Verdrag tot oprichting van de Caribische Douaneorganisatie en inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken
De Staten bij dit Verdrag,
Overwegend de wezenlijke politieke en economische veranderingen die hebben plaatsgevonden in het Caribische gebied en de door de betrokken volkeren uitgedrukte wens om meer verantwoordelijkheid te dragen in het verhelpen van de problemen in het gebied;
Overwegend dat de regionale douanesamenwerking in het Caribische gebied zich in de loop der jaren op vele vlakken heeft ontwikkeld en waardevolle diensten heeft geleverd;
Gezien de verwachting dat de regionale douanesamenwerking in het Caribische gebied verder dient te worden uitgebreid om met de uitdagingen op het vlak van wetshandhaving, veiligheid en handelsfacilitatie om te kunnen gaan;
Overwegend dat inbreuken op de douanewetgeving schadelijk zijn voor de veiligheid en openbare orde van de leden, voor de gezondheid en het leven van mens, dier of plant, voor nationale schatten van artistieke, historische of archeologische waarde, voor industriële of commerciële eigendom en hun economische, commerciële, fiscale en sociale belangen;
Gezien het om de douanesamenwerking in het Caribische gebied verder te versterken en te bevorderen raadzaam wordt geacht om de ervaringen met de Caribische Raad voor de handhaving van de douanewetgeving te evalueren in het licht van de politieke en economische veranderingen in de regio en de nieuwe verantwoordelijkheden die de douaneadministraties de afgelopen jaren hebben aanvaard om te voldoen aan hun verantwoordelijkheden inzake douaneheffingen, handhaving, veiligheid en handelsfacilitatie;
Gelet op het voortdurende belang van de bijdrage aan de begroting en derhalve van een juiste vaststelling van de douanerechten en van andere belastingen en van het waarborgen van een juiste handhaving door hun douaneadministraties van verboden, beperkingen en controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen;
Rekening houdend met de dreiging van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en terroristische organisaties met hun aanzienlijke middelen en de noodzaak om deze doeltreffend te bestrijden waarbij gebruik wordt gemaakt van bestaande en nieuwe multilaterale kaders voor uitwisseling van informatie en andere vormen van internationale wederzijdse administratieve bijstand;
Indachtig de toegenomen mondiale bezorgdheid over de veiligheid en facilitatie van de internationale logistieke ketens en het SAFE Framework of Standards dat hiertoe is vastgesteld door de Werelddouaneorganisatie;
Het belang erkennend van het bereiken van een evenwicht tussen vereisten op het gebied van wetshandhaving, veiligheid en handelsfacilitatie door zich te richten op goederen met een hoog risico om te voldoen aan de behoeften van regeringen voor de bescherming van de maatschappij en belastingen alsmede het zorgen voor zo min mogelijk douane-interventies in de logistiek van legitieme handelsstromen;
Ervan overtuigd dat internationale handel kan en zal worden vergemakkelijkt met name door het aannemen door douaneadministraties van moderne controletechnieken, zoals risicomanagement op basis van gegevens van hoge kwaliteit die zijn verkregen van de handel en andere douaneadministraties;
Ermee rekening houdend dat bedrijven steeds meer investeren in de beveiliging van de toeleveringsketen voor hun eigen commerciële doeleinden en dat dit bijdraagt aan een betere naleving van de douanewetgeving;
Er tevens rekening mee houdend dat op mondiaal niveau programma's voor Geautoriseerde Marktdeelnemers (AEO) zijn ingevoerd en dat overeenkomsten voor wederzijdse erkenning – waarmee in een bepaald gebied geautoriseerde AEO-bedrijven kunnen genieten van voordelen die in een ander gebied aan AEO-bedrijven worden toegekend – worden gesloten om voordelen toe te voegen voor bedrijven die overwegen de AEO-status aan te vragen;
Erkennend dat de internationale en regionale uitwisseling van informatie en inlichtingen door douaneadministraties een essentieel onderdeel is van doeltreffend risicomanagement en dat de Gezamenlijke Inlichtingeneenheid die door de Caribische Raad voor de handhaving van de douanewetgeving samen met de Werelddouaneorganisatie wordt beheerd, hierbij een belangrijke rol vervult;
Tevens erkennend dat een dergelijke internationale en regionale uitwisseling van informatie gebaseerd dient te zijn op duidelijke en solide wettelijke bepalingen;
Gelet op internationale overeenkomsten die verboden, beperkingen en bijzondere controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen bevatten;
Het belang erkennend van de steeds nauwere praktische samenwerking tussen douaneadministraties wereldwijd, en in het bijzonder in het Caribische gebied bij het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op de douanewetgeving;
