Verdrag inzake luchtdiensten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Argentijnse Republiek
Preambule
Het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Argentijnse Republiek,
hierna te noemen „de partijen”;
Partij zijnde bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, opengesteld voor ondertekening te Chicago op 7 december 1944;
Geleid door de wens een bijdrage te leveren aan de vooruitgang van de internationale luchtvaart;
Geleid door de wens de hoogste mate van veiligheid en beveiliging van internationale luchtdiensten te waarborgen;
Geleid door de wens een verdrag inzake luchtdiensten te sluiten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Argentijnse Republiek;
Zijn het volgende overeengekomen:
HOOFDSTUK I. INLEIDING
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag:
- a. wordt onder „luchtvaartautoriteiten” verstaan wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, de minister van Infrastructuur en Milieu; en wat de Argentijnse Republiek betreft, de minister van Vervoer en de Nationale Burgerluchtvaart Autoriteit; of, in beide gevallen, elke persoon of instantie die bevoegd is de functies te vervullen die thans door de genoemde autoriteiten worden vervuld;
- b. wordt onder „overeengekomen dienst” en „omschreven route” verstaan respectievelijk de internationale luchtdienst overeenkomstig dit Verdrag en de route omschreven in de bijlage bij dit Verdrag;
- c. wordt onder „Verdrag” verstaan dit Verdrag en de bijlage erbij opgesteld voor de toepassing ervan, alsmede elke wijziging van het Verdrag of de bijlage;
- d. hebben „luchtdienst”, „internationale luchtdienst” en „luchtvaartmaatschappij” de betekenis die daaraan in artikel 96 van het Verdrag van Chicago respectievelijk wordt toegekend;
- e. wordt onder „verandering van luchtvaartuig” verstaan de exploitatie van een van de overeengekomen diensten door een aangewezen luchtvaartmaatschappij op zodanige wijze dat op een of meer delen van de omschreven route wordt gevlogen met verschillende luchtvaartuigen;
- f. wordt onder „het Verdrag van Chicago” verstaan het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, op 7 december 1944 te Chicago voor ondertekening opengesteld, met inbegrip van alle overeenkomstig artikel 90 van dat verdrag aangenomen bijlagen en alle wijzigingen van de bijlagen of van het verdrag ingevolge de artikelen 90 en 94 daarvan, voor zover deze bijlagen en wijzigingen in werking zijn getreden voor, of zijn bekrachtigd door beide partijen;
- g. wordt onder „aangewezen luchtvaartmaatschappij” verstaan de luchtvaartmaatschappij die is aangewezen en gemachtigd overeenkomstig artikel 3 (Aanwijzing en verlening van vergunningen) van dit Verdrag;
- h. wordt onder „boordproviand” verstaan consumptiegoederen bestemd voor gebruik of verkoop aan boord van een luchtvaartuig tijdens de vlucht, met inbegrip van verstrekte etenswaren en dranken;
- i. wordt onder „prijs” verstaan alle tarieven, kosten of heffingen die luchtvaartmaatschappijen, agentschappen inbegrepen, in rekening brengen voor vervoer door de lucht van passagiers, bagage en/of vracht (post uitgezonderd) en de voor de beschikbaarheid van deze tarieven, kosten of heffingen geldende voorwaarden;
- j. heeft „grondgebied” met betrekking tot een partij de betekenis die eraan wordt toegekend in artikel 2 van het Verdrag van Chicago;
- k. wordt onder „gebruikersheffing” verstaan een heffing opgelegd aan luchtvaartmaatschappijen voor de levering van luchthaven-, luchtnavigatie- of luchtvaartbeveiligingsvoorzieningen of -diensten met inbegrip van daarmee verband houdende diensten en voorzieningen;
- l. wordt onder „capaciteit” verstaan het aantal diensten dat uit hoofde van dit Verdrag wordt geleverd, gewoonlijk gemeten als het aantal frequenties of stoelen of ton vracht die op een markt worden aangeboden (stedenpaar of land naar land) of op een route gedurende een specifiek tijdvak, bijvoorbeeld dagelijks, wekelijks, in een bepaald seizoen of jaarlijks;
- m. wordt onder „lidstaat van de Europese Unie” verstaan een staat die nu of in de toekomst partij is of wordt bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
- n. wordt onder het „Caribische deel van Nederland” verstaan de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
- o. wordt onder „Nederland” verstaan
- i. het Europese deel van Nederland; en
- ii. het Caribische deel van Nederland;
- p. wordt onder „inwoners van het Caribische deel van Nederland” verstaan inwoners met de nationaliteit van het Koninkrijk der Nederlanden die afkomstig zijn uit het Caribische deel van Nederland.
