Economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2016-06-10
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

Partijen bij de overeenkomst

het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Republiek Kroatië,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

Hongarije,

de Republiek Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

verdragsluitende partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna „de lidstaten van de Europese Unie” genoemd,

en

de Europese Unie, enerzijds, en

de Republiek Botswana,

het Koninkrijk Lesotho,

de Republiek Mozambique,

de Republiek Namibië,

de Republiek Zuid-Afrika, en

het Koninkrijk Swaziland,

hierna de „staten van de ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika die partij zijn bij de economische partnerschapsovereenkomst” , anderzijds („de SADC-EPO-staten”),

gezien de wens van de partijen hun handelsbetrekkingen te versterken en nauwe en duurzame banden tot stand te brengen op basis van partnerschap en samenwerking,

ervan overtuigd dat deze overeenkomst de economische en handelsbetrekkingen tussen de partijen verder zal verdiepen en stimuleren,

met de wens op het grondgebied van de partijen nieuwe werkgelegenheid te creëren, investeringen aan te trekken en de levensstandaard te verbeteren, en daarbij duurzame ontwikkeling te bevorderen,

zich bewust van het belang van samenwerking bij de ontwikkelingsfinanciering voor de uitvoering van deze overeenkomst,

erkennende de inspanningen van de SADC-EPO-staten om zorg te dragen voor de economische en sociale ontwikkeling van hun bevolking tegen de achtergrond van verdieping van de regionale integratie in de ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika („SADC-regio”),

uitdrukking gevende aan de vastberadenheid van de partijen om de regionale samenwerking en de economische integratie te bevorderen alsmede de liberalisering van de handel in de SADC-regio te stimuleren,

erkennende dat de SADC-EPO-staten bijzondere behoeften en belangen hebben en dat het noodzakelijk is rekening te houden met hun verschillende niveaus van economische ontwikkeling en uiteenlopende geografische en sociaal-economische problemen,

zich bewust van de bijzondere omstandigheden waarin Botswana, Lesotho, Namibië en Swaziland („BLNS-staten”) zich ten aanzien van deze overeenkomst bevinden en van de noodzaak rekening te houden met de gevolgen van de handelsliberalisering in het kader van de Overeenkomst inzake handel, ontwikkeling en samenwerking tussen Zuid-Afrika en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, ondertekend op 11 oktober 1999 („TDC-overeenkomst”), voor hen,

erkennende dat door een speciale en gedifferentieerde behandeling en asymmetrie rekening moet worden gehouden met de bijzondere omstandigheden en behoeften van de minst ontwikkelde landen („MOL’s”) van de SADC-EPO-staten,

zich bewust van de bijzondere omstandigheden waarin Lesotho zich als het enige MOL in de Zuidelijk-Afrikaanse Douane-unie („SACU”) bevindt en van de noodzaak wegens de gevolgen van de verlaging van de tariefinkomsten ingevolge de TDC-overeenkomst en deze overeenkomst prioriteit aan steun voor de handel toe te kennen,

zich bewust van de bijzondere omstandigheden van die SADC-EPO-staten die herstellen van langdurige gewapende conflicten, en waarvoor een speciale en gedifferentieerde behandeling en asymmetrie nodig is,

rekening houdende met de rechten en verplichtingen van de partijen als lid van de Wereldhandelsorganisatie („WTO”), en het belang van het multilaterale handelssysteem bevestigend,

herinnerend aan het belang dat de partijen hechten aan de beginselen en regels van het multilaterale handelssysteem en aan de noodzaak deze op transparante en niet-discriminerende wijze toe te passen,

indachtig de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan („ACS”), enerzijds, en de Europese Gemeenschap („EG”) en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend op 23 juni 2000 en herzien op 25 juni 2005 („Overeenkomst van Cotonou”),

uitdrukking gevende aan de inzet en steun van de partijen voor de economische ontwikkeling in de SADC-EPO-staten, zodat deze de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling („MDG’s”) kunnen halen,

indachtig de TDC-overeenkomst,

gelet op de vastberadenheid van de partijen ervoor te zorgen dat hun wederzijdse afspraken het proces van regionale integratie in het kader van het Verdrag inzake de ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika, ondertekend op 17 augustus 1992, zoals gewijzigd („SADC-verdrag”), ondersteunen,

