Verdrag inzake postale financiële diensten
Gelet op artikel 22.4 van de op 10 juli 1964 te Wenen tot stand gekomen Constitutie van de Wereldpostunie, hebben de ondergetekenden, gevolmachtigden van de regeringen van de lidstaten van de Wereldpostunie (hierna de „Unie”), in gemeenschappelijk overleg en onder voorbehoud van artikel 25.4 van genoemde Constitutie, het volgende Verdrag vastgesteld, dat aansluit bij de beginselen van genoemde Constitutie, in het bijzonder met het oog op het bevorderen van financiële inclusie en het tot stand brengen van een veilige en toegankelijke postale financiële dienst die is toegesneden op een zo groot mogelijk aantal gebruikers op basis van systemen die interoperabiliteit met de netwerken van de aangewezen aanbieders mogelijk maken.
DEEL I. ALGEMENE BEGINSELEN DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP DE POSTALE FINANCIËLE DIENSTEN
HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Reikwijdte van het Verdrag
Met inachtneming van het onder 2 bepaalde stelt elke lidstaat al het mogelijke in het werk om ervoor te zorgen dat de volgende postale financiële diensten op zijn grondgebied langs elektronische weg worden aangeboden of geaccepteerd:
- 1.1. Contante postwissel: de afzender biedt geld aan op het servicetoegangspunt en verzoekt om contante betaling van het volledige bedrag aan de geadresseerde, zonder enige inhouding.
- 1.2. Betaalpostwissel: de afzender geeft opdracht tot debitering van zijn rekening en verzoekt om contante betaling van het volledige bedrag aan de geadresseerde, zonder enige inhouding.
- 1.3. Stortingspostwissel: de afzender biedt geld aan op het servicetoegangspunt en verzoekt om storting ervan op de rekening van de geadresseerde, zonder enige inhouding.
- 1.4. Overschrijving: de afzender geeft opdracht tot debitering van zijn rekening en verzoekt om creditering van de rekening van de geadresseerde met een gelijkluidend bedrag, zonder enige inhouding.
In het geval dat geen van de in het eerste lid genoemde elektronische postale financiële diensten wordt aangeboden of geaccepteerd, dient elke lidstaat ten minste een van de voornoemde postale financiële diensten in papieren vorm aan te bieden of te accepteren.
De maatregelen ter uitvoering van dit Verdrag worden vastgelegd in de Regelingen.
Artikel 2. Begripsomschrijvingen
Bevoegde autoriteit: elke nationale autoriteit van een lidstaat die, ingevolge bij wet- of regelgeving verleende bevoegdheden, toezicht houdt op de activiteit van de aangewezen aanbieder of van de in dit artikel bedoelde personen. De bevoegde autoriteit kan een beroep doen op de bestuurlijke of gerechtelijke autoriteiten die betrokken zijn bij de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, in het bijzonder op de nationale financiële-inlichtingeneenheid en op de toezichthoudende autoriteiten.
Voorschot: gedeeltelijke, vervroegde storting door de aangewezen aanbieder van uitschrijving ten gunste van de aangewezen aanbieder van uitbetaling ter financiële verlichting van de postale financiële diensten van de aangewezen aanbieder van uitbetaling.
2bis. Interoperabiliteit: een reeks onderling verbonden IT-systemen en operationele procedures die end-to-end uitwisseling en verwerking van elektronische betalingsinformatie mogelijk maken in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.
Witwassen van geld: omwisseling of overdracht van deviezen door een instantie die of individu dat weet dat deze deviezen afkomstig zijn van een criminele activiteit of deelneming aan een dergelijke activiteit, met het oogmerk de onrechtmatige herkomst ervan te verbergen of te verhullen of personen die hebben deelgenomen aan de voortzetting van deze activiteit te helpen zich aan de juridische gevolgen van hun handelingen te onttrekken; het witwassen van geld moet zelfs als zodanig worden aangemerkt wanneer de activiteiten waaruit de wit te wassen goederen voortkomen, worden vervolgd op het grondgebied van een andere lidstaat of van een derde land.
Afscheiding: verplichte scheiding van de gelden van gebruikers van die van de aangewezen aanbieder, ter voorkoming van het gebruik van de gelden van gebruikers voor andere doeleinden dan de uitvoering van de transacties door de postale financiële diensten.
Clearinghouse: in het kader van multilaterale uitwisselingen behandelt een clearinghouse de wederzijdse schulden en vorderingen die voortvloeien uit de diensten die door de ene aanbieder ten gunste van een andere aanbieder worden geleverd. De taak van een clearinghouse is het bijhouden van de uitwisselingen tussen de aanbieders, waarvan de vereffening geschiedt via een vereffeningsbank, alsmede het nemen van de nodige maatregelen in geval van problemen bij de vereffening.
