← Geldende tekst · Geschiedenis

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Thailand inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Geldende tekst a fecha 2018-09-27

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

het Koninkrijk Thailand,

hierna te noemen de verdragsluitende partijen,

Gelet op het belang van een juiste vaststelling van de douanerechten en van het waarborgen van een juiste handhaving door hun douaneadministraties van verboden, beperkingen en controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen;

Overwegend dat inbreuken op de douanewetgeving schadelijk zijn voor de economische, fiscale, sociale en culturele belangen en de belangen op het gebied van de volksgezondheid, openbare orde en handel van de verdragsluitende partijen;

Overwegend dat de illegale grensoverschrijdende handel in wapens, explosieven, chemische, biologische en nucleaire stoffen, bedreigde dier- en plantensoorten, gevaarlijke stoffen alsmede in verdovende middelen, psychotrope stoffen en precursoren een gevaar voor de samenleving vormt;

Overwegend dat automatische en voorafgaande uitwisseling van hoogwaardige informatie het risicobeheer zal versterken en dat dergelijk risicobeheer bijdraagt aan een meer doeltreffende handhaving alsmede aan het vergemakkelijken van de legitieme handel;

Erkennend de noodzaak van internationale samenwerking ter zake van aangelegenheden die verband houden met de toepassing en handhaving van hun douanewetgeving;

Ervan overtuigd dat het optreden tegen inbreuken op de douanewetgeving doeltreffender kan worden door middel van nauwe samenwerking tussen hun douaneadministraties op basis van wederzijds overeengekomen wettelijke bepalingen;

Gelet op de Aanbeveling inzake wederzijdse administratieve bijstand, de Verklaring inzake verbetering van douanesamenwerking en wederzijdse administratieve bijstand (Verklaring van Cyprus) en de Resolutie inzake veiligheid en facilitatie van de internationale logistieke keten, aangenomen door de Internationale Douaneraad, tegenwoordig bekend als de Werelddouaneorganisatie, in respectievelijk december 1953, juni 2000 en juni 2002;

Gelet op internationale overeenkomsten die verboden, beperkingen en bijzondere controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen bevatten;

Tevens gelet op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties van 1948;

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 1

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

HOOFDSTUK II. REIKWIJDTE VAN HET VERDRAG

Artikel 2
1.

De verdragsluitende partijen verlenen elkaar door tussenkomst van hun douaneadministraties administratieve bijstand onder de in dit Verdrag genoemde voorwaarden ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving, met het oog op het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op die wetgeving, alsmede om de veiligheid van de internationale logistieke keten te waarborgen.

2.

Alle bijstand uit hoofde van dit Verdrag door een verdragsluitende partij wordt verleend in overeenstemming met haar wettelijke en administratieve bepalingen en binnen de grenzen van de bevoegdheden en beschikbare middelen van haar douaneadministratie.

3.

Dit Verdrag laat onverlet de verplichtingen van het Koninkrijk der Nederlanden ingevolge de wetgeving van de Europese Unie inzake zijn huidige en toekomstige verplichtingen als lidstaat van de Europese Unie en alle wetgeving die is vastgesteld om die verplichtingen na te komen, alsmede zijn huidige en toekomstige verplichtingen die voortvloeien uit internationale overeenkomsten tussen de lidstaten van de Europese Unie.

4.

Dit Verdrag heeft betrekking op de wederzijdse administratieve bijstand tussen de verdragsluitende partijen en is niet bedoeld van invloed te zijn op wederzijdse rechtshulpverdragen tussen hen. Indien wederzijdse bijstand moet worden verleend door andere autoriteiten van de aangezochte partij zal de aangezochte administratie deze autoriteiten en waar bekend het desbetreffende verdrag dat of de desbetreffende regeling die van toepassing is vermelden.

5.

Personen kunnen aan de bepalingen van dit Verdrag niet het recht ontlenen de uitvoering van een verzoek om bijstand te doen beletten.

HOOFDSTUK III. INFORMATIE

Artikel 3. Informatie voor de toepassing en handhaving van de douanewetgeving
1.

