Algemeen Postverdrag
Gelet op artikel 22.3 van de op 10 juli 1964 te Wenen tot stand gekomen Constitutie van de Wereldpostunie, hebben de ondergetekenden, gevolmachtigden van de regeringen van de lidstaten van de Unie, in gemeenschappelijk overleg en onder voorbehoud van artikel 25.4 van genoemde Constitutie, in dit Verdrag de regels vastgelegd die van toepassing zijn op de internationale postale dienst.
DEEL I. GEMEENSCHAPPELIJKE REGELS BETREFFENDE DE INTERNATIONALE POSTALE DIENST
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Ten behoeve van het Postverdrag worden de navolgende termen als volgt gedefinieerd:
- 1.1. briefpostzending: zending zoals beschreven in en vervoerd overeenkomstig de voorwaarden van het Postverdrag en de Regelingen;
- 1.2. pakketpostzending: zending zoals beschreven in en vervoerd overeenkomstig de voorwaarden van het Postverdrag en de Regelingen;
- 1.3. EMS-zending: zending zoals beschreven in en vervoerd overeenkomstig de voorwaarden van het Postverdrag, de Regelingen en de bijbehorende EMS-instrumenten;
- 1.4. stukken: een briefpost-, pakketpost- of EMS-zending bestaande uit schriftelijke, getekende, gedrukte of digitale informatie, met uitsluiting van handelswaren, waarvan de fysieke specificaties binnen de in de Regelingen vastgestelde grenzen vallen;
- 1.5. goederen: een briefpost-, pakketpost- of EMS-zending bestaande uit elke roerende en lichamelijke zaak anders dan geld, met inbegrip van handelswaren, die niet onder de omschrijving in 1.4 van „stukken” valt en waarvan de fysieke specificaties binnen de in de Regelingen vastgestelde grenzen vallen;
- 1.6. gesloten postzending: van een etiket en al dan niet een loodzegel voorziene verpakkingseenheid of -eenheden die poststukken bevat(ten);
- 1.7. verkeerd bezorgde postzendingen: verpakkingseenheden die worden ontvangen door een ander uitwisselingskantoor dan dat op het etiket (van de verpakkingseenheid) is vermeld;
- 1.8. persoonsgegevens: gegevens ter identificatie van een gebruiker van postdiensten;
- 1.9. verkeerd bezorgde zendingen: zendingen die door een uitwisselingskantoor worden ontvangen, maar die waren bestemd voor een uitwisselingskantoor in een andere lidstaat;
- 1.10. doorvoervergoedingen: vergoeding voor de diensten die door een vervoersinstantie van het doorkruiste land worden geleverd (aangewezen aanbieder, andere dienst of een combinatie van beide) met betrekking tot de doorvoer van de briefpostzendingen over land, over zee en/of door de lucht;
- 1.11. eindkosten: door de aangewezen aanbieder van het verzendende land aan de aangewezen aanbieder van het land van bestemming verschuldigde vergoeding ter compensatie van de kosten die verband houden met de verwerking van de briefpostzendingen die in het land van bestemming worden ontvangen;
- 1.12. aangewezen aanbieder: elke gouvernementele of niet-gouvernementele instantie die officieel door de lidstaat is aangewezen voor de verzorging van postale diensten en het vervullen van de daarbij behorende verplichtingen die uit de Akten van de Unie voortvloeien op zijn grondgebied;
- 1.13. petit paquet: zending die wordt vervoerd overeenkomstig de voorwaarden van het Verdrag en de Regelingen;
- 1.14. territoriaal bestellingsquotum: door de aangewezen aanbieder van het verzendende land aan de aangewezen aanbieder van het land van bestemming verschuldigde vergoeding ter compensatie van de kosten die verband houden met de verwerking van een postpakket in het land van bestemming;
- 1.15. territoriaal doorvoerquotum: vergoeding verschuldigd voor de diensten die door een vervoersinstantie van het doorkruiste land worden geleverd (aangewezen aanbieder, andere dienst of een combinatie van beide) met betrekking tot de doorvoer van de postzendingen over land en/of door de lucht, voor het door zijn grondgebied voeren van een postpakket;
- 1.16. maritiem quotum: vergoeding verschuldigd voor de diensten die door een vervoersinstantie worden geleverd (aangewezen aanbieder, andere dienst of een combinatie van beide) die deelneemt aan het vervoer over zee van een postpakket;
- 1.17. klacht: een klacht of vraag naar aanleiding van het gebruik van een postale dienst die is ingediend overeenkomstig de voorwaarden van het Verdrag en de Regelingen daarbij;
- 1.18. algemene postale dienst: permanente verzorging voor cliënten van kwalitatief hoogwaardige postale basisdiensten, op elk punt op het grondgebied van een land, tegen betaalbare prijzen;
- 1.19. doorvoerzendingen à découvert: doorvoer, via een tussenliggend land, van zendingen waarvan het aantal of het gewicht geen vervaardiging van een gesloten postzending rechtvaardigt voor het land van bestemming.