Clearing: systeem waarmee het aantal door de instelling te verrichten betalingen van de periodieke debet- en creditsaldi van de betrokken partners tot een minimum wordt beperkt. De clearing bestaat uit twee fasen: vaststelling van de bilaterale saldi en vervolgens, door optelling van de bilaterale saldi, berekening van het totale saldo van elke partner ten opzichte van de gemeenschap, teneinde slechts een enkele vereffening uit te voeren, afhankelijk van het debet- of creditsaldo van de betrokken instelling.
Verzamelrekening: verzameling op een enkele rekening van gelden die van verschillende bronnen afkomstig zijn.
Clearingrekening: lopende girorekening die de aangewezen aanbieders in het kader van bilaterale betrekkingen wederzijds voor elkaar openen en via welke de wederzijdse schulden en vorderingen worden vereffend.
Criminele activiteit: elke vorm van deelneming aan het plegen van een misdrijf of strafbaar feit, in de betekenis van de nationale wetgeving.
Borg: bedrag dat in de vorm van contanten of waardepapieren wordt ingelegd ter waarborging van de betalingen tussen aangewezen aanbieders.
Geadresseerde: natuurlijke persoon of rechtspersoon die door de afzender als begunstigde van de postwissel of -overschrijving wordt aangewezen.
Derde valuta: valuta die wordt gebruikt wanneer twee valuta niet kunnen worden omgewisseld of die wordt gebruikt ten behoeve van de clearing/vereffening van rekeningen.
Waakzaamheidsplicht ten aanzien van gebruikers: algemene plicht van de aangewezen aanbieders, die de volgende verplichtingen omvat:
- 13.1. identificeren van gebruikers;
- 13.2. vragen naar het doel van de postale betaalopdracht;
- 13.3. toezicht houden op de postale betaalopdrachten;
- 13.4. verifiëren of de informatie betreffende de gebruikers actueel is;
- 13.5. melden van verdachte transacties bij de bevoegde autoriteiten.
Elektronische gegevens betreffende de postale betaalopdrachten: langs elektronische weg door een aangewezen aanbieder naar een andere aangewezen aanbieder verzonden gegevens betreffende de uitvoering van postale betaalopdrachten, een klacht, een adreswijziging of -verbetering, of een terugbetaling; deze gegevens worden door de aangewezen aanbieders ingevoerd of automatisch door hun informatiesystemen gegenereerd en bevatten een wijziging van de status van de postale betaalopdracht of van het opdrachtverzoek.
Persoonsgegevens: persoonsgegevens voor de identificatie van de afzender of de geadresseerde.
Postale gegevens: gegevens benodigd voor de afhandeling en het volgen van de uitvoering van de postale betaalopdracht, voor statistische doeleinden alsmede voor het centrale clearingsysteem.
Elektronische gegevensuitwisseling (EDI): uitwisseling, tussen computers, van transactiegegevens door middel van genormaliseerde netwerken en formats die met het systeem van de Unie verenigbaar zijn.
Afzender: natuurlijke persoon of rechtspersoon die een aangewezen aanbieder opdracht geeft tot uitvoering van een postale betaalopdracht overeenkomstig de Akten van de Unie.
Financiering van terrorisme: begrip dat betrekking heeft op de financiering van terroristische handelingen, terroristen en terroristische organisaties.
Gelden van de gebruikers: bedragen die door de afzender in contanten aan de aangewezen aanbieder worden overhandigd, of rechtstreeks, of via elk ander beveiligd monetair middel, worden afgeschreven van de rekening van de afzender die in de boeken van de aangewezen aanbieder van uitschrijving wordt gehouden, en die door de afzender aan de aangewezen aanbieder van uitschrijving of elke andere financiële aanbieder ter beschikking worden gesteld met het oog op de betaling ervan aan een door de afzender aangegeven geadresseerde, overeenkomstig dit Verdrag en de bijbehorende Regeling.
Verrekenpostwissel: een operationele term ter aanduiding van een postale betaalopdracht in ruil voor de aflevering van een zending onder rembours.
Uitschrijvingsvaluta: valuta van het land van bestemming of door het land van bestemming toegestane derde valuta waarin de postale betaalopdracht wordt uitgeschreven.
Aangewezen aanbieder van uitschrijving: aangewezen aanbieder die een postale betaalopdracht aan de aangewezen aanbieder van uitbetaling verzendt, overeenkomstig de Akten van de Unie.
Aangewezen aanbieder van uitbetaling: aangewezen aanbieder die belast is met de uitvoering van de postale betaalopdracht in het land van de geadresseerde, overeenkomstig de Akten van de Unie.
Geldigheidstermijn: termijn gedurende welke de postale betaalopdrachten geldig kunnen worden uitgevoerd of herroepen.
Servicetoegangspunt: fysieke of virtuele plaats waar de gebruiker een postale betaalopdracht kan afgeven of ontvangen.
