Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika inzake de totstandkoming van een raamwerk voor samenwerking op het gebied van defensieaangelegenheden

Type Verdrag
Publication 2020-11-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en

de Regering van de Verenigde Staten van Amerika (hierna te noemen de „partijen”);

Geleid door de wens om bij de uitoefening van hun nationale en wederzijdse verantwoordelijkheden op het gebied van defensie ten behoeve van de veiligheid van de Verenigde Staten van Amerika en het Koninkrijk der Nederlanden, de samenwerking op het gebied van defensieaangelegenheden te faciliteren;

Verwijzend naar het Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, op 19 juni 1951 ondertekend te Londen (NAVO-Statusverdrag), waarin onder andere de begrippen „krijgsmacht” en „civiele dienst” worden omschreven en waarin procedures worden ingesteld voor het regelen van bepaalde vorderingen die voortvloeien uit schade aan eigendommen en het overlijden van of oplopen van letsel door personen in het kader van het Noord-Atlantisch Verdrag;

Verwijzend naar de Overeenkomst tussen de Regering van de Verenigde Staten van Amerika en de Regering van Nederland inzake legering van Amerikaanse troepen in Nederland, met bijlage, gesloten door middel van de uitwisseling van diplomatieke nota's te 's-Gravenhage op 13 augustus 1954 (Legeringsovereenkomst);

Verwijzend naar het Verdrag tussen de Verenigde Staten van Amerika en het Koninkrijk der Nederlanden tot wederzijdse hulpverlening inzake verdediging, ondertekend te Washington op 27 januari 1950;

Verwijzend naar de Overeenkomst tussen de Verenigde Staten van Amerika en het Koninkrijk der Nederlanden inzake wederzijdse militaire steunverlening, ondertekend te Stuttgart op 22 februari 1983 of het opvolgingsverdrag daarvan;

Verwijzend naar de Overeenkomst tussen de Verenigde Staten van Amerika en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de status van personeel van de Verenigde Staten in het Caribische deel van het Koninkrijk, ondertekend te Washington op 19 oktober 2012 (Caribisch Statusverdrag);

Verwijzend naar de NAVO-Overeenkomst inzake de uitwisseling van technische gegevens voor defensiedoeleinden, ondertekend te Brussel op 19 oktober 1970, waarin onder andere wordt bepaald dat de ontvangende staten die voor defensiedoeleinden vertrouwelijke technische gegevens ontvangen waarop intellectuele eigendomsrechten rusten, verantwoordelijk zijn voor de bescherming ervan en dat de schade die eigenaren van technische gegevens, waarop intellectuele eigendomsrechten rusten en die voor defensiedoeleinden zijn uitgewisseld, lijden door de onbevoegde openbaarmaking of het onbevoegde gebruik van de gegevens door een ontvangende staat of door degenen aan wie deze ontvangende staat de gegevens openbaar heeft gemaakt, door de ontvangende staat dient te worden vergoed;

Verwijzend naar het Verdrag tussen de Verenigde Staten van Amerika en het Koninkrijk der Nederlanden betreffende de beveiliging van gerubriceerde gegevens, gesloten door middel van de uitwisseling van diplomatieke nota’s te Washington op 18 augustus 1960, zoals gewijzigd;

Verwijzend naar de Security Implementing Arrangement for Operations tussen het ministerie van Defensie van de Verenigde Staten van Amerika en de minister van Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden, met Bijlagen, ondertekend te ’s-Gravenhage en Washington op 31 januari 2006 en 13 maart 2006;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel I. Doel

Dit Verdrag biedt een raamwerk voor het faciliteren van activiteiten op het gebied van defensiesamenwerking. Deze activiteiten op het gebied van defensiesamenwerking kunnen bestaan uit, maar zijn niet beperkt tot de volgende:

Artikel II. Regelingen voor activiteiten op het gebied van defensiesamenwerking

Wanneer de nationale defensieorganisaties van de partijen, binnen de grenzen van de verantwoordelijkheden en bevoegdheden op defensiegebied zoals vastgesteld door de desbetreffende partij, memoranda van overeenstemming (MvO) of andere schriftelijke regelingen voor activiteiten op het gebied van defensiesamenwerking sluiten, zijn dergelijke MvO of andere schriftelijke regelingen uitsluitend onderworpen aan dit Verdrag indien deze expliciet wordt ingeroepen in deze MvO of andere schriftelijke regelingen.

