Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Singapore, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2018-10-19
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

de Europese Unie, hierna „de Unie” genoemd,

en

het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Republiek Kroatië,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

Hongarije,

de Republiek Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden, en

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittanië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna „de lidstaten” genoemd,

enerzijds, en

de Republiek Singapore,

anderzijds,

hierna gezamenlijk „de partijen” genoemd,

Gezien de traditionele vriendschapsbanden tussen de partijen en de nauwe historische, politieke en economische banden die hen verenigen;

Gezien het bijzondere belang dat de partijen hechten aan het alomvattende karakter van hun wederzijdse betrekkingen;

Overwegende dat de partijen van mening zijn dat deze overeenkomst deel uitmaakt van bredere en samenhangende betrekkingen tussen hen, die tot stand zijn gekomen door overeenkomsten waarbij beide zijden partij zijn;

Bevestigend dat de partijen gehecht zijn aan de eerbiediging van de democratische beginselen en de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, zoals deze zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens en andere toepasselijke internationale mensenrechteninstrumenten waarbij zij partij zijn;

Bevestigend dat de partijen gehecht zijn aan de beginselen van de rechtsstaat en goed bestuur en streven naar economische en sociale vooruitgang ten bate van hun bevolking, rekening houdende met de beginselen van duurzame ontwikkeling en de noodzaak tot bescherming van het milieu;

Bevestigend dat de partijen streven naar betere samenwerking op het gebied van internationale stabiliteit, justitie en veiligheid als een fundamentele voorwaarde om duurzame sociale en economische ontwikkeling te bevorderen, armoede uit te bannen en de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling van de Verenigde Naties te verwezenlijken;

Verklarend dat zij zich er volledig toe verbinden alle vormen van terrorisme te bestrijden en effectieve internationale instrumenten te ontwikkelen om terrorisme uit te bannen overeenkomstig de desbetreffende instrumenten van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN-Veiligheidsraad), in het bijzonder Resolutie 1373 van de VN-Veiligheidsraad;

Overwegende dat de Unie in 2001 een breed actieplan inzake terrorismebestrijding heeft goedgekeurd en in 2004 heeft herzien en bijgevolg een breed scala aan maatregelen heeft getroffen, dat de Europese Raad op 25 maart 2004 na de aanslagen in Madrid een belangrijke verklaring betreffende de bestrijding van terrorisme heeft afgelegd, en dat de Unie tevens in december 2005 haar goedkeuring heeft gehecht aan een strategie inzake terrorismebestrijding;

Bevestigend dat de ernstigste misdrijven die de gehele internationale gemeenschap aangaan, niet ongestraft mogen blijven en dat de effectieve vervolging ervan moet worden gewaarborgd door maatregelen op nationaal niveau te nemen en de wereldwijde samenwerking te intensiveren;

Overwegende dat de onpartijdige en onafhankelijke werking van het Internationaal Strafhof een belangrijke ontwikkeling voor vrede en internationale gerechtigheid is;

Aangezien de Europese Raad de verspreiding van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor heeft aangemerkt als een ernstige bedreiging voor de internationale veiligheid, en op 12 december 2003 een strategie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens heeft goedgekeurd, dat de Raad van de Europese Unie reeds op 17 november 2003 Uniebeleidsmaatregelen had goedgekeurd om non-proliferatiebeleid te integreren in de Uniebetrekkingen met derde landen, dat de door de gehele internationale gemeenschap aangegane verbintenis om de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor te bestrijden ten grondslag ligt aan de aanneming, bij consensus, van Resolutie 1540 van de VN-Veiligheidsraad, en dat deze verbintenis van de internationale gemeenschap opnieuw is bevestigd door de aanneming van Resolutie 1673 en Resolutie 1810 van de VN-Veiligheidsraad;

Overwegende dat de Europese Raad van oordeel is dat handvuurwapens en lichte wapens (SALW) een groeiende bedreiging voor de vrede, de veiligheid en de ontwikkeling vormen en op 16 december 2005 zijn goedkeuring heeft gehecht aan een strategie tot bestrijding van de illegale accumulatie van handvuurwapens en lichte wapens en van munitie daarvoor. In deze strategie benadrukte de Europese Raad de noodzaak om een alomvattende en consistente aanpak van het veiligheids- en ontwikkelingsbeleid te verzekeren;

