Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (UNESCO) inzake het International Groundwater Resources Assessment Centre in Nederland als een centrum onder auspiciën van UNESCO (categorie 2)

Type Verdrag
Publication 2017-08-23
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk der Nederlanden,

en

de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur,

In herinnering roepend dat de Algemene Conferentie van UNESCO tijdens haar 34e zitting (34 C/Resolutie 26) de oprichting van het International Groundwater Resources Assessment Centre (IGRAC) heeft goedgekeurd als centrum onder auspiciën van UNESCO (categorie 2) en de Directeur-Generaal heeft gemachtigd het desbetreffende verdrag te ondertekenen,

In herinnering roepend dat het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur inzake het vestigen en functioneren van het International Groundwater Resources Assessment Centre in Nederland als een categorie 2 centrum onder auspiciën van UNESCO te Parijs is gesloten op 15 november 2011,

Overwegende dat de Uitvoerende Raad tijdens zijn 200e zitting heeft besloten de categorie-2 status van IGRAC onder auspiciën van UNESCO te verlengen en de Directeur-Generaal heeft gemachtigd het desbetreffende verdrag te ondertekenen (200/EX/Decision 12.1),

Gelet op de middellangetermijn-strategie voor 2014-2021, goedgekeurd door de Algemene Conferentie van UNESCO tijdens haar 37e zitting (37 C/4),

Benadrukkend dat met strategische doelstelling 4 van voornoemde strategie beoogd wordt wetenschap, technologie en innovatiesystemen en -beleid nationaal, regionaal en mondiaal te versterken en dat met strategische doelstelling 5 beoogd wordt internationale wetenschappelijke samenwerking rond kritieke uitdagingen voor duurzame ontwikkeling te bevorderen,

Het belang onderkennend van toepassing van de richtlijnen en criteria voor instituten en centra van categorie 2, aangenomen door de Algemene Conferentie in de Geïntegreerde allesomvattende strategie voor instituten en centra van categorie 2 onder auspiciën van UNESCO (37 C/Resolutie 93),

Geleid door de wens de voorwaarden voor het kader voor de samenwerking met UNESCO te formuleren die in dit Verdrag worden toegekend aan IGRAC,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen
1.

In dit Verdrag wordt verstaan onder „UNESCO” de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur.

2.

Onder „regering” wordt verstaan de regering van Nederland.

3.

Onder „centrum” wordt verstaan het International Groundwater Resources Assessment Centre (IGRAC).

4.

Onder „UNESCO-IHP” wordt verstaan het Internationaal Hydrologisch Programma van UNESCO.

Artikel 2. Functioneren van het Centrum

De regering stemt ermee in in de loop van 2017 maatregelen te nemen die nodig kunnen zijn voor de voortzetting van het centrum in Nederland, zoals voorzien in dit Verdrag.

Artikel 3. Doel van het Verdrag

Doel van het Verdrag is de voorwaarden te formuleren voor de samenwerking tussen UNESCO en de regering, alsmede de daaruit voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen.

Artikel 4. Rechtspositie
1.

Het centrum is onafhankelijk van UNESCO en opereert en treedt op overeenkomstig het Nederlandse recht als een onafhankelijke organisatie.

2.

De regering ziet erop toe dat het centrum op haar grondgebied de functionele autonomie geniet die noodzakelijk is voor het verrichten van zijn activiteiten en beschikt over de handelingsbevoegdheid:

overeenkomsten te sluiten;

rechtsgedingen in te stellen; en

roerende en onroerende zaken te verwerven en te vervreemden.

Artikel 5. Oprichtingsakte

De oprichtingsakte van het centrum omvat bepalingen met exacte omschrijvingen van:

Artikel 6. Taken/doelstellingen

De missie van het centrum is bijdragen aan de wereldwijde beschikbaarheid van relevante informatie over en kennis van de mondiale grondwatervoorraden, met bijzondere nadruk op ontwikkelingslanden, teneinde duurzaam gebruik en beheer van de grondwatervoorraden te ondersteunen, de rol van grondwater binnen integraal waterbeheer te bevorderen en het belang van grondwater voor de ecosystemen van de aarde te verduidelijken. De belangrijkste doelstellingen van het centrum zijn:

Artikel 7. Raad van Bestuur
1.

Het centrum wordt geleid door en staat onder toezicht van een Raad van Bestuur bestaande uit:

2.

De Raad van Bestuur:

3.

De Raad van Bestuur komt met regelmatige tussenpozen en ten minste eenmaal per kalenderjaar in gewone zitting bijeen; hij kan in buitengewone zitting bijeenkomen wanneer de voorzitter, hetzij op diens eigen initiatief, hetzij op verzoek van de Directeur-Generaal van UNESCO of de meerderheid van zijn leden de Raad bijeenroept.

4.

De Raad van Bestuur volgt zijn eigen reglement van orde, zoals vastgesteld tijdens zijn eerste zitting.

Artikel 8. Bijdrage van UNESCO
1.

UNESCO kan wanneer zulks nodig is assistentie verlenen in de vorm van technische ondersteuning voor de programma-activiteiten van het centrum in overeenstemming met de strategische doelen en doelstellingen van UNESCO door:

2.

In al de bovengenoemde gevallen wordt dergelijke assistentie uitsluitend verleend binnen de begrotingen en de bepalingen van het programma van UNESCO en UNESCO doet de lidstaten verslagen toekomen van de inzet van zijn medewerkers en de daaraan verbonden kosten.