Vergoeding: door de aangewezen aanbieder van uitschrijving aan de aangewezen aanbieder van uitbetaling verschuldigd bedrag voor de betaling aan de geadresseerde.
Herroepelijkheid: mogelijkheid van de afzender om zijn postale betaalopdracht (postwissel of -overschrijving) te herroepen tot op het moment van betaling of aan het einde van de geldigheidstermijn, indien de betaling niet heeft plaatsgevonden.
Tegenpartijrisico: risico dat verband houdt met het in gebreke blijven van een van de partijen bij een contract. Dit uit zich in een risico van verlies of betalingsonvermogen.
Liquiditeitsrisico: risico dat een tegenpartij of een deelnemer aan een vereffeningssysteem tijdelijk niet in staat is zich volledig van een verplichting te kwijten op de datum dat deze opeisbaar wordt.
Signalering van verdachte transacties: op de nationale wetgeving en op de resoluties van de Unie gebaseerde verplichting van de aangewezen aanbieder om informatie over verdachte transacties aan de bevoegde nationale autoriteiten mede te delen.
Tracking en tracing: systeem waarmee het traject van een postale betaalopdracht kan worden gevolgd en op elk moment kan worden vastgesteld waar de opdracht zich bevindt en wat de uitvoeringsstatus ervan is.
Tarief: bedrag dat door een afzender voor een postale financiële dienst aan de aangewezen aanbieder van uitschrijving wordt betaald.
Verdachte transactie: postale betaalopdracht of verzoek om een terugbetaling met betrekking tot een eenmalige of herhaalde postale betaalopdracht die verband houdt met het witwassen van geld of de financiering van terrorisme.
Gebruiker: natuurlijke persoon of rechtspersoon, afzender of geadresseerde, die overeenkomstig dit Verdrag van de postale financiële diensten gebruikmaakt.
Artikel 3. Aanwijzing van de instantie of instanties belast met het vervullen van de verplichtingen die uit de toetreding tot dit Verdrag voortvloeien
De lidstaten doen binnen zes maanden na de afsluiting van het Congres aan het Internationaal Bureau kennisgeving van de naam en het adres van het overheidsorgaan dat is belast met het instellen van overheidsregels voor en het toezicht op de levering van postale financiële diensten.
Bovendien brengen de lidstaten het Internationaal Bureau binnen zes maanden na de afsluiting van het Congres op de hoogte van de naam en het adres van de aanbieder of aanbieders die officieel is of zijn aangewezen voor de verzorging van de postale financiële diensten via zijn of hun netwerk, door ten minste één postale financiële dienst aan te bieden of te accepteren, en voor het vervullen van de verplichtingen die op zijn of hun grondgebied uit de Akten van de Unie voortvloeien.
Een lidstaat die deze gegevens niet binnen de voorschreven termijn van zes maanden verstrekt, ontvangt van het Internationaal Bureau een herinnering.
Tussen twee Congressen in moet elke wijziging betreffende de overheidsinstanties en de officieel aangewezen aanbieders zo snel mogelijk ter kennis van het Internationaal Bureau worden gebracht.
De aangewezen aanbieders verzorgen de postale financiële diensten overeenkomstig dit Verdrag.
Artikel 4. Bevoegdheden van de lidstaten
De lidstaten treffen de nodige maatregelen ter waarborging van de continuïteit van hun postale financiële diensten ingeval hun aangewezen aanbieder(s) in gebreke mocht(en) blijven, onverminderd de aansprakelijkheid van deze aanbieder(s) ten aanzien van andere uit hoofde van de Akten van de Unie aangewezen aanbieders.
In geval van in gebreke blijven van zijn aangewezen aanbieder(s), brengt de lidstaat de andere lidstaten die partij bij dit Verdrag zijn, via het Internationaal Bureau, op de hoogte van:
- 2.1. de opschorting van zijn postale financiële diensten vanaf de aangegeven datum en tot nader order;
- 2.2. de maatregelen die zijn getroffen om de diensten te herstellen onder de verantwoordelijkheid van een eventuele nieuwe aangewezen aanbieder.
Artikel 5. Uitzonderlijke levering van postale financiële diensten door toegelaten spelers in de postale sector in brede zin
Onverminderd de mogelijkheid tot uitbesteding zoals omschreven in artikel 6.4, hebben lidstaten: i. waarin het gehele scala van postale financiële diensten zoals omschreven in artikel 1 niet wordt geleverd door hun aangewezen aanbieder(s); of ii. die geconfronteerd worden met de situatie van in gebreke blijven zoals bedoeld in artikel 4, de mogelijkheid toe te staan dat spelers in de postale sector in brede zin (wider postal sector players, hierna „WPSP's), via aangewezen aanbieders, deelnemen aan de interconnectie en/of uitvoering van de postale financiële diensten, met als doel het bevorderen van financiële inclusie en het verder mogelijk maken van de interoperabiliteit van een internationaal netwerk van postale financiële diensten.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.