Multilateraal Verdrag ter implementatie van aan belastingverdragen gerelateerde maatregelen ter voorkoming van grondslaguitholling en winstverschuiving
- ii. Het eerste lid, tweede zin, is van toepassing in de plaats van bepalingen van een gedekt belastingverdrag die voorschrijven dat een zaak als bedoeld in het eerste lid, eerste zin, moet worden voorgelegd binnen een bepaalde termijn die minder bedraagt dan drie jaar vanaf de datum van de eerste kennisgeving van de maatregel die een belastingheffing ten gevolge heeft die niet in overeenstemming is met de bepalingen van het gedekte belastingverdrag, of wanneer er geen bepaling van een gedekt belastingverdrag is die de termijn vaststelt waarbinnen dergelijke zaak moet worden voorgelegd.
- b.
- i. Het tweede lid, eerste zin, is van toepassing wanneer er in een gedekt belastingverdrag bepalingen ontbreken die voorschrijven dat de bevoegde autoriteit aan wie de zaak door de in het eerste lid bedoelde persoon wordt voorgelegd zal trachten, indien het bezwaar haar gegrond voorkomt en indien zij niet zelf in staat is tot een bevredigende oplossing ervan te komen, de zaak in onderlinge overeenstemming met de bevoegde autoriteit van het andere verdragsluitende rechtsgebied te regelen, teneinde een belastingheffing te vermijden die niet in overeenstemming is met het gedekte belastingverdrag.
- ii. Het tweede lid, tweede zin, is van toepassing wanneer er in een gedekt belastingverdrag bepalingen ontbreken die voorschrijven dat elke overeengekomen regeling zal worden uitgevoerd, niettegenstaande de termijnen waarin het nationale recht van de verdragsluitende rechtsgebieden voorziet.
- c.
- i. Het derde lid, eerste zin, is van toepassing wanneer er in een gedekt belastingverdrag bepalingen ontbreken die voorschrijven dat de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende rechtsgebieden zullen trachten om moeilijkheden of twijfelpunten die mochten rijzen met betrekking tot de interpretatie of de toepassing van het gedekte belastingverdrag in onderlinge overeenstemming op te lossen.
- ii. Het derde lid, tweede zin, is van toepassing wanneer er in een gedekt belastingverdrag bepalingen ontbreken die voorschrijven dat de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende rechtsgebieden ook met elkaar overleg kunnen plegen teneinde dubbele belasting te vermijden in gevallen die niet in het gedekte belastingverdrag geregeld zijn.
Een Partij kan zich het recht voorbehouden:
- a. het eerste lid, eerste zin, niet toe te passen op haar gedekte belastingverdragen op grond van het gegeven dat zij voornemens is te voldoen aan de minimumstandaard inzake het verbeteren van geschillenbeslechting van het OESO/G20 BEPS-pakket door ervoor te zorgen dat onder elk van haar gedekte belastingverdragen (niet zijnde een gedekt belastingverdrag dat een persoon in de mogelijkheid stelt een zaak voor te leggen aan de bevoegde autoriteit van een van de verdragsluitende rechtsgebieden), wanneer een persoon van oordeel is dat de maatregelen van een verdragsluitend rechtsgebied of van beide verdragsluitende rechtsgebieden voor hem leiden of zullen leiden tot een belastingheffing die niet in overeenstemming is met de bepalingen van het gedekte belastingverdrag, die persoon, ongeacht de rechtsmiddelen waarin het nationale recht van die verdragsluitende rechtsgebieden voorziet, de zaak mag voorleggen aan de bevoegde autoriteit van het verdragsluitende rechtsgebied waarvan hij inwoner is, of, wanneer de door die persoon voorgelegde zaak onder een bepaling valt van een gedekt belastingverdrag die betrekking heeft op non-discriminatie die op nationaliteit gebaseerd is, aan de bevoegde autoriteit van het verdragsluitende rechtsgebied waarvan die persoon onderdaan is; en de bevoegde autoriteit van dat verdragsluitende rechtsgebied een procedure voor wederzijdse kennisgeving of een consultatieprocedure zal opstarten met de bevoegde autoriteit van het andere verdragsluitende rechtsgebied voor gevallen waarbij de bevoegde autoriteit aan wie de zaak voor onderling overleg werd voorgelegd het bezwaar van de belastingplichtige als ongegrond beschouwt;
- b. het eerste lid, tweede zin, niet toe te passen op haar gedekte belastingverdragen die niet bepalen dat het in het eerste lid, eerste zin, bedoelde geval binnen een bepaalde termijn moet worden voorgelegd op grond van het gegeven dat die Partij voornemens is te voldoen aan de minimumstandaard inzake het verbeteren van geschillenbeslechting van het OESO/G20 BEPS-pakket door ervoor te zorgen dat het voor de toepassing van al die gedekte belastingverdragen aan de in het eerste lid bedoelde belastingplichtige toegestaan is om de zaak voor te leggen binnen een termijn van minstens drie jaar na de eerste kennisgeving van de maatregel die een belastingheffing ten gevolge heeft die niet in overeenstemming is met de bepalingen van het gedekte belastingverdrag;
- c. het tweede lid, tweede zin, niet toe te passen op haar gedekte belastingverdragen op grond van het gegeven dat voor de toepassing van al haar gedekte belastingverdragen:
- i. elke via de procedure voor onderling overleg overeengekomen regeling zal uitgevoerd worden, niettegenstaande de termijnen waarin het nationale recht van de verdragsluitende rechtsgebieden voorziet; of
- ii. zij voornemens is te voldoen aan de minimumstandaard inzake het verbeteren van geschillenbeslechting van het OESO/G20 BEPS-pakket door bij haar bilaterale verdragsonderhandelingen een verdragsbepaling te aanvaarden die erin voorziet dat:
- A. de verdragsluitende rechtsgebieden de winst die kan worden toegerekend aan een vaste inrichting van een onderneming van een van de verdragsluitende rechtsgebieden niet zullen aanpassen na een termijn die beide verdragsluitende rechtsgebieden onderling overeengekomen zijn en die aanvangt op het einde van het belastingjaar waarin de winst aan de vaste inrichting had kunnen worden toegerekend (deze bepaling is niet van toepassing ingeval van fraude, grove nalatigheid of opzettelijk verzuim); en
- B. de verdragsluitende rechtsgebieden winst die de onderneming zou hebben behaald, maar ingevolge de voorwaarden die zijn opgenomen in een bepaling van een gedekt belastingverdrag die betrekking heeft op gelieerde ondernemingen niet heeft behaald, niet in de winst van een onderneming zullen opnemen en niet dienovereenkomstig zullen belasten na een termijn die beide verdragsluitende rechtsgebieden onderling overeengekomen zijn en die aanvangt op het einde van het belastingjaar waarin de onderneming de winst zou behaald hebben (deze bepaling is niet van toepassing ingeval van fraude, grove nalatigheid of opzettelijk verzuim).
- a. Elke Partij die niet het in het vijfde lid, onderdeel a, omschreven voorbehoud heeft gemaakt, stelt voor elk van haar gedekte belastingverdragen de depositaris ervan in kennis of het al dan niet een bepaling bevat als omschreven in het vierde lid, onderdeel a, onder i, en zo ja, het nummer van het artikel en van het lid van elke dergelijke bepaling. Wanneer alle verdragsluitende rechtsgebieden een kennisgeving met betrekking tot een bepaling van een gedekt belastingverdrag gedaan hebben, wordt die bepaling vervangen door de eerste zin van het eerste lid. In andere gevallen heeft de eerste zin van het eerste lid uitsluitend voorrang op de bepalingen van het gedekte belastingverdrag voor zover die bepalingen onverenigbaar zijn met die zin.
- b. Elke Partij die niet het in het vijfde lid, onderdeel b, omschreven voorbehoud heeft gemaakt stelt de depositaris in kennis van:
- i. de lijst van haar gedekte belastingverdragen die een bepaling bevatten die voorschrijft dat een zaak als bedoeld in het eerste lid, eerste zin, moet worden voorgelegd binnen een bepaalde termijn die minder bedraagt dan drie jaar vanaf de datum van de eerste kennisgeving van de maatregel die een belastingheffing ten gevolge heeft die niet in overeenstemming is met de bepalingen van het gedekte belastingverdrag, alsook het nummer van het artikel en van het lid van elke dergelijke bepaling; een bepaling van een gedekt belastingverdrag wordt vervangen door het eerste lid, tweede zin, wanneer alle verdragsluitende rechtsgebieden een dergelijke kennisgeving met betrekking tot die bepaling gedaan hebben. Onverminderd de bepaling onder ii heeft het eerste lid, tweede zin, in andere gevallen uitsluitend voorrang op de bepalingen van het gedekte belastingverdrag voor zover die bepalingen onverenigbaar zijn met het eerste lid, tweede zin;
- ii. de lijst van haar gedekte belastingverdragen die een bepaling bevatten die voorschrijft dat een zaak als bedoeld in het eerste lid, eerste zin, moet worden voorgelegd binnen een bepaalde termijn van minstens drie jaar na de eerste kennisgeving van de maatregel die een belastingheffing ten gevolge heeft die niet in overeenstemming is met de bepalingen van het gedekte belastingverdrag, alsook het nummer van het artikel en van het lid van elke dergelijke bepaling; het eerste lid, tweede zin, is niet van toepassing op een gedekt belastingverdrag wanneer een verdragsluitend rechtsgebied een dergelijke kennisgeving met betrekking tot dat gedekte belastingverdrag gedaan heeft.
