Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Belarus inzake samenwerking en wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Type Verdrag
Publication 2019-06-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Belarus, hierna te noemen de verdragsluitende partijen,

Overwegende dat inbreuken op de douanewetgeving schadelijk zijn voor de economische en fiscale belangen en de belangen op het gebied van de volksgezondheid en handel van hun respectieve landen;

Gelet op het belang van een juiste vaststelling van de douanerechten en belastingen;

Erkennend de noodzaak van internationale samenwerking ter zake van aangelegenheden die verband houden met de toepassing en handhaving van de douanewetgeving;

Ervan overtuigd dat het optreden tegen inbreuken op de douanewetgeving doeltreffender kan worden door middel van de uitwisseling van informatie en nauwere samenwerking tussen hun douaneadministraties;

Gelet op verplichtingen uit hoofde van internationale overeenkomsten die de verdragsluitende partijen reeds hebben aanvaard of toegepast;

Gelet op internationale overeenkomsten die verboden, beperkingen en bijzondere controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen bevatten;

Tevens gelet op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties van 1948;

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN IN HET VERDRAG

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

HOOFDSTUK II. REIKWIJDTE VAN HET VERDRAG

Artikel 2. Reikwijdte
1.

De verdragsluitende partijen verlenen elkaar door tussenkomst van hun douaneadministraties bijstand ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder met het oog op het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op die wetgeving, in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag, alsmede om de veiligheid van de internationale logistieke keten te waarborgen.

2.

Alle bijstand uit hoofde van dit Verdrag door een verdragsluitende partij wordt verleend in overeenstemming met haar nationale wetgeving en binnen de grenzen van de bevoegdheden en beschikbare middelen van haar douaneadministratie.

3.

Wederzijdse bijstand uit hoofde van dit Verdrag laat de toepasselijke bepalingen inzake wederzijdse bijstand in strafzaken onverlet.

4.

Personen kunnen aan de bepalingen van dit Verdrag niet het recht ontlenen de uitvoering van een verzoek om bijstand te doen beletten.

5.

Dit Verdrag laat onverlet de rechten of verplichtingen die voortvloeien uit het lidmaatschap van het Koninkrijk der Nederlanden van de Europese Unie en van de Republiek Belarus van de Euraziatische Douane-unie.

HOOFDSTUK III. INFORMATIE

Artikel 3. Informatie voor de toepassing en handhaving van de douanewetgeving
1.

De douaneadministraties verstrekken elkaar, op verzoek of uit eigen beweging, informatie ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving met het oog op het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op die wetgeving, alsmede om de veiligheid van de internationale logistieke keten te waarborgen. Deze informatie kan betrekking hebben op:

2.

Op verzoek stelt de aangezochte administratie de verzoekende douaneadministratie op de hoogte:

Artikel 4. Informatie voor de vaststelling van douanerechten
1.

Op verzoek verstrekt de aangezochte douaneadministratie, onverminderd artikel 16, ten behoeve van een juiste toepassing van de douanewetgeving of ter voorkoming van douanefraude, informatie aan de verzoekende douaneadministratie die redenen heeft om te twijfelen aan de juistheid of echtheid van een aangifte.

2.

In het verzoek staan de verificatieprocedures die de douaneadministratie heeft uitgevoerd of getracht heeft uit te voeren alsmede de specifieke informatie waarom wordt verzocht vermeld.

Artikel 5. Informatie met betrekking tot inbreuken op de douanewetgeving

De douaneadministratie van een verdragsluitende partij verstrekt, op verzoek of uit eigen beweging, informatie aan de douaneadministratie van de andere verdragsluitende partij over voorgenomen, lopende of voltooide activiteiten ten aanzien waarvan er redelijke gronden lijken te bestaan om aan te nemen dat er een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij is gepleegd of zal worden gepleegd.

Artikel 6. Automatisch verstrekken van informatie

De douaneadministraties kunnen elkaar, door middel van een wederzijdse regeling, automatisch informatie die onder dit Verdrag valt verstrekken.

Artikel 7. Vooraf verstrekken van informatie

De douaneadministraties kunnen elkaar, door middel van een wederzijdse regeling, specifieke informatie verstrekken voorafgaand aan de aankomst van goederen op het grondgebied van de staat van de andere douaneadministratie.

HOOFDSTUK IV. BIJZONDERE VORMEN VAN BIJSTAND

Artikel 8. Spontane bijstand

In gevallen die aanzienlijke schade voor de economie, volksgezondheid, openbare orde, met inbegrip van de veiligheid van de internationale logistieke keten, of voor andere vitale belangen van de staat van een verdragsluitende partij met zich kunnen meebrengen, verstrekt de douaneadministratie van de andere verdragsluitende partij, waar mogelijk, uit eigen beweging en onverwijld zulke informatie.

Artikel 9. Toezicht op goederen, vervoermiddelen en locatie van goederen
1.

Op verzoek houdt de aangezochte douaneadministratie, voor zover mogelijk, toezicht op en verstrekt zij de verzoekende administratie informatie over:

2.

Een douaneadministratie kan uit eigen beweging dergelijk toezicht houden indien zij redenen heeft om aan te nemen dat voorgenomen, lopende of voltooide activiteiten een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van de staat van de andere douaneadministratie lijken te vormen.

Artikel 10. Deskundigen en getuigen
1.

De aangezochte douaneadministratie kan haar functionarissen machtigen, binnen de hun toegekende bevoegdheden, als getuige of deskundige te verschijnen op het grondgebied van de staat van de verzoekende douaneadministratie in gerechtelijke of administratieve procedures betreffende de aangelegenheden die onder dit Verdrag vallen.

2.

