Aanvullend Protocol bij het Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
Preambule
De lidstaten van de Raad van Europa en de andere Partijen bij het Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme (CETS nr.196) die dit Protocol hebben ondertekend,
Overwegend dat het doel van de Raad van Europa is het tot stand brengen van een grotere eenheid tussen zijn leden;
Geleid door de wens tot versterking van de inspanningen om terrorisme in al zijn vormen te voorkomen en te bestrijden, zowel in Europa als in de rest van de wereld, waarbij de mensenrechten en de rechtsstaat worden geëerbiedigd;
Herinnerend aan de mensenrechten en fundamentele vrijheden die met name zijn vastgelegd in het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (ETS nr. 5) en de protocollen daarbij alsmede in het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten;
Hun ernstige bezorgdheid uitsprekend over de dreiging die uitgaat van personen die naar het buitenland reizen met het oogmerk terroristische misdrijven te plegen, hieraan bij te dragen of hieraan deel te nemen, of training voor terrorisme te geven of te krijgen op het grondgebied van een andere Staat;
Gelet in dit verband op resolutie 2178 (2014) aangenomen door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties tijdens zijn 7272e bijeenkomst op 24 september 2014, en met name de paragrafen 4 tot en met 6 daarvan;
Overwegend dat het wenselijk is het Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme in bepaalde opzichten aan te vullen,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. – Doelstelling
Dit Protocol heeft ten doel de bepalingen van het Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme, voor ondertekening opengesteld te Warschau op 16 mei 2005 (hierna te noemen „het Verdrag”) aan te vullen wat betreft de strafbaarstelling van de handelingen omschreven in de artikelen 2 tot en met 6 van dit Protocol, om zo de inspanningen van de Partijen te ondersteunen bij het voorkomen van terrorisme en de negatieve gevolgen daarvan voor het volledige genot van mensenrechten, met name het recht op leven, zowel door maatregelen die op nationaal niveau worden genomen als door internationale samenwerking, met inachtneming van de bestaande van toepassing zijnde multilaterale of bilaterale verdragen of overeenkomsten tussen de Partijen.
Artikel 2. – Met terroristisch oogmerk deelnemen aan een organisatie of groep
Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder „met terroristisch oogmerk deelnemen aan een organisatie of groep” het deelnemen aan de activiteiten van een organisatie of groep met als oogmerk het plegen of bijdragen aan het plegen van een of meer terroristische misdrijven door de organisatie of groep.
Elke Partij neemt de maatregelen die nodig kunnen zijn om „met terroristisch oogmerk deelnemen aan een organisatie of groep”, als omschreven in het eerste lid, wanneer dit wederrechtelijk en opzettelijk geschiedt, als strafbaar feit aan te merken volgens haar nationale recht.
Artikel 3. – Krijgen van training voor terrorisme
Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder „krijgen van training voor terrorisme” het krijgen van instructie, met inbegrip van het verkrijgen van kennis of praktische vaardigheden, van een andere persoon voor het vervaardigen of gebruiken van explosieven, vuurwapens of andere wapens of schadelijke of gevaarlijke stoffen, of voor andere specifieke methoden of technieken, met als doel het plegen of bijdragen aan het plegen van een terroristisch misdrijf.
Elke Partij neemt de maatregelen die nodig kunnen zijn om het „krijgen van training voor terrorisme”, als omschreven in het eerste lid, wanneer dit wederrechtelijk en opzettelijk geschiedt, als strafbaar feit aan te merken volgens haar nationale recht.
Artikel 4. – Reizen naar het buitenland met terroristisch oogmerk
Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder „reizen naar het buitenland met terroristisch oogmerk” het reizen naar een Staat, niet zijnde de Staat van nationaliteit of verblijf van de reiziger, met als oogmerk het plegen of bijdragen aan het plegen van of deelnemen aan een terroristisch misdrijf, of het geven of krijgen van training voor terrorisme.
Elke Partij neemt de maatregelen die nodig kunnen zijn om „reizen naar het buitenland met terroristisch oogmerk”, als omschreven in het eerste lid, vanuit haar grondgebied of door haar onderdanen, wanneer dit wederrechtelijk en opzettelijk geschiedt, als strafbaar feit aan te merken volgens haar nationale recht. Daarbij kan elke Partij voorwaarden vaststellen vereist door en in overeenstemming met haar grondwettelijke beginselen.
Elke Partij neemt tevens de maatregelen die nodig kunnen zijn om volgens en in overeenstemming met haar nationale recht als strafbaar feit aan te merken pogingen tot het plegen van een strafbaar feit als omschreven in dit artikel.
Artikel 5. – Financiering van reizen naar het buitenland met terroristisch oogmerk
Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder „financiering van reizen naar het buitenland met terroristisch oogmerk” het verschaffen of verzamelen, ongeacht met welke middelen, direct of indirect, van fondsen die een persoon volledig of gedeeltelijk in staat stellen met terroristisch oogmerk naar het buitenland te reizen, zoals omschreven in artikel 4, eerste lid, van dit Protocol, in de wetenschap dat de fondsen daarvoor volledig of gedeeltelijk bestemd zijn.
Elke Partij neemt de maatregelen die nodig kunnen zijn om de „financiering van reizen naar het buitenland met terroristisch oogmerk”, als omschreven in het eerste lid, wanneer dit wederrechtelijk en opzettelijk geschiedt, als strafbaar feit aan te merken volgens haar nationale recht.
Artikel 6. – Organiseren of anderszins faciliteren van reizen naar het buitenland met terroristisch oogmerk
Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder „organiseren of anderszins faciliteren van reizen naar het buitenland met terroristisch oogmerk” elke handeling gericht op het organiseren of faciliteren van de reis van een persoon naar het buitenland met terroristisch oogmerk, als omschreven in artikel 4, eerste lid, van dit Protocol, in de wetenschap dat de aldus verleende bijstand een terroristisch oogmerk heeft.