- c. Elke Partij stelt de depositaris in kennis van:
- i. de lijst van haar gedekte belastingverdragen die geen bepaling bevatten als omschreven in het vierde lid, onderdeel b, onder i; het tweede lid, eerste zin, is uitsluitend van toepassing op een gedekt belastingverdrag wanneer alle verdragsluitende rechtsgebieden een dergelijke kennisgeving met betrekking tot dat gedekte belastingverdrag gedaan hebben;
- ii. wanneer het gaat om een Partij die niet het in het vijfde lid, onderdeel c, omschreven voorbehoud heeft gemaakt, de lijst van haar gedekte belastingverdragen die geen bepaling bevatten als omschreven in het vierde lid, onderdeel b, onder ii; het tweede lid, tweede zin, is uitsluitend van toepassing op een gedekt belastingverdrag wanneer alle verdragsluitende rechtsgebieden een dergelijke kennisgeving met betrekking tot dat gedekte belastingverdrag gedaan hebben.
- d. Elke Partij stelt de depositaris in kennis van:
- i. de lijst van haar gedekte belastingverdragen die geen bepaling bevatten als omschreven in het vierde lid, onderdeel c, onder i; het derde lid, eerste zin, is uitsluitend van toepassing op een gedekt belastingverdrag wanneer alle verdragsluitende rechtsgebieden een dergelijke kennisgeving met betrekking tot dat gedekte belastingverdrag gedaan hebben;
- ii. de lijst van haar gedekte belastingverdragen die geen bepaling bevatten als omschreven in het vierde lid, onderdeel c, onder ii; het derde lid, tweede zin, is uitsluitend van toepassing op een gedekt belastingverdrag wanneer alle verdragsluitende rechtsgebieden een dergelijke kennisgeving met betrekking tot dat gedekte belastingverdrag gedaan hebben.
Artikel 17. Overeenkomstige aanpassingen
Wanneer een verdragsluitend rechtsgebied in de winst van een onderneming van dat verdragsluitende rechtsgebied winst opneemt ─ en dienovereenkomstig belast ─ ter zake waarvan een onderneming van het andere verdragsluitende rechtsgebied in dat andere verdragsluitende rechtsgebied is belast, en de aldus opgenomen winst, winst is die de onderneming van het eerstgenoemde verdragsluitende rechtsgebied zou hebben behaald indien tussen de twee ondernemingen zodanige voorwaarden zouden zijn overeengekomen als tussen onafhankelijke ondernemingen zouden zijn overeengekomen, past dat andere verdragsluitende rechtsgebied dienovereenkomstig het bedrag aan belasting aan dat aldaar van die winst is geheven. Bij het bepalen van die aanpassing wordt rekening gehouden met de overige bepalingen van het gedekte belastingverdrag en plegen de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende rechtsgebieden indien nodig overleg met elkaar.
Het eerste lid is van toepassing in de plaats van, of bij het ontbreken van, een bepaling die een verdragsluitend rechtsgebied verplicht om dienovereenkomstig het bedrag aan belasting aan te passen dat aldaar van de winst van een onderneming van dat verdragsluitende rechtsgebied geheven wordt wanneer het andere verdragsluitende rechtsgebied die winst opneemt in de winst van een onderneming van dat andere verdragsluitende rechtsgebied en die winst dienovereenkomstig belast, en de aldus opgenomen winst winst is die de onderneming van dat andere verdragsluitende rechtsgebied zou hebben behaald indien tussen de twee ondernemingen zodanige voorwaarden zouden zijn overeengekomen als tussen onafhankelijke ondernemingen zouden zijn overeengekomen.
Een Partij kan zich het recht voorbehouden:
- a. dit artikel in zijn geheel niet toe te passen op haar gedekte belastingverdragen die reeds een bepaling bevatten als omschreven in het tweede lid;
- b. dit artikel in zijn geheel niet toe te passen op haar gedekte belastingverdragen op grond van het feit dat, wanneer er in haar gedekte belastingverdragen geen bepaling voorkomt als bedoeld in het tweede lid:
- i. die Partij de in het eerste lid van dit artikel bedoelde passende aanpassing, zal doorvoeren; of
- ii. haar bevoegde autoriteit zal trachten om de zaak te regelen in overeenstemming met de bepalingen van een gedekt belastingverdrag die betrekking hebben op de procedure voor onderling overleg;
- c. wanneer een Partij het in artikel 16 (Procedure voor onderling overleg), vijfde lid, onderdeel c, onder ii, omschreven voorbehoud heeft gemaakt, dit artikel in zijn geheel niet toe te passen op haar gedekte belastingverdragen op grond van het feit dat die Partij bij haar bilaterale verdragsonderhandelingen een soortgelijke verdragsbepaling zal aanvaarden als die welke is opgenomen onder het eerste lid, op voorwaarde dat de verdragsluitende rechtsgebieden tot een onderlinge overeenstemming konden komen met betrekking tot die bepaling en met betrekking tot de bepalingen die zijn omschreven in artikel 16 (Procedure voor onderling overleg), vijfde lid, onderdeel c, onder ii.
Elke Partij die niet het in het derde lid omschreven voorbehoud heeft gemaakt, stelt voor elk van haar gedekte belastingverdragen de depositaris ervan in kennis of het al dan niet een bepaling bevat die is omschreven in het tweede lid, en zo ja, het nummer van het artikel en van het lid van elke dergelijke bepaling. Wanneer alle verdragsluitende rechtsgebieden een dergelijke kennisgeving met betrekking tot een bepaling van een gedekt belastingverdrag gedaan hebben, wordt die bepaling vervangen door de bepalingen van het eerste lid. In andere gevallen heeft het eerste lid uitsluitend voorrang op de bepalingen van het gedekte belastingverdrag voor zover die bepalingen onverenigbaar zijn met het eerste lid.
DEEL VI. ARBITRAGE
Artikel 18. Keuze om Deel VI toe te passen
Een Partij mag kiezen om dit Deel toe te passen op haar gedekte belastingverdragen en stelt de depositaris in kennis van haar keuze. Dit Deel is uitsluitend van toepassing tussen twee verdragsluitende rechtsgebieden met betrekking tot een gedekt belastingverdrag wanneer beide verdragsluitende rechtsgebieden een dergelijke kennisgeving hebben gedaan.
Artikel 19. Verplichte en bindende arbitrage
Wanneer:
- a. op grond van een bepaling van een gedekt belastingverdrag (zoals dat gewijzigd kan worden door artikel 16 (Procedure voor onderling overleg), eerste lid) die voorschrijft dat een persoon een zaak kan voorleggen aan een bevoegde autoriteit van een verdragsluitend rechtsgebied indien die persoon van oordeel is dat de maatregelen van een verdragsluitend rechtsgebied of van beide verdragsluitende rechtsgebieden voor die persoon leiden of zullen leiden tot een belastingheffing die niet in overeenstemming is met de bepalingen van het gedekte belastingverdrag (zoals dat gewijzigd kan worden door het Verdrag), een persoon een zaak heeft voorgelegd aan de bevoegde autoriteit van een verdragsluitend rechtsgebied, omdat de maatregelen van een verdragsluitend rechtsgebied of van beide verdragsluitende rechtsgebieden voor hem tot een belastingheffing geleid hebben die niet in overeenstemming is met de bepalingen van het gedekte belastingverdrag (zoals dat gewijzigd kan worden door het Verdrag); en
- b. de bevoegde autoriteiten geen overeenstemming kunnen bereiken om die zaak op te lossen op grond van een bepaling van een gedekt belastingverdrag (zoals dat gewijzigd kan worden door artikel 16 (Procedure voor onderling overleg), tweede lid), die voorschrijft dat de bevoegde autoriteit zal trachten om de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming met de bevoegde autoriteit van het andere verdragsluitende rechtsgebied op te lossen binnen een termijn van twee jaar die begint te lopen op de aanvangsdatum die, naar gelang de zaak, bedoeld is in het achtste of negende lid (tenzij de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende rechtsgebieden nog vóór het verstrijken van die termijn overeenstemming bereikt hebben over een andere termijn voor die zaak en de persoon die de zaak heeft voorgelegd daarvan op de hoogte hebben gebracht),
worden alle onopgeloste kwesties die uit die zaak volgen op schriftelijk verzoek van de persoon aan arbitrage onderworpen op de in dit Deel uiteengezette manier, in overeenstemming met alle regels of procedures waarover de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende rechtsgebieden overeenstemming hebben bereikt overeenkomstig de bepalingen van het tiende lid.
Wanneer een bevoegde autoriteit de in het eerste lid bedoelde procedure voor onderling overleg geschorst heeft, omdat een zaak nog aanhangig is voor een rechterlijke instantie of een administratieve rechtbank met betrekking tot een of meer soortgelijke kwesties, houdt de in het eerste lid, onderdeel b, vastgestelde termijn op te lopen, ofwel tot de rechterlijke instantie of de administratieve rechtbank een definitieve uitspraak heeft gedaan, ofwel tot de zaak geschorst of ingetrokken wordt. Ook wanneer een persoon die een zaak heeft voorgelegd en een bevoegde autoriteit overeengekomen zijn om de procedure voor onderling overleg te schorsen, houdt de in het eerste lid, onderdeel b, vastgestelde termijn op te lopen tot de schorsing opgeheven wordt.
