Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden inzake politiesamenwerking
Bij een grensoverschrijdend optreden, met uitzondering van het in artikel 18 van dit Verdrag bedoelde geval, of een grensoverschrijdende aanwezigheid op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij, is de zendstaat overeenkomstig het recht van de gaststaat aansprakelijk voor de schade die zijn ambtenaren aldaar tijdens hun optreden of hun aanwezigheid veroorzaken.
De gaststaat vergoedt de op zijn grondgebied toegebrachte schade op dezelfde wijze als schade die door zijn eigen ambtenaren wordt toegebracht.
In het in het eerste lid bedoelde geval, neemt de zendstaat het op zich om aan de gaststaat het volledige bedrag terug te betalen dat deze aan de slachtoffers of hun rechthebbenden heeft uitgekeerd, ter vergoeding van de schade die de ambtenaren van de zendstaat hebben toegebracht.
Wanneer ambtenaren van de zendstaat op verzoek optreden als bedoeld in artikel 18 van dit Verdrag, is de gaststaat overeenkomstig zijn nationale recht aansprakelijk voor de schade die zij aldaar tijdens hun optreden veroorzaken.
Wanneer de in het vierde lid bedoelde schade het gevolg is van grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag, kan de gaststaat de zendstaat benaderen om van deze laatste terugbetaling te verkrijgen van de bedragen die deze aan de slachtoffers of hun rechthebbenden heeft uitgekeerd.
Onder voorbehoud van de uitoefening van hun rechten tegenover derden en met uitzondering van het bepaalde in het derde lid, zien de Verdragsluitende Partijen, in het geval bedoeld in het eerste lid, ervan af het bedrag van de door hen geleden schade op elkaar te verhalen.
Artikel 49. Strafrechtelijke aansprakelijkheid
Tijdens een grensoverschrijdend optreden of een grensoverschrijdende aanwezigheid worden de ambtenaren van de zendstaat met ambtenaren van de gaststaat gelijkgesteld, voor wat betreft de strafbare feiten die tegen of door hen mochten worden begaan.
Artikel 50. Arbeidsrelatie
De rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de arbeidsrelatie van de ambtenaar in de zendstaat, blijven tijdens het grensoverschrijdend optreden of de grensoverschrijdende aanwezigheid onverkort van kracht. Hieronder worden mede verstaan de rechten en verplichtingen op het gebied van burgerrechtelijke aansprakelijkheid.
Artikel 51. Kosten
Elke Verdragsluitende Partij draagt de kosten die voor haar overheden uit de toepassing van dit Verdrag voortvloeien.
In bijzondere gevallen kunnen de bevoegde diensten van de betrokken Verdragsluitende Partijen een afwijkende regeling overeenkomen.
TITEL 6. GRENSOVERSCHRIJDEND OPTREDEN VAN SPECIALE EENHEDEN
Artikel 52. Toepassingsgebied
Deze titel regelt het optreden van de speciale eenheden van de Verdragsluitende Partijen op elkaars grondgebied. Detitels 3, 4 en 5 van dit Verdrag zijn niet van toepassing op dit optreden, tenzij de betreffende artikelen van deze titels van overeenkomstige toepassing zijn verklaard in onderhavige titel.
Artikel 53. Bijstand in crisissituaties
De speciale eenheden van de Verdragsluitende Partijen kunnen elkaar, met instemming van de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Verdragsluitende Partij, op verzoek bijstand verlenen in een crisissituatie, wanneer de middelen van de speciale eenheden van de verzoekende Verdragsluitende Partij ontoereikend of niet inzetbaar zijn of door de bijstand door speciale eenheden van de aangezochte Verdragsluitende Partij vertraging kan worden vermeden die het beëindigen van de crisissituatie zou bemoeilijken.
Van een crisissituatie als bedoeld in het eerste lid is sprake wanneer de bevoegde autoriteiten van een Verdragsluitende Partij op redelijke gronden kunnen aannemen dat een strafbaar feit een ernstige rechtstreekse fysieke of materiële bedreiging vormt voor personen, eigendom, infrastructuur of instanties op het nationale grondgebied.
De bijstand kan plaatsvinden door de terbeschikkingstelling van personeel en/of materieel.
Het verzoek om bijstand wordt, met instemming van de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Verdragsluitende Partij, door de speciale eenheden van de verzoekende Verdragsluitende Partij rechtstreeks aan de speciale eenheden van de aangezochte Verdragsluitende Partij gericht.
Het verzoek bevat een omschrijving van de aard, de duur en de specifieke doelstelling van het gewenste grensoverschrijdend optreden.