3.

UNESCO kan het centrum inschakelen voor de implementatie van concrete programma-activiteiten voorzien in de goedgekeurde werkplannen van UNESCO in overeenstemming met de regels en voorschriften van UNESCO.

Artikel 9. Bijdrage van de regering
1.

De regering verschaft middelen, hetzij financieel, hetzij in natura, die nodig zijn voor het beheer en naar behoren functioneren van het centrum.

2.

De regering verplicht zich daarom aan het centrum tot aan 31 december 2021 een jaarlijkse subsidie beschikbaar te stellen van 400.000 (vierhonderdduizend) euro per jaar.

Artikel 10. Deelname
1.

Het centrum moedigt de deelname aan van lidstaten en geassocieerde leden van UNESCO, die vanwege hun gezamenlijk belang bij de doelstellingen van het centrum wensen samen te werken met het centrum.

2.

Lidstaten en geassocieerde leden van UNESCO die wensen deel te nemen aan de activiteiten van het centrum zoals voorzien in dit Verdrag, zenden het centrum daartoe een kennisgeving. Het centrum stelt de partijen bij het Verdrag en de andere lidstaten in kennis van de ontvangst van dergelijke kennisgevingen.

Artikel 11. Aansprakelijkheid

Aangezien het centrum juridisch los staat van UNESCO, is laatstgenoemde niet aansprakelijk voor het handelen of nalaten te handelen van het centrum, kan tegen haar geen rechtsvervolging worden ingesteld en rust op haar geen enkele aansprakelijkheid, financieel of anderszins, met uitzondering van hetgeen uitdrukkelijk is vastgelegd in dit Verdrag.

Artikel 12. Evaluatie
1.

UNESCO kan de activiteiten van het centrum te allen tijde evalueren teneinde vast te stellen of:

2.

Ten behoeve van de herziening van dit Verdrag zal UNESCO de bijdrage van het centrum aan het strategisch programma van UNESCO evalueren, hetgeen gefinancierd wordt door de regering of het centrum.

3.

UNESCO verplicht zich de regering zo spoedig mogelijk een verslag van elke uitgevoerde evaluatie te doen toekomen.

4.

Naar aanleiding van de uitkomsten van de evaluatie heeft elk van de partijen de keus het Verdrag te beëindigen of om een herziening van de inhoud te verzoeken, zoals voorzien in de artikelen 17 en 18.

Artikel 13. Gebruik van naam en logo van UNESCO
1.

Het centrum mag zijn banden met UNESCO noemen. Het is bijgevolg toegestaan achter zijn naam „onder auspiciën van UNESCO” te gebruiken.

2.

Het centrum is gerechtigd het logo van UNESCO of een versie ervan te voeren in briefhoofden en documenten, met inbegrip van elektronische documenten en webpagina’s in overeenstemming met de voorwaarden vastgesteld door de bestuursorganen van UNESCO.

Artikel 14. Territoriale toepassing

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag van toepassing op het Europese deel van Nederland.

Artikel 15. Inwerkingtreding

Dit Verdrag treedt in werking na ondertekening door de partijen, zodra zij elkaar er schriftelijk van in kennis hebben gesteld dat aan alle formaliteiten uit hoofde van het nationale recht van het Koninkrijk der Nederlanden en van de interne voorschriften van UNESCO daaromtrent is voldaan. De datum van ontvangst van de laatste kennisgeving wordt aangemerkt als de datum van de inwerkingtreding van dit Verdrag.

Artikel 16. Duur

Dit Verdrag eindigt op 31 december 2021. Het Verdrag wordt verlengd na onderlinge overeenstemming tussen de partijen zodra de Uitvoerende Raad zijn zienswijze heeft gegeven op de uitkomsten van de beoordeling van de verlenging verschaft door de Directeur-Generaal.

Artikel 17. Opzegging
1.

Elk van de partijen is gerechtigd dit Verdrag eenzijdig op te zeggen.

2.

De opzegging treedt in werking dertig dagen na ontvangst van de kennisgeving van een van de partijen aan de ander.

Artikel 18. Herziening

Dit Verdrag kan door middel van schriftelijke overeenstemming tussen de regering en UNESCO worden gewijzigd.

Artikel 19. Beslechting van geschillen
1.

Elk geschil tussen UNESCO en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de uitlegging of toepassing van dit Verdrag, indien het niet kan worden beslecht door overleg of een andere passende methode die de partijen binnen drie maanden na de kennisgeving van de ene partij aan de andere overeenkomen, wordt voor een definitieve uitspraak voorgelegd aan een scheidsgerecht. Het scheidsgerecht bestaat uit drie leden, van wie een wordt benoemd door de regering, een andere door de Directeur-Generaal van UNESCO en de derde, die het scheidsgerecht zal voorzitten, wordt gekozen door de eerste twee gezamenlijk. Indien de twee scheidsrechters geen overeenstemming kunnen bereiken over de keuze van de derde, wordt de benoeming verricht door de President van het Internationale Gerechtshof. De voertaal tijdens de arbitrage is het Engels.

2.

De beslissing van het scheidsgerecht is definitief.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned have signed this Agreement,

DONE at Paris Headquarters, in two copies in the English language, on 6 December 2016.

For the Kingdom of the Netherlands,

M.H. Llompart

Deputy Permanent Delegate of the Kingdom of the Netherlands to UNESCO

For the United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization,

Irina Bokova

Director General

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.