Wanneer beide bevoegde autoriteiten het erover eens zijn dat een rechtsreeks bij de zaak betrokken persoon niet tijdig alle aanvullende materiële inlichtingen heeft verstrekt die door een van beide bevoegde autoriteiten gevraagd werden na aanvang van de in het eerste lid, onderdeel b, vastgestelde termijn, wordt de in het eerste lid, onderdeel b, vastgestelde termijn verlengd met een tijdsduur die gelijk is aan de termijn die aanvangt op de datum waarop om de inlichtingen werd verzocht en die afloopt op de datum waarop die inlichtingen verstrekt werden.
- a. De arbitrale uitspraak die met betrekking tot de aan arbitrage onderworpen kwesties genomen wordt, wordt uitgevoerd via het in het eerste lid bedoelde onderling overleg met betrekking tot die zaak. De arbitrale uitspraak is definitief.
- b. De arbitrale uitspraak is bindend voor beide verdragsluitende rechtsgebieden, behalve in de volgende gevallen:
- i. indien een rechtsreeks bij de zaak betrokken persoon de overeengekomen regeling waardoor de arbitrale uitspraak wordt uitgevoerd niet aanvaardt. In een dergelijk geval, komt de zaak niet in aanmerking voor verder beraad door de bevoegde autoriteiten. De overeengekomen regeling waardoor de arbitrale uitspraak met betrekking tot de zaak wordt uitgevoerd, wordt geacht niet aanvaard te zijn door een rechtsreeks bij de zaak betrokken persoon indien enig persoon die rechtstreeks bij de zaak betrokken is niet binnen 60 dagen na de datum waarop de kennisgeving met betrekking tot de overeengekomen regeling aan de persoon werd toegezonden, alle kwesties die in de overeengekomen regeling tot uitvoering van de arbitrale uitspraak opgelost werden uit het beraad door een rechterlijke instantie of een administratieve rechtbank terugtrekt of anderszins elke nog lopende gerechtelijke of administratieve procedure met betrekking tot dergelijke kwesties beëindigt op een manier die in overeenstemming is met die overeengekomen regeling.
- ii. indien een definitieve uitspraak van de rechterlijke instanties van een van de verdragsluitende rechtsgebieden inhoudt dat de arbitrale uitspraak ongeldig is. In een dergelijk geval wordt het in het eerste lid bedoelde verzoek om arbitrage geacht niet te zijn ingediend en wordt de arbitrageprocedure geacht niet te hebben plaatsgevonden (behalve voor de toepassing van de artikelen 21 (Vertrouwelijkheid van de arbitrageprocedure) en 25 (Kosten van de arbitrageprocedure)). In een dergelijk geval mag een nieuw verzoek om arbitrage worden ingediend tenzij de bevoegde autoriteiten het erover eens zijn dat een dergelijk nieuw verzoek niet mag worden toegestaan.
- iii. indien een rechtstreeks bij de zaak betrokken persoon bij enigerlei rechterlijke instantie of administratieve rechtbank een rechtszaak aanspant met betrekking tot de kwesties die in de overeengekomen regeling tot uitvoering van de arbitrale uitspraak opgelost werden.
De bevoegde autoriteit die het aanvankelijke verzoek voor een procedure voor onderling overleg als omschreven in het eerste lid, onderdeel a, ontvangen heeft, moet binnen twee kalendermaanden na ontvangst van het verzoek:
- a. aan de persoon die de zaak voorgelegd heeft een kennisgeving toezenden ter bevestiging van de ontvangst van het verzoek; en
- b. de bevoegde autoriteit van het andere verdragsluitende rechtsgebied een kennisgeving toezenden van dat verzoek, samen met een afschrift van het verzoek.
Binnen drie kalendermaanden nadat een bevoegde autoriteit het verzoek voor een procedure voor onderling overleg (of een afschrift daarvan afkomstig van de bevoegde autoriteit van het andere verdragsluitende rechtsgebied) ontvangen heeft:
- a. stelt zij de persoon die de zaak voorgelegd heeft en de andere bevoegde autoriteit ervan in kennis dat zij de inlichtingen heeft ontvangen die nodig zijn voor een grondig onderzoek van de zaak; of
- b. vraagt zij om aanvullende inlichtingen daartoe aan die persoon.
Wanneer een van de bevoegde autoriteiten overeenkomstig het zesde lid, onderdeel b, aan de persoon die de zaak voorgelegd heeft aanvullende inlichtingen heeft gevraagd die nodig zijn voor een grondig onderzoek van de zaak, of wanneer beide bevoegde autoriteiten dat hebben gedaan, stelt de bevoegde autoriteit die de aanvullende inlichtingen heeft gevraagd binnen drie kalendermaanden nadat ze die aanvullende inlichtingen van die persoon ontvangen heeft die persoon en de andere bevoegde autoriteit in kennis:
- a. ofwel van het feit dat ze de gevraagde inlichtingen ontvangen heeft;
- b. ofwel van het feit dat sommige van de gevraagde inlichtingen nog steeds ontbreken.
Wanneer geen van beide bevoegde autoriteiten aanvullende inlichtingen heeft gevraagd overeenkomstig het zesde lid, onderdeel b, wordt de in het eerste lid bedoelde aanvangsdatum vastgesteld op de eerste van de volgende data:
- a. de datum waarop beide bevoegde autoriteiten aan de persoon die de zaak voorgelegd heeft een kennisgeving hebben gedaan overeenkomstig het zesde lid, onderdeel a; en
- b. de datum die drie kalendermaanden later valt dan de datum waarop de kennisgeving overeenkomstig het vijfde lid, onderdeel b, aan de bevoegde autoriteit van het andere verdragsluitende rechtsgebied werd gedaan.
Wanneer er aanvullende inlichtingen werden gevraagd overeenkomstig het zesde lid, onderdeel b, wordt de in het eerste lid bedoelde aanvangsdatum vastgesteld op de eerste van de volgende data:
- a. de laatste datum waarop de bevoegde autoriteiten die aanvullende inlichtingen hebben gevraagd aan de persoon die de zaak heeft voorgelegd en aan de andere bevoegde autoriteit een kennisgeving hebben gedaan overeenkomstig het zevende lid, onderdeel a; en
- b. de datum drie kalendermaanden nadat beide bevoegde autoriteiten van de persoon die de zaak heeft voorgelegd alle inlichtingen hebben gekregen die door een van beide bevoegde autoriteiten gevraagd werd.
Wanneer evenwel een van beide bevoegde autoriteiten de in het zevende lid, onderdeel b, bedoelde kennisgeving toezendt of beide bevoegde autoriteiten dat doen, wordt die kennisgeving behandeld als een verzoek om aanvullende inlichtingen als bedoeld in het zesde lid, onderdeel b.
De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende rechtsgebieden regelen de wijze van toepassing van de in dit Deel opgenomen bepalingen in onderling overleg (overeenkomstig het artikel van het desbetreffende gedekte belastingverdrag dat betrekking heeft op procedures voor onderling overleg), met inbegrip van het minimum aan inlichtingen dat voor elk van de bevoegde autoriteiten noodzakelijk is voor een grondig onderzoek van de zaak. Een dergelijke regeling wordt overeengekomen vóór de datum waarop onopgeloste kwesties van een zaak voor het eerst in aanmerking komen om aan arbitrage onderworpen te worden en kan daarna van tijd tot tijd gewijzigd worden.
Voor de toepassing van dit artikel op haar gedekte belastingverdragen kan een Partij zich het recht voorbehouden de termijn van twee jaar die in het eerste lid, onderdeel b, is vastgesteld te vervangen door een termijn van drie jaar.
Niettegenstaande de andere bepalingen van dit artikel kan een Partij zich het recht voorbehouden de volgende regels toe te passen op haar gedekte belastingverdragen:
- a. elke onopgeloste kwestie die voortkomt uit een zaak die via de procedure voor onderling overleg onderzocht werd en die anders onder de toepassing valt van de arbitrageprocedure waarin dit Verdrag voorziet, wordt niet aan arbitrage onderworpen wanneer daaromtrent reeds een uitspraak werd gedaan door een rechterlijke instantie of een administratieve rechtbank van een van beide verdragsluitende rechtsgebieden;
- b. indien een rechterlijke instantie of een administratieve rechtbank van een van de verdragsluitende rechtsgebieden op enig tijdstip nadat een verzoek om arbitrage werd ingediend, en voordat het arbitragepanel zijn uitspraak heeft doen toekomen aan de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende rechtsgebieden, een uitspraak ter zake van de kwestie gedaan heeft, wordt de arbitrageprocedure beëindigd.
Artikel 20. Aanstelling van arbiters
Behalve voor zover de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende rechtsgebieden onderling andere regels overeenkomen, gelden de leden twee tot en met vier voor de toepassing van dit Deel.
Het aanstellen van de leden van een arbitragepanel gebeurt volgens onderstaande regels:
- a. Het arbitragepanel bestaat uit drie afzonderlijke leden met deskundigheid of ervaring op het gebied van internationale belastingaangelegenheden.
- b. Binnen de 60 dagen, te rekenen vanaf de datum waarop het verzoek om arbitrage bedoeld in artikel 19 (Verplichte en bindende arbitrage), eerste lid, werd ingediend, stelt elk van de bevoegde autoriteiten één panellid aan. Binnen de 60 dagen na de laatste van deze aanstellingen stellen de twee aldus aangestelde panelleden een derde lid aan, dat optreedt als voorzitter van het arbitragepanel. De voorzitter mag geen onderdaan of inwoner zijn van een van de verdragsluitende rechtsgebieden.