Artikel 2. Aanwijzing van de instantie of instanties belast met het vervullen van de verplichtingen die uit de toetreding tot het Postverdrag voortvloeien
De lidstaten doen binnen zes maanden na de afsluiting van het Congres aan het Internationaal Bureau kennisgeving van de naam en het adres van het overheidsorgaan dat belast is met het toezicht op de postzaken. Bovendien brengen de lidstaten het Internationaal Bureau binnen zes maanden na de afsluiting van het Congres op de hoogte van de naam en het adres van de aanbieder of aanbieders die officieel zijn aangewezen voor de verzorging van de postale diensten en het vervullen van de verplichtingen die op zijn of hun grondgebieden uit de Akten van de Unie voortvloeien. Tussen Congressen in brengen de lidstaten elke wijziging betreffende de overheidsinstanties zo spoedig mogelijk ter kennis van het Internationaal Bureau. Het Internationaal Bureau dient voorts zo spoedig mogelijk in kennis te worden gesteld van elke wijziging betreffende de officieel aangewezen aanbieders, bij voorkeur ten minste drie maanden voordat de wijziging in werking treedt.
Een lidstaat die een nieuwe aanbieder officieel aanwijst, vermeldt de reikwijdte en de geografische dekking van de postale diensten die laatstgenoemde overeenkomstig de Akten van de Unie op zijn grondgebied zal verlenen.
Artikel 3. Algemene postale dienst
Teneinde het concept van de eenheid van het postgebied van de Unie te versterken zien de lidstaten erop toe dat alle gebruikers/cliënten het recht genieten op een algemene postale dienst die overeenkomt met een aanbieding van kwalitatief hoogwaardige postale basisdiensten, die permanent en op elk punt op hun grondgebied tegen betaalbare prijzen worden aangeboden.
Te dien einde stellen de lidstaten, in het kader van hun nationale postwetgeving of via andere gebruikelijke middelen, de reikwijdte van de desbetreffende postale diensten vast alsmede de voorwaarden betreffende kwaliteit en betaalbare prijzen, met inachtneming van zowel de behoeften van de bevolking als hun nationale omstandigheden.
De lidstaten zien erop toe dat de aangeboden postale diensten en de kwaliteitsnormen door de met de algemene postale dienst belaste instanties worden geëerbiedigd.
De lidstaten zien erop toe dat de algemene postale dienst op levensvatbare wijze wordt verzorgd, zodat het duurzame bestaan ervan wordt gewaarborgd.
Artikel 4. Vrijheid van doorvoer
Het beginsel van de vrijheid van doorvoer wordt uiteengezet in artikel 1 van de Constitutie. Dit beginsel brengt voor elke lidstaat de verplichting met zich mee om ervoor te zorgen dat zijn aangewezen aanbieders de gesloten postzendingen en de briefpostzendingen à découvert die door een andere aangewezen aanbieder worden bezorgd, steeds verzenden langs de snelste weg en met behulp van de veiligste middelen die zij voor hun eigen zendingen gebruiken. Dit beginsel is eveneens van toepassing op verkeerd bezorgde zendingen of verkeerd bezorgde postzendingen.
De lidstaten die niet deelnemen aan de uitwisseling van poststukken met besmettelijke stoffen of radioactieve stoffen, mogen de doorvoer van zulke zendingen à découvert over hun grondgebied weigeren. Dat is eveneens van toepassing op drukwerk, tijdschriften, periodieken, petits paquets en M-zakken waarvan de inhoud niet aan de wettelijke bepalingen voldoet die van toepassing zijn op de voorwaarden voor hun publicatie of circulatie in het land van doorvoer.