In het verzoek om te verschijnen wordt aangegeven welk type procedure het betreft alsmede in welke hoedanigheid de functionaris dient te getuigen.

Artikel 11. Gezamenlijke teams
1.

De verdragsluitende partijen kunnen gezamenlijke teams oprichten ter opsporing en bestrijding van bepaalde typen inbreuken op de douanewetgeving die gelijktijdige en gecoördineerde activiteiten vereisen.

2.

Deze teams opereren in overeenstemming met de wettelijke en administratieve bepalingen van de verdragsluitende partij op wier grondgebied de activiteiten worden uitgevoerd.

HOOFDSTUK V. TOEZENDING VAN VERZOEKEN

Artikel 12. Vorm en inhoud van verzoeken
1.

Verzoeken uit hoofde van dit Verdrag worden schriftelijk in de Engelse taal gedaan. De verzoeken gaan vergezeld van documenten die nodig zijn voor de uitvoering ervan. Wanneer de urgentie van de situatie dat vereist, kunnen mondelinge of elektronische verzoeken van de verzoekende douaneadministratie worden aanvaard, maar deze dienen onverwijld door middel van een officiële brief te worden bevestigd.

2.

Verzoeken ingevolge het eerste lid van dit artikel bevatten de volgende informatie:

3.

Om originelen van bestanden, documenten of overige materialen wordt slechts verzocht in gevallen waarin niet met afschriften kan worden volstaan. Op speciaal verzoek worden afschriften van dergelijke bestanden, documenten of overige materialen naar behoren gewaarmerkt. Originelen van bestanden, documenten en overige verstrekte materialen worden zo spoedig mogelijk geretourneerd.

Artikel 13. Communicatie
1.

Bijstand wordt verleend door rechtstreeks contact tussen de respectieve douaneadministraties.

2.

Wanneer de aangezochte douaneadministratie niet de bevoegde autoriteit is om aan het verzoek te voldoen, zendt zij het verzoek onverwijld naar de juiste autoriteit. Deze geeft in overeenstemming met haar bevoegdheden vervolg aan het verzoek of stelt de verzoekende douaneadministratie de juiste procedure voor die bij een dergelijk verzoek gevolgd dient te worden.

HOOFDSTUK VI. UITVOERING VAN VERZOEKEN

Artikel 14. Vergaren van informatie
1.

Verzoeken worden uitgevoerd in overeenstemming met de nationale wettelijke en administratieve bepalingen van de staat van de aangezochte douaneadministratie.

2.

De aangezochte administratie gaat te werk alsof zij voor zichzelf optreedt.

3.

De aangezochte douaneadministratie voert alle noodzakelijke onderzoeken uit, met inbegrip van het horen van deskundigen en getuigen of personen die worden verdacht van het plegen van een inbreuk op de douanewetgeving, alsmede inspecties en feitenonderzoeken in verband met de in dit Verdrag genoemde aangelegenheden.

Artikel 15. Aanwezigheid van functionarissen op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij
1.

Door de verzoekende douaneadministratie aangewezen functionarissen kunnen, met instemming van de aangezochte douaneadministratie en onder voorwaarden die laatstgenoemde hieraan kan verbinden, ten behoeve van onderzoek naar een inbreuk op de douanewetgeving, op verzoek:

2.

De functionarissen van de verzoekende douaneadministratie die gemachtigd zijn inbreuken op de douanewetgeving te onderzoeken, kunnen functionarissen van de aangezochte douaneadministratie verzoeken de relevante boeken, registers en andere documenten of datamedia te onderzoeken en kopieën daarvan of informatie die betrekking heeft op inbreuken op de douanewetgeving te verstrekken.

3.

Wanneer functionarissen van een van beide douaneadministraties aanwezig zijn op het grondgebied van de staat van de andere douaneadministratie uit hoofde van de bepalingen van dit Verdrag, moeten zij te allen tijde in staat zijn hun identiteit en ambtelijke hoedanigheid binnen hun douaneadministratie of andere overheidsdienst aan te tonen in een voor de andere douaneadministratie aanvaardbare taal.

4.

Op verzoek wordt de verzoekende douaneadministratie in kennis gesteld van de tijd en plaats van de actie die in verband met het verzoek wordt ondernomen met het oog op het coördineren van deze actie.

HOOFDSTUK VII. WEIGERINGSGRONDEN

Artikel 16. Weigeringsgronden ten aanzien van de verplichting tot het verlenen van bijstand
1.

Indien de bijstand waar uit hoofde van dit Verdrag om wordt verzocht een inbreuk zou kunnen vormen op de soevereiniteit, de veiligheid, de openbare orde of een ander wezenlijk nationaal belang van de staat van de aangezochte douaneadministratie, of rechtmatige handels- of beroepsbelangen zou kunnen schaden, kan deze bijstand door die aangezochte douaneadministratie worden geweigerd of worden verstrekt onder de voorwaarden die zij verlangt.

2.

De bijstand kan door de aangezochte douaneadministratie worden uitgesteld indien er gronden zijn om aan te nemen dat een lopend onderzoek of een lopende vervolging of procedure hiermee wordt doorkruist. In een dergelijk geval pleegt de aangezochte douaneadministratie overleg met de verzoekende douaneadministratie om te bepalen of de bijstand kan worden verleend onder de voorwaarden die de aangezochte douaneadministratie verlangt.

3.

Indien de douaneadministratie om bijstand verzoekt die zij desgevraagd zelf niet zou kunnen verschaffen, dient zij in haar verzoek op dat feit te wijzen. Het is vervolgens aan de aangezochte douaneadministratie om te besluiten hoe zij op een dergelijk verzoek reageert.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.