- c. Elk lid dat aangesteld is voor het arbitragepanel moet, op het tijdstip waarop het zijn aanstelling aanvaardt, onpartijdig zijn en onafhankelijk van de bevoegde autoriteiten, belastingadministraties en ministeries van financiën van de verdragsluitende rechtsgebieden en van alle rechtsreeks bij de zaak betrokken personen (inclusief hun raadgevers), gedurende de hele procedure zijn onpartijdigheid en onafhankelijkheid bewaren en gedurende een redelijke periode volgend op die procedure elk gedrag vermijden dat afbreuk kan doen aan de schijn van onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de arbiters met betrekking tot de procedure.
Indien de bevoegde autoriteit van een verdragsluitend rechtsgebied nalaat om een lid van het arbitragepanel aan te stellen op de manier en binnen de termijnen zoals bepaald in het tweede lid of zoals overeengekomen door de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende rechtsgebieden, wordt er voor die bevoegde autoriteit een lid aangesteld door de functionaris met de hoogste rang van het Centre for Tax Policy and Administration van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) die van geen van de verdragsluitende rechtsgebieden onderdaan is.
Indien de twee oorspronkelijke leden van het arbitragepanel nalaten om de voorzitter aan te stellen op de manier en binnen de termijnen zoals bepaald in het tweede lid of zoals overeengekomen door de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende rechtsgebieden, wordt de voorzitter aangesteld door de functionaris met de hoogste rang van het Centre for Tax Policy and Administration van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) die van geen van de verdragsluitende rechtsgebieden onderdaan is.
Artikel 21. Vertrouwelijkheid van de arbitrageprocedure
Uitsluitend voor de toepassing van de bepalingen van dit Deel, van de bepalingen van het desbetreffende gedekte belastingverdrag, en van de nationale wetgeving van de verdragsluitende rechtsgebieden die betrekking hebben op de uitwisseling van inlichtingen, vertrouwelijkheid en administratieve bijstand, worden leden van het arbitragepanel en maximaal drie medewerkers per lid (en aangezochte arbiters, evenwel uitsluitend voor zover nodig is om na te gaan of ze kunnen voldoen aan de vereisten die aan arbiters worden gesteld) beschouwd als personen of autoriteiten aan wie inlichtingen mogen worden kenbaar gemaakt. Inlichtingen die het arbitragepanel of aangezochte arbiters ontvangen en inlichtingen die de bevoegde autoriteiten ontvangen van het arbitragepanel, worden geacht inlichtingen te zijn die worden uitgewisseld overeenkomstig de bepalingen van het gedekte belastingverdrag die betrekking hebben op de uitwisseling van inlichtingen en administratieve bijstand.
De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende rechtsgebieden garanderen dat leden van het arbitragepanel en hun medewerkers, alvorens op te treden in een arbitrageprocedure, er schriftelijk mee instemmen om alle inlichtingen in verband met die arbitrageprocedure te zullen behandelen in overeenstemming met de verplichtingen inzake vertrouwelijkheid en geheimhouding die zijn vastgelegd in de bepalingen van het gedekte belastingverdrag die betrekking hebben op de uitwisseling van inlichtingen en administratieve bijstand en overeenkomstig de van toepassing zijnde wetten van de verdragsluitende rechtsgebieden.
Artikel 22. Oplossing van een zaak voordat de arbitrage afgesloten is
Voor de toepassing van dit Deel en van de bepalingen van het desbetreffende gedekte belastingverdrag die betrekking hebben op het oplossen van zaken door onderling overleg, worden de procedure voor onderling overleg en de arbitrageprocedure met betrekking tot een zaak beëindigd, wanneer op enig tijdstip nadat een verzoek om arbitrage werd ingediend en voordat het arbitragepanel zijn uitspraak aan de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende rechtsgebieden heeft doen toekomen:
- a. de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende rechtsgebieden onderling overeenstemming bereiken over een oplossing voor de zaak; of
- b. de persoon die de zaak heeft voorgelegd het verzoek om arbitrage of het verzoek om een procedure voor onderling overleg intrekt.
Artikel 23. Methode van arbitrage
Behalve voor zover de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende rechtsgebieden onderling andere regels overeenkomen, gelden de volgende regels voor een arbitrageprocedure overeenkomstig dit Deel:
- a. nadat een zaak aan arbitrage is onderworpen, legt de bevoegde autoriteit van elk van de verdragsluitende rechtsgebieden, uiterlijk op een in overleg vastgestelde datum, aan het arbitragepanel een voorgestelde oplossing voor, waarin alle onopgeloste kwesties van de zaak behandeld worden (rekening houdend met alle overeenkomsten die voordien rond die zaak werden bereikt tussen de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende rechtsgebieden). De voorgestelde oplossing blijft beperkt tot een vermelding van de specifieke geldbedragen uitgedrukt in munteenheden (bijvoorbeeld van inkomsten of uitgaven) of, waar gespecificeerd, van het maximale tarief van de belasting die overeenkomstig het gedekte belastingverdrag werd geheven, voor elke aanpassing of soortgelijke kwestie bij de zaak. In een zaak waarin de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende rechtsgebieden er niet in geslaagd zijn om tot overeenstemming te komen over een kwestie met betrekking tot de toepassingsvoorwaarden van een bepaling van het desbetreffende gedekte belastingverdrag (hierna „drempelkwestie” genoemd) – zoals de vraag of een natuurlijke persoon al dan niet een inwoner is, of de vraag of er al dan niet sprake is van een vaste inrichting – mogen de bevoegde autoriteiten andere voorgestelde oplossingen voorleggen met betrekking tot kwesties waarvan de beslissing afhangt van de oplossing van dergelijke drempelkwesties.
- b. De bevoegde autoriteit van elk van de verdragsluitende rechtsgebieden mag het arbitragepanel ook een ondersteunende standpuntnota ter overweging voorleggen. Elke bevoegde autoriteit die een voorgestelde oplossing of een ondersteunende standpuntnota voorlegt, bezorgt de andere bevoegde autoriteit een afschrift daarvan uiterlijk op de datum waarop de voorgestelde oplossing en het ondersteunende standpuntnota moesten worden voorgelegd. Elke bevoegde autoriteit mag het arbitragepanel uiterlijk op een in overleg vastgestelde datum ook een reactie voorleggen in antwoord op de voorgestelde oplossing en de ondersteunende standpuntennota die door de andere bevoegde autoriteit werd voorgelegd. Van elke reactie wordt een afschrift toegezonden aan de andere bevoegde autoriteit uiterlijk op de datum waarop de reactie voorgelegd moest worden.
- c. Het arbitragepanel kiest als haar uitspraak een van de voorgestelde oplossingen voor de zaak, die door de bevoegde autoriteiten voor elke kwestie en voor alle drempelkwesties werden voorgelegd, zonder een redenering achter of andere uitleg van de uitspraak bij te voegen. De arbitrale uitspraak wordt aangenomen bij gewone meerderheid van de panelleden. Het arbitragepanel bezorgt haar uitspraak schriftelijk aan de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende rechtsgebieden. De arbitrale uitspraak heeft geen precedentwerking.
Voor de toepassing van dit artikel op haar gedekte belastingverdragen kan een Partij zich het recht voorbehouden het eerste lid niet toe te passen op haar gedekte belastingverdragen. In een dergelijk geval, behalve voor zover de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende rechtsgebieden onderling andere regels overeenkomen, gelden de volgende regels voor een arbitrageprocedure:
- a. nadat een zaak aan arbitrage is onderworpen verstrekt de bevoegde autoriteit van elk verdragsluitend rechtsgebied zonder onnodig uitstel aan alle panelleden al de inlichtingen die nodig kunnen zijn om tot de arbitrale uitspraak te komen. Tenzij de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende rechtsgebieden anders overeenkomen, worden alle inlichtingen waarover beide bevoegde autoriteiten niet konden beschikken voordat ze allebei het verzoek om arbitrage ontvangen hadden, niet in aanmerking genomen om tot de uitspraak te komen.
- b. Het arbitragepanel beslist over de aan arbitrage onderworpen kwesties in overeenstemming met de van toepassing zijnde bepalingen van het gedekte belastingverdrag en, onverminderd die bepalingen, met de bepalingen van de nationale wetgeving van de verdragsluitende rechtsgebieden. De panelleden nemen ook alle andere bronnen in overweging die de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende rechtsgebieden in onderling overleg uitdrukkelijk kunnen aanduiden.
- c. De arbitrale uitspraak wordt schriftelijk bezorgd aan de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende rechtsgebieden met vermelding van de rechtsbronnen die aan de uitspraak ten gronde liggen en van de redenering die ertoe geleid heeft. De arbitrale uitspraak wordt aangenomen bij gewone meerderheid van de panelleden. De arbitrale uitspraak heeft geen precedentwerking.
Een Partij die niet het in het tweede lid omschreven voorbehoud heeft gemaakt, kan zich het recht voorbehouden de voorgaande leden van dit artikel niet toe te passen op haar gedekte belastingverdragen met Partijen die dat voorbehoud wel hebben gemaakt. In dat geval trachten de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende rechtsgebieden bij elk dergelijk gedekt belastingverdrag in onderlinge overeenstemming vast te stellen welke methode van arbitrage voor dat gedekte belastingverdrag toegepast moet worden. Tot een dergelijke overeenstemming is bereikt, is artikel 19 (Verplichte en bindende arbitrage) niet van toepassing voor een dergelijk gedekt belastingverdrag.
Een Partij mag ook kiezen om het vijfde lid toe te passen voor haar gedekte belastingverdragen en stelt de depositaris in kennis van haar keuze. Het vijfde lid is van toepassing tussen twee verdragsluitende rechtsgebieden met betrekking tot een gedekt belastingverdrag wanneer een van beide verdragsluitende rechtsgebieden een dergelijke kennisgeving heeft gedaan.