erkennende het bijzondere geval van de Zuidelijk-Afrikaanse Douane-unie, in 2002 bij de Overeenkomst inzake de Zuidelijk-Afrikaanse Douane-unie opgericht tussen de regeringen van de Republiek Botswana, het Koninkrijk Lesotho, de Republiek Namibië, de Republiek Zuid-Afrika en het Koninkrijk Swaziland, ondertekend op 21 oktober 2002 („SACU-overeenkomst”),

uitdrukking gevende aan de ondersteuning en stimulering van het proces van handelsliberalisering door de partijen,

de nadruk leggende op het belang van landbouw en duurzame ontwikkeling voor het verlichten van de armoede in de SADC-EPO-staten,

hebben besloten deze overeenkomst te sluiten2[Red: De oorspronkelijke Bijlagen bij de Overeenkomst en bij de Protocollen liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.]:

DEEL I. DUURZAME ONTWIKKELING EN ANDERE SAMENWERKINGSGEBIEDEN

HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Doelstellingen

De doelstellingen van deze overeenkomst zijn:

Artikel 2. Beginselen
1.

Deze overeenkomst is gebaseerd op de grondbeginselen alsmede op de essentiële en fundamentele elementen, zoals neergelegd in artikel 2 respectievelijk artikel 9 van de Overeenkomst van Cotonou. Deze overeenkomst bouwt voort op de verworvenheden van de Overeenkomst van Cotonou, de TDC-overeenkomst en de eerdere ACS-EG-overeenkomsten op het gebied van regionale samenwerking en integratie en van samenwerking op economisch en handelsgebied.

2.

Deze overeenkomst wordt op zodanige wijze uitgevoerd dat zij, de Overeenkomst van Cotonou en de TDC-overeenkomst elkaar aanvullen en wederzijds versterken, met inachtneming van de artikelen 110 en 111.

3.

De partijen komen overeen bij de uitvoering van deze overeenkomst samen te werken op een wijze die in overeenstemming is met het ontwikkelingsbeleid en de regionale integratieprogramma’s waarbij de SADC-EPO-staten betrokken zijn of betrokken kunnen worden.

4.

De partijen komen overeen samen te werken om aan hun verbintenissen en verplichtingen te voldoen en de SADC-EPO-staten beter in staat te stellen deze overeenkomst uit te voeren.

Artikel 3. Regionale integratie
1.

De partijen erkennen dat regionale integratie een integraal bestanddeel van hun partnerschap en een krachtig instrument voor het bereiken van de doelstellingen van deze overeenkomst is.

2.

De partijen bekrachtigen het belang van regionale en subregionale integratie tussen de SADC-EPO-staten voor het verbeteren van economische kansen, het vergroten van politieke stabiliteit en het bevorderen van de daadwerkelijke integratie van ontwikkelingslanden in de wereldeconomie.

3.

De partijen steunen in het bijzonder de integratieprocessen die zijn gebaseerd op de SACU-overeenkomst, het SADC-verdrag en de op 11 juli 2000 goedgekeurde Oprichtingsakte van de Afrikaanse Unie, alsmede het ontwikkelingsbeleid en de politieke doelstellingen die met die processen verband houden. De partijen beogen elkaar met behulp van die instrumenten bij de uitvoering van deze overeenkomst te ondersteunen, daarbij rekening houdend met hun respectieve ontwikkelingsniveau, behoeften, geografische realiteit en strategieën voor duurzame ontwikkeling.

Artikel 4. Toezicht
1.

De partijen verbinden zich ertoe voortdurend toezicht te houden op het functioneren en het effect van deze overeenkomst door middel van passende mechanismen en tijdschema’s in het kader van hun respectieve participatieprocessen en participerende instellingen alsmede die welke in het kader van deze overeenkomst zijn ingevoerd, teneinde te waarborgen dat de doelstellingen van deze overeenkomst worden verwezenlijkt en dat deze overeenkomst correct wordt uitgevoerd en hun bevolking, en in het bijzonder de kwetsbaarste groepen, zoveel mogelijk voordelen biedt.

2.