Vrijheid van doorvoer van postpakketten is gewaarborgd binnen het gehele grondgebied van de Unie.
Indien een lidstaat de bepalingen inzake de vrijheid van doorvoer niet naleeft, hebben de andere lidstaten het recht om de verlening van postale diensten met deze lidstaat af te schaffen.
Artikel 5. Eigendom van poststukken. Onttrekking. Wijziging of verbetering van het adres en/of naam van de geadresseerde (naam van de rechtspersoon, of achternaam, voornaam of (eventueel) patroniem). Nazending. Terugzending naar de afzender van onbestelbare stukken
Zolang een poststuk niet bij de rechthebbende is besteld, blijft dit eigendom van de afzender, behalve indien het in beslag is genomen krachtens de nationale wetgeving van het land van herkomst of van bestemming en, in het geval van toepassing van artikel 19.2.1.1 of 19.3, overeenkomstig de nationale wetgeving van het land van doorvoer.
De afzender van een poststuk kan dit uit de dienst laten terugtrekken of het adres en/of de naam van de geadresseerde (naam van de rechtspersoon, of achternaam, voornaam of (eventueel) patroniem) laten wijzigen of verbeteren. De porten en andere voorwaarden worden voorgeschreven in de Regelingen.
De lidstaten zorgen ervoor dat hun aangewezen aanbieders poststukken in geval van wijziging van het adres van de geadresseerde nazenden, en onbestelbare stukken naar de afzender terugzenden. De porten en andere voorwaarden worden voorgeschreven in de Regelingen.
Artikel 6. Postzegels
De benaming „postzegel” wordt uit hoofde van dit Postverdrag beschermd en is uitsluitend voorbehouden aan de zegels die voldoen aan voorwaarden van dit artikel en van de Regelingen.
De postzegel:
- 2.1. wordt uitsluitend onder het gezag van de lidstaat of het grondgebied uitgegeven en in omloop gebracht, overeenkomstig de Akten van de Unie;
- 2.2. is een teken van soevereiniteit en vormt een bewijs van de frankering die overeenkomt met de intrinsieke waarde ervan, wanneer deze in overeenstemming met de Akten van de Unie op een poststuk wordt aangebracht;
- 2.3. dient in omloop te zijn in de lidstaat of op het grondgebied waar de postzegel wordt uitgegeven voor gebruik ten behoeve van frankering of filatelie, overeenkomstig de nationale wetgeving;
- 2.4. dient verkrijgbaar te zijn voor alle inwoners van de lidstaat of het grondgebied waar de postzegel wordt uitgegeven.
De postzegel bevat:
- 3.1. de naam van de uitgevende lidstaat of het uitgevende grondgebied, in Latijnse letters, dan wel, indien de lidstaat of het grondgebied waar de postzegel wordt uitgegeven daartoe een verzoek indient bij het Internationaal Bureau van de Unie, de officiële afkorting of initialen van de uitgevende lidstaat of het uitgevende grondgebied, overeenkomstig de in de Regelingen gestelde voorwaarden;1)Een uitzondering wordt gemaakt voor het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, het land dat de postzegel heeft uitgevonden.
- 3.2. de nominale waarde ervan, uitgedrukt:
- 3.2.1. in beginsel, in de officiële munteenheid van de uitgevende lidstaat of het uitgevende grondgebied, of weergegeven in de vorm van een letter of symbool;
- 3.2.2. door middel van andere specifieke identificatietekens.
De staatsemblemen, de officiële controletekens en de emblemen van intergouvernementele organisaties die op de postzegels voorkomen, worden beschermd uit hoofde van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom.
De onderwerpen en motieven van de postzegels dienen:
- 5.1. overeen te komen met de geest van de preambule van de Constitutie van de Unie en met de beslissingen die door de organen van de Unie zijn genomen;
- 5.2. nauw verband te houden met de culturele identiteit van de lidstaat of het grondgebied, of een bijdrage leveren aan het uitdragen van de cultuur of aan de handhaving van de vrede;
- 5.3. in geval van herdenking van belangrijke personen uit of bijzondere gebeurtenissen in het buitenland voor de lidstaat of het grondgebied, een nauwe band met de genoemde lidstaat of het grondgebied te hebben;
- 5.4. gespeend zijn van politieke of beledigende kenmerken ten aanzien van een persoon of land;
- 5.5. van bijzonder belang te zijn voor de lidstaat of het grondgebied.