Het belang erkennend van de samenwerkingsovereenkomst van 7 maart 1980 tussen de Europese Economische Gemeenschap en Indonesië, Maleisië, de Filippijnen, Singapore en Thailand, lidstaten van de ASEAN (de Associatie van Zuidoost-Aziatische staten) en de daaropvolgende toetredingsprotocollen;

Erkennende dat de versterking van de betrekkingen tussen de partijen van groot belang is ter stimulering van hun samenwerking, en zich bewust van hun gemeenschappelijke streven om de betrekkingen op gebieden van wederzijds belang te consolideren, te verdiepen en te diversifiëren, op basis van gelijkwaardigheid, met inachtneming van het milieu en wederzijds tot voordeel strekkend;

Bevestigend dat de partijen in volledige overeenstemming met de in regionaal verband ondernomen activiteiten, de samenwerking tussen de Unie en de Republiek Singapore willen verdiepen, op grond van gemeenschappelijke waarden en tot wederzijds voordeel;

Bevestigend dat de partijen ernaar streven om meer begrip te kweken tussen Azië en Europa op basis van gelijkheid, respect voor elkaars culturele en politieke normen, en met aanvaarding van meningsverschillen;

Bevestigend dat de partijen ernaar streven om de handelsrelaties te versterken door het sluiten van een vrijhandelsovereenkomst;

Opmerkende dat de bepalingen van deze overeenkomst die binnen het toepassingsgebied van het derde deel, titel V, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen, het Verenigd Koninkrijk en Ierland als afzonderlijke overeenkomstsluitende partijen binden, en niet als deel van de Europese Unie, totdat de Unie tezamen met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland Singapore ervan in kennis heeft gesteld dat het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland gebonden zijn als deel van de Europese Unie, overeenkomstig Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht. Indien het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland niet langer gebonden is als deel van de Unie overeenkomstig artikel 4 bis van Protocol nr. 21, moet de Unie tezamen met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland Singapore onmiddellijk in kennis stellen van iedere wijziging in hun positie; in dat geval blijven zij op persoonlijke titel gebonden door de bepalingen van deze overeenkomst. Hetzelfde geldt voor Denemarken, overeenkomstig Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, dat aan die verdragen is gehecht,

Zijn het volgende overeengekomen:

TITEL I. AARD EN TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1. Algemene beginselen
1.

De eerbiediging van de democratische beginselen, de rechtsstaat en de fundamentele rechten van de mens, zoals vastgelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens en andere toepasselijke internationale mensenrechteninstrumenten waarbij de partijen partij zijn, ligt ten grondslag aan het binnenlandse en het buitenlandse beleid van de partijen en is een essentieel element van deze overeenkomst.

2.

De partijen bevestigen dat zij de waarden delen die zijn vastgelegd in het Handvest van de Verenigde Naties (VN-Handvest).

3.

De partijen bevestigen dat zij zich ertoe verbinden duurzame ontwikkeling te stimuleren, samen te werken om het probleem van klimaatverandering aan te pakken en bij te dragen tot de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling.

4.

De partijen bevestigen dat zij belang hechten aan de beginselen van goed bestuur, de rechtsstaat met inbegrip van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, en corruptiebestrijding.

5.

De partijen komen overeen dat de samenwerking in het kader van deze overeenkomst zal geschieden volgens hun eigen wet- en regelgeving.

Artikel 2. Doel van de samenwerking

Met het oog op de versterking van hun bilaterale betrekkingen voeren de partijen een brede dialoog en stimuleren zij verdere samenwerking in alle sectoren van gezamenlijk belang. Hun inspanningen zijn met name gericht op:

TITEL II. BILATERALE, REGIONALE EN INTERNATIONALE SAMENWERKING

Artikel 3. Samenwerking in regionale en internationale organisaties
1.