De partijen verbinden zich ertoe elkaar onverwijld te raadplegen over elke aangelegenheid betreffende de uitvoering van deze overeenkomst.

Artikel 5. Samenwerking in internationale fora

De partijen streven naar samenwerking in alle internationale fora waar aangelegenheden in verband met deze overeenkomst worden besproken.

HOOFDSTUK II. HANDEL EN DUURZAME ONTWIKKELING

Artikel 6. Context en doelstellingen
1.

De partijen herinneren aan Agenda 21 over milieu en ontwikkeling van 1992, de Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie („IAO”) over de fundamentele principes en rechten met betrekking tot werk van 1998, het Uitvoeringsplan van Johannesburg over duurzame ontwikkeling van 2002, de Ministeriële Verklaring van de Economische en Sociale Raad van de VN over volledige werkgelegenheid en fatsoenlijk werk van 2006, de Verklaring van de IAO over sociale gerechtigheid voor een eerlijke mondialisering van 2008 en het slotdocument van de Conferentie van de VN over duurzame ontwikkeling van 2012 getiteld „The Future We Want”.

2.

De partijen herbevestigen dat zij vastbesloten zijn de ontwikkeling van de internationale handel op zodanige wijze te bevorderen dat deze bijdraagt tot de doelstelling van duurzame ontwikkeling in de drie pijlers ervan (economische ontwikkeling, sociale ontwikkeling en milieubescherming), voor het welzijn van huidige en toekomstige generaties, en zullen ernaar streven dat deze doelstelling wordt geïntegreerd in en tot uitdrukking komt op elk niveau van hun handelsbetrekkingen.

3.

De bepalingen van DEEL III zijn niet van toepassing op dit hoofdstuk, met uitzondering van artikel 7.

Artikel 7. Duurzame ontwikkeling
1.

De partijen herbevestigen dat de doelstelling van duurzame ontwikkeling op elk niveau van hun economische partnerschap moet worden toegepast en geïntegreerd, ter uitvoering van de prioritaire verplichtingen neergelegd in de artikelen 1, 2 en 9 van de Overeenkomst van Cotonou, en met name van de algemene verbintenis armoede terug te dringen en uiteindelijk uit te roeien op een wijze die in overeenstemming is met de doelstellingen van duurzame ontwikkeling.

2.

Voor de toepassing van deze overeenkomst vatten de partijen deze doelstelling op als een verbintenis om:

3.

De partijen komen daarom overeen samen te werken aan de verwezenlijking van een duurzame ontwikkeling waarbij de mens centraal staat.

Artikel 8. Multilaterale milieu- en arbeidsnormen en -overeenkomsten
1.

De partijen erkennen de waarde van internationale governance en overeenkomsten op milieugebied als antwoord van de internationale gemeenschap op mondiale of regionale milieuproblemen, en beschouwen fatsoenlijk werk voor iedereen als hoofdelement van duurzame ontwikkeling voor alle landen en als prioritaire doelstelling van internationale samenwerking.

2.

Rekening houdend met de Overeenkomst van Cotonou, met name de artikelen 49 en 50, herbevestigen de partijen in het kader van dit artikel hun rechten en hun verbintenis tot uitvoering van hun verplichtingen met betrekking tot de multilaterale milieuovereenkomsten („MEA’s”) en de IAO-verdragen die zij hebben geratificeerd.

Artikel 9. Regelgevingsrecht en beschermingsniveaus
1.

De partijen erkennen het recht van elke partij haar eigen niveaus van interne arbeids- en milieubescherming te bepalen, en dienovereenkomstig haar wetgeving en beleid ter zake vast te stellen of te wijzigen, overeenkomstig internationaal erkende normen en overeenkomsten waarbij zij partij zijn.

2.

De partijen herbevestigen het belang van de bescherming waarin hun arbeids- en milieuwetgeving voorziet.

3.

De partijen erkennen dat het niet gepast is handel of investeringen aan te moedigen door de interne niveaus van arbeids- en milieubescherming af te zwakken of te verminderen, en zij wijken met het oog daarop niet af van hun respectieve arbeids- en milieuwetgeving noch verzuimen aanhoudend die daadwerkelijk te handhaven.

Artikel 10. Handel en investeringen ten behoeve van duurzame ontwikkeling

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.