De douaneadministraties verstrekken elkaar, op verzoek of uit eigen beweging, informatie ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving met het oog op het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op die wetgeving, alsmede om de veiligheid van de internationale logistieke keten te waarborgen. Deze informatie kan betrekking hebben op:

2.

Op verzoek verstrekt de aangezochte administratie de verzoekende administratie informatie die betrekking heeft op gevallen waarin de laatste reden heeft te twijfelen aan door de betreffende persoon verstrekte informatie in een zaak die verband houdt met de toepassing van de douanewetgeving.

Artikel 4. Informatie met betrekking tot inbreuken op de douanewetgeving
1.

De douaneadministratie van een verdragsluitende partij verstrekt, op verzoek of uit eigen beweging, informatie aan de douaneadministratie van de andere verdragsluitende partij over voorgenomen, lopende of voltooide activiteiten die een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij lijken te vormen.

2.

In gevallen die aanzienlijke schade voor de economie, volksgezondheid, openbare orde, met inbegrip van de veiligheid van de internationale logistieke keten, of voor andere vitale belangen van een verdragsluitende partij met zich kunnen meebrengen, verstrekt de douaneadministratie van de andere verdragsluitende partij, waar mogelijk, uit eigen beweging en onverwijld zulke informatie.

Artikel 5. Informatie over de rechtmatigheid van de invoer of uitvoer van goederen

Op verzoek stelt de aangezochte administratie de verzoekende administratie op de hoogte van:

Artikel 6. Automatisch verstrekken van informatie

De douaneadministraties kunnen elkaar, door middel van een wederzijdse regeling overeenkomstig artikel 16 van dit Verdrag, automatisch informatie die onder dit Verdrag valt verstrekken.

Artikel 7. Vooraf verstrekken van informatie

De douaneadministraties kunnen elkaar, door middel van een wederzijdse regeling overeenkomstig artikel 16 van dit Verdrag, specifieke informatie verstrekken voorafgaand aan de aankomst van zendingen op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij.

HOOFDSTUK IV. TOEZENDING VAN VERZOEKEN

Artikel 8
1.

Verzoeken om bijstand uit hoofde van dit Verdrag worden rechtstreeks aan de douaneadministratie van de andere verdragsluitende partij gericht. Verzoeken worden schriftelijk of elektronisch gedaan en gaan vergezeld van alle informatie die voor de inwilliging van het verzoek nuttig wordt geacht. De aangezochte administratie kan schriftelijke bevestiging van elektronische verzoeken verlangen. Wanneer de omstandigheden dit vereisen, kunnen verzoeken mondeling worden gedaan. Dergelijke verzoeken worden zo spoedig mogelijk hetzij schriftelijk, hetzij, indien beide douaneadministraties daarmee instemmen, elektronisch bevestigd.

2.

Verzoeken ingevolge het eerste lid van dit artikel bevatten de volgende gegevens:

3.

Wanneer de verzoekende administratie verlangt dat een bepaalde procedure of methode gevolgd wordt, zal de aangezochte administratie aan een dergelijk verzoek voldoen met inachtneming van haar nationale wettelijke en administratieve bepalingen.

HOOFDSTUK V. UITVOERING VAN VERZOEKEN

Artikel 9. Vergaren van informatie
1.

Indien de aangezochte administratie niet over de gevraagde informatie beschikt, stelt zij een onderzoek in om die informatie te vergaren.

2.

Indien de aangezochte administratie niet de bevoegde autoriteit is om een onderzoek in te stellen om de verzochte informatie te vergaren, kan zij, naast het aanwijzen van de bevoegde autoriteit, het verzoek aan die autoriteit doorzenden.

Artikel 10. Aanwezigheid van functionarissen op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij

Door de verzoekende administratie aangewezen functionarissen kunnen, met instemming van de aangezochte administratie en onder voorwaarden die laatstgenoemde hieraan kan verbinden, ten behoeve van onderzoek naar een inbreuk op de douanewetgeving, op verzoek:

Artikel 11. Aanwezigheid van functionarissen van de verzoekende verdragsluitende partij op uitnodiging van de aangezochte administratie

Indien de aangezochte administratie het wenselijk acht dat functionarissen van de verzoekende partij aanwezig zijn wanneer, overeenkomstig een verzoek, bijstandsmaatregelen worden uitgevoerd, kan zij de verzoekende partij uitnodigen daartoe functionarissen ter beschikking te stellen, met inachtneming van alle door haar daaraan verbonden voorwaarden.