De aangezochte Verdragsluitende Partij neemt onverwijld een gemotiveerde beslissing op het verzoek. Van de beslissing wordt door de speciale eenheden van de aangezochte Verdragsluitende Partij zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de speciale eenheden van de verzoekende Verdragsluitende Partij.
De speciale eenheden van de aangezochte Verdragsluitende Partij en de verzoekende Verdragsluitende Partij maken praktische afspraken over de wijze van uitvoering van het bijstandsverzoek.
De leden van de speciale eenheden die op grond van dit artikel optreden op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij, hebben tijdens de uitvoering van dit grensoverschrijdend optreden dezelfde bevoegdheden als de leden van de speciale eenheden van de Verdragsluitende Partij op wier grondgebied zij optreden. Zij kunnen evenwel in geen geval bevoegdheden uitoefenen waarover zij niet beschikken in hun eigen land.
De leden van de speciale eenheden van de aangezochte Verdragsluitende Partij staan tijdens een grensoverschrijdend optreden als bedoeld in dit artikel onder het gezag van de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partij op wier grondgebied het optreden plaatsvindt. Gedurende het optreden zijn zij gehouden de aanwijzingen en bevelen van het personeelslid van de speciale eenheden van de verzoekende Verdragsluitende Partij aan wie de leiding van het optreden toevertrouwd is, op te volgen. Ze handelen met inachtneming van het recht van de Verdragsluitende Partij op wier grondgebied het optreden plaatsvindt en, in de mate van het mogelijke, in aanwezigheid van leden van de speciale eenheden van deze Verdragsluitende Partij.
Bij het ter beschikking stellen van materieel gaat een verzamelstaat, overeenkomstig het door de speciale eenheden vastgestelde model. Deze verzamelstaat wordt door de leden van de speciale eenheden van de verstrekkende Verdragsluitende Partij desgevraagd voorgelegd aan de speciale eenheden, de bevoegde diensten en de bevoegde autoriteiten van de ontvangende Verdragsluitende Partij.
Artikel 54. Bijstand buiten crisissituaties
De speciale eenheden van de Verdragsluitende Partijen kunnen elkaar op verzoek ook bijstand verlenen in andere dan de in het tweede lid van artikel 53 van dit Verdrag bedoelde situaties, mits de voorwaarden en procedures bepaald in artikel 18 van dit Verdrag in acht worden genomen.
Artikel 55. Grensoverschrijdende achtervolging
De speciale eenheden van de Verdragsluitende Partijen die in hun eigen land een persoon achtervolgen, kunnen de achtervolging op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij zonder voorafgaande toestemming van laatstgenoemde Verdragsluitende Partij over de grens voortzetten, mits de voorwaarden en procedures bepaald in artikel 21 van dit Verdrag in acht worden genomen.
Artikel 56. Opleidingen en oefeningen
De bepalingen van artikel 31 van dit Verdrag zijn van overeenkomstige toepassing op de speciale eenheden van de Verdragsluitende Partijen.
De Verdragsluitende Partijen zien erop toe dat de leden van de speciale eenheden opleiding hebben ontvangen met betrekking tot hun rechten, bevoegdheden en plichten tijdens een grensoverschrijdend optreden of een grensoverschrijdende aanwezigheid als bedoeld in onderhavige titel.
De Verdragsluitende Partijen zien erop toe dat hun speciale eenheden gezamenlijke oefeningen organiseren met het oog op het verlenen van bijstand als bedoeld in de artikelen 53 en 54 van dit Verdrag.
Artikel 57. Overige vormen van grensoverschrijdend optreden en grensoverschrijdende aanwezigheid
Bij een grensoverschrijdend optreden van de speciale eenheden op basis van het eerste lid of een grensoverschrijdende aanwezigheid in het kader van hun opdrachten of een opleiding gericht op het uitoefenen daarvan, op basis van dit Verdrag of een ander instrument van internationaal recht dat beide Verdragsluitende Partijen verbindt, zijn de artikelen 34, 35, 36, 37, 38, 41, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 49, 50 en 51 van dit Verdrag van overeenkomstige toepassing.
De bepalingen van artikel 36 van dit Verdrag zijn van toepassing op de leden van de speciale eenheden die een grensoverschrijdende observatie als bedoeld in artikel 22 van dit Verdrag uitvoeren.
Artikel 58. Vervoeren en dragen van wapens en munitie
Tijdens een optreden of een aanwezigheid als bedoeld in de artikelen 53 tot en met 57 van dit Verdrag, mogen de betrokken leden van de speciale eenheden de wapens en munitie die in hun eigen land tot hun uitrusting behoren, vervoeren en dragen, mits deze vervoerd en gedragen mogen worden door de leden van de speciale eenheden van de Verdragsluitende Partij op wier grondgebied ze optreden of aanwezig zijn.
