Partnerschapsovereenkomst op het gebied van betrekkingen en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Nieuw-Zeeland, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2022-07-21
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Europese Unie, hierna „de Unie” genoemd,

en

het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Republiek Kroatië,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

Hongarije,

de Republiek Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

lidstaten van de Europese Unie, hierna „de lidstaten” genoemd,

enerzijds, en

Nieuw-Zeeland,

anderzijds,

hierna „de partijen” genoemd,

Overwegende hun gedeelde waarden en hun nauwe historische, politieke, economische en culturele banden,

Verheugd over de vooruitgang die is gemaakt bij de ontwikkeling van de onderlinge betrekkingen tot beider voordeel sinds de goedkeuring van de gemeenschappelijke verklaring betreffende de onderlinge betrekkingen en samenwerking tussen de Europese Unie en Nieuw-Zeeland van 21 september 2007,

Opnieuw bevestigend dat zij zich engageren voor de doelstellingen en beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties (het VN-Verdrag) en het versterken van de rol van de Verenigde Naties (VN),

Opnieuw bevestigend dat zij sterk gehecht zijn aan de democratische beginselen en de rechten van de mens, vastgelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens en andere toepasselijke internationale mensenrechteninstrumenten, alsmede aan de beginselen van de rechtsstaat en goed bestuur,

Erkennend dat de Nieuw-Zeelandse regering bijzonder gehecht is aan de beginselen van het Verdrag van Waitangi,

Beklemmend de alomvattende aard van hun betrekkingen en het belang van een coherent kader ter bevordering van de ontwikkeling van deze betrekkingen,

Uitdrukking gevend aan hun gezamenlijke wil om de betrekkingen om te smeden tot een versterkt partnerschap,

Bevestigend hun wens om de onderlinge politieke dialoog en samenwerking te intensiveren en te ontwikkelen,

Vastbesloten de samenwerking op gebieden van wederzijds belang op bilateraal, regionaal en mondiaal niveau en tot wederzijds voordeel te consolideren, te verdiepen en te diversifiëren,

Erkennend dat er behoefte is aan meer samenwerking op het gebied van recht, vrijheid en veiligheid,

Overwegende dat zij duurzame ontwikkeling in economisch, sociaal en ecologisch opzicht wensen te bevorderen,

Voorts erkennend dat zij beiden belang hebben bij het bevorderen van wederzijds begrip en sterke persoonlijke contacten, onder meer door toerisme, onderlinge regelingen om jongeren de mogelijkheid te geven andere landen te bezoeken en er te werken of studeren, en door andere korte bezoeken,

Opnieuw bevestigend dat zij vastbesloten zijn de economische groei, de mondiale economische governance, de financiële stabiliteit en een doelmatig multilateralisme te bevorderen,

Opnieuw bevestigend dat zij vastbesloten zijn samen te werken ter bevordering van internationale vrede en veiligheid,

Voortbouwend op de overeenkomsten tussen de EU en Nieuw-Zeeland, met name inzake crisisbeheersing, wetenschap en technologie, luchtdiensten, conformiteitsbeoordelingsprocedures en sanitaire maatregelen,

Wijzend op het feit dat, als de partijen in het kader van deze overeenkomst specifieke overeenkomsten sluiten op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, die door de Unie zouden worden gesloten krachtens titel V van het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, de bepalingen van dergelijke toekomstige overeenkomsten niet bindend zijn voor het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland, tenzij de Europese Unie, samen met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland wat betreft hun respectieve bilaterale betrekkingen, Nieuw-Zeeland ervan in kennis heeft gesteld dat het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland gebonden zijn door dergelijke overeenkomsten als deel van de Unie, overeenkomstig Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht. Evenzo zijn latere interne maatregelen van de Unie die met het oog op de uitvoering van deze overeenkomst krachtens voornoemde titel V worden genomen, niet bindend voor het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland, tenzij deze laatsten hun wens te kennen hebben gegeven deel te nemen aan deze maatregelen of deze te aanvaarden overeenkomstig Protocol nr. 21. Voorts wijzende op het feit dat dergelijke toekomstige overeenkomsten of dergelijke latere interne maatregelen van de Unie zouden komen te vallen onder Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken dat gehecht is aan voornoemde Verdragen,