De wetgeving die in het Europese deel van Nederland van toepassing is omvat de van toepassing zijnde wetgeving van de Europese Unie.
HOOFDSTUK II. DOELSTELLINGEN
Artikel 2. Verlening van rechten
Elke partij verleent de andere partij, behoudens andersluidende bepalingen in de bijlage, de volgende rechten voor het verrichten van internationale luchtdiensten door de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de andere partij:
- a. het recht zonder te landen over haar grondgebied te vliegen;
- b. het recht op haar grondgebied te landen voor niet-commerciële verkeersdoeleinden; en
- c. terwijl zij een overeengekomen dienst op een omschreven route exploiteert, het recht te landen op haar grondgebied ten behoeve van het opnemen en afzetten van internationaal verkeer in de vorm van passagiers, bagage, lading en post, afzonderlijk of gecombineerd.
Geen van de bepalingen van het eerste lid van dit artikel wordt geacht de luchtvaartmaatschappij(en) van de ene partij het recht te verlenen deel te nemen in luchtdiensten tussen punten op het grondgebied van de andere partij (cabotage).
Artikel 3. Aanwijzing en verlening van vergunningen
Elke partij heeft het recht, langs diplomatieke weg bij een schriftelijke kennisgeving aan de andere partij, een of meer luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen voor de exploitatie van internationale luchtdiensten op de in de bijlage omschreven routes en een eerder aangewezen luchtvaartmaatschappij te vervangen door een andere luchtvaartmaatschappij.
Na ontvangst van een dergelijke kennisgeving verleent elke partij, met inachtneming van de bepalingen van dit artikel, onverwijld aan elke aldus door de andere partij aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) de vereiste exploitatievergunningen, tenzij zij er niet van overtuigd is dat:
- a. in het geval van een luchtvaartmaatschappij in het Europese deel van Nederland aangewezen door het Koninkrijk der Nederlanden:
- i. de luchtvaartmaatschappij op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden gevestigd is overeenkomstig de verdragen van de Europese Unie en beschikt over een geldige exploitatievergunning in overeenstemming met het recht van de Europese Unie; en
- ii. de lidstaat van de Europese Unie die verantwoordelijk is voor de afgifte van het bewijs luchtvaartexploitant daadwerkelijk controleert of de luchtvaartmaatschappij de regelgeving naleeft en de desbetreffende luchtvaartautoriteit duidelijk wordt vermeld in de aanwijzing; en
- iii. de luchtvaartmaatschappij rechtstreeks of via een meerderheidsbelang eigendom is van en daadwerkelijk onder toezicht staat van lidstaten van de Europese Unie of de Europese Vrijhandelsassociatie en/of van onderdanen van deze staten;
- b. in het geval van een luchtvaartmaatschappij in het Caribische deel van Nederland aangewezen door het Koninkrijk der Nederlanden:
- i. de luchtvaartmaatschappij in het Caribische deel van Nederland gevestigd is en beschikt over een geldige exploitatievergunning in overeenstemming met de van toepassing zijnde wetgeving voor het Caribische deel van Nederland; en
- ii. Nederland daadwerkelijk controleert of de luchtvaartmaatschappij de regelgeving naleeft; en
- iii. de luchtvaartmaatschappij rechtstreeks of via een meerderheidsbelang eigendom is van en daadwerkelijk onder toezicht staat van inwoners van het Caribische deel van Nederland met de Nederlandse nationaliteit;
- c. in het geval van een luchtvaartmaatschappij aangewezen door de Argentijnse Republiek:
