Verdrag inzake sociale zekerheid tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Volksrepubliek China

Type Verdrag
Publication 2017-09-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden (hierna te noemen Nederland of „de verdragsluitende partij”)

en

de Regering van de Volksrepubliek China (hierna te noemen China of „de verdragsluitende partij”),

Ernaar strevend de vriendschappelijke betrekkingen tussen Nederland en China te ontwikkelen, en

Geleid door de wens hun wederzijdse samenwerking op het gebied van sociale zekerheid te bevorderen, met name ter voorkoming van dubbele verzekering van bepaalde elementen uit hoofde van de stelsels van sociale zekerheid van beide landen,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen
1.

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

2.

Elke uitdrukking die niet wordt omschreven in het eerste lid van dit artikel heeft de betekenis die eraan wordt gegeven in de van toepassing zijnde wetgeving.

Artikel 2. Reikwijdte van de wetgeving
1.

Dit Verdrag is van toepassing op de wetgeving met betrekking tot de volgende sociale verzekeringen:

2.

Tenzij anders voorzien in dit Verdrag omvat de in het eerste lid van dit artikel bedoelde wetgeving geen verdragen inzake sociale zekerheid die tussen een verdragsluitende partij en een derde staat kunnen worden gesloten, of wetgeving die met het oog op de specifieke implementatie daarvan wordt uitgevaardigd.

Artikel 3. Personele werkingssfeer

Tenzij anders aangegeven is dit Verdrag van toepassing op alle personen die onderworpen zijn aan de wetgeving van een van de verdragsluitende partijen alsmede op andere personen die rechten ontlenen aan deze personen.

Artikel 4. Gelijkheid van behandeling

Tenzij anders voorzien in dit Verdrag hebben de in artikel 3 bedoelde personen van een verdragsluitende partij wanneer zij werken of verblijven op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij, dezelfde rechten en verplichtingen als de onderdanen van die verdragsluitende partij wat betreft de toepassing van de wetgeving van die verdragsluitende partij.

Artikel 5. Algemene bepaling

Tenzij anders voorzien in dit Verdrag is op personen die als werknemer werkzaam zijn op het grondgebied van een verdragsluitende partij ter zake van dat dienstverband uitsluitend de wetgeving van die verdragsluitende partij van toepassing.

Artikel 6. Gedetacheerde werknemers
1.

Wanneer een persoon op wie de wetgeving van een verdragsluitende partij van toepassing is en die ten minste een maand direct voorafgaand aan de detachering werkzaam was voor een werkgever met een plaats van bedrijfsuitoefening op het grondgebied van die verdragsluitende partij die daar normaal gesproken werkzaamheden uitvoert, door dezelfde werkgever wordt gedetacheerd om werkzaamheden te verrichten op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij, is de werknemer uitsluitend onderworpen aan de wetgeving van de eerste verdragsluitende partij als zou deze werknemer werkzaam zijn op het grondgebied van de eerste verdragsluitende partij, mits de duur van deze detachering niet langer is dan 60 maanden.

2.

Achtereenvolgende detacheringen van dezelfde werknemer binnen een tijdvak van 60 maanden gelden als één detachering, tenzij zij door een tijdvak van ten minste 12 maanden onderbroken zijn.

3.

Indien een persoon ingevolge het eerste lid onderworpen blijft aan de wetgeving van de ene verdragsluitende partij, is dat lid van overeenkomstige toepassing op de echtgenoot/echtgenote en kinderen die hem vergezellen, tenzij zij zelf als werknemer of zelfstandige werkzaam zijn op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij.

4.

Het eerste lid van dit artikel is van toepassing wanneer een persoon die door zijn of haar werkgever naar het grondgebied van een derde staat wordt gezonden en op wie de wetgeving van de zendende verdragsluitende partij van toepassing blijft, vervolgens door deze werkgever van het grondgebied van de derde staat naar het grondgebied van de ontvangende verdragsluitende partij wordt gezonden.

5.