Elke Partij neemt de maatregelen die nodig kunnen zijn om het „organiseren of anderszins faciliteren van reizen naar het buitenland met terroristisch oogmerk”, als omschreven in het eerste lid, wanneer dit wederrechtelijk en opzettelijk geschiedt, als strafbaar feit aan te merken volgens haar nationale recht.
Artikel 7. – Uitwisseling van informatie
Onverminderd artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het Verdrag en in overeenstemming met haar nationale recht en bestaande internationale verplichtingen, neemt elke Partij de maatregelen die nodig kunnen zijn om de tijdige uitwisseling tussen Partijen van beschikbare relevante informatie over personen die naar het buitenland reizen met terroristisch oogmerk, als omschreven in artikel 4, te versterken. Daartoe wijst elke Partij een contactpunt aan dat 7 dagen per week, 24 uur per dag bereikbaar is.
Een Partij kan ervoor kiezen een reeds bestaand contactpunt aan te wijzen uit hoofde van het eerste lid.
Het contactpunt van een Partij dient in staat te zijn volgens een versnelde procedure te communiceren met het contactpunt van een andere Partij.
Artikel 8. – Voorwaarden en waarborgen
Elke Partij waarborgt dat de tenuitvoerlegging van dit Protocol, met inbegrip van de vaststelling, tenuitvoerlegging en toepassing van de strafbaarstelling ingevolge de artikelen 2 tot en met 6, plaatsvindt met inachtneming van de verplichtingen op het gebied van mensenrechten, met name het recht op vrijheid van verplaatsing, vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vereniging en vrijheid van godsdienst, als vervat in, wanneer van kracht voor die Partij, het Verdrag voor de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, en andere verplichtingen uit hoofde van het internationale recht.
Ten aanzien van de vaststelling, tenuitvoerlegging en toepassing van de strafbaarstelling ingevolge de artikelen 2 tot en met 6 van dit Protocol dient voorts het evenredigheidsbeginsel te gelden wat betreft de legitieme doelen die worden nagestreefd en de noodzaak daarvan in een democratische maatschappij, waarbij elke vorm van willekeur of discriminatoire of racistische behandeling wordt uitgesloten.
Artikel 9. – Verhouding tussen dit Protocol en het Verdrag
De in dit Protocol gebruikte woorden en uitdrukkingen worden uitgelegd in de zin van het Verdrag. Tussen de Partijen zijn alle bepalingen van het Verdrag dienovereenkomstig van toepassing, met uitzondering van artikel 9.
Artikel 10. – Ondertekening en inwerkingtreding
Dit Protocol staat open voor ondertekening door de Staten die het Verdrag hebben ondertekend. Het dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. Een ondertekenaar van dit Protocol kan het uitsluitend bekrachtigen, aanvaarden of goedkeuren na of tegelijkertijd met de bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van het Verdrag. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.
Dit Protocol treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de nederlegging van de zesde akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, waaronder door ten minste vier lidstaten van de Raad van Europa.
Met betrekking tot elke ondertekenaar die later zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring nederlegt, treedt dit Protocol in werking op de eerste dag van de maand na het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van de nederlegging van de akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.
Artikel 11. – Toetreding tot het Protocol
Na de inwerkingtreding van dit Protocol kan elke Staat die is toegetreden tot het Verdrag tevens toetreden tot dit Protocol of dit gelijktijdig doen.
Ten aanzien van elke Staat die ingevolge het eerste lid van dit artikel tot dit Protocol toetreedt, treedt het Protocol in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van nederlegging van de akte van toetreding bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.
Artikel 12. – Territoriale toepassing
Elke Staat of de Europese Unie kan, op het tijdstip van de ondertekening of bij de nederlegging van zijn of haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, het grondgebied of de grondgebieden waarop dit Protocol van toepassing is nader aanduiden.
Elke Partij kan op een later tijdstip, door middel van een verklaring gericht aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa de toepassing van dit Protocol uitbreiden tot elk ander grondgebied dat in de verklaring wordt omschreven. Ten aanzien van een dergelijk grondgebied treedt het Protocol in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van ontvangst van de verklaring door de Secretaris-Generaal.
Elke krachtens de twee voorgaande leden gedane verklaring kan met betrekking tot elk in die verklaring genoemd grondgebied worden ingetrokken door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte kennisgeving. De intrekking wordt van kracht op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal.
Artikel 13. – Opzegging
Elke Partij kan dit Protocol te allen tijde opzeggen door middel van een kennisgeving gericht aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.
Deze opzegging wordt van kracht op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal.
Opzegging van het Verdrag heeft automatisch opzegging van dit Protocol ten gevolge.
Artikel 14. – Kennisgevingen
De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa stelt de lidstaten van de Raad van Europa, de Europese Unie, de niet-lidstaten die hebben deelgenomen aan de opstelling van dit Protocol en elke Staat die is toegetreden of is uitgenodigd toe te treden tot dit Protocol, in kennis van:
- a. elke ondertekening;
- b. de nederlegging van elke akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding;
- c. elke datum van inwerkingtreding van dit Protocol in overeenstemming met de artikelen 10 en 11;
- d. elke andere akte, verklaring, kennisgeving of mededeling met betrekking tot dit Protocol.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Protocol.
DONE at Riga, this 22nd day of October 2015, in English and in French, both texts being equally authentic, in a single copy which shall be deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each member State of the Council of Europe, to the European Union, to the non-member States which have participated in the elaboration of this Protocol, and to any State invited to accede to it.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.