Artikel III. Aansprakelijkheid, vorderingen en rechtsmacht in strafzaken
1.

Ten aanzien van kwesties inzake de wettelijke aansprakelijkheid van elk van de partijen of de leden van de krijgsmacht of civiele dienst en strafrechtelijke rechtsmacht over leden van de krijgsmacht of civiele dienst, zijn hetNAVO-Statusverdrag, de Legeringsovereenkomst of het Caribisch Statusverdrag, naargelang van toepassing, overeenkomstig hun voorwaarden van toepassing.

2.

Ten aanzien van kwesties inzake wettelijke aansprakelijkheid waarop noch het NAVO-Statusverdrag, de Legeringsovereenkomst of het Caribisch Statusverdrag van toepassing zijn, is het onderstaande van toepassing uitgezonderd in het geval van het leasen of lenen van uitrusting en materiaal waarop artikel V (Leasen of lenen van uitrusting en materiaal) van dit Verdrag van toepassing is:

Artikel IV. Bescherming van gegevens, uitrusting en materiaal

De volgende bepalingen zijn van toepassing met betrekking tot de eigendoms- en gebruiksrechten van gegevens, apparatuur of materiaal, naargelang van toepassing, die uit hoofde van de MvO of andere schriftelijke regelingen waarop dit Verdrag van toepassing is, zijn verstrekt of ontwikkeld:

Artikel V. Het leasen of lenen van uitrusting en materiaal

Wat betreft het leasen of lenen van uitrusting en materiaal maakt de ontvangende partij gebruik van de uitrusting en het materiaal zoals vervat in de MvO of andere schriftelijke regelingen waarop dit Verdrag van toepassing is. De ontvangende partij is verantwoordelijk voor het in goede staat van onderhoud en bedrijfsklaar houden van deze uitrusting of dit materiaal. Tenzij de verstrekkende partij toestemming heeft gegeven voor het opgebruiken of anderszins verbruiken van de uitrusting of het materiaal zonder de verstrekkende partij daarvoor te vergoeden, retourneert de ontvangende partij de uitrusting of het materiaal aan de verstrekkende partij in dezelfde goede conditie als bij ontvangst, behoudens normale slijtage, of retourneert de uitrusting of het materiaal en betaalt de kosten om deze weer terug te brengen in de conditie op het tijdstip van ontvangst, behoudens normale slijtage. Indien het materiaal of de uitrusting zodanig is beschadigd dat reparatie niet meer economisch verantwoord is, retourneert de ontvangende partij de uitrusting of het materiaal aan de verstrekkende partij (tenzij anderszins bepaald in de MvO of andere schriftelijke regelingen waarop dit Verdrag van toepassing is) en betaalt de vervangingswaarde tenzij anderszins bepaald in de MvO of andere schriftelijke regelingen waarop dit Verdrag van toepassing is, die wordt berekend overeenkomstig de wet- en regelgeving van de verstrekkende partij. Indien de uitrusting of het materiaal verloren is gegaan terwijl deze of dit onder de hoede was van de ontvangende partij, geeft de ontvangende partij een verklaring van verlies af aan de verstrekkende partij en betaalt de vervangingswaarde tenzij anderszins bepaald in de MvO of andere schriftelijke regelingen waarop dit Verdrag van toepassing is, die wordt berekend overeenkomstig de wet- en regelgeving van de verstrekkende partij.

Artikel VI. Logistieke ondersteuning
1.

Indien de Overeenkomst inzake wederzijdse logistieke steunverlening of het opvolgingsverdrag daarvan niet van toepassing is, kan een beroep worden gedaan op de bepalingen inzake logistieke ondersteuning van dit artikel.

2.

Ten aanzien van logistieke ondersteuning stelt elke partij alles in het werk om, in overeenstemming met de nationale prioriteiten van het leverende land, niet alleen in vredestijd maar ook in tijden van nood of actieve vijandelijkheden, te voldoen aan de schriftelijke verzoeken van de andere partij om voedsel, water, inkwartiering, transport (inclusief luchttransport), petroleum, olie, smeermiddelen, kleding, communicatiediensten, medische diensten, munitie, opslagdiensten, trainingsdiensten, contractering en aanverwante diensten, reparatie- en onderhoudsdiensten, reservedelen en componenten, toegang tot en gebruik van faciliteiten, ondersteuning van werkzaamheden op de bases (inclusief daaraan verbonden bouwwerkzaamheden), en luchthaven- en havendiensten, en draagt zorg voor de daarop betrekking hebbende betalingen en boekhouding. Details met betrekking tot deze logistieke ondersteuning worden vervat in de MvO of andere schriftelijke regelingen waarop dit Verdrag van toepassing is.