- i. de luchtvaartmaatschappij gevestigd is op het grondgebied van de Argentijnse Republiek en beschikt over een geldige exploitatievergunning in overeenstemming met de van toepassing zijnde wetgeving van de Argentijnse Republiek; en
- ii. de Argentijnse Republiek daadwerkelijk controleert of de luchtvaartmaatschappij de regelgeving naleeft; en
- iii. de luchtvaartmaatschappij rechtstreeks of via een meerderheidsbelang eigendom is van en daadwerkelijk onder toezicht staat van de Argentijnse Republiek en/of van onderdanen van de Argentijnse Republiek;
en dat:
- d. de normen vervat in artikel 14 (Veiligheid) en artikel 15 (Beveiliging van de luchtvaart) van dit Verdrag worden gehandhaafd en toegepast;
- e. de aangewezen luchtvaartmaatschappij in staat is te voldoen aan de in de wetten en voorschriften gestelde voorwaarden die de partij die de aanvraag of aanvragen behandelt gewoonlijk toepast op de exploitatie van internationale luchtdiensten.
Na ontvangst van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde exploitatievergunning kan (kunnen) de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) op elk moment geheel of ten dele een aanvang maken met de exploitatie van de overeengekomen diensten, mits zij de bepalingen van dit Verdrag naleeft (naleven).
De luchtvaartautoriteiten van de ene partij kunnen van een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere partij verlangen te bewijzen dat zij in staat is te voldoen aan de voorwaarden uit hoofde van de wetten en voorschriften die door deze autoriteiten gewoonlijk en redelijkerwijze worden toegepast op de exploitatie van internationale luchtdiensten in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag van Chicago.
Artikel 4. Intrekking en schorsing van vergunningen
Elke partij heeft het recht de exploitatievergunningen van een door de andere partij aangewezen luchtvaartmaatschappij te weigeren, in te trekken, te schorsen of te beperken:
- a. in het geval van een luchtvaartmaatschappij in het Europese deel van Nederland aangewezen door het Koninkrijk der Nederlanden:
- i. de luchtvaartmaatschappij niet gevestigd is op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden overeenkomstig de verdragen van de Europese Unie of niet beschikt over een geldige exploitatievergunning in overeenstemming met het recht van de Europese Unie; of
- ii. de lidstaat van de Europese Unie die verantwoordelijk is voor de afgifte van het bewijs luchtvaartexploitant niet daadwerkelijk controleert of de luchtvaartmaatschappij de regelgeving naleeft of de desbetreffende luchtvaartautoriteit niet duidelijk wordt vermeld in de aanwijzing; of
- iii. de luchtvaartmaatschappij niet rechtstreeks of via een meerderheidsbelang eigendom is van of niet daadwerkelijk onder toezicht staat van lidstaten van de Europese Unie of de Europese Vrijhandelsassociatie en/of van onderdanen van deze staten;
- b. in het geval van een luchtvaartmaatschappij in het Caribische deel van Nederland aangewezen door het Koninkrijk der Nederlanden:
- i. de luchtvaartmaatschappij niet gevestigd is in het Caribische deel van Nederland en niet beschikt over een geldige exploitatievergunning in overeenstemming met de van toepassing zijnde wetgeving voor het Caribische deel van Nederland; of
- ii. Nederland niet daadwerkelijk controleert of de luchtvaartmaatschappij de regelgeving naleeft; of
- iii. de luchtvaartmaatschappij niet rechtstreeks of via een meerderheidsbelang eigendom is van of niet daadwerkelijk onder toezicht staat van inwoners van het Caribische deel van Nederland met de Nederlandse nationaliteit;