Indien de detachering langer duurt dan het in het eerste lid van dit artikel genoemde tijdvak, blijft de wetgeving van de eerste in dat lid genoemde verdragsluitende partij van toepassing mits de bevoegde autoriteiten of organen van de verdragsluitende partijen daarmee instemmen. De procedures voor deze voortgezette toepassing worden vermeld in het Memorandum van Overeenstemming dat overeenkomstig artikel 13, eerste lid, wordt gesloten.

Artikel 7. Zeevarenden

Een persoon die tewerkgesteld wordt aan boord van een zeeschip is onderworpen aan de wetgeving zoals omschreven in artikel 2 van de verdragsluitende partij wier vlag het schip voert.

Wanneer een persoon die gewoonlijk op het grondgebied van de ene verdragsluitende partij woont door een werkgever in dezelfde verdragsluitende partij tewerk wordt gesteld op een zeeschip dat vaart onder de vlag van de andere verdragsluitende partij, dan is de wetgeving van de eerste verdragsluitende partij op deze persoon van toepassing als zou de persoon werkzaam zijn op het grondgebied van de eerste verdragsluitende partij.

Dit artikel laat onverlet de verplichtingen van de reder ingevolge het Maritieme Arbeidsverdrag, 2006, (MLC, 2006) zoals vastgelegd in de nationale wet- en regelgeving van de verdragsluitende partij wier vlag het schip voert.

Artikel 8. Bemanning van luchtvaartuigen

Een persoon die als lid van de bemanning van een luchtvaartuig werkt, is, met betrekking tot die dienstbetrekking, uitsluitend onderworpen aan de wetgeving van de verdragsluitende partij op het grondgebied waarvan de werkgever zijn voornaamste plaats van bedrijfsuitoefening heeft. Indien de onderneming echter een filiaal of statutaire zetel op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij heeft en deze persoon bij dat filiaal of deze zetel werkzaam is, is deze persoon uitsluitend onderworpen aan de wetgeving van de verdragsluitende partij op het grondgebied waarvan dat filiaal of die zetel is gevestigd.

Artikel 9. Ambtenaren, leden van diplomatieke vertegenwoordigingen en consulaire posten
1.

Dit Verdrag laat onverlet de bepalingen van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 18 april 1961 of van het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen van 24 april 1963.

2.

Ambtenaren van de ene verdragsluitende partij die naar het grondgebied van de andere verdragsluitende partij worden gezonden, zijn uitsluitend onderworpen aan de wetgeving van de eerste verdragsluitende partij als zou deze persoon werkzaam zijn op het grondgebied van de eerste verdragsluitende partij.

3.

Indien een persoon ingevolge het tweede lid onderworpen blijft aan de wetgeving van een verdragsluitende partij, is dat lid van overeenkomstige toepassing op de echtgenoot/echtgenote en kinderen die hem vergezellen, tenzij zij zelf als werknemer of zelfstandige werkzaam zijn op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij.

4.

Wanneer een persoon die lokaal in dienst is genomen door een diplomatieke missie of consulaire post van een verdragsluitende partij tewerkgesteld wordt op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij, is de wetgeving van de laatste verdragsluitende partij van toepassing op die persoon.

Artikel 10. Uitzonderingen

De bevoegde autoriteiten of de bevoegde organen van beide verdragsluitende partijen kunnen ermee instemmen om in het belang van bepaalde personen of categorieën personen uitzonderingen op de toepassing van de artikelen 5 tot en met 8 en artikel 9, tweede, derde en vierde lid, toe te staan, mits op de betreffende personen uitsluitend de wetgeving van een van de verdragsluitende partijen van toepassing is.

Artikel 11. Woonplaats

Een persoon die in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag onderworpen is aan de wetgeving van Nederland wordt, wat betreft de verzekering ingevolge die wetgeving, beschouwd als wonend op het grondgebied van Nederland.

Artikel 12. Afgifte van verklaringen

In de omstandigheden omschreven in de artikelen 6 en 10 van dit Verdrag:

Artikel 13. Uitvoeringsregelingen
1.

De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen sluiten een Memorandum van Overeenstemming waarin de maatregelen staan vervat die nodig zijn voor de uitvoering van dit Verdrag.

2.

De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen stellen elkaar in kennis van eventuele wijzigingen van of aanvullingen op hun wetgeving die van invloed kunnen zijn op de uitvoering van dit Verdrag.