Overtuigd van de noodzaak om de doeltreffendheid en doelmatigheid van de Caribische douaneadministraties bij het uitoefenen van hun mandaten verder te versterken door verbeterde samenwerking, het delen van beste praktijken, loopbaanontwikkeling, moderniseren, ontwikkeling van IT-capaciteiten en het vereenvoudigen en harmoniseren van processen en procedures;
Derhalve verlangend om een opvolger op te richten van de informele organisatie van douaneadministraties die bekend staat als de Caribische Raad voor de handhaving van de douanewetgeving die in staat is de vereiste regionale douanesamenwerking aan te moedigen op een duidelijke en solide wettelijke basis met inachtneming van integriteit en goed bestuur;
Verlangend om de bestaande nauwe samenwerking met andere regionale en internationale organisaties die memoranda van overeenstemming hebben gesloten met de Caribische Raad voor de handhaving van de douanewetgeving voort te zetten en daarop voort te bouwen;
Erkennend dat voor zover een grondgebied Lid of samenwerkingspartner wordt in overeenstemming met dit Verdrag en een Staat verantwoordelijk is voor de internationale betrekkingen van dat grondgebied, de constitutionele relatie tussen de Staat en dat grondgebied wordt gerespecteerd;
Gelet op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties van 1948;
Overwegend dat de hierin geformuleerde doelstellingen in overeenstemming zijn met het Handvest van de Verenigde Naties;
Zijn het volgende overeengekomen:
HOOFDSTUK I. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag:
- i. wordt onder de uitdrukking „Gemeenschappen” verstaan: alle regionale integratieprocessen of initiatieven waarin douaneadministraties zich hebben gecommitteerd tot samenwerking ten behoeve van wederzijdse administratieve bijstand;
- ii. wordt onder de uitdrukking „douaneadministratie” verstaan: de douaneautoriteit en elke andere autoriteit van een Lid die krachtens het nationale recht bevoegd is om douaneverantwoordelijkheden uit te voeren of die door het Lid is aangesteld om alle bepalingen van dit Verdrag toe te passen en uit te voeren. Tevens wordt geacht dat hieronder worden verstaan de douaneautoriteiten van Samenwerkingspartners tenzij anders is voorzien in dit Verdrag of een samenwerkingsregeling;
- iii. wordt onder de uitdrukking „douanevordering” verstaan: elk bedrag aan douanerechten dat niet op het grondgebied van een van de Leden geïnd kan worden;
- iv. wordt onder de uitdrukking „douanerechten” verstaan: alle rechten, belastingen of andere heffingen die geheven worden op de grondgebieden van de Leden bij toepassing van de douanewetgeving, maar met uitzondering van heffingen voor verleende diensten;
- v. wordt onder de uitdrukking „douanewetgeving” verstaan: alle wettelijke en administratieve bepalingen die door een van de douaneadministraties van een Lid worden toegepast of gehandhaafd in verband met de invoer, uitvoer, overslag, doorvoer, opslag en het vervoer van goederen, met inbegrip van wettelijke en administratieve bepalingen met betrekking tot verboden, beperkingen en controlemaatregelen, en in verband met de bestrijding van witwassen en de financiering van terrorisme;
- vi. wordt onder de uitdrukking „inbreuk op de douanewetgeving” verstaan: elke schending van de douanewetgeving van een Lid, alsmede elke poging tot schending;
- vii. wordt onder de uitdrukking „informatie” verstaan: alle gegevens, al dan niet bewerkt of geanalyseerd, en documenten, rapporten en andere mededelingen ongeacht in welke vorm, met inbegrip van de elektronische vorm, of gewaarmerkte of gelegaliseerde afschriften daarvan;
- viii. wordt onder de uitdrukking „internationale logistieke keten” verstaan: alle processen die van toepassing zijn bij het grensoverschrijdend verkeer van goederen van de plaats van herkomst naar de uiteindelijke plaats van bestemming;
- ix. wordt onder de uitdrukking „ambtenaar” verstaan: alle douaneambtenaren of andere overheidsfunctionarissen die door een douaneadministratie of de Caribische Douaneorganisatie zijn aangesteld om functies te vervullen voor de toepassing van dit Verdrag;
- x. wordt onder de uitdrukking „persoon” verstaan: zowel natuurlijke als rechtspersonen, tenzij de context anders vereist;
- xi. wordt onder „persoonsgegevens” verstaan: alle gegevens betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;
- xii. wordt onder de uitdrukking „verzoekende administratie” verstaan: de douaneadministratie die verzoekt om bijstand;
- xiii. wordt onder de uitdrukking „aangezochte administratie” verstaan: de douaneadministratie die om bijstand wordt verzocht;
- xiv. wordt onder de uitdrukking „verzoekend Lid” verstaan: het Lid wier douaneadministratie om bijstand verzoekt;
- xv. wordt onder de uitdrukking „aangezocht Lid” verstaan: het Lid wier douaneadministratie om bijstand wordt verzocht;
- xvi. wordt onder de uitdrukking „Secretaris-Generaal” verstaan: de Secretaris-Generaal van de Caribische Douaneorganisatie.