Artikel 12. Bepalingen ten aanzien van bezoekende functionarissen
1.

Indien functionarissen van de ene verdragsluitende partij aanwezig zijn op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij uit hoofde van dit Verdrag, dienen zij te allen tijde in staat te zijn hun identiteit en officiële hoedanigheid aan te tonen.

2.

Functionarissen van de ene verdragsluitende partij genieten, gedurende hun verblijf uit hoofde van dit Verdrag op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij, de bescherming die wordt toegekend aan douaneambtenaren van de andere verdragsluitende partij voor zover dit uit hoofde van de wettelijke en administratieve bepalingen van die verdragsluitende partij mogelijk is en zij zijn verantwoordelijk voor de strafbare feiten die zij eventueel begaan.

HOOFDSTUK VI. GEBRUIK, VERTROUWELIJKHEID EN BESCHERMING VAN INFORMATIE

Artikel 13
1.

Uit hoofde van dit Verdrag ontvangen informatie mag slechts worden gebruikt door de douaneadministraties van de verdragsluitende partijen en uitsluitend ten behoeve van administratieve bijstand die wordt verleend onder de in dit Verdrag vervatte voorwaarden.

2.

Niettegenstaande het eerste lid van dit artikel en met inachtneming van haar relevante wetten en voorschriften, kan de verdragsluitende partij die de informatie heeft verstrekt, op verzoek, haar goedkeuring hechten aan het gebruik ervan door andere autoriteiten of voor andere doeleinden, met inachtneming van alle door haar daaraan verbonden voorwaarden. Dergelijk gebruik dient in overeenstemming te zijn met de wettelijke en administratieve bepalingen van de verdragsluitende partij die de informatie wil gebruiken.

3.

Uit hoofde van dit Verdrag ontvangen informatie wordt vertrouwelijk behandeld en daarvoor gelden ten minste dezelfde vertrouwelijkheid en bescherming als die welke voor soortgelijke informatie gelden krachtens de wettelijke en administratieve bepalingen van de verdragsluitende partij waar zij wordt ontvangen.

4.

Op uit hoofde van dit Verdrag uitgewisselde persoonsgegevens is een beschermingsniveau van toepassing dat ten minste gelijk is aan het beschermingsniveau voor persoonsgegevens dat gehanteerd wordt in de nationale wettelijke en administratieve bepalingen van de verdragsluitende partij wier douaneadministratie deze persoonsgegevens heeft verstrekt.

5.

De verdragsluitende partijen verschaffen elkaar alle wetgeving welke van belang is voor dit artikel. Persoonsgegevens worden pas uitgewisseld nadat de wetgeving is ontvangen. Wanneer de wetgeving wordt gewijzigd stellen beide partijen elkaar onverwijld in kennis van de wijzigingen.

HOOFDSTUK VII. WEIGERINGSGRONDEN

Artikel 14
1.

Indien de bijstand waar uit hoofde van dit Verdrag om wordt verzocht een inbreuk zou kunnen vormen op de soevereiniteit, de veiligheid, de openbare orde of een ander wezenlijk nationaal belang van de aangezochte partij, of rechtmatige handels- of beroepsbelangen zou kunnen schaden, kan deze bijstand door die verdragsluitende partij worden geweigerd of worden verstrekt onder de voorwaarden die zij verlangt.

2.

Indien de verzoekende administratie niet in staat zou zijn een soortgelijk verzoek van de aangezochte administratie in te willigen, wijst zij daarop in haar verzoek. Inwilliging van een dergelijk verzoek wordt overgelaten aan het oordeel van de aangezochte administratie.

3.

