Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België voor de aanpassing van de grens tussen de Nederlandse gemeenten Eijsden-Margraten en Maastricht en de Belgische stad Wezet
Het Koninkrijk der Nederlanden, enerzijds,
en
het Koninkrijk België, anderzijds,
hierna te noemen „de verdragsluitende partijen”,
Verwijzend naar:
Het Tractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de scheiding der wederzijdse grondgebieden, tot stand gekomen te Londen op 19 april 1839 (bijlage van het Tractaat tussen Oostenrijk, Frankrijk, Groot-Brittannië, Pruisen en Rusland, enerzijds, en het Koninkrijk der Nederlanden, anderzijds, betreffende de scheiding van België, tot stand gekomen te Londen op 19 april 1839), gekend als het „Verdrag der XXIV artikelen van Londen van 19 april 1839”;
De Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de grensscheiding, met Reglement voor het plaatsen van grenspalen, tot stand gekomen te Maastricht op 8 augustus 1843, hierna genoemd: „Grensregeling van 1843”;
Het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot verbetering van de verbinding tussen het Albertkanaal en het Julianakanaal, tot stand gekomen te Brussel op 24 februari 1961.
Vaststellende dat door het rechttrekken en normaliseren van de Maas en andere werkzaamheden in de Maas in de loop van de decennia 1960–1980, bij de Nederlandse gemeenten Eijsden-Margraten en Maastricht en de Belgische stad Wezet, zich door aanslibbing eilandjes hebben aangehecht aan de oevers van de Maas van zowel Nederland als België.
Overwegende dat hierdoor onduidelijk is geworden wat de gevolgen zijn voor de grens bij Eijsden-Margraten, Maastricht en Wezet in het licht van de Grensregeling van 1843.
Verlangende de grens tussen beide verdragsluitende partijen aan te passen aan de gewijzigde situatie als gevolg van het bovengenoemde rechttrekken en normaliseren van de Maas en de andere werkzaamheden in de Maas.
Gelet op het proces-verbaal van 30 augustus 2016 van de Belgisch-Nederlandse grenscommissie belast met het formuleren van een voorstel voor de afbakening van de rijksgrens tussen de Nederlandse gemeenten Eijsden-Margraten en Maastricht, en de Belgische stad Wezet.
Komen het volgende overeen:
Artikel 1
De grens tussen de verdragsluitende partijen, ter plaatse waar deze wordt doorsneden door de Maas, wordt gelijktijdig met de inwerkingtreding van dit verdrag gewijzigd overeenkomstig de volgende artikelen.
Artikel 2
De grens gelegen tussen de grenspalen 45 en 49 zal voortaan het midden van de bedding van de Maas volgen.
De grens verbindt meer bepaald, achtereenvolgens, en telkens over de kortste afstand, de volgende grenspunten: 45001 tot en met 45009, 46001 tot en met 46003, 47001 tot en met 47011, en 48001 tot en met 48006.
De Belgische territoriale gebieden die aan de Nederlandse zijde van de nieuwe grens komen te liggen, worden overgedragen aan Nederland. De Nederlandse territoriale gebieden die aan de Belgische zijde van de nieuwe grens komen te liggen, worden overgedragen aan België.
Artikel 3
De gewijzigde grenslijn en de onderscheiden overgedragen territoriale gebieden worden ter verduidelijking ingetekend op de als bijlage opgenomen kaart, die integrerend onderdeel uitmaakt van dit verdrag.
De coördinaten van de grenspunten vermeld onder artikel 2 staan eveneens weergegeven op de als bijlage opgenomen kaart.
De coördinaten van de grenspunten staan weergegeven onder de volgende drie geodetische coördinatensystemen: het Belgische Lambert systeem (LB 72), het Nederlandse systeem van driehoeksmeting (RD) en het Europees Terrestrisch Referentiesysteem (ETRS).
Indien de metingen verschillende resultaten opleveren tussen deze drie geodetische coördinatensystemen, is het Europees Terrestrisch Referentiesysteem (ETRS) doorslaggevend.