HOOFDSTUK II. OPRICHTING VAN DE CARIBISCHE DOUANEORGANISATIE EN HAAR DOEL EN TAKEN
Artikel 2. Oprichting van de Organisatie
Hierbij wordt opgericht de Caribische Douaneorganisatie (hierna „de Organisatie”) zijnde een internationale organisatie met rechtspersoonlijkheid. De Organisatie beschikt over de bevoegdheid die nodig is voor het verrichten van haar taken en het verwezenlijken van haar doelstellingen.
De Organisatie kan haar Leden binden door middel van resoluties die worden aangenomen in overeenstemming met artikel 8, tweede lid, onderdeel xvi, van dit Verdrag.
Artikel 3. Doel en taken van de Organisatie
Het doel van de Organisatie is zich bezig te houden met douanesamenwerking en alle daarmee verband houdende kwesties van gemeenschappelijk belang voor de douaneadministraties van Leden alsmede, in nauwe samenwerking met de Werelddouaneorganisatie, met douanekwesties die van belang zijn voor de Organisatie op mondiaal niveau.
De taken van de Organisatie omvatten:
- i. het waarborgen van effectieve inning van belastingen;
- ii. het waarborgen van samenwerking om het risico van grensoverschrijdende criminaliteit tegen te gaan;
- iii. het ondersteunen en coördineren van het regionale douaneoptreden bij gewelddadig extremisme en terrorisme;
- iv. het verbeteren van de veiligheid en de facilitatie van de internationale logistieke ketens;
- v. het beter bewaken van nationale grenzen door een versterkt toezicht op en controle van het internationale verkeer van goederen en personen;
- vi. het aanmoedigen en ondersteunen van de uitwisseling van informatie tussen de leden;
- vii. het coördineren van capaciteiten op het gebied van het verzamelen van informatie en het delen van inlichtingen;
- viii. het waarborgen van de uitvoering van regio-overschrijdende risicobeheertechnieken en samenwerkingsacties;
- ix. het delen van de resultaten van uitgevoerde controles; en
- x. het verlenen van bijstand bij programma's voor capaciteitsopbouw en technische samenwerking.
Artikel 4. De Raad
Het bestuursorgaan van de Organisatie is de Raad van de Caribische Douaneorganisatie (hierna „de Raad”).
Artikel 5. Lidmaatschap
Het lidmaatschap van de Caribische Douaneorganisatie staat open voor:
- i. alle staten in het Caribische gebied;
- ii. alle staten die het Memorandum van Overeenstemming inzake wederzijdse bijstand en samenwerking ter voorkoming van strafbare feiten in het Caribische gebied hebben ondertekend in Miami op 7 november 1989;
- iii. elk grondgebied dat of de grondgebieden die over autonomie beschikt of beschikken bij het uitvoeren van douanetaken, in het Caribische gebied of ondertekenaar is of zijn van het Memorandum van Overeenstemming inzake wederzijdse bijstand en samenwerking ter voorkoming van strafbare feiten in het Caribische gebied, in overeenstemming met artikel 60, eerste tot en met vierde lid, van dit Verdrag;
- iv. elke andere staat, of elk grondgebied dat of de grondgebieden die over autonomie beschikt of beschikken bij het uitvoeren van douanezaken, op verzoek, na een beslissing van de Raad, in overeenstemming met artikel 8, tweede lid, onderdeel iv, van dit Verdrag.