De bijstand kan worden uitgesteld indien er gronden zijn om aan te nemen dat een lopend onderzoek of een lopende vervolging of procedure hiermee wordt doorkruist. In een dergelijk geval pleegt de aangezochte administratie overleg met de verzoekende administratie om te bepalen of de bijstand kan worden verleend onder de voorwaarden die de aangezochte administratie verlangt.

4.

Indien de aangezochte administratie van mening is dat de inspanningen die moeten worden verricht om aan een verzoek te voldoen duidelijk niet in verhouding staan tot het beoogde nut voor de verzoekende administratie, kan zij de gevraagde bijstand weigeren.

5.

De aangezochte administratie die de bijstand weigert of uitstelt, stelt de verzoekende administratie daarvan onverwijld in kennis. De weigering of het uitstel wordt met redenen omkleed.

HOOFDSTUK VIII. KOSTEN

Artikel 15
1.

Met inachtneming van het tweede en derde lid van dit artikel, worden de kosten gemaakt bij de uitvoering van dit Verdrag gedragen door de aangezochte partij.

2.

De kosten van vertalers en tolken die niet in dienst zijn van de regering, worden gedragen door de verzoekende partij.

3.

Indien met de uitvoering van het verzoek aanmerkelijke kosten of kosten van buitengewone aard zullen zijn gemoeid, plegen de verdragsluitende partijen overleg om de voorwaarden te bepalen waaronder het verzoek zal worden uitgevoerd, alsmede de wijze waarop de kosten worden gedragen.

HOOFDSTUK IX. UITVOERING EN TOEPASSING VAN HET VERDRAG

Artikel 16

De douaneadministraties besluiten gezamenlijk, binnen het kader van dit Verdrag, over nadere regelingen ter vergemakkelijking van de uitvoering en toepassing van dit Verdrag.

HOOFDSTUK X. TERRITORIALE TOEPASSING

Artikel 17
1.

Wat het Koninkrijk Thailand betreft, is dit Verdrag van toepassing op het grondgebied van het Koninkrijk Thailand.

2.

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag van toepassing op:

3.

Niettegenstaande het tweede lid van dit artikel is, wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, het derde lid van artikel 2 uitsluitend van toepassing op zijn grondgebied in Europa.

HOOFDSTUK XI. REGELING VAN GESCHILLEN

Artikel 18
1.

De douaneadministraties streven ernaar geschillen of andere problemen betreffende de interpretatie of toepassing van dit Verdrag in onderlinge overeenstemming op te lossen.

2.

De verdragsluitende partijen spannen zich constructief in om door vriendschappelijke onderhandelingen tot een minnelijke schikking te komen voor geschillen of problemen waarvoor geen oplossing is gevonden.

HOOFDSTUK XII. SLOTBEPALINGEN

Artikel 19. Inwerkingtreding

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand nadat de verdragsluitende partijen elkaar langs diplomatieke weg schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld dat aan de grondwettelijke of nationale vereisten voor de inwerkingtreding van dit Verdrag is voldaan.

Artikel 20. Herziening

Op verzoek komen de verdragsluitende partijen bijeen om het Verdrag te herzien.

Artikel 21. Duur en beëindiging
1.

Dit Verdrag wordt in beginsel voor onbepaalde tijd gesloten, maar elk van beide verdragsluitende partijen kan het te allen tijde bij kennisgeving langs diplomatieke weg beëindigen. Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, kan het Verdrag worden beëindigd ten aanzien van het gehele Koninkrijk of ten aanzien van enig afzonderlijk deel van het Koninkrijk genoemd in artikel 17, tweede lid.

2.

De beëindiging wordt van kracht drie maanden na de datum van de kennisgeving aan de andere verdragsluitende partij. Lopende procedures op het tijdstip van beëindiging worden niettemin voltooid in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Agreement.

DONE AT Bangkok on the 27th day of September 2018, in duplicate, in the Netherlands, Thai and English languages, all texts being equally authentic. In case of divergence of interpretation the English text shall prevail.

For the Kingdom of the Netherlands,

H.E. Mr. KEES RADE

Ambassador of the Kingdom of the Netherlands to the Kingdom of Thailand

For the Kingdom of the Thailand,

Mr. KULIT SOMBATSIRI

Director-General of the Thai Customs Department