- c. in het geval van een luchtvaartmaatschappij aangewezen door de Argentijnse Republiek:
- i. de luchtvaartmaatschappij niet gevestigd is op het grondgebied van de Argentijnse Republiek of niet beschikt over een geldige exploitatievergunning in overeenstemming met de van toepassing zijnde wetgeving van de Argentijnse Republiek; of
- ii. de Argentijnse Republiek niet daadwerkelijk controleert of de aangewezen luchtvaartmaatschappij de regelgeving naleeft; of
- iii. de luchtvaartmaatschappij niet rechtstreeks of via een meerderheidsbelang eigendom is van of niet daadwerkelijk onder toezicht staat van de Argentijnse Republiek en/of van onderdanen van de Argentijnse Republiek;
- d. in het geval de luchtvaartmaatschappij heeft verzuimd de in artikel 12 (Toepassing van wetten, voorschriften en procedures) van dit Verdrag bedoelde wetten en voorschriften na te leven;
- e. in het geval de normen vervat in artikel 14 (Veiligheid) en 15 (Beveiliging van de luchtvaart) van dit Verdrag niet worden gehandhaafd en toegepast;
- f. in het geval een dergelijke luchtvaartmaatschappij niet in staat is, ten genoegen van de luchtvaartautoriteiten van de partij die de vergunning controleren, aan te tonen dat zij voldoet aan de door die autoriteiten gewoonlijk en redelijkerwijze in overeenstemming met het Verdrag van Chicago op de exploitatie van internationale luchtdiensten toegepaste wetten en voorschriften; of
- g. in het geval de luchtvaartmaatschappij anderszins nalaat de exploitatie uit te voeren in overeenstemming met de ingevolge dit Verdrag gestelde voorwaarden.
Tenzij onmiddellijk ingrijpen van wezenlijk belang is ter voorkoming van verdere inbreuken op het eerste lid van dit artikel, worden de in dit artikel vastgestelde rechten slechts uitgeoefend na overleg met de andere partij. Tenzij anders overeengekomen door de partijen, vangt dergelijk overleg aan binnen een termijn van zestig (60) dagen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek.
Dit artikel doet geen afbreuk aan de rechten van de partijen de exploitatievergunning van een of meerdere luchtvaartmaatschappijen van de andere partij in overeenstemming met artikel 15 (Beveiliging van de luchtvaart) van dit Verdrag te weigeren, te schorsen, in te trekken, te beperken of hieraan voorwaarden te verbinden.
HOOFDSTUK III. COMMERCIËLE BEPALINGEN
Artikel 5. Prijzen
Elke partij staat toe dat elke aangewezen luchtvaartmaatschappij op basis van commerciële marktoverwegingen prijzen voor luchtdiensten vaststelt. Het ingrijpen door de partijen is beperkt tot:
- a. het voorkomen van onredelijk discriminatoire prijzen of praktijken;
- b. het beschermen van consumenten tegen prijzen die onredelijk hoog of beperkend zijn als gevolg van misbruik van een dominante positie; en
- c. het beschermen van luchtvaartmaatschappijen tegen prijzen die kunstmatig laag zijn als gevolg van directe of indirecte overheidssubsidie of -steun.
Geen van de partijen kan verlangen dat in rekening te brengen prijzen voor vluchten van of naar haar grondgebied door luchtvaartmaatschappijen van de andere partij ter kennis worden gebracht of worden ingediend bij haar luchtvaartautoriteiten. In het geval dat een partij redenen heeft om aan te nemen dat een luchtvaartmaatschappij van een van de partijen betrokken is bij de onder het eerste lid, onder a, b of c van dit artikel beschreven praktijken, kan zij kennisgeving of indiening van de prijzen verlangen alsmede aanvullende informatie om de kwestie op te lossen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.