De grondgebieden die in aanmerking komen voor lidmaatschap van de Organisatie worden Lid bij het voor hen in werking treden van het Verdrag in overeenstemming met artikel 64 van dit Verdrag.
Artikel 6. Samenwerkingspartner
Elke staat, of elk grondgebied dat over autonomie beschikt bij het uitvoeren van douanezaken, die in aanmerking komt voor lidmaatschap van de Organisatie in overeenstemming met artikel 5 van dit Verdrag kan, na een bij de Raad daartoe ingediend verzoek, worden toegelaten tot de Organisatie als Samenwerkingspartner. De voorwaarden voor toelating zijn vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst tussen de verzoekende Staat of het verzoekende grondgebied en de Organisatie.
Een Samenwerkingspartner neemt, na de inwerkingtreding van de samenwerkingsovereenkomst met de Organisatie, op dezelfde wijze deel aan de Organisatie als een Lid overeenkomstig dit Verdrag, tenzij anders is aangegeven in dit Verdrag of de samenwerkingsovereenkomst.
Samenwerkingspartners kunnen te allen tijde na aldus te zijn toegelaten tot de Organisatie Lid worden in overeenstemming met artikel 5 van dit Verdrag en met artikel 8, tweede lid, onderdeel iv, van dit Verdrag.
Artikel 7. Algemene toezegging
Leden treffen alle passende algemene of bijzondere maatregelen om te waarborgen dat verplichtingen uit hoofde van dit Verdrag of die resulteren uit door de Raad van de Organisatie genomen beslissingen worden uitgevoerd. Zij faciliteren het verwezenlijken van de doelstellingen van de Organisatie. Zij onthouden zich van maatregelen die het bereiken van de doelstellingen van dit Verdrag in gevaar brengen.
Artikel 8. De Raad en zijn taken
De Raad is het hoogste orgaan van de Organisatie en is samengesteld uit Leden. De Raad stelt zijn eigen reglement van orde vast.
De Raad heeft de volgende verantwoordelijkheden:
- i. het verhogen van het bewustzijn omtrent douane en de Organisatie bij de Regeringen van de Leden en het bevorderen en ondersteunen van de rol van douane op nationaal en regionaal vlak;
- ii. het beoordelen van de behoeften op het gebied van institutionele ontwikkeling en capaciteitsopbouw;
- iii. het bijeenroepen van de jaarlijkse of een buitengewone conferentie;
- iv. het goedkeuren van aanvragen op grond van artikel 5, eerste lid, onderdeel iv, van dit Verdrag van elke Staat of elk grondgebied om Lid te worden van de Organisatie;
- v. het goedkeuren van samenwerkingsregelingen met Samenwerkingspartners op basis van artikel 6 van dit Verdrag en met andere internationale of regionale organisaties;
- vi. het verkiezen van de leden van de Uitvoerende Commissie, de Financiële Commissie, de Handhavingscommissie, de Auditcommissie en alle andere commissies of hulporganen die de Raad wellicht zou willen oprichten ten behoeve van het uitvoeren van zijn verantwoordelijkheden;
- vii. het goedkeuren van de financiële rapportage van het voorgaande jaar dat door de Secretaris-Generaal wordt ingediend op basis van artikel 15, tweede lid, onderdeel vi, van dit Verdrag, rekening houdend met de conclusies en aanbevelingen van de Financiële Commissie en de Uitvoerende Commissie;
- viii. het goedkeuren van de begroting voor het volgende jaar, rekening houdend met de aanbevelingen van de Financiële Commissie en de Uitvoerende Commissie;
- ix. het vaststellen, op basis van de aanbevelingen van de Financiële Commissie en de Uitvoerende Commissie van het bedrag van de jaarlijkse bijdrage aan de Organisatie voor Leden en, in het geval van het land waar het Secretariaat is gevestigd of een Samenwerkingspartner, indien de samenwerkingsovereenkomst daarin voorziet, de omvang van de betalingen in natura aan de Organisatie;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.