Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Socialistische Republiek Vietnam inzake samenwerking en wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Type Verdrag
Publication 2020-02-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Socialistische Republiek Vietnam,

hierna te noemen „de verdragsluitende partijen” en elk afzonderlijk „de verdragsluitende partij”,

Gelet op het belang van een juiste vaststelling van de douanerechten en van het waarborgen van een juiste handhaving door hun douaneadministraties van verboden, beperkingen en controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen;

Overwegend dat inbreuken op de douanewetgeving schadelijk zijn voor de economische, fiscale, sociale en culturele belangen en de belangen op het gebied van de volksgezondheid, openbare orde en handel van de verdragsluitende partijen;

Overwegend dat de illegale grensoverschrijdende handel in wapens, explosieven, chemische, biologische en nucleaire stoffen, bedreigde dier- en plantensoorten, gevaarlijke stoffen alsmede in verdovende middelen, psychotrope stoffen en precursoren een gevaar voor de samenleving vormt;

Erkennend de noodzaak van internationale samenwerking ter zake van aangelegenheden die verband houden met de toepassing en handhaving van hun douanewetgeving;

Ervan overtuigd dat het optreden tegen inbreuken op de douanewetgeving doeltreffender kan worden door middel van nauwe samenwerking tussen hun douaneadministraties op basis van wederzijds overeengekomen wettelijke bepalingen;

Gelet op de Aanbeveling inzake wederzijdse administratieve bijstand, de Verklaring inzake verbetering van douanesamenwerking en wederzijdse administratieve bijstand (Verklaring van Cyprus) en de Resolutie inzake veiligheid en facilitatie van de internationale logistieke keten, aangenomen door de Internationale Douaneraad, tegenwoordig bekend als de Werelddouaneorganisatie, in respectievelijk december 1953, juni 2000 en juni 2002;

Gelet op internationale overeenkomsten die verboden, beperkingen en bijzondere controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen bevatten;

Tevens gelet op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties van 1948;

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 1

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

HOOFDSTUK II. REIKWIJDTE VAN HET VERDRAG

Artikel 2
1.

De verdragsluitende partijen verlenen elkaar door tussenkomst van hun douaneadministraties administratieve bijstand onder de in dit Verdrag genoemde voorwaarden ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving, met het oog op het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op die wetgeving, alsmede om de veiligheid van de internationale logistieke keten te waarborgen.

2.

Alle bijstand uit hoofde van dit Verdrag door een verdragsluitende partij wordt verleend in overeenstemming met haar wettelijke bepalingen en binnen de grenzen van de bevoegdheid en beschikbare middelen van haar douaneadministratie.

3.

Dit Verdrag laat onverlet de verplichtingen van het Koninkrijk der Nederlanden ingevolge de wetgeving van de Europese Unie inzake zijn huidige en toekomstige verplichtingen als lidstaat van de Europese Unie en alle wetgeving die is vastgesteld om die verplichtingen na te komen, alsmede zijn huidige en toekomstige verplichtingen die voortvloeien uit internationale overeenkomsten tussen de lidstaten van de Europese Unie.

4.

Dit Verdrag heeft betrekking op de wederzijdse administratieve bijstand tussen de verdragsluitende partijen en is niet bedoeld van invloed te zijn op wederzijdse rechtshulpverdragen tussen hen. Indien wederzijdse bijstand moet worden verleend door andere autoriteiten van de aangezochte partij zal de aangezochte administratie deze autoriteiten en waar bekend het desbetreffende verdrag dat of de desbetreffende regeling die van toepassing is vermelden.

5.

Personen kunnen aan de bepalingen van dit Verdrag niet het recht ontlenen de uitvoering van een verzoek om bijstand te beletten.

HOOFDSTUK III. INFORMATIE

Artikel 3. Informatie voor de toepassing en handhaving van de douanewetgeving
1.

De douaneadministraties verstrekken elkaar, op verzoek of uit eigen beweging, informatie ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving met het oog op het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op die wetgeving, alsmede om de veiligheid van de internationale logistieke keten te waarborgen. Deze informatie kan betrekking hebben op:

2.

Op verzoek verstrekt de aangezochte administratie de verzoekende administratie informatie die betrekking heeft op gevallen waarin de laatste reden heeft te twijfelen aan door de betreffende persoon verstrekte informatie in een zaak die verband houdt met de toepassing van de douanewetgeving.

Artikel 4. Informatie met betrekking tot inbreuken op de douanewetgeving
1.

De douaneadministratie van een verdragsluitende partij verstrekt, op verzoek of uit eigen beweging, informatie aan de douaneadministratie van de andere verdragsluitende partij over voorgenomen, lopende of voltooide activiteiten die een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij lijken te vormen.

2.

In gevallen die aanzienlijke schade voor de economie, volksgezondheid, openbare orde, met inbegrip van de veiligheid van de internationale logistieke keten, of voor andere vitale belangen van een verdragsluitende partij met zich kunnen meebrengen, verstrekt de douaneadministratie van de andere verdragsluitende partij, waar mogelijk, uit eigen beweging en onverwijld zulke informatie.

Artikel 5. Informatie over de rechtmatigheid van de invoer of uitvoer van goederen

Op verzoek informeert de aangezochte administratie de verzoekende administratie of:

Artikel 6. Automatisch verstrekken van informatie

De douaneadministraties kunnen elkaar, door middel van een wederzijdse regeling overeenkomstig artikel 18 van dit Verdrag, automatisch informatie die onder dit Verdrag valt verstrekken.

