Algemeen Postverdrag

Type Verdrag
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 22.3 van de op 10 juli 1964 te Wenen tot stand gekomen Constitutie van de Wereldpostunie, hebben de ondergetekenden, gevolmachtigden van de regeringen van de lidstaten van de Unie, in gemeenschappelijk overleg en onder voorbehoud van artikel 25.4 van genoemde Constitutie, in dit Verdrag de regels vastgelegd die van toepassing zijn op de internationale postale dienst.

DEEL I. GEMEENSCHAPPELIJKE REGELS BETREFFENDE DE INTERNATIONALE POSTALE DIENST

Artikel 1. Begripsomschrijvingen
1.

Ten behoeve van het Postverdrag worden de navolgende termen als volgt gedefinieerd:

Artikel 2. Aanwijzing van de instantie of instanties belast met het vervullen van de verplichtingen die uit de toetreding tot het Postverdrag voortvloeien
1.

De lidstaten doen binnen zes maanden na de afsluiting van het Congres aan het Internationaal Bureau kennisgeving van de naam en het adres van het overheidsorgaan dat belast is met het toezicht op de postzaken. Bovendien brengen de lidstaten het Internationaal Bureau binnen zes maanden na de afsluiting van het Congres op de hoogte van de naam en het adres van de aanbieder of aanbieders die officieel zijn aangewezen voor de verzorging van de postale diensten en het vervullen van de verplichtingen die op zijn of hun grondgebieden uit de Akten van de Unie voortvloeien. Tussen Congressen in brengen de lidstaten elke wijziging betreffende de overheidsinstanties zo spoedig mogelijk ter kennis van het Internationaal Bureau. Het Internationaal Bureau dient voorts zo spoedig mogelijk in kennis te worden gesteld van elke wijziging betreffende de officieel aangewezen aanbieders, bij voorkeur ten minste drie maanden voordat de wijziging in werking treedt.

2.

Een lidstaat die een nieuwe aanbieder officieel aanwijst, vermeldt de reikwijdte en de geografische dekking van de postale diensten die laatstgenoemde overeenkomstig de Akten van de Unie op zijn grondgebied zal verlenen.

Artikel 3. Algemene postale dienst
1.

Teneinde het concept van de eenheid van het postgebied van de Unie te versterken zien de lidstaten erop toe dat alle gebruikers/cliënten het recht genieten op een algemene postale dienst die overeenkomt met een aanbieding van kwalitatief hoogwaardige postale basisdiensten, die permanent en op elk punt op hun grondgebied tegen betaalbare prijzen worden aangeboden.

2.

Te dien einde stellen de lidstaten, in het kader van hun nationale postwetgeving of via andere gebruikelijke middelen, de reikwijdte van de desbetreffende postale diensten vast alsmede de voorwaarden betreffende kwaliteit en betaalbare prijzen, met inachtneming van zowel de behoeften van de bevolking als hun nationale omstandigheden.

3.

De lidstaten zien erop toe dat de aangeboden postale diensten en de kwaliteitsnormen door de met de algemene postale dienst belaste instanties worden geëerbiedigd.

4.

De lidstaten zien erop toe dat de algemene postale dienst op levensvatbare wijze wordt verzorgd, zodat het duurzame bestaan ervan wordt gewaarborgd.

Artikel 4. Vrijheid van doorvoer
1.

Het beginsel van de vrijheid van doorvoer wordt uiteengezet in artikel 1 van de Constitutie. Dit beginsel brengt voor elke lidstaat de verplichting met zich mee om ervoor te zorgen dat zijn aangewezen aanbieders de gesloten postzendingen en de briefpostzendingen à découvert die door een andere aangewezen aanbieder worden bezorgd, steeds verzenden langs de snelste weg en met behulp van de veiligste middelen die zij voor hun eigen zendingen gebruiken. Dit beginsel is eveneens van toepassing op verkeerd bezorgde zendingen of verkeerd bezorgde postzendingen.

2.

De lidstaten die niet deelnemen aan de uitwisseling van poststukken met besmettelijke stoffen of radioactieve stoffen, mogen de doorvoer van zulke zendingen à découvert over hun grondgebied weigeren. Dat is eveneens van toepassing op drukwerk, tijdschriften, periodieken, petits paquets en M-zakken waarvan de inhoud niet aan de wettelijke bepalingen voldoet die van toepassing zijn op de voorwaarden voor hun publicatie of circulatie in het land van doorvoer.

3.

Vrijheid van doorvoer van postpakketten is gewaarborgd binnen het gehele grondgebied van de Unie.

4.

Indien een lidstaat de bepalingen inzake de vrijheid van doorvoer niet naleeft, hebben de andere lidstaten het recht om de verlening van postale diensten met deze lidstaat af te schaffen.