Tijdens een optreden of een aanwezigheid van leden van de speciale eenheden als bedoeld in de artikelen 53 tot en met 57 van dit Verdrag, zijn de bepalingen van artikel 39, tweede tot en met vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 59. Gebruik van dwang en geweld
De bepalingen van artikel 40 van dit Verdrag zijn van overeenkomstige toepassing op een optreden of een aanwezigheid van leden van de speciale eenheden als bedoeld in de artikelen 53 tot en met 57 van dit Verdrag.
In afwijking van artikel 40, vierde lid, van dit Verdrag, mogen leden van de speciale eenheden die in hun eigen land bevoegd zijn om automatische wapens of afstandsprecisievuurwapens te gebruiken, deze wapens tijdens een optreden of een aanwezigheid als bedoeld in de artikelen 53 tot en met 57 van dit Verdrag afvuren onder dezelfde wettelijke voorwaarden als de leden van de speciale eenheden van de Verdragsluitende Partij op wier grondgebied zij zich bevinden.
Artikel 60. Burgerrechtelijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid
Wanneer leden van de speciale eenheden van de aangezochte Verdragsluitende Partij op verzoek optreden als bedoeld in artikel 53 of artikel 54 van dit Verdrag, zijn de bepalingen van artikel 48, vierde en vijfde lid, van overeenkomstige toepassing op dit optreden.
Bij alle andere vormen van optreden of een aanwezigheid van leden van de speciale eenheden als bedoeld in de artikelen 55 tot en met 57 van dit Verdrag, zijn de bepalingen van artikel 48, eerste tot en met derde lid, van overeenkomstige toepassing.
Onder voorbehoud van de uitoefening van hun rechten tegenover derden en met uitzondering van het bepaalde in artikel 48, derde lid, zien de Verdragsluitende Partijen, bij een optreden of een aanwezigheid van speciale eenheden als bedoeld in de artikelen 53 tot 57 van dit Verdrag, ervan af het bedrag van de door hen geleden schade op elkaar te verhalen.
De Verdragsluitende Partijen kunnen, door middel van een uitvoeringsovereenkomst, afwijken van het bepaalde in artikel 49 in het geval de ambtenaren van de zendstaat worden ingezet op grond van artikel 53, 54 of 55 van dit Verdrag.
TITEL 7. WIJZE VAN TOEPASSING EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 61. Uitzonderingsclausule
Indien een Verdragsluitende Partij van mening is dat het voldoen aan een verzoek of het uitvoeren of toelaten van een maatregel op grond van dit Verdrag, er toe kan leiden dat de eigen soevereine rechten op zodanige wijze worden aangetast, dat de eigen veiligheid of andere aanzienlijke belangen worden bedreigd of dat inbreuk op het nationale recht wordt gemaakt, kan deze Verdragsluitende Partij de samenwerking op grond van dit Verdrag, met inachtneming van andere internationale samenwerkingsverplichtingen dienaangaande, geheel of gedeeltelijk weigeren of afhankelijk maken van bepaalde voorwaarden.
Van een situatie als bedoeld in het eerste lid, wordt onverwijld mededeling gedaan aan de andere Verdragsluitende Partijen, die het aanbelangt, met vermelding van de redenen waarom de samenwerking werd geweigerd of afhankelijk werd gemaakt van voorwaarden. Deze mededeling gebeurt zo veel als mogelijk langs dezelfde weg als waarlangs het verzoek werd ontvangen.
Artikel 62. Uitvoeringsovereenkomsten en -afspraken
De Verdragsluitende Partijen treffen de maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van dit Verdrag.
De Verdragsluitende Partijen kunnen op basis van en binnen het kader van dit Verdrag uitvoeringsovereenkomsten sluiten met betrekking tot de uitvoering ervan. Deze zullen van toepassing zijn vanaf de datum bepaald in de uitvoeringsovereenkomst.
De bevoegde autoriteiten en diensten kunnen uitvoeringsafspraken maken tot regeling van de praktische modaliteiten met betrekking tot de diverse vormen van optreden en samenwerking op basis van dit Verdrag.
Ten behoeve van de in het tweede lid bedoelde uitvoering van dit Verdrag, kan een ministeriële werkgroep zoals bedoeld in artikel 10 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Unie, in voorkomend geval een beschikking vaststellen, zoals bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder a), van dat Verdrag. Deze ministeriële werkgroep bestaat uit de ministers bevoegd voor de behandelde materies in ieder der Verdragsluitende Partijen en neemt besluiten met algemene stemmen.