Artikel 7. Vooraf verstrekken van informatie

De douaneadministraties kunnen elkaar, door middel van een wederzijdse regeling overeenkomstig artikel 18 van dit Verdrag, specifieke informatie verstrekken voorafgaand aan de aankomst van zendingen op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij.

HOOFDSTUK IV. SOORTEN BIJSTAND

Artikel 8. Toezicht en verstrekken van informatie
1.

Op verzoek houdt de aangezochte administratie toezicht, op grond van haar juridische bevoegdheid, op en verstrekt zij informatie over:

2.

De douaneadministratie van een verdragsluitende partij kan dergelijk toezicht houden en uit eigen beweging dergelijke informatie aan de douaneadministratie van de andere verdragsluitende partij verstrekken indien zij redenen heeft om aan te nemen dat voorgenomen, lopende of voltooide activiteiten een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij lijken te vormen.

Artikel 9. Technische bijstand

De douaneadministraties kunnen elkaar technische bijstand verlenen bij onder andere de volgende douanezaken:

HOOFDSTUK V. TOEZENDING VAN VERZOEKEN

Artikel 10
1.

Verzoeken om bijstand uit hoofde van dit Verdrag worden rechtstreeks aan de douaneadministratie van de andere verdragsluitende partij gericht. Verzoeken worden schriftelijk of elektronisch gedaan en gaan vergezeld van alle informatie die voor de inwilliging van het verzoek nuttig wordt geacht. De aangezochte administratie kan schriftelijke bevestiging van elektronische verzoeken verlangen. Wanneer de omstandigheden dit vereisen, kunnen verzoeken mondeling worden gedaan. Dergelijke verzoeken worden zo spoedig mogelijk hetzij schriftelijk, hetzij, indien beide douaneadministraties daarmee instemmen, elektronisch bevestigd.

2.

Verzoeken ingevolge het eerste lid van dit artikel bevatten de volgende gegevens:

3.

Wanneer de verzoekende administratie verlangt dat een bepaalde procedure of methode gevolgd wordt, zal de aangezochte administratie aan een dergelijk verzoek voldoen met inachtneming van haar nationale wettelijke bepalingen.

4.

Indien een afschrift van de informatie niet toereikend is of aanvaard wordt, wordt verzocht om eensluidend gewaarmerkte afschriften of de oorspronkelijke informatie. Originele informatie wordt zo spoedig mogelijk geretourneerd. De rechten van de aangezochte administratie of van derden ter zake blijven onverlet. Indien de gevraagde informatie niet kan worden verstrekt in overeenstemming met de nationale wetgeving, wordt deze vervangen door afschriften die naar behoren zijn gewaarmerkt door de aangezochte administratie.

HOOFDSTUK VI. UITVOERING VAN VERZOEKEN

Artikel 11. Vergaren van informatie
1.

Indien de aangezochte administratie niet over de gevraagde informatie beschikt, stelt zij een onderzoek in om die informatie te vergaren.

2.

Indien de aangezochte administratie niet de bevoegde autoriteit is om een onderzoek in te stellen om de verzochte informatie te vergaren, kan zij, naast het op de hoogte brengen van de verzoekende administratie en het aanwijzen van de bevoegde autoriteit, het verzoek aan die autoriteit doorzenden. De informatie die van een dergelijke autoriteit is ontvangen, wordt vervolgens door de aangezochte administratie verstrekt aan de verzoekende administratie.

Artikel 12. Aanwezigheid van functionarissen op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij

Op verzoek van een bevoegde autoriteit van een verdragsluitende partij, kunnen door de verzoekende administratie aangewezen functionarissen, met instemming van de aangezochte administratie en onder voorwaarden die laatstgenoemde hieraan kan verbinden, ten behoeve van onderzoek naar een inbreuk op de douanewetgeving:

Artikel 13. Aanwezigheid van functionarissen van de verzoekende verdragsluitende partij op uitnodiging van de aangezochte administratie

Indien de aangezochte administratie het wenselijk acht dat functionarissen van de verzoekende partij aanwezig zijn wanneer, overeenkomstig een verzoek, bijstandsmaatregelen worden uitgevoerd, kan zij de verzoekende partij uitnodigen daartoe functionarissen ter beschikking te stellen, met inachtneming van alle door haar daaraan verbonden voorwaarden.

Artikel 14. Bepalingen ten aanzien van bezoekende functionarissen
1.

Indien functionarissen van de ene verdragsluitende partij aanwezig zijn op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij uit hoofde van dit Verdrag, dienen zij te allen tijde in staat te zijn hun identiteit en officiële hoedanigheid aan te tonen.

2.

Functionarissen van de ene verdragsluitende partij genieten, gedurende hun verblijf uit hoofde van dit Verdrag op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij, de bescherming die wordt toegekend aan douaneambtenaren van de andere verdragsluitende partij voor zover dit uit hoofde van de wettelijke bepalingen van die verdragsluitende partij mogelijk is en zij zijn verantwoordelijk voor de strafbare feiten die zij eventueel begaan.

HOOFDSTUK VII. GEBRUIK, VERTROUWELIJKHEID EN BESCHERMING VAN INFORMATIE

Artikel 15

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.