Verdrag inzake de bescherming van het cultureel erfgoed onder water
De Algemene Conferentie van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, bijeengekomen te Parijs van 15 oktober tot en met 3 november 2001 tijdens haar eenendertigste zitting,
Erkennend het belang van cultureel erfgoed onder water als integraal onderdeel van het cultureel erfgoed van de mensheid en als een bijzonder belangrijk onderdeel van de geschiedenis van volkeren, naties en hun onderlinge betrekkingen inzake hun gemeenschappelijk erfgoed,
Zich bewust van het belang van het beschermen en behouden van het cultureel erfgoed onder water en van het feit dat de verantwoordelijkheid hiervoor bij alle staten berust,
Vaststellend de toenemende belangstelling en waardering van het publiek voor cultureel erfgoed onder water,
Overtuigd van het belang van onderzoek, informatie en educatie voor de bescherming en het behoud van cultureel erfgoed onder water,
Overtuigd van het recht dat het publiek heeft de educatieve en recreatieve voordelen te genieten die voortvloeien uit verantwoorde en niet-verstorende toegang tot in situ cultureel erfgoed onder water, en dat publieksvoorlichting een waardevolle bijdrage kan leveren aan de kennis, waardering en bescherming van dat erfgoed,
Zich bewust van het feit dat ongeoorloofde activiteiten gericht op cultureel erfgoed onder water een bedreiging vormen voor dat erfgoed en dat strengere maatregelen dienen te worden genomen om deze activiteiten te voorkomen,
Zich bewust van de behoefte aan een passend antwoord op de eventuele bijkomstige negatieve impact van legale activiteiten op het cultureel erfgoed onder water,
Zeer bezorgd over de toenemende commerciële exploitatie van cultureel erfgoed onder water, en met name over bepaalde activiteiten gericht op het verkopen, verkrijgen of ruilen van cultureel erfgoed onder water,
Zich bewust van de beschikbaarheid van geavanceerde technologie die ontdekking van en de toegang tot cultureel erfgoed onder water vergemakkelijkt,
Overtuigd dat samenwerking tussen staten, internationale organisaties, wetenschappelijke instellingen, vakwetenschappelijke organisaties, archeologen, duikers, overige belanghebbenden en het grote publiek essentieel is voor de bescherming van cultureel erfgoed onder water,
Overwegend dat het in kaart brengen, opgraven en beschermen van cultureel erfgoed onder water de beschikbaarheid en toepassing vereisen van speciale wetenschappelijke methoden en het gebruik van passende technieken en apparatuur alsmede een hoge mate van professionele specialisatie, wat uniforme criteria vergt,
In het besef dat het noodzakelijk is regels inzake de bescherming en het behoud van cultureel erfgoed onder water te codificeren en geleidelijk te ontwikkelen in overeenstemming met het internationaal recht en de internationale praktijk, met inbegrip van het UNESCO-overeenkomst inzake de middelen om de onrechtmatige invoer, uitvoer en eigendomsoverdracht van culturele goederen te verbieden en te verhinderen van 14 november 1970, de UNESCO-overeenkomst inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld van 16 november 1972 en het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 10 december 1982,
Zich committerend aan het verbeteren van de doeltreffendheid van maatregelen op internationaal, regionaal en nationaal niveau voor het behoud in situ of, indien nodig voor wetenschappelijke of beschermende doeleinden, voor het zorgvuldig bergen van cultureel erfgoed onder water,
Besloten hebbend tijdens haar negenentwintigste zitting dat dit vraagstuk het onderwerp van een internationaal verdrag zou moeten worden,
Neemt dit Verdrag aan op deze tweede dag van november 2001.
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag:
- 1.