Artikel 63. Geschillenbeslechting
Elk geschil betreffende de interpretatie of toepassing van dit Verdrag, zal door een daartoe ingestelde raadgevende commissie worden behandeld. Deze commissie is samengesteld uit vertegenwoordigers van de Verdragsluitende Partijen, aangewezen door de bevoegde ministers. Zij komt bijeen op verzoek van een Verdragsluitende Partij, dan wel indien noodzakelijk, teneinde te proberen een geschil betreffende de interpretatie of de toepassing van dit Verdrag te beslechten.
Elk geschil dat niet door de raadgevende commissie kon worden beslecht, wordt langs diplomatieke weg afgehandeld.
Artikel 64. Benelux-Gerechtshof
Onverminderd het bepaalde in artikel 63 van dit Verdrag, worden de bepalingen van dit Verdrag en van de in het tweede en vierde lid van artikel 62 bedoelde instrumenten aangewezen als rechtsregels ten aanzien waarvan het Benelux-Gerechtshof beschikt over de bevoegdheden bedoeld in artikel 1, tweede lid, onder a) en c), van het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof.
Artikel 65. Evaluatie
Uiterlijk vijf jaren na de inwerkingtreding van dit Verdrag brengen de bevoegde ministers van de Verdragsluitende Partijen een verslag uit aan elkaar over de doeltreffendheid en de effecten van dit Verdrag in de praktijk.
Artikel 66. Inwerkingtreding, geldigheidsduur, wijziging en opzegging
De secretaris-generaal van de Benelux Unie is depositaris van dit Verdrag, waarvan hij een eensluidend afschrift aan elke Verdragsluitende Partij doet toekomen.
Dit Verdrag wordt bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd door de Verdragsluitende Partijen. De Verdragsluitende Partijen leggen hun akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring neer bij de depositaris. De depositaris brengt de Verdragsluitende Partijen op de hoogte van de neerlegging van de akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.
Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum van de neerlegging bij de depositaris van de laatste akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring. De depositaris stelt de Verdragsluitende Partijen op de hoogte van de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag.
Vanaf de inwerkingtreding van dit Verdrag, vervangt dit Verdrag het „Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg inzake grensoverschrijdend politieel optreden”, ondertekend te Luxemburg op 8 juni 2004.
Elke Verdragsluitende Partij kan dit Verdrag door schriftelijke kennisgeving aan de depositaris opzeggen. De depositaris notificeert deze kennisgeving aan de andere Verdragsluitende Partijen. De opzegging wordt van kracht zes maanden na laatstgenoemde kennisgeving. Het Verdrag blijft in werking tussen de overige twee Verdragsluitende Partijen. Verplichtingen die reeds vóór de schriftelijke kennisgeving van de opzegging werden aangegaan op basis van dit Verdrag, zullen volkomen gevolg blijven hebben.
Elke Verdragsluitende Partij kan te allen tijde schriftelijk om wijziging of aanpassing van dit Verdrag verzoeken. Indien door een Verdragsluitende Partij een desbetreffend verzoek wordt ingediend, worden door de Verdragsluitende Partijen onderhandelingen inzake de wijziging van het Verdrag geopend. De Verdragsluitende Partijen stellen de wijzigingen van dit Verdrag in gemeen overleg vast. Elke wijziging of aanpassing treedt in werking overeenkomstig de modaliteiten bepaald in het eerste tot en met het derde lid van dit artikel.
Een Verdragsluitende Partij kan, met betrekking tot de gegevens die deze Verdragsluitende Partij betreffen, aan de depositaris wijzigingen notificeren aan de inhoud van bijlagen 1 tot 6 van dit Verdrag. De depositaris geeft hiervan kennis aan de andere Verdragsluitende Partijen.
Artikel 67. Territoriaal toepassingsgebied
Het territoriale toepassingsgebied van dit Verdrag is:
- a. wat het Koninkrijk België betreft, het grondgebied van België;
- b. wat het Groothertogdom Luxemburg, het grondgebied van Luxemburg;
- c. wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, het grondgebied in Europa.
GEDAAN te Brussel op 23 juli 2018, in één origineel exemplaar, in de Nederlandse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.
Voor het Koninkrijk België,
J. JAMBON
K. GEENS
Voor het Groothertogdom Luxemburg,
E. SCHNEIDER
F. BRAZ
Voor het Koninkrijk der Nederlanden,
F. GRAPPERHAUS
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)