Artikel 5. Eigendom van poststukken. Onttrekking. Wijziging of verbetering van het adres en/of naam van de geadresseerde (naam van de rechtspersoon, of achternaam, voornaam of (eventueel) patroniem). Nazending. Terugzending naar de afzender van onbestelbare stukken
1.

Zolang een poststuk niet bij de rechthebbende is besteld, blijft dit eigendom van de afzender, behalve indien het in beslag is genomen krachtens de nationale wetgeving van het land van herkomst of van bestemming en, in het geval van toepassing van artikel 19.2.1.1 of 19.3, overeenkomstig de nationale wetgeving van het land van doorvoer.

2.

De afzender van een poststuk kan dit uit de dienst laten terugtrekken of het adres en/of de naam van de geadresseerde (naam van de rechtspersoon, of achternaam, voornaam of (eventueel) patroniem) laten wijzigen of verbeteren. De porten en andere voorwaarden worden voorgeschreven in de Regelingen.

3.

De lidstaten zorgen ervoor dat hun aangewezen aanbieders poststukken in geval van wijziging van het adres van de geadresseerde nazenden, en onbestelbare stukken naar de afzender terugzenden. De porten en andere voorwaarden worden voorgeschreven in de Regelingen.

Artikel 6. Postzegels
1.

De benaming „postzegel” wordt uit hoofde van dit Postverdrag beschermd en is uitsluitend voorbehouden aan de zegels die voldoen aan voorwaarden van dit artikel en van de Regelingen.

2.

De postzegel:

3.

De postzegel bevat:

4.

De staatsemblemen, de officiële controletekens en de emblemen van intergouvernementele organisaties die op de postzegels voorkomen, worden beschermd uit hoofde van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom.

5.

De onderwerpen en motieven van de postzegels dienen:

6.

Frankeerstempels, afdrukken van frankeermachines en afdrukken van drukpersen of andere druk- of stempelwijzen die voldoen aan de bepalingen van de Akten van de Unie, mogen uitsluitend met toestemming van de lidstaat of van het grondgebied worden gebruikt.

7.

Alvorens postzegels uit te geven waarvoor gebruik wordt gemaakt van nieuwe materialen of technologieën, verstrekken de lidstaten het Internationaal Bureau de nodige informatie over de geschiktheid ervan voor postverwerkende machines. Het Internationaal Bureau stelt de andere lidstaten en hun aangewezen aanbieders dienovereenkomstig op de hoogte.

Artikel 7. Duurzame ontwikkeling

De lidstaten en/of hun aangewezen aanbieders dienen op alle niveaus van de postexploitatie een dynamische duurzame ontwikkelingsstrategie te ontwikkelen en uit te voeren, die met name gericht is op sociale, economische en milieumaatregelen, en de voorlichting op het gebied van duurzame ontwikkeling te bevorderen.

Artikel 8. Postveiligheid
1.

De lidstaten en hun aangewezen aanbieders dienen de veiligheidseisen omschreven in de veiligheidsnormen van de Wereldpostunie na te leven en op alle niveaus van de postexploitatie een proactieve strategie aan te nemen voor activiteiten op het gebied van veiligheid en deze toe te passen, teneinde het vertrouwen van het publiek in de postale diensten die door de aangewezen aanbieders worden geleverd, te behouden en te vergroten, zulks in het belang van alle betrokken beambten. Deze strategie dient te beantwoorden aan de doelstellingen in de Regelingen en aan het beginsel dat vooraf langs elektronische weg gegevens worden verschaft over de in de uitvoeringsbepalingen omschreven poststukken (met inbegrip van het soort en de criteria voor poststukken), aangenomen door de Raad van Bestuur en de Postraad, in overeenstemming met de technische normen van de Unie voor berichten. De strategie dient tevens te voorzien in de uitwisseling van informatie met betrekking tot de handhaving van de veiligheid en de beveiliging van het vervoer en de doorvoer van postzendingen tussen de lidstaten en hun aangewezen aanbieders.

2.

De in de internationale keten toegepaste beveiligingsmaatregelen voor postvervoer dienen toegesneden te zijn op de risico’s of bedreigingen waarvoor zij bedoeld zijn en te worden ingevoerd zonder de wereldwijde poststromen of handel te belemmeren door rekening te houden met de bijzondere kenmerken van het postnetwerk. Beveiligingsmaatregelen die de postexploitatie mogelijk wereldwijd beïnvloeden, dienen internationaal te worden afgestemd en evenwichtig te worden ingevoerd, waarbij de desbetreffende belanghebbenden betrokken dienen te worden.

Artikel 9. Overtredingen
1.

Poststukken.

2.

Frankering in het algemeen en frankeermiddelen in het bijzonder

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.