- a. wordt verstaan onder „Cultureel erfgoed onder water” alle sporen van het menselijk bestaan met een cultureel, historisch of archeologisch karakter die zich gedurende ten minste 100 jaar periodiek of voortdurend geheel of gedeeltelijk onder water hebben bevonden, en in het bijzonder:
- i. vindplaatsen, structuren, gebouwen, voorwerpen en menselijke resten, samen met hun archeologische en natuurlijke context;
- ii. vaartuigen, luchtvaartuigen, andere voertuigen, of delen daarvan, hun lading of andere inhoud, samen met hun archeologische en natuurlijke context; en
- iii. prehistorische voorwerpen.
- b. worden op de zeebodem gelegde pijpleidingen en kabels niet beschouwd als cultureel erfgoed onder water.
- c. worden andere installaties dan pijpleidingen en kabels, die op de zeebodem zijn geplaatst en nog in gebruik zijn, niet beschouwd als cultureel erfgoed onder water.
- 2.
- a. wordt verstaan onder „staten die partij zijn” de staten die ermee hebben ingestemd door dit Verdrag te worden gebonden en waarvoor dit Verdrag in werking is getreden.
- b. Dit Verdrag is van overeenkomstige toepassing op de in artikel 26, tweede lid, onderdeel b, bedoelde gebieden, die in overeenstemming met de in dat lid opgenomen voorwaarden partij worden bij dit Verdrag, en in die zin verwijst „staten die partij zijn” naar die gebieden.
-
- verwijst „UNESCO” naar de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur.
-
- verwijst „Directeur-Generaal” naar de Directeur-Generaal van UNESCO.
-
- wordt verstaan onder „Gebied” de zee- en oceaanbodem en de ondergrond ervan buiten de grenzen van de nationale rechtsmacht.
-
- wordt verstaan onder „Activiteiten gericht op cultureel erfgoed onder water” activiteiten waarbij cultureel erfgoed onder water het primaire doel is en die, direct of indirect, cultureel erfgoed onder water fysiek kunnen verstoren of anderszins kunnen beschadigen.
-
- wordt verstaan onder „Activiteiten met bijkomstige schadelijke impact op cultureel erfgoed onder water” activiteiten die, hoewel deze cultureel erfgoed niet als primair doel of een van hun doelen hebben, cultureel erfgoed onder water fysiek kunnen verstoren of anderszins kunnen beschadigen.
-
- wordt verstaan onder „vaartuigen en luchtvaartuigen van de staat” oorlogsschepen en andere vaartuigen of luchtvaartuigen die eigendom waren van een staat of die onder het gezag van die staat opereerden en die, op het tijdstip van zinken, uitsluitend werden gebruikt voor niet-commerciële overheidsdoeleinden, die als zodanig zijn geïdentificeerd en voldoen aan de begripsomschrijving van cultureel erfgoed onder water.
-
- verwijst „Regels” naar de regels die betrekking hebben op activiteiten gericht op cultureel erfgoed onder water, bedoeld in artikel 33 van dit Verdrag.
Artikel 2. Doelstellingen en algemene beginselen
Met dit Verdrag wordt beoogd de bescherming van cultureel erfgoed onder water te waarborgen en te versterken.
Staten die partij zijn werken samen bij de bescherming van cultureel erfgoed onder water.
Staten die partij zijn zorgen voor het behoud van cultureel erfgoed onder water ten behoeve van de mensheid, in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.
Staten die partij zijn nemen individueel of, in voorkomend geval, gezamenlijk, alle passende maatregelen in overeenstemming met dit Verdrag en met het internationaal recht die nodig zijn om cultureel erfgoed onder water te beschermen en maken daartoe gebruik van de best bruikbare middelen die zij tot hun beschikking hebben en in overeenstemming met hun vermogen.
Het behoud in situ van cultureel erfgoed onder water wordt als voorkeursoptie beschouwd, alvorens activiteiten gericht op dit erfgoed worden toegestaan of verricht.
Geborgen cultureel erfgoed onder water wordt opgeslagen, bewaard en beheerd op een wijze die het langdurige behoud ervan waarborgt.
Cultureel erfgoed onder water wordt niet commercieel geëxploiteerd.