Alvorens met de arbitrageprocedure te beginnen vergewissen de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende rechtsgebieden bij een gedekt belastingverdrag zich ervan dat elk van de personen die de zaak hebben voorgelegd, met inbegrip van hun raadgevers, zich schriftelijk akkoord verklaren om geen enkele inlichting die ze in de loop van de arbitrageprocedure hetzij van de bevoegde autoriteiten, hetzij van het arbitragepanel hebben ontvangen, kenbaar te maken aan elke andere persoon. De procedure voor onderling overleg waarin het gedekte belastingverdrag voorziet en de arbitrageprocedure waarin dit Deel voorziet, worden met betrekking tot de zaak beëindigd wanneer een persoon die de zaak heeft voorgelegd, of een van diens raadgevers, dat akkoord materieel niet nakomt op enig tijdstip nadat een verzoek om arbitrage werd ingediend en voordat het arbitragepanel zijn uitspraak heeft doen toekomen aan de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende rechtsgebieden.
Niettegenstaande het vierde lid, kan een Partij die er niet voor kiest om het vijfde lid toe te passen zich het recht voorbehouden het vijfde lid niet toe te passen op een of meer gespecificeerde gedekte belastingverdragen of op al haar gedekte belastingverdragen.
Een Partij die ervoor kiest om het vijfde lid toe te passen, kan zich het recht voorbehouden dit Deel niet toe te passen op alle gedekte belastingverdragen waarvoor het andere verdragsluitende rechtsgebied een voorbehoud heeft gemaakt overeenkomstig het zesde lid.
Artikel 24. Akkoord over een andere oplossing
Voor de toepassing van dit Deel op haar gedekte belastingverdragen mag een Partij kiezen om het tweede lid toe te passen en die Partij stelt de depositaris in kennis van haar keuze. Het tweede lid is uitsluitend van toepassing tussen twee verdragsluitende rechtsgebieden met betrekking tot een gedekt belastingverdrag wanneer beide verdragsluitende rechtsgebieden een dergelijke kennisgeving hebben gedaan.
Niettegenstaande artikel 19 (Verplichte en bindende arbitrage), vierde lid, is een overeenkomstig dit Deel gedane arbitrale uitspraak niet bindend voor de verdragsluitende rechtsgebieden bij een gedekt belastingverdrag, en wordt deze niet uitgevoerd, indien de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende rechtsgebieden binnen drie kalendermaanden nadat de arbitrale uitspraak hen werd bezorgd, onderling overeenstemming bereiken over een andere oplossing voor alle onopgeloste kwesties.
Een Partij die ervoor kiest om het tweede lid toe te passen, kan zich het recht voorbehouden het tweede lid uitsluitend toe te passen op haar gedekte belastingverdragen waarvoor artikel 23 (Methode van arbitrage), tweede lid, van toepassing is.
Artikel 25. Kosten van de arbitrageprocedure
In een arbitrageprocedure op grond van dit Deel, worden de vergoedingen en onkosten van de leden van het arbitragepanel, alsmede alle kosten die de verdragsluitende rechtsgebieden in verband met de arbitrageprocedure hebben gemaakt, gedragen door de verdragsluitende rechtsgebieden op een manier die de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende rechtsgebieden in onderlinge overeenstemming vaststellen. Indien een dergelijke overeenstemming ontbreekt, draagt elk verdragsluitend rechtsgebied zijn eigen kosten en die van zijn aangesteld panellid. De kosten van de voorzitter van het arbitragepanel en de andere kosten in verband met het voeren van de arbitrageprocedure worden gelijkelijk door de verdragsluitende rechtsgebieden gedragen.
Artikel 26. Compatibiliteit
Onverminderd artikel 18 (Keuze om Deel VI toe te passen), zijn de bepalingen van dit Deel van toepassing in de plaats van, of bij het ontbreken van, bepalingen van een gedekt belastingverdrag die voorzien in arbitrage voor onopgeloste kwesties die voortkomen uit een zaak dat door middel van de procedure voor onderling overleg behandeld werd. Elke Partij die ervoor kiest om dit Deel toe te passen, stelt voor elk van haar gedekte belastingverdragen dat niet binnen de reikwijdte valt van een voorbehoud als omschreven in het vierde lid, de depositaris ervan in kennis of het al dan niet een dergelijke bepaling bevat en zo ja, het nummer van het artikel en van het lid van elke dergelijke bepaling. Wanneer twee verdragsluitende rechtsgebieden een kennisgeving met betrekking tot een bepaling van een gedekt belastingverdrag gedaan hebben, wordt die bepaling vervangen door de bepalingen van dit Deel tussen die verdragsluitende rechtsgebieden.
Geen enkele onopgeloste kwestie die volgt uit een zaak die door middel van de procedure voor onderling overleg onderzocht werd en die anders binnen de reikwijdte zou vallen van de arbitrageprocedure waarin dit Deel voorziet, wordt aan arbitrage onderworpen wanneer de kwestie binnen de reikwijdte valt van een zaak waarvoor er eerder al een arbitragepanel of een gelijksoortig orgaan opgericht werd in overeenstemming met een multilateraal of bilateraal verdrag dat voorziet in verplichte en bindende arbitrage voor onopgeloste kwesties die volgen uit een zaak die door middel van de procedure voor onderling overleg onderzocht werd.
Onverminderd het eerste lid, doen de bepalingen van dit Deel in geen enkel opzicht afbreuk aan het naleven van verdergaande verplichtingen inzake arbitrage met betrekking tot onopgeloste kwesties die ontstaan binnen de context van een procedure voor onderling overleg en die voortvloeien uit andere verdragen waarbij de verdragsluitende rechtsgebieden partij zijn of zullen worden.
Een Partij kan zich het recht voorbehouden dit Deel niet toe te passen op een of meer gespecificeerde gedekte belastingverdragen (of op al haar gedekte belastingverdragen) die reeds voorzien in verplichte en bindende arbitrage voor onopgeloste kwesties die voortkomen uit een zaak die door middel van een procedure voor onderling overleg onderzocht werd.
DEEL VII. SLOTBEPALINGEN
Artikel 27. Ondertekening en bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring
Vanaf 31 december 2016 staat dit Verdrag open voor ondertekening door:
- a. alle staten;
- b. Guernsey (het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland); het Eiland Man (het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland); Jersey (het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland;); en
- c. alle andere rechtsgebieden die bevoegd zijn om een Partij te worden door middel van een beslissing die bij consensus van de Partijen en de ondertekenaars wordt genomen.
Dit Verdrag dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd.
Artikel 28. Voorbehouden
Onverminderd het tweede lid mogen er met betrekking tot dit Verdrag geen voorbehouden worden gemaakt, met uitzondering van die uitdrukkelijk toegestaan door:
- a. Artikel 3, vijfde lid (Transparante entiteiten);
- b. Artikel 4, derde lid (Entiteiten met dubbele woonplaats);
- c. Artikel 5, achtste en negende lid (Toepassing van methodes voor het vermijden van dubbele belasting);
- d. Artikel 6, vierde lid (Doel van een gedekt belastingverdrag);
- e. Artikel 7, vijftiende en zestiende lid (Voorkomen van verdragsmisbruik);
- f. Artikel 8, derde lid (Transacties voor het verschuiven van dividenden);
- g. Artikel 9, zesde lid (Vermogenswinst verkregen uit de vervreemding van aandelen of belangen in entiteiten waarvan de waarde voornamelijk bepaald wordt door onroerende zaken;
- h. Artikel 10, vijfde lid (Antimisbruikregel voor vaste inrichtingen die in derde rechtsgebieden gevestigd zijn);
- i. Artikel 11, derde lid (Toepassen van belastingverdragen om het recht van een Partij te beperken om zijn eigen inwoners te belasten);
- j. Artikel 12, vierde lid (Kunstmatige ontwijking van de kwalificatie als vaste inrichting door middel van commissionairstructuren en soortgelijke strategieën);
- k. Artikel 13, zesde lid (Kunstmatige ontwijking van de kwalificatie als vaste inrichting door middel van vrijstellingen voor specifieke activiteiten);
- l. Artikel 14, derde lid (Splitsen van contracten);
- m. Artikel 15, tweede lid (Definitie van een nauw met een onderneming verbonden persoon);
- n. Artikel 16, vijfde lid (Procedure voor onderling overleg);
- o. Artikel 17, derde lid (Overeenkomstige aanpassingen);
- p. Artikel 19, elfde en twaalfde lid (Verplichte en bindende arbitrage);
- q. Artikel 23, tweede, derde, zesde en zevende lid (Methode van arbitrage);
- r. Artikel 24, derde lid (Akkoord over een andere oplossing);
- s. Artikel 26, vierde lid (Compatibiliteit);
- t. Artikel 35, zesde en zevende lid (Toepassing); en
- u. Artikel 36, tweede lid (Toepassing van Deel VI).
- a. Niettegenstaande het eerste lid mag een Partij, die op grond van artikel 18 (Keuze om Deel VI toe te passen) kiest om Deel VI (Arbitrage) toe te passen, een of meer voorbehouden maken met betrekking tot de reikwijdte van gevallen die op grond van de bepalingen van Deel VI (Arbitrage) in aanmerking komen voor arbitrage. Voor een Partij die op grond van artikel 18 (Keuze om Deel VI toe te passen) ervoor kiest om Deel VI (Arbitrage) toe te passen nadat ze Partij geworden is bij dit Verdrag, moet een in dit onderdeel bedoeld voorbehoud op hetzelfde tijdstip gemaakt worden als dat waarop die Partij haar kennisgeving aan de depositaris doet overeenkomstig artikel 18 (Keuze om Deel VI toe te passen).