Artikel 14. Uitwisseling van informatie en wederzijdse bijstand

In antwoord op een schriftelijk verzoek verstrekken de bevoegde autoriteiten of bevoegde organen van de verdragsluitende partijen elkaar, voor zover zulks is toegestaan door hun respectieve wetgeving, informatie of wederzijdse bijstand voor de uitvoering van dit Verdrag.

Artikel 15. Voertaal
1.

Ten behoeve van de uitvoering van dit Verdrag is Engels de voertaal.

2.

Documenten, met name verklaringen, die voor de toepassing van dit Verdrag dienen te worden ingediend worden vrijgesteld van de vereisten voor authenticatie of soortgelijke formaliteiten.

Artikel 16. Beslechting van geschillen

Geschillen tussen de verdragsluitende partijen inzake de interpretatie of toepassing van dit Verdrag worden beslecht door middel van onderhandelingen en overleg tussen de bevoegde autoriteiten of bevoegde organen van de verdragsluitende partijen. Indien geschillen niet binnen een bepaald tijdsbestek worden opgelost, worden zij langs diplomatieke weg beslecht.

Artikel 17. Vertrouwelijkheid van informatie
1.

De bevoegde autoriteiten of bevoegde organen van een verdragsluitende partij zenden de bevoegde autoriteiten of bevoegde organen van de andere verdragsluitende partij in overeenstemming met haar wet- en regelgeving, uit hoofde van haar wetgeving verzamelde informatie over een natuurlijke persoon toe, voor zover deze informatie nodig is voor de uitvoering van dit Verdrag.

2.

Tenzij anderszins wordt vereist door de wet- en regelgeving van een verdragsluitende partij, wordt informatie over een natuurlijke persoon die in overeenstemming met de bepaling van het eerste lid van dit artikel door de andere verdragsluitende partij aan die verdragsluitende partij wordt toegezonden uitsluitend gebruikt voor de uitvoering van dit Verdrag. Op deze door een verdragsluitende partij ontvangen informatie is de wet- en regelgeving van deze verdragsluitende partij inzake de bescherming van de en vertrouwelijkheid van persoonsgegevens van toepassing.

Artikel 18. Overgangsbepaling

Bij de toepassing van artikel 6, eerste lid, worden in het geval van personen die vóór de inwerkingtreding van dit Verdrag werkzaam waren op het grondgebied van een verdragsluitende partij, de tijdvakken van detachering bedoeld in artikel 6, eerste lid, geacht te zijn begonnen op de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag. De verklaring wordt uiterlijk 6 maanden na de inwerkingtreding van dit Verdrag en in overeenstemming met artikel 12 afgegeven of ingediend.

Artikel 19. Toetsing
1.

Dit Verdrag wordt door de verdragsluitende partijen getoetst op verzoek van een van de verdragsluitende partijen.

2.

Uiterlijk 10 jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag toetsen de verdragsluitende partijen gezamenlijk of het Verdrag dient te worden gewijzigd teneinde te waarborgen dat de volledige socialezekerheidsdekking voor personen van beide verdragsluitende partijen zoals aangegeven in artikel 3 onder dit Verdrag valt.

Artikel 20. Inwerkingtreding

De verdragsluitende partijen stellen elkaar langs diplomatieke weg schriftelijk in kennis van de voltooiing van hun respectieve interne juridische procedures die vereist zijn voor de inwerkingtreding van dit Verdrag. Het Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de vierde maand na de datum van ontvangst van de laatste nota.

Artikel 21. Duur en beëindiging

Dit Verdrag wordt gesloten voor onbepaalde tijd en blijft van kracht tot en met de laatste dag van de twaalfde maand waarin een van de verdragsluitende partijen de andere verdragsluitende partij een schriftelijke kennisgeving van beëindiging doet toekomen.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd door hun respectieve regeringen, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te ’s-Gravenhage op 12 september 2016 in de Nederlandse, de Chinese en de Engelse taal, waarbij alle teksten gelijke geldigheid hebben. In geval van verschillen in uitlegging is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

LODEWIJK ASSCHER

Voor de Regering van de Volksrepubliek China,

YIN WEIMIN

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.