Verdrag inzake luchtvervoer tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Sint Maarten, en de Dominicaanse Republiek inzake luchtvervoer tussen en via hun onderscheiden grondgebieden

Type Verdrag
Publication 2025-02-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Sint Maarten,

en

de Dominicaanse Republiek, hierna „de partijen”,

Geleid door de wens een verdrag te sluiten ten behoeve van het bevorderen van luchtvervoer tussen hun onderscheiden grondgebieden;

Partij zijnde bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, gedaan te Chicago op 7 december 1944;

Geleid door de wens een internationaal luchtvaartstelsel te bevorderen dat gebaseerd is op mededinging tussen luchtvaartmaatschappijen met een minimum aan overheidsbemoeienis en -regulering;

Geleid door de wens een verdrag te sluiten ten behoeve van het instellen en exploiteren van luchtvervoer tussen en via hun onderscheiden grondgebieden;

Geleid door de wens de hoogste mate van veiligheid en beveiliging in het internationale luchtvervoer te waarborgen;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij anders is bepaald:

Artikel 2. Verlening van rechten
1.

Elke partij verleent de andere partij de volgende rechten voor het verrichten van internationaal luchtvervoer door de luchtvaartmaatschappijen van de andere partij:

2.

Op elk deel of alle delen van de bovenstaande routes kan een luchtvaartmaatschappij van een partij internationaal luchtvervoer verzorgen zonder beperkingen ten aanzien van verandering van het type of aantal ingezette luchtvaartuigen op elk punt van de route, met dien verstande dat, met uitzondering van vrachtvluchten, bij uitgaande vluchten het vervoer voorbij dat punt een voortzetting is van het vervoer vanuit het thuisland van de luchtvaartmaatschappij, en bij binnenkomende vluchten het vervoer naar het thuisland van de luchtvaartmaatