die zijn ingevoerd in het grondgebied van de verzoekende verdragsluitende partij op rechtmatige wijze werden uitgevoerd uit het grondgebied van de aangezochte verdragsluitende partij.
Artikel 6. Automatisch verstrekken van informatie
De douaneadministraties kunnen elkaar, door middel van een wederzijdse regeling overeenkomstig artikel 23, automatisch alle informatie verstrekken die onder dit Verdrag valt.
Artikel 7. Informatie over de facilitatie en veiligheid van de logistieke keten
De douaneadministraties kunnen door middel van een wederzijdse regeling overeenkomstig artikel 23, informatie en gegevens uitwisselen op het gebied van de facilitatie en veiligheid van de logistieke keten, met inbegrip van gegevens over geautoriseerde marktdeelnemers.
De douaneadministraties kunnen elkaar, door middel van een wederzijdse regeling overeenkomstig artikel 23, voorafgaand aan de aankomst van zendingen op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij specifieke informatie verstrekken.
HOOFDSTUK IV. BIJZONDERE VORMEN VAN BIJSTAND
Artikel 8. Technische bijstand
De douaneadministraties kunnen elkaar technische bijstand verlenen bij onder andere de volgende douanezaken:
- a. de uitwisseling van functionarissen wanneer dat bevorderlijk is voor het wederzijds begrip van elkaars technieken;
- b. training en bijstand bij de ontwikkeling van speciale vaardigheden van functionarissen;
- c. de uitwisseling van informatie en ervaringen met betrekking tot het gebruik van destructie- en detectieapparatuur;
- d. de uitwisseling van deskundigen die goed geïnformeerd zijn over douanezaken;
- e. de uitwisseling van technische, wetenschappelijke en vakmatige gegevens met betrekking tot de douanewetgeving en -regelingen;
- f. het gebruikmaken van analyselaboratoria;
- g. de wederzijdse uitwisseling van ervaringen op het gebied van de facilitatie en veiligheid van de logistieke keten.
Artikel 9. Invordering van douanevorderingen
Op verzoek verlenen de douaneadministraties elkaar bijstand ten behoeve van de invordering van douanevorderingen in overeenstemming met de respectieve nationale wettelijke en administratieve bepalingen voor de invordering van hun eigen douanerechten.
Bijstand bij de invordering van douanevorderingen wordt geregeld overeenkomstig de bepalingen van artikel 23 van dit Verdrag.
Artikel 10. Toezicht en informatie
Op verzoek houdt de aangezochte administratie toezicht op en verstrekt zij informatie over:
- a. goederen in vervoer of in opslag waarvan de verzoekende partij weet dat zij gebruikt werden of vermoedt dat zij gebruikt worden voor het maken van een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van de verzoekende verdragsluitende partij;
- b. vervoermiddelen waarvan de verzoekende partij weet dat zij gebruikt werden of vermoedt dat zij gebruikt worden voor het maken van een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van de verzoekende verdragsluitende partij;
- c. panden op het grondgebied van de aangezochte verdragsluitende partij waarvan de verzoekende partij weet dat zij gebruikt werden of vermoedt dat zij gebruikt worden in verband met het maken van een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van de verzoekende verdragsluitende partij;
- d. personen die een inbreuk op de douanewetgeving hebben gemaakt of van wie het vermoeden bestaat dat zij een inbreuk maken op de douanewetgeving op het grondgebied van de verzoekende verdragsluitende partij, in het bijzonder diegenen die het grondgebied van de aangezochte verdragsluitende partij betreden en verlaten.
Elk van beide douaneadministratie kan uit eigen beweging dergelijk toezicht houden en dergelijke informatie verstrekken indien zij redenen heeft om aan te nemen dat voorgenomen, lopende of voltooide activiteiten een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij vormen.
Artikel 11. Gecontroleerde afleveringen
De douaneadministraties kunnen, in overeenstemming met hun nationale wettelijke en administratieve bepalingen, door middel van een wederzijdse regeling, toestemming verlenen voor de onder hun toezicht verrichte invoer in, uitvoer uit of doorvoer via het grondgebied van hun respectieve staten van goederen die betrokken zijn bij ongeoorloofde handel om deze ongeoorloofde handel tegen te gaan. Indien de douaneadministratie niet bevoegd is bedoelde toestemming te verlenen, tracht die administratie samenwerking te bewerkstelligen met de nationale autoriteiten die daartoe wel bevoegd zijn of draagt zij de zaak aan hen over.
Artikel 12. Bestrijding van namaak en piraterij
Op verzoek kunnen de douaneadministraties elkaar bijstand verlenen bij de toepassing van maatregelen ter bestrijding van inbreuken op de intellectuele-eigendomsrechten door het opschorten van het in het vrije verkeer brengen van goederen waarvan het vermoeden bestaat dat zij nagemaakt of illegaal gekopieerd zijn.
Beide douaneadministraties wisselen inlichtingen of gegevens uit over goederen die het voorwerp van namaak of piraterij kunnen zijn, evenwel binnen de grenzen van de daartoe beschikbare middelen en de bevoegdheden die aan hen zijn verleend.
Artikel 13. Bestrijding van witwassen
Met inachtneming van hun nationale wetgeving en de bevoegdheden die aan hen zijn verleend, verplichten beide partijen zich ertoe samen te werken op het gebied van het voorkomen en onderzoeken van fraude die betrekking heeft op witwassen.
Artikel 14. Deskundigen en getuigen
De aangezochte administratie kan, op verzoek, functionarissen machtigen ter zake van de uitvoering van de douanewetgeving als deskundige of getuige te verschijnen voor een rechtscollege op het grondgebied van de verzoekende verdragsluitende partij.
HOOFDSTUK V. TOEZENDING VAN VERZOEKEN
Artikel 15
Verzoeken om bijstand uit hoofde van dit Verdrag worden rechtstreeks aan de douaneadministratie van de andere verdragsluitende partij gericht. Verzoeken worden schriftelijk of elektronisch gedaan en gaan vergezeld van alle informatie die voor de inwilliging van het verzoek nuttig wordt geacht. De aangezochte administratie kan schriftelijke bevestiging van elektronische verzoeken verlangen. Wanneer de omstandigheden dit vereisen, kunnen verzoeken mondeling worden gedaan. Dergelijke verzoeken worden zo spoedig mogelijk hetzij schriftelijk, hetzij, indien beide douaneadministraties daarmee instemmen, elektronisch bevestigd.
Verzoeken ingevolge het eerste lid van dit artikel bevatten de volgende gegevens:
- a. de naam en adresgegevens van de verzoekende administratie;
- b. het onderwerp van en de reden voor het verzoek, alsmede de aard van de verzochte bijstand;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.