Artikel 4
De Commissaris van de Koning in de provincie Limburg en de Gouverneur van de provincie Luik geven aan de permanente commissie belast met het onderhoud en de instandhouding van de grenspalen gelegen langs de grens tussen de Belgische provincie Luik en de Nederlandse provincie Limburg de bijzondere opdracht om over te gaan tot de eventuele herplaatsing van de grenspalen en hulpgrenspalen als zij dit overeenkomstig de gewijzigde grens nodig acht.
Voor de uitvoering van deze opdracht wordt de permanente commissie uitgebreid met de burgemeesters van de betrokken steden of gemeenten of hun plaatsvervangers, en tijdelijk omgevormd tot een commissie ad hoc.
Van de door haar verrichte werkzaamheden maakt deze ad hoc commissie een proces-verbaal op in achtvoudig origineel. Deze zijn aan zowel Nederlandse als Belgische zijde bestemd voor de Minister van Buitenlandse Zaken, het bestuur dat bevoegd is voor het kadaster, de in het eerste lid vermelde provincies en de in het tweede lid vermelde steden of gemeenten.
Artikel 5
Het Koninkrijk der Nederlanden doet afstand van zijn rechten met betrekking tot het gebied dat tot Nederland behoorde en dat vanaf de inwerkingtreding van dit verdrag tot België behoort. Het Koninkrijk België doet afstand van zijn rechten met betrekking tot het gebied dat tot België behoorde en dat vanaf de inwerkingtreding van dit verdrag tot Nederland behoort.
Artikel 6
Na de inwerkingtreding van dit verdrag dragen de verdragsluitende partijen elkaar de hypothecaire en kadastrale registers en bijbehorende akten, geschriften en kaarten, welke betrekking hebben op de over en weer afgestane gebieden, over. Indien het niet mogelijk is deze documenten in originele exemplaren over te dragen, gebeurt dit via gewaarmerkte afschriften of uittreksels uit deze registers. De verdragsluitende partijen letten erop dat de wederzijds bevoegde autoriteiten in onderling overleg de overdracht tot stand brengen.
Artikel 7
Het openbaar vermogen met alle rechten, lasten en verplichtingen in de overgedragen territoriale gebieden bedoeld in artikel 2 van dit verdrag behoort toe aan de verdragsluitende partij waaraan deze gebieden zijn afgestaan.
De in Nederland gelegen registergoederen en de in België gelegen onroerende goederen die deel uitmaken van de overgedragen gebieden bedoeld in artikel 2 van dit verdrag, gaan in eigendom over naar de verdragsluitende partij waaraan deze gebieden zijn overgedragen.
De op het tijdstip van de grenswijziging bestaande rechten van particulieren met betrekking tot de overgedragen gebieden bedoeld in artikel 2 van dit verdrag zullen door de verdragsluitende partij waaraan deze gebieden zijn afgestaan, worden geëerbiedigd.
Overschrijvingen in de hypothecaire en kadastrale registers welke in verband met de in artikel 2 van dit verdrag bedoelde gebiedsoverdracht verplichtend worden opgelegd binnen een maand na de datum van inwerkingtreding van dit verdrag, zullen ambtshalve vrij van kosten, rechten en belastingen geschieden.
Artikel 8
Dit verdrag treedt in werking op 1 januari van het jaar volgend op de dag van uitwisseling van de laatste kennisgeving van de verdragsluitende partijen betreffende de voltooiing van hun respectieve nationaal vereiste grondwettelijke of wettelijke procedures.
I. ALGEMEEN DEEL
II. ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING
Artikel 1
De grenscorrectie betreft uitsluitend het grensgebied langs de Maas. De precieze invulling daarvan staat beschreven in de artikelen die volgen.
Artikel 2
In de plaats van het thalwegbeginsel, dat werd aanvaard in 1843, komt het middellijnbeginsel. De grens zal voortaan lopen langs het midden van de nieuwe bedding van de genormaliseerde rivier de Maas.