Zijn het volgende overeengekomen:

TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Doel van de overeenkomst

Het doel van deze overeenkomst is een versterkt partnerschap tussen de partijen tot stand te brengen en nauwer en intensiever samen te werken inzake aangelegenheden van gemeenschappelijk belang, waarin de gedeelde waarden en gemeenschappelijke beginselen worden weerspiegeld, onder meer door het intensiveren van een dialoog op hoog niveau.

Artikel 2. Grondslag van de samenwerking
1.

De partijen bevestigen opnieuw hun gehechtheid aan de democratische beginselen, de mensenrechten, de fundamentele vrijheden, de rechtsstaat en goed bestuur.

De eerbiediging van de democratische beginselen, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, zoals deze zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en andere toepasselijke internationale mensenrechteninstrumenten en van het beginsel van de rechtsstaat, ligt ten grondslag aan het binnenlandse en het buitenlandse beleid van de partijen en is een essentieel onderdeel van deze overeenkomst.

2.

De partijen bevestigen opnieuw hun steun voor het VN-Handvest en de gedeelde waarden die daarin hun uitdrukking vinden.

3.

De partijen bevestigen opnieuw dat zij zich ervoor inzetten duurzame ontwikkeling en groei op alle vlakken te stimuleren, bij te dragen tot de verwezenlijking van internationaal overeengekomen ontwikkelingsdoelstellingen en samen te werken om wereldwijde milieuproblemen, in het bijzonder klimaatverandering, aan te pakken.

4.

De partijen onderstrepen hun beider gehechtheid aan de alomvattende aard van hun bilaterale betrekkingen en verplichten zich ertoe deze betrekkingen te verruimen en te verdiepen, onder meer door het sluiten van specifieke overeenkomsten of regelingen.

5.

De tenuitvoerlegging van deze overeenkomst is gebaseerd op de beginselen van dialoog, wederzijds respect, gelijkwaardig partnerschap, consensus en de eerbiediging van het internationaal recht.

Artikel 3. Dialoog
1.

De partijen komen overeen hun regelmatige dialoog te intensiveren op alle gebieden die onder deze overeenkomst vallen, met het oog op de naleving van het doel van de overeenkomst.

2.

De dialoog tussen de partijen wordt gevoerd door middel van contacten, uitwisselingen en overleg op alle niveaus, met name in de vorm van:

Artikel 4. Samenwerking in regionale en internationale organisaties

De partijen verbinden zich ertoe samen te werken door van gedachten te wisselen over politieke vraagstukken van wederzijds belang, en, in voorkomend geval, het uitwisselen van informatie over standpunten in regionale en internationale fora en organisaties.

TITEL II. POLITIEKE DIALOOG EN SAMENWERKING INZAKE BUITENLANDS BELEID EN VEILIGHEID

Artikel 5. Politieke dialoog

De partijen komen overeen hun regelmatige politieke dialoog op alle niveaus te intensiveren, vooral met het oog op de bespreking van aangelegenheden van gemeenschappelijk belang die onder deze titel vallen en de versterking van hun gemeenschappelijke aanpak van internationale kwesties. De partijen komen overeen dat voor de toepassing van deze titel onder het begrip „politieke dialoog” wordt verstaan: uitwisselingen en overleg, formeel of informeel, op alle niveaus van de overheid.

Artikel 6. Engagement voor de democratische beginselen, de mensenrechten en de rechtsstaat

Om het gedeelde engagement voor de democratische beginselen, de mensenrechten en de rechtsstaat te bevorderen, komen de partijen overeen:

Artikel 7. Crisisbeheer

De partijen bevestigen opnieuw hun verbintenis tot bevordering van de internationale vrede en veiligheid, onder andere in het kader van de op 18 april 2012 in Brussel ondertekende overeenkomst tussen de Europese Unie en Nieuw-Zeeland tot vaststelling van een kader voor de deelname van Nieuw-Zeeland aan crisisbeheersingsoperaties van de Europese Unie.