Artikel VII. Toegang tot en gebruik van faciliteiten

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden kan de Regering van de Verenigde Staten van Amerika en vertegenwoordigers of agenten van de Regering van de Verenigde Staten zoals wederzijds overeengekomen, onbelemmerde toegang verlenen tot en onbelemmerd gebruik toestaan van de faciliteiten en gebieden in het Koninkrijk der Nederlanden, zoals wederzijds overeengekomen in MvO of andere schriftelijke regelingen waarop dit Verdrag van toepassing is.

Artikel VIII. Uitwisseling van personeel

De bepalingen van de Bijlage bij dit Verdrag zijn van toepassing op de toewijzing, plaatsing, uitwisseling of liaison van eenheden en personeel tussen de nationale defensieorganisaties van de partijen ingevolge de MvO of andere schriftelijke regelingen waarop dit Verdrag van toepassing is.

Artikel IX. Financiën

De partijen voldoen aan alle financiële verplichtingen zoals vervat in de MvO of andere schriftelijke regelingen waarop dit Verdrag van toepassing is. De verplichtingen van de partijen zijn onderworpen aan de beschikbaarheid van middelen ten behoeve van de uitvoering van dit Verdrag en de middelen die nader zijn omschreven in de MvO of andere schriftelijke regelingen waarop dit Verdrag van toepassing is, in overeenstemming met de onderscheiden nationale wet- en regelgeving van de partijen bij dit Verdrag.

Artikel X. Geschillen

Elk geschil omtrent de uitlegging, toepassing of uitvoering van dit Verdrag, elk MvO of andere schriftelijke regeling waarop dit Verdrag van toepassing is, wordt uitsluitend door middel van overleg tussen de partijen geregeld en wordt niet ter beslechting voorgelegd aan een nationale rechtbank, internationaal hof of enige andere persoon of entiteit.

Artikel XI. Beëindiging

Dit Verdrag blijft van kracht totdat het door de partijen of een van de partijen wordt beëindigd door zes maanden van tevoren langs diplomatieke weg kennis te geven van haar voornemen het Verdrag te beëindigen. De verplichtingen van de partijen ingevolge dit Verdrag met betrekking tot aansprakelijkheid en vorderingen, bescherming van gegevens, uitrusting of materiaal, het leasen of lenen van uitrusting of materiaal, de betaling voor logistieke ondersteuning, financiering en geschillen blijven echter bestaan, niettegenstaande de beëindiging van dit Verdrag.

In het geval dit Verdrag wordt beëindigd, plegen de nationale defensieorganisaties van de partijen overleg ten aanzien van de beëindiging of voortzetting van elk MvO of andere schriftelijke regeling waarop dit Verdrag van toepassing is.

Artikel XII. Toepassing van het Verdrag met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft is dit Verdrag uitsluitend van toepassing op het Europese deel van Nederland. Dit Verdrag kan echter worden uitgebreid tot het Caribische deel van Nederland (de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba), Aruba, Curaçao en Sint Maarten door wijziging van het Verdrag door middel van de uitwisseling van diplomatieke nota's.

Artikel XIII. Inwerkingtreding

Dit Verdrag, met inbegrip van de Bijlage erbij, die een integrerend onderdeel uitmaakt van dit Verdrag, treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum van ontvangst van de laatste nota die tussen de partijen langs diplomatieke weg wordt uitgewisseld en waarin staat vermeld dat hun onderscheiden interne procedures die nodig zijn voor de inwerkingtreding van dit Verdrag zijn afgerond.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorized by their respective Governments, have signed this Agreement.

DONE at Washington, this 2nd day of July, 2018, in duplicate in the English language.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands,

HENDRIK JAN JURRIAAN SCHUWER

For the Government of the United States of America,

PETER HOEKSTRA

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.