- b. Voorbehouden gemaakt op grond van onderdeel a zijn onderworpen aan aanvaarding. Een op grond van onderdeel a gemaakt voorbehoud wordt geacht door een Partij aanvaard te zijn indien die Partij de depositaris er niet van in kennis stelt dat zij bezwaar aantekent tegen het voorbehoud, en dit binnen een termijn van twaalf kalendermaanden die aanvangt op de datum waarop de depositaris kennis gegeven heeft van het voorbehoud of, indien die later valt, op de datum waarop die Partij haar akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring neerlegt. Voor een Partij die op grond van artikel 18 (Keuze om Deel VI toe te passen) ervoor kiest om Deel VI (Arbitrage) toe te passen nadat ze Partij geworden is bij dit Verdrag, mogen bezwaren tegen voorbehouden die andere Partijen vooraf hebben gemaakt overeenkomstig onderdeel a ingediend worden op het tijdstip waarop eerstgenoemde Partij haar in artikel 18 (Keuze om Deel VI toe te passen) bedoelde kennisgeving aan de depositaris doet. Wanneer een Partij bezwaar aantekent tegen een op grond van onderdeel a gemaakt voorbehoud, is Deel VI (Arbitrage) in zijn geheel niet van toepassing tussen de Partij die bezwaar heeft aangetekend en de Partij die het voorbehoud heeft gemaakt.
Tenzij uitdrukkelijk anders vermeld in de desbetreffende bepalingen van dit Verdrag, zal een op grond van het eerste of tweede lid gemaakt voorbehoud:
- a. de bepalingen van dit Verdrag waarop het voorbehoud betrekking heeft wijzigen in de betrekkingen tussen de Partij die het voorbehoud heeft gemaakt en een andere Partij, en dit in de mate waarin het voorbehoud voorziet; en
- b. die bepalingen in dezelfde mate wijzigen voor de andere Partij in haar betrekkingen met de Partij die het voorbehoud heeft gemaakt.
Voorbehouden die toepasbaar zijn op gedekte belastingverdragen die door of namens een rechtsgebied of een gebied waarvan de internationale betrekkingen onder de verantwoordelijkheid van een Partij vallen zijn gesloten, wanneer dat rechtsgebied of gebied geen Partij is bij het Verdrag conform artikel 27 (Ondertekening en bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring), eerste lid, onderdeel b of c, worden gemaakt door de verantwoordelijke Partij en kunnen verschillend zijn van de voorbehouden die door die Partij met betrekking tot haar eigen gedekte belastingverdragen gemaakt worden.
Voorbehouden worden gemaakt op het tijdstip van ondertekening of wanneer de akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring wordt neergelegd, onverminderd de bepalingen van het tweede, zesde en negende lid van dit artikel en van artikel 29 (Kennisgevingen), vijfde lid. Voor een Partij die op grond van artikel 18 (Keuze om Deel VI toe te passen) ervoor kiest om Deel VI (Arbitrage) toe te passen nadat ze Partij geworden is bij dit Verdrag, worden de voorbehouden die zijn omschreven in het eerste lid, onderdelen p, q, r en s, van dit artikel evenwel op hetzelfde tijdstip gemaakt als dat waarop die Partij haar in artikel 18 (Keuze om Deel VI toe te passen) bedoelde kennisgeving aan de depositaris doet.
Indien er voorbehouden worden gemaakt op het tijdstip van ondertekening moet dit worden bevestigd bij het neerleggen van de akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, tenzij het document waarin het voorbehoud is opgenomen uitdrukkelijk stelt dat het als definitief beschouwd moet worden, onverminderd de bepalingen van het tweede, vijfde en negende lid van dit artikel en van artikel 29 (Kennisgevingen), vijfde lid.
Indien geen voorbehouden worden gemaakt op het tijdstip van ondertekening, wordt er op dat tijdstip een voorlopige lijst met te verwachten voorbehouden bij de depositaris ingediend.
Voor voorbehouden die worden gemaakt overeenkomstig elk van de volgende bepalingen, moet er, wanneer die voorbehouden gemaakt worden, een lijst worden voorgelegd met belastingverdragen waarvoor een in artikel 2 (Interpretatie van uitdrukkingen), eerste lid, onderdeel a, onder ii, bedoelde kennisgeving gedaan werd en die binnen de reikwijdte van het voorbehoud vallen zoals omschreven in de desbetreffende bepaling (en wanneer er een voorbehoud gemaakt wordt op grond van een van de volgende bepalingen, met uitzondering van de bepalingen die zijn opgesomd in de onderdelen c, d en n, dient ook het nummer van het artikel en van het lid van elke desbetreffende bepaling medegedeeld te worden):
- a. artikel 3, vijfde lid, onderdelen b, c, d, e en g (Transparante entiteiten);
- b. artikel 4, derde lid, onderdelen b, c en d (Entiteiten met dubbele woonplaats);
- c. artikel 5, achtste en negende lid (Toepassing van methodes voor het vermijden van dubbele belasting);
- d. artikel 6, vierde lid (Doel van een gedekt belastingverdrag);
- e. artikel 7, vijftiende lid, onderdelen b en c (Voorkomen van verdragsmisbruik);
- f. artikel 8, derde lid, onderdeel b, onder i, ii en iii (Transacties voor het verschuiven van dividenden);
- g. artikel 9, zesde lid, onderdelen d, e en f (Vermogenswinst verkregen uit de vervreemding van aandelen of belangen in entiteiten waarvan de waarde voornamelijk bepaald wordt door onroerende zaken);
- h. artikel 10, vijfde lid, onderdelen b en c (Antimisbruikregel voor vaste inrichtingen die in derde rechtsgebieden gevestigd zijn);
- i. artikel 11, derde lid, onderdeel b (Toepassen van belastingverdragen om het recht te beperken van een Partij om zijn eigen inwoners te belasten);
- j. artikel 13, zesde lid, onderdeel b (Kunstmatige ontwijking van de kwalificatie als vaste inrichting door middel van vrijstellingen voor specifieke activiteiten);
- k. artikel 14, derde lid, onderdeel b (Splitsen van contracten);
- l. artikel 16, vijfde lid, onderdeel b (Procedure voor onderling overleg);
- m. artikel 17, derde lid, onderdeel a (Overeenkomstige aanpassingen);
- n. artikel 23, zesde lid (Methode van arbitrage); en
- o. artikel 26, vierde lid (Compatibiliteit).
De voorbehouden die zijn omschreven in bovenstaande onderdelen a tot en met o zijn niet van toepassing op een gedekt belastingverdrag dat niet opgenomen is in de in dit lid bedoelde lijst.
Elke Partij die een voorbehoud heeft gemaakt conform het eerste of tweede lid mag dat voorbehoud te allen tijde intrekken of vervangen door een beperkter voorbehoud door een kennisgeving te doen aan de depositaris. Die Partij zorgt ook voor elke aanvullende kennisgeving overeenkomstig artikel 29 (Kennisgevingen), zesde lid, die vereist kan zijn ten gevolge van de intrekking of de vervanging van het voorbehoud. Onverminderd artikel 35 (Toepassing), zevende lid, wordt de intrekking of de vervanging van toepassing:
- a. met betrekking tot een gedekt belastingverdrag waarbij uitsluitend staten of rechtsgebieden betrokken zijn die Partij zijn bij het Verdrag wanneer de kennisgeving van de intrekking of de vervanging van het voorbehoud door de depositaris ontvangen wordt:
- i. voor voorbehouden ter zake van bepalingen die betrekking hebben op bronbelastingen indien het feit dat aanleiding geeft tot die belastingen zich voordoet op of na 1 januari van het jaar dat onmiddellijk volgt op het verstrijken van een termijn van zes kalendermaanden die aanvangt op de datum waarop de depositaris de kennisgeving van de intrekking of de vervanging van het voorbehoud meedeelt; en
- ii. voor voorbehouden ter zake van alle andere bepalingen, voor belastingen die worden geheven ter zake van belastingtijdvakken die aanvangen op of na 1 januari van het jaar dat onmiddellijk volgt op het verstrijken van een termijn van zes kalendermaanden die aanvangt op de datum waarop de depositaris de kennisgeving van de intrekking of de vervanging van het voorbehoud meedeelt; en
- b. met betrekking tot een gedekt belastingverdrag dat gesloten wordt met een of meer verdragsluitende rechtsgebieden die Partij worden bij dit Verdrag na de datum waarop de kennisgeving van de intrekking of de vervanging door de depositaris ontvangen wordt: op de laatste van de data waarop het Verdrag voor die verdragsluitende rechtsgebieden in werking treedt.