De partijen wisselen standpunten uit en werken samen in het kader van regionale en internationale fora en organisaties zoals de Verenigde Naties, de dialoog tussen de ASEAN en de EU, het regionale forum van de ASEAN, de bijeenkomst Azië-Europa (ASEM) en de Wereldhandelsorganisatie (WTO), wanneer de partijen het erover eens zijn dat dergelijke uitwisseling en samenwerking van wederzijds belang is.

2.

De partijen komen ook overeen samenwerking op deze gebieden te bevorderen tussen denktanks, academici, niet-gouvernementele organisaties en de media, in de vorm van seminars, conferenties, en andere verwante activiteiten, mits deze samenwerking op wederzijdse toestemming is gestoeld.

Artikel 4. Regionale en bilaterale samenwerking
1.

Voor elke sector waarbinnen uit hoofde van deze overeenkomst een dialoog wordt gevoerd en samenwerking plaatsvindt, en met de nodige nadruk op zaken in het kader van bilaterale samenwerking, komen de partijen overeen de daarmee verband houdende activiteiten uit te voeren binnen een bilateraal of regionaal kader, of een combinatie daarvan. Bij het kiezen van het passende kader proberen de partijen de voordelen voor en de betrokkenheid van de EU en ASEAN-partners te optimaliseren, waarbij zij zo goed mogelijk gebruik maken van de beschikbare middelen, rekening houden met de politieke en institutionele haalbaarheid en zorgen voor samenhang met andere activiteiten waarbij de EU en ASEAN-partners betrokken zijn.

2.

De partijen kunnen eventueel besluiten financiële steun te verlenen aan samenwerkingsactiviteiten op de in de overeenkomst beschreven of daarmee samenhangende gebieden, overeenkomstig hun respectieve financiële procedures en middelen. Dit kan met name de organisatie omvatten van opleidingen, workshops en seminars, uitwisseling van deskundigen, onderzoeken en andere activiteiten waarover de partijen overeenstemming bereiken.

TITEL III. SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN INTERNATIONALE STABILITEIT, JUSTITIE, VEILIGHEID EN ONTWIKKELING

Artikel 5. Samenwerking bij terrorismebestrijding

De partijen bevestigen het belang van terrorismebestrijding, overeenkomstig de rechtsstaat en hun respectieve verplichtingen in het kader van het VN-Handvest, de desbetreffende resoluties van de VN-Veiligheidsraad en het internationaal recht, met inbegrip van de geldende wetgeving inzake mensenrechten en vluchtelingen en het internationaal humanitair recht. Binnen dit kader en overeenkomstig de mondiale strategie voor terrorismebestrijding van de VN, zoals opgenomen in Resolutie 60/288 van de Algemene Vergadering van de VN van 8 september 2006, de gezamenlijke verklaring van de EU en de ASEAN over samenwerking ter bestrijding van terrorisme van 28 januari 2003, komen de partijen overeen op het vlak van de preventie en bestrijding van terrorisme in het bijzonder als volgt samen te werken:

De partijen komen overeen dat de samenwerking in het kader van dit artikel zal geschieden volgens hun eigen wet- en regelgeving.

Artikel 6. Uitvoering van internationale verplichtingen met het oog op de bestraffing van ernstige misdrijven waarmee de internationale gemeenschap wordt geconfronteerd
1.

De partijen bevestigen opnieuw dat de ernstigste misdrijven die de gehele internationale gemeenschap aangaan, niet ongestraft mogen blijven en dat de effectieve vervolging ervan moet worden gewaarborgd door maatregelen te nemen op nationaal niveau en overeenkomstig de bestaande internationale verplichtingen, door samenwerking met internationale tribunalen die met dit doel zijn opgericht.

2.

De partijen zijn van oordeel dat de oprichting en het doeltreffend functioneren van dergelijke rechtbanken een belangrijke ontwikkeling voor internationale vrede en gerechtigheid zijn. De partijen komen overeen samen te werken om ervaringen en technische expertise uit te wisselen over de juridische aanpassingen die noodzakelijk zijn om hun respectieve internationale verplichtingen uit te voeren en na te komen.

3.

De partijen erkennen het belang van het Internationaal Strafhof bij de bestrijding van de straffeloosheid en komen overeen een dialoog aan te gaan over de onpartijdige en onafhankelijke werking van het Internationaal Strafhof.

Artikel 7. Bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.