Er wordt gepreciseerd dat dit nieuwe principe van toepassing zal zijn in het gedeelte van de Maas dat loopt tussen de op het land gelegen grenspalen 45 en 49.
In de rivier zelf gaat het om de kortste afstand tussen grenspunten 45001 tot en met 45009, 46001 tot en met 46003, 47001 tot en met 47011, en 48001 tot en met 48006.
Het toepassen van het middellijnbeginsel zorgt ervoor dat de Maas weer een grensrivier wordt op de plaatsen waar dit oorspronkelijk was voorzien in 1843, namelijk ter hoogte van de stad Wezet in België en de gemeenten Eijsden-Margraten en Maastricht in Nederland. De beide Maasoevers zullen op die plaatsen opnieuw volledig tot het territorium van Nederland dan wel België behoren.
Artikel 3
In de bijlage bij dit verdrag is een kaart opgenomen die de nieuwe grenslijn en de krachtens dit verdrag overgedragen gebieden grafisch weergeeft.
Deze kaart geeft ook de coördinaten weer van de onder artikel 2 vermelde grenspunten. Deze coördinaten staan weergegeven op basis van drie geodetische coördinatensystemen, waarvan twee nationaal en één Europees. Als de metingen verschillende resultaten opleveren, zal het Europese systeem beslissend zijn.
Artikel 4
Het is mogelijk dat de grenspalen op het land dienen te worden herplaatst om in overeenstemming te zijn met de nieuwe grens.
Hiervoor zal een bijzonder en tijdelijk mandaat worden gegeven aan de permanente grenspalencommissie die op 15 september 2016 werd opgericht door de Commissaris van de Koning in de Provincie Limburg (Nederland) en de Gouverneur van de Provincie Luik (België).
Deze grenspalencommissie werd opgericht naar het voorbeeld van de permanente grenspalencommissie die in 1978 werd opgericht door de Commissaris van de Koningin in de Provincie Limburg (Nederland) en de Gouverneur van de Provincie Limburg (België).
Het herplaatsen van grenspalen vereist een bijzonder mandaat, waarbij de permanente commissie tijdelijk wordt omgevormd naar een ad-hoc commissie, waaraan ook de burgemeesters van de stad Wezet en de gemeenten Eijsden-Margraten en/of Maastricht zullen deelnemen.
Artikel 5
Met de grenscorrectie vindt een wederzijdse overdracht van grondgebied en de daartoe behorende rechten tussen Nederland en België plaats.
Artikel 6
Omdat voorzien is in de onderlinge overdracht van grondgebied en de daartoe behorende rechten, is het ook noodzakelijk om bepaalde officiële documenten onderling over te dragen.
Bij voorkeur worden originele documenten overgedragen, of desnoods gewaarmerkte afschriften. De overige modaliteiten van overdracht moeten onderling nog worden afgesproken door de bevoegde autoriteiten van beide landen.
Artikel 7
Dit artikel regelt enkele gevolgen van de overdracht van de territoriale gebieden, vermeld in artikel 2, derde lid.
Het eerste lid beschrijft de overdracht van publieke soevereine rechten die op het grondgebied van de verdragsluitende partijen rusten.
Het tweede lid verwijst naar de overdracht van Nederlandse registergoederen en Belgische onroerende goederen.
Het derde lid bepaalt dat de bestaande rechten van particuliere personen blijvend dienen te worden gerespecteerd.
Het vierde lid bepaalt dat de noodzakelijke overschrijvingen in de hypothecaire en kadastrale gegevens binnen een maand na de datum van inwerkingtreding van het verdrag en kosteloos gebeuren.
Artikel 8
Dit artikel regelt het tijdstip van inwerkingtreding van het verdrag.
TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, dit verdrag hebben ondertekend.
GEDAAN in twee exemplaren te Amsterdam, op 28 november 2016, in de Nederlandse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.
Voor het Koninkrijk der Nederlanden,
A.G. KOENDERS
Voor het Koninkrijk België,
D. REYNDERS
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.