Artikel 29. Kennisgevingen
Onverminderd het vijfde en zesde lid van dit artikel en het zevende lid van artikel 35 (Toepassing) worden de in de volgende bepalingen bedoelde kennisgevingen gedaan op het tijdstip van ondertekening of bij het neerleggen van de akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring:
- a. artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder ii (Interpretatie van uitdrukkingen);
- b. artikel 3, zesde lid (Transparante entiteiten);
- c. artikel 4, vierde lid (Entiteiten met dubbele woonplaats);
- d. artikel 5, tiende lid (Toepassing van methodes voor het vermijden van dubbele belasting);
- e. artikel 6, vijfde en zesde lid (Doel van een gedekt belastingverdrag);
- f. artikel 7, zeventiende lid (Voorkomen van verdragsmisbruik);
- g. artikel 8, vierde lid (Transacties voor het verschuiven van dividenden);
- h. artikel 9, zevende en achtste lid (Vermogenswinst verkregen uit de vervreemding van aandelen of belangen in entiteiten waarvan de waarde voornamelijk bepaald wordt door onroerende zaken (onroerende goederen));
- i. artikel 10, zesde lid (Antimisbruikregel voor vaste inrichtingen die in derde rechtsgebieden gevestigd zijn);
- j. artikel 11, vierde lid (Toepassen van belastingverdragen om het recht van een Partij om zijn eigen inwoners te belasten te beperken);
- k. artikel 12, vijfde en zesde lid (Kunstmatige ontwijking van de kwalificatie als vaste inrichting door middel van commissionairstructuren en soortgelijke strategieën);
- l. artikel 13, zevende en achtste lid (Kunstmatige ontwijking van de kwalificatie als vaste inrichting door middel van vrijstellingen voor specifieke activiteiten);
- m. artikel 14, vierde lid (Splitsen van contracten);
- n. artikel 16, zesde lid (Procedure voor onderling overleg);
- o. artikel 17, vierde lid (Overeenkomstige aanpassingen);
- p. artikel 18 (Keuze om Deel VI toe te passen);
- q. artikel 23, vierde lid (Methode van arbitrage);
- r. artikel 24, eerste lid (Akkoord over een andere oplossing);
- s. artikel 26, eerste lid (Compatibiliteit); en
- t. artikel 35, eerste, tweede, derde, vijfde en zevende lid (Toepassing).
Kennisgevingen met betrekking tot gedekte belastingverdragen die zijn gesloten door of namens een rechtsgebied of een gebied waarvoor een Partij verantwoordelijk is voor de internationale betrekkingen, wanneer dat rechtsgebied of gebied geen Partij is bij het Verdrag conform artikel 27 (Ondertekening en bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring), eerste lid, onderdeel b of c, worden gedaan door de verantwoordelijke Partij en kunnen verschillen van de kennisgevingen die door die Partij met betrekking tot haar eigen gedekte belastingverdragen gedaan worden.
Indien kennisgevingen worden gedaan op het tijdstip van ondertekening moeten deze worden bevestigd bij het neerleggen van de akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, tenzij het document waarin die kennisgevingen opgenomen zijn uitdrukkelijk stelt dat het als definitief moet beschouwd worden, onverminderd de bepalingen van het vijfde en zesde lid van dit artikel en van artikel 35 (Toepassing), zevende lid.
Indien er geen kennisgevingen gedaan worden op het tijdstip van ondertekening, wordt er op dat tijdstip een voorlopige lijst met te verwachten kennisgevingen ingediend.
Een Partij mag de lijst met verdragen waarvoor een in artikel 2 (Interpretatie van uitdrukkingen), eerste lid, onderdeel a, onder ii, bedoelde kennisgeving gedaan werd te allen tijde aanvullen, door de depositaris een kennisgeving toe te zenden. De Partij moet in die kennisgeving duidelijk aangeven of het verdrag al dan niet binnen de reikwijdte valt van een van de door die Partij gemaakte voorbehouden die zijn opgenomen in de lijst onder artikel 28 (Voorbehouden), achtste lid. De Partij mag ook een nieuw voorbehoud maken als omschreven in artikel 28 (Voorbehouden), achtste lid, wanneer het toegevoegde verdrag het eerste zou zijn dat binnen de reikwijdte van een dergelijk voorbehoud valt. De Partij moet tevens iedere aanvullende kennisgeving specificeren die op grond van het eerste lid, onderdelen b tot en met s, vereist kan zijn om aan te geven dat er bijkomende verdragen in de lijst werden opgenomen. Indien die aanvulling er voor de eerste keer toe leidt dat er een belastingverdrag in de lijst wordt opgenomen dat gesloten is door of namens een rechtsgebied of een gebied waarvan de internationale betrekkingen onder de verantwoordelijkheid van een Partij vallen, moet de Partij bovendien alle voorbehouden (overeenkomstig artikel 28 (Voorbehouden), vierde lid) of kennisgevingen (overeenkomstig het tweede lid van dit artikel) specificeren die van toepassing zijn op gedekte belastingverdragen die door of namens dat rechtsgebied of dat gebied gesloten zijn. Vanaf de datum waarop het (de) toegevoegde verdrag(en) waarvoor een in artikel 2 (Interpretatie van uitdrukkingen), eerste lid, onderdeel a, onder ii, bedoelde kennisgeving gedaan werd gedekte belastingverdragen worden, regelen de bepalingen van artikel 35 (Toepassing) de datum waarop de wijzigingen voor het gedekte belastingverdrag van toepassing worden.
Een Partij mag aanvullende kennisgevingen doen overeenkomstig het eerste lid, onderdelen b tot en met s, door de depositaris een kennisgeving toe te zenden. Die kennisgevingen worden van toepassing:
- a. met betrekking tot gedekte belastingverdragen waarbij uitsluitend staten of rechtsgebieden betrokken zijn die Partij zijn bij het Verdrag wanneer de aanvullende kennisgeving door de depositaris ontvangen wordt:
- i. voor kennisgevingen ter zake van bepalingen die betrekking hebben op bronbelastingen indien het feit dat aanleiding geeft tot die belastingen zich voordoet op of na 1 januari van het jaar dat onmiddellijk volgt op het verstrijken van een termijn van zes kalendermaanden die aanvangt op de datum waarop de depositaris de aanvullende kennisgeving meedeelt; en
- ii. voor kennisgevingen ter zake van alle andere bepalingen, voor belastingen die worden geheven ter zake van belastingtijdvakken die aanvangen op of na 1 januari van het jaar dat onmiddellijk volgt op het verstrijken van een termijn van zes kalendermaanden die aanvangt op de datum waarop de depositaris de aanvullende kennisgeving meedeelt; en
- b. met betrekking tot een gedekt belastingverdrag dat gesloten wordt met een of meer verdragsluitende rechtsgebieden die Partij worden bij dit Verdrag na de datum waarop de aanvullende kennisgeving door de depositaris ontvangen wordt: op de laatste van de data waarop het Verdrag voor die verdragsluitende rechtsgebieden in werking treedt.
Artikel 30. Latere wijzigingen van gedekte belastingverdragen
De bepalingen van dit Verdrag doen geen afbreuk aan latere wijzigingen van een gedekt belastingverdrag die de verdragsluitende rechtsgebieden bij het gedekte belastingverdrag onderling overeen kunnen komen.
Artikel 31. Conferentie van de Partijen
De Partijen kunnen een conferentie van de Partijen bijeenroepen voor het nemen van elke beslissing of voor het uitoefenen van elke functie die op grond van de bepalingen van dit Verdrag vereist of aangewezen kan zijn.
De conferentie van de Partijen wordt ondersteund door de depositaris.
Elke Partij mag om een conferentie van de Partijen verzoeken door een verzoek daartoe aan de depositaris te richten. De depositaris stelt alle Partijen in kennis van elk verzoek. Daarna roept hij een conferentie van de Partijen bijeen, op voorwaarde dat het verzoek binnen zes kalendermaanden nadat het door de depositaris werd medegedeeld door een derde van de Partijen gesteund wordt.
Artikel 32. Interpretatie en implementatie
Elke vraag die mocht rijzen met betrekking tot de interpretatie of de implementatie van de bepalingen van een gedekt belastingverdrag, zoals die gewijzigd zijn door dit Verdrag, wordt behandeld conform de bepaling(en) van het gedekte belastingverdrag die betrekking heeft (hebben) op de regeling door onderling overleg van vragen met betrekking tot de interpretatie of de toepassing van het gedekte belastingverdrag (zoals die bepalingen kunnen worden gewijzigd door dit Verdrag).
Elke vraag die mocht rijzen met betrekking tot de interpretatie of de implementatie van dit Verdrag mag behandeld worden door een conferentie van de Partijen die is bijeengeroepen conform artikel 31 (Conferentie van de Partijen), derde lid.
Artikel 33. Wijziging
Elke Partij mag een wijziging van dit Verdrag voorstellen door de voorgestelde wijziging aan de depositaris voor te leggen.
Er mag een conferentie van de Partijen bijeengeroepen worden conform artikel 31 (Conferentie van de Partijen), derde lid, om de voorgestelde wijziging te onderzoeken.
Artikel 34. Inwerkingtreding
Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een termijn van drie kalendermaanden die aanvangt op de datum van neerlegging van de vijfde akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.
Voor elke ondertekenaar die dit Verdrag bekrachtigt, aanvaardt of goedkeurt na de neerlegging van de vijfde akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, treedt het Verdrag in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een termijn van drie kalendermaanden die aanvangt op de datum waarop die ondertekenaar zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring heeft neergelegd.
Artikel 35. Toepassing
De bepalingen van dit Verdrag worden in elk verdragsluitend rechtsgebied van toepassing met betrekking tot een gedekt belastingverdrag:
- a. met betrekking tot belastingen geheven aan de bron, op bedragen die zijn betaald of toegekend aan niet-inwoners wanneer het feit dat aanleiding geeft tot die belastingen zich voordoet op of na de eerste dag van het eerstvolgende kalenderjaar dat aanvangt op of na de laatste van de data waarop dit Verdrag voor elk van de verdragsluitende rechtsgebieden bij het gedekte belastingverdrag in werking treedt; en
- b. met betrekking tot alle andere belastingen die door dat verdragsluitende rechtsgebied worden geheven, op belastingen die worden geheven ter zake van belastingtijdvakken die aanvangen op of na het verstrijken van een termijn van zes kalendermaanden (of een kortere termijn wanneer al de verdragsluitende rechtsgebieden de depositaris ervan in kennis stellen dat ze voornemens zijn om die kortere termijn toe te passen) te rekenen vanaf de laatste van de data waarop dit Verdrag voor elk van de verdragsluitende rechtsgebieden bij het gedekte belastingverdrag in werking treedt.