Overeenkomstig de praktijk van de staten en het internationaal recht, met inbegrip van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, mag niets in dit Verdrag zo worden uitgelegd dat de regels van het internationaal recht en de praktijk van de staten met betrekking tot soevereine immuniteiten of de rechten van enige staat met betrekking tot zijn vaartuigen en luchtvaartuigen wijzigen.
Staten die partij zijn dragen er zorg voor dat alle menselijke resten die zich in de maritieme wateren bevinden met respect worden behandeld.
Verantwoorde, niet-verstorende toegang van het publiek tot in situ cultureel erfgoed onder water om te observeren of te documenteren wordt aangemoedigd om het publieke bewustzijn van, de waardering voor en bescherming van dit erfgoed te bevorderen, tenzij dergelijke toegang onverenigbaar is met de bescherming en het beheer ervan.
Geen enkele uit hoofde van dit Verdrag verrichte handeling of activiteit vormt een grond voor het maken, verdedigen of betwisten van enige aanspraak op nationale soevereiniteit of rechtsmacht.
Artikel 3. Verhouding tussen dit Verdrag en het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee
Geen enkele bepaling van dit Verdrag doet afbreuk aan de rechten, rechtsmacht en verplichtingen van staten uit hoofde van het internationaal recht, met inbegrip van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee. Het onderhavige Verdrag wordt uitgelegd en toegepast in de context van en op een wijze die verenigbaar is met het internationaal recht, met inbegrip van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee.
Artikel 4. Verhouding tot het bergingsrecht en het recht inzake schatvinding
Een activiteit die betrekking heeft op cultureel erfgoed onder water waarop dit Verdrag van toepassing is valt niet onder het bergingsrecht of het recht inzake schatvinding, tenzij:
- a. de activiteit is toegestaan door de bevoegde autoriteiten, en
- b. de activiteit volledig in overeenstemming is met dit Verdrag, en
- c. bij elke bergingsactiviteit de maximale bescherming van het cultureel erfgoed onder water gewaarborgd wordt.
Artikel 5. Activiteiten met bijkomstige schadelijke impact op het cultureel erfgoed onder water
Elke staat die partij is gebruikt de best bruikbare middelen die hij tot zijn beschikking heeft ter voorkoming of beperking van alle negatieve effecten die kunnen voortvloeien uit activiteiten met bijkomstige schadelijke impact op het cultureel erfgoed onder water die onder zijn rechtsmacht vallen.
Artikel 6. Bilaterale, regionale of andere multilaterale overeenkomsten
Staten die partij zijn worden aangemoedigd bilaterale, regionale of andere multilaterale overeenkomsten tot stand te brengen of bestaande overeenkomsten te verbeteren, voor het behoud van cultureel erfgoed onder water. Al deze overeenkomsten dienen volledig in overeenstemming te zijn met de bepalingen van dit Verdrag en mogen het universele karakter ervan niet afzwakken. Staten kunnen in dergelijke overeenkomsten regels en voorschriften aannemen die een betere bescherming van cultureel erfgoed onder water waarborgen dan die aangenomen bij dit Verdrag.
Partijen bij deze bilaterale, regionale of andere multilaterale overeenkomsten kunnen staten die een verifieerbare band, in het bijzonder een culturele, historische of archeologische band, met het desbetreffende cultureel erfgoed onder water hebben, uitnodigen zich aan te sluiten bij deze overeenkomsten.
Dit Verdrag brengt geen verandering in de rechten en verplichtingen van staten die partij zijn met betrekking tot de bescherming van gezonken vaartuigen die voortvloeien uit andere bilaterale, regionale of multilaterale overeenkomsten die tot stand zijn gekomen voor de aanneming van dit Verdrag, in het bijzonder wanneer zulke rechten en verplichtingen in overeenstemming zijn met de doelstellingen van dit Verdrag.
Artikel 7. Cultureel erfgoed onder water in binnenwateren, archipelwateren en de territoriale zee
Staten die partij zijn hebben, bij de uitoefening van hun soevereiniteit, het exclusieve recht activiteiten gericht op cultureel erfgoed onder water in hun binnenwateren, archipelwateren en territoriale zee te reguleren en toe te staan.
Onverminderd andere internationale overeenkomsten en regels van internationaal recht inzake de bescherming van cultureel erfgoed onder water, schrijven de staten die partij zijn voor dat de Regels worden toegepast op activiteiten gericht op cultureel erfgoed onder water in hun binnenwateren, archipelwateren en territoriale zee.
In hun archipelwateren en territoriale zee dienen de staten die partij zijn, bij de uitoefening van hun soevereiniteit en overeenkomstig de algemene praktijk tussen staten, met het oog op samenwerking tot het totstandbrengen van de beste methoden om vaartuigen en luchtvaartuigen van de staat te beschermen, de vlaggenstaat die partij is bij dit Verdrag en, in voorkomend geval, andere staten met een verifieerbare band, in het bijzonder een culturele, historische of archeologische band, in kennis te stellen van de ontdekking van deze identificeerbare vaartuigen en luchtvaartuigen van de staat.
Artikel 8. Cultureel erfgoed onder water in de aansluitende zone
Onverminderd en in aanvulling op de artikelen 9 en 10 en in overeenstemming met artikel 303, tweede lid, van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, kunnen staten die partij zijn activiteiten gericht op cultureel erfgoed onder water in hun aansluitende zone reguleren en toestaan. Als zij dit doen, schrijven zij toepassing van de Regels voor.
Artikel 9. Meldingen en kennisgevingen in de exclusieve economische zone en op het continentaal plat
Alle staten die partij zijn, hebben een verantwoordelijkheid tot bescherming van cultureel erfgoed onder water in de exclusieve economische zone en op het continentaal plat in overeenstemming met dit Verdrag.
Dienovereenkomstig:
- a. eist een staat die partij is dat wanneer een van zijn onderdanen of een vaartuig dat onder zijn vlag vaart cultureel erfgoed onder water dat zich in zijn exclusieve economische zone of op zijn continentaal plat bevindt, ontdekt of van plan is activiteiten te verrichten gericht op dat erfgoed, de onderdaan of de kapitein van het vaartuig deze vondst of activiteit aan hem meldt;
- b. in de exclusieve economische zone of op het continentaal plat van een andere staat die partij is:
- i. eisen staten die partij zijn dat de onderdaan of de kapitein van het vaartuig deze vondst of activiteit aan hen en aan de andere staat die partij is meldt;
- ii. of, als alternatief, eist een staat die partij is dat de onderdaan of de kapitein van het vaartuig deze vondst of activiteit aan hem meldt en waarborgt hij de snelle en effectieve doorzending van deze meldingen aan alle andere staten die partij zijn.
Bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding geeft een staat die partij is de wijze aan waarop meldingen ingevolge het eerste lid, onderdeel b, van dit artikel worden doorgezonden.
Een staat die partij is stelt de Directeur-Generaal in kennis van de aan hem ingevolge het eerste lid van dit artikel gemelde vondsten of activiteiten.
De Directeur-Generaal stelt de informatie die hem ingevolge het derde lid van dit artikel ter kennis is gebracht onverwijld beschikbaar aan alle staten die partij zijn.
Elke staat die partij is kan aan de staat die partij is in wiens exclusieve economische zone of op wiens continentaal plat het cultureel erfgoed onder water zich bevindt kenbaar maken dat hij geconsulteerd wenst te worden over de wijze waarop de effectieve bescherming van dit erfgoed gewaarborgd kan worden. Deze verklaring dient gebaseerd te zijn op een verifieerbare band, in het bijzonder een culturele, historische of archeologische band, met het desbetreffende cultureel erfgoed onder water.
Artikel 10. Bescherming van cultureel erfgoed onder water in de exclusieve economische zone en op het continentaal plat
Er wordt geen toestemming gegeven voor activiteiten gericht op cultureel erfgoed onder water dat zich in de exclusieve economische zone of op het continentaal plat bevindt, anders dan in overeenstemming met de bepalingen van dit artikel.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.