Artikel 8. Bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens
1.

De partijen zijn van oordeel dat de verspreiding van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor, onder zowel staten als niet-statelijke actoren, een van de ernstigste bedreigingen voor de internationale vrede en veiligheid vormt. De partijen bevestigen opnieuw dat zij hun bestaande verplichtingen op grond van de internationale ontwapenings- en non-proliferatieverdragen en -overeenkomsten en andere relevante internationale verplichtingen op nationaal niveau volledig zullen naleven en toepassen. De partijen komen overeen samen te werken en bij te dragen aan de strijd tegen de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor. De partijen komen overeen dat deze bepaling een essentieel element van deze overeenkomst vormt.

2.

De partijen komen bovendien overeen samen te werken en bij te dragen aan de strijd tegen massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, door:

3.

De partijen komen overeen een regelmatige politieke dialoog over deze onderwerpen tot stand te brengen.

Artikel 9. Handvuurwapens en lichte wapens
1.

De partijen erkennen dat de illegale productie en overdracht van en de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor, alsmede de buitensporige accumulatie, slecht beheer, inadequaat beveiligde voorraden en ongecontroleerde verspreiding ervan een ernstige bedreiging voor de vrede en de internationale veiligheid blijven vormen.

2.

De partijen bevestigen opnieuw dat zij hun verplichtingen met betrekking tot de aanpak van alle aspecten van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens zullen nakomen en volledig ten uitvoer leggen, overeenkomstig de bestaande internationale verdragen en de resoluties van de VN-Veiligheidsraad, evenals hun verbintenissen in het kader van andere internationale instrumenten op dit gebied, zoals het VN-actieprogramma ter voorkoming, bestrijding en uitbanning van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten.

3.

De partijen verbinden zich ertoe samen te werken en voor coördinatie en complementariteit te zorgen bij het aanpakken van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor, op mondiaal, regionaal, subregionaal en nationaal niveau, en komen overeen een regelmatige politieke dialoog over deze onderwerpen tot stand te brengen.

Artikel 10. Internationaal Strafhof
1.

De partijen bevestigen opnieuw dat de ernstigste misdaden die de gehele internationale gemeenschap aangaan, niet ongestraft mogen blijven en dat de vervolging ervan moet worden gewaarborgd door maatregelen op intern en internationaal niveau, onder meer in het Internationaal Strafhof.

2.

De partijen bevorderen het versterken van vrede en internationale gerechtigheid en bevestigen hun vastberadenheid om:

Artikel 11. Samenwerking ter bestrijding van terrorisme
1.

De partijen bevestigen opnieuw het belang van terrorismebestrijding, met volledige naleving van de rechtsstaat, het internationale recht, met name het VN-Handvest en de relevante resoluties van de VN-Veiligheidsraad, het recht inzake de de mensenrechten, het vluchtelingenrecht en het internationale humanitaire recht.

2.

Binnen dit kader en rekening houdend met de mondiale strategie voor terrorismebestrijding van de VN, vervat in Resolutie 60/288 van de Algemene Vergadering van de VN van 8 september 2006, komen de partijen overeen samen te werken voor de preventie en bestrijding van terrorisme, met name:

3.

De partijen bevestigen opnieuw hun engagement ten aanzien van de internationale normen die zijn vastgesteld door de Financial Action Task Force (FATF) voor de bestrijding van de financiering van terrorisme.

4.

De partijen bevestigen opnieuw hun engagement om samen te werken om steun voor capaciteitsopbouw inzake terrorismebestrijding aan andere staten te verstrekken die middelen en expertise behoeven om terroristische activiteiten te voorkomen en er op te reageren, onder meer in het kader van het mondiaal terrorismebestrijdingsforum (Global Counter-Terrorism Forum – GCTF).

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.