Uitsluitend voor de eigen toepassing van het eerste lid, onderdeel a, en het vijfde lid, onderdeel a, mag een Partij ervoor kiezen om „kalenderjaar” te vervangen door „belastingtijdvak” en stelt de depositaris daarvan in kennis.
Uitsluitend voor de eigen toepassing van het eerste lid, onderdeel b, en het vijfde lid, onderdeel b, mag een Partij ervoor kiezen om de verwijzing naar „belastingtijdvakken die aanvangen op of na het verstrijken van een termijn” te vervangen door een verwijzing naar „belastingtijdvakken die aanvangen op of na 1 januari van het eerstvolgende jaar dat aanvangt op of na het verstrijken van een termijn” en stelt de depositaris daarvan in kennis.
Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel is artikel 16 (Procedure voor onderling overleg) van toepassing op een gedekt belastingverdrag voor een zaak die aan de bevoegde autoriteit van een verdragsluitend rechtsgebied wordt voorgelegd op of na de laatste van de data waarop dit Verdrag voor elk van de verdragsluitende rechtsgebieden bij het gedekte belastingverdrag in werking treedt, behalve voor gevallen die op grond van het gedekte belastingverdrag, voordat het door dit Verdrag gewijzigd werd, vanaf die datum niet konden worden voorgelegd, en dit ongeacht de belastingtijdvakken waarop de zaak betrekking heeft.
Voor een nieuw gedekt belastingverdrag dat het resultaat is van een in artikel 29 (Kennisgevingen), vijfde lid, bedoelde aanvulling van de lijst met verdragen waarvoor een in artikel 2 (Interpretatie van uitdrukkingen), eerste lid, onderdeel a, onder ii, bedoelde kennisgeving gedaan werd, worden de bepalingen van dit Verdrag van toepassing in elk verdragsluitend rechtsgebied:
- a. met betrekking tot belastingen geheven aan de bron, op bedragen die zijn betaald of toegekend aan niet-inwoners, wanneer het feit dat aanleiding geeft tot die belastingen zich voordoet op of na de eerste dag van het kalenderjaar dat volgt op een periode van 30 dagen volgend op de datum waarop de depositaris de kennisgeving van de aanvulling van de lijst met verdragen meedeelt; en
- b. met betrekking tot alle andere belastingen die door dat verdragsluitende rechtsgebied worden geheven, op belastingen die worden geheven ter zake van belastingtijdvakken die aanvangen op of na het verstrijken van een termijn van negen kalendermaanden (of een kortere termijn wanneer al de verdragsluitende rechtsgebieden de depositaris kennis geven van het feit dat ze voornemens zijn om die kortere termijn toe te passen), te rekenen vanaf de datum waarop de depositaris de kennisgeving van de uitbreiding van de lijst met verdragen meedeelt.
Een Partij kan zich het recht voorbehouden het vierde lid niet toe te passen op haar gedekte belastingverdragen.
- a. Een Partij kan zich het recht voorbehouden:
- i. de onder het eerste en vierde lid opgenomen verwijzingen naar „de laatste van de data waarop dit Verdrag voor elk van de verdragsluitende rechtsgebieden bij het gedekte belastingverdrag in werking treedt”; en
- ii. de onder het vijfde lid opgenomen verwijzingen naar „de datum waarop de depositaris de kennisgeving van de aanvulling van de lijst met verdragen meedeelt”; te vervangen door verwijzingen naar „30 dagen na de datum waarop de depositaris de laatste van de kennisgevingen heeft ontvangen, waarmee elk verdragsluitend rechtsgebied dat het in artikel 35 (Toepassing), zevende lid, omschreven voorbehoud heeft gemaakt hem ter kennis brengt dat het zijn interne procedures voor het van toepassing worden van de bepalingen van dit Verdrag op dat specifieke gedekte belastingverdrag voltooid heeft”;
- iii. de onder artikel 28 (Voorbehouden), negende lid, onderdeel a, opgenomen verwijzingen naar „op de datum waarop de depositaris de kennisgeving van de intrekking of de vervanging van het voorbehoud meedeelt”; en
- iv. de onder artikel 28 (Voorbehouden), negende lid, onderdeel b, opgenomen verwijzing naar „op de laatste van de data waarop het Verdrag voor die verdragsluitende rechtsgebieden in werking treedt”; te vervangen door verwijzingen naar „30 dagen na de datum waarop de depositaris de laatste van de kennisgevingen heeft ontvangen, waarmee elk verdragsluitend rechtsgebied dat het in artikel 35 (Toepassing), zevende lid, omschreven voorbehoud heeft gemaakt hem ter kennis brengt dat het zijn interne procedures voor het van toepassing worden van de intrekking of de vervanging van het voorbehoud op dat specifieke gedekte belastingverdrag voltooid heeft”;
- v. de onder artikel 29 (Kennisgevingen), zesde lid, onderdeel a, opgenomen verwijzingen naar „op de datum waarop de depositaris de aanvullende kennisgeving meedeelt”; en
- vi. de onder artikel 29 (Kennisgevingen), zesde lid, onderdeel b, opgenomen verwijzing naar „op de laatste van de data waarop het Verdrag voor die verdragsluitende rechtsgebieden in werking treedt”; te vervangen door verwijzingen naar „30 dagen na de datum waarop de depositaris de laatste van de kennisgevingen heeft ontvangen, waarmee elk verdragsluitend rechtsgebied dat het in artikel 35 (Toepassing), zevende lid, omschreven voorbehoud heeft gemaakt hem ter kennis brengt dat het zijn interne procedures voor het van toepassing worden van de aanvullende kennisgeving op dat specifieke gedekte belastingverdrag voltooid heeft”;
- vii. de onder artikel 36 (Toepassing van Deel VI), eerste en tweede lid, opgenomen verwijzingen naar „de laatste van de data waarop dit Verdrag voor elk van de verdragsluitende rechtsgebieden bij het gedekte belastingverdrag in werking treedt”; te vervangen door verwijzingen naar „30 dagen na de datum waarop de depositaris de laatste van de kennisgevingen heeft ontvangen, waarmee elk verdragsluitend rechtsgebied dat het in artikel 35 (Toepassing), zevende lid, omschreven voorbehoud heeft gemaakt hem ter kennis brengt dat het zijn interne procedures voor het van toepassing worden van de bepalingen van dit Verdrag op dat specifieke gedekte belastingverdrag voltooid heeft”; en
- viii. de onder artikel 36 (Toepassing van Deel VI), derde lid, opgenomen verwijzing naar „de datum waarop de depositaris de kennisgeving van de aanvulling van de lijst met verdragen meedeelt”;
- ix. de onder artikel 36 (Toepassing van Deel VI), vierde lid, opgenomen verwijzingen naar „de datum waarop de depositaris de kennisgeving van de intrekking van het voorbehoud meedeelt”, „de datum waarop de depositaris de kennisgeving van de vervanging van het voorbehoud meedeelt” en „de datum waarop de depositaris de kennisgeving van de intrekking van het bezwaar tegen het voorbehoud meedeelt”; en
- x. de onder artikel 36 (Toepassing van Deel VI), vijfde lid, opgenomen verwijzing naar „de datum waarop de depositaris de aanvullende kennisgeving meedeelt”; te vervangen door verwijzingen naar „30 dagen na de datum waarop de depositaris de laatste van de kennisgevingen heeft ontvangen, waarmee elk verdragsluitend rechtsgebied dat het in artikel 35 (Toepassing), zevende lid, omschreven voorbehoud heeft gemaakt hem ter kennis brengt dat het zijn interne procedures voor het van toepassing worden van de bepalingen van Deel VI (Arbitrage) op dat specifieke gedekte belastingverdrag voltooid heeft”.
- b. Een Partij die een voorbehoud maakt conform onderdeel a, stelt de depositaris en het (de) andere verdragsluitende rechtsgebied(en) gelijktijdig in kennis van de bevestiging dat het zijn interne procedures voltooid heeft.
- c. Indien een of meer verdragsluitende rechtsgebieden bij een gedekt belastingverdrag een voorbehoud maken op grond van dit lid, wordt de datum van toepassing van de bepalingen van het Verdrag, van de intrekking of de vervanging van een voorbehoud, van een aanvullende kennisgeving met betrekking tot dat gedekte belastingverdrag, of van Deel VI (Arbitrage), geregeld door dit lid voor alle verdragsluitende rechtsgebieden bij het gedekte belastingverdrag.
Artikel 36. Toepassing van Deel VI
Niettegenstaande artikel 28 (Voorbehouden), negende lid, artikel 29 (Kennisgevingen), zesde lid, en artikel 35 (Toepassing), eerste tot en met zesde lid, worden de bepalingen van Deel VI (Arbitrage) van toepassing tussen twee verdragsluitende rechtsgebieden bij een gedekt belastingverdrag:
- a. met betrekking tot zaken die aan de bevoegde autoriteit van een verdragsluitend rechtsgebied worden voorgelegd (zoals omschreven in artikel 19 (Verplichte en bindende arbitrage), eerste lid, onderdeel a), op of na de laatste van de data waarop dit Verdrag voor elk van de verdragsluitende rechtsgebieden bij het gedekte belastingverdrag in werking treedt; en
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)