Frankeerstempels, afdrukken van frankeermachines en afdrukken van drukpersen of andere druk- of stempelwijzen die voldoen aan de bepalingen van de Akten van de Unie, mogen uitsluitend met toestemming van de lidstaat of van het grondgebied worden gebruikt.
Alvorens postzegels uit te geven waarvoor gebruik wordt gemaakt van nieuwe materialen of technologieën, verstrekken de lidstaten het Internationaal Bureau de nodige informatie over de geschiktheid ervan voor postverwerkende machines. Het Internationaal Bureau stelt de andere lidstaten en hun aangewezen aanbieders dienovereenkomstig op de hoogte.
Artikel 7. Duurzame ontwikkeling
De lidstaten en/of hun aangewezen aanbieders dienen op alle niveaus van de postexploitatie een dynamische duurzame ontwikkelingsstrategie te ontwikkelen en uit te voeren, die met name gericht is op sociale, economische en milieumaatregelen, en de voorlichting op het gebied van duurzame ontwikkeling te bevorderen.
Artikel 8. Postveiligheid
De lidstaten en hun aangewezen aanbieders dienen de veiligheidseisen omschreven in de veiligheidsnormen van de Wereldpostunie na te leven en op alle niveaus van de postexploitatie een proactieve strategie aan te nemen voor activiteiten op het gebied van veiligheid en deze toe te passen, teneinde het vertrouwen van het publiek in de postale diensten die door de aangewezen aanbieders worden geleverd, te behouden en te vergroten, zulks in het belang van alle betrokken beambten. Deze strategie dient te beantwoorden aan de doelstellingen in de Regelingen en aan het beginsel dat vooraf langs elektronische weg gegevens worden verschaft over de in de uitvoeringsbepalingen omschreven poststukken (met inbegrip van het soort en de criteria voor poststukken), aangenomen door de Raad van Bestuur en de Postraad, in overeenstemming met de technische normen van de Unie voor berichten. De strategie dient tevens te voorzien in de uitwisseling van informatie met betrekking tot de handhaving van de veiligheid en de beveiliging van het vervoer en de doorvoer van postzendingen tussen de lidstaten en hun aangewezen aanbieders.
De in de internationale keten toegepaste beveiligingsmaatregelen voor postvervoer dienen toegesneden te zijn op de risico’s of bedreigingen waarvoor zij bedoeld zijn en te worden ingevoerd zonder de wereldwijde poststromen of handel te belemmeren door rekening te houden met de bijzondere kenmerken van het postnetwerk. Beveiligingsmaatregelen die de postexploitatie mogelijk wereldwijd beïnvloeden, dienen internationaal te worden afgestemd en evenwichtig te worden ingevoerd, waarbij de desbetreffende belanghebbenden betrokken dienen te worden.
Artikel 9. Overtredingen
Poststukken.
- 1.1. De lidstaten verplichten zich ertoe alle nodige maatregelen te nemen om de navolgende handelingen te voorkomen en de daders ervan te vervolgen en te bestraffen:
- 1.1.1. het insluiten in poststukken van verdovende middelen, psychotrope stoffen of; gevaarlijke goederen waarvoor insluiting niet uitdrukkelijk door het Verdrag en de Regelingen wordt toegestaan;
- 1.1.2. het insluiten in poststukken van voorwerpen van pedofiele of pornografische aard waarin kinderen voorkomen.
Frankering in het algemeen en frankeermiddelen in het bijzonder
- 2.1. De lidstaten verplichten zich ertoe alle nodige maatregelen te nemen ter voorkoming, beteugeling en bestraffing van overtredingen met betrekking tot de in dit Verdrag bedoelde frankeermiddelen, te weten:
- 2.1.1. in roulatie zijnde of uit de roulatie genomen postzegels;
- 2.1.2. frankeermerken;
- 2.1.3. afdrukken van frankeermachines en afdrukken van drukpersen;
- 2.1.4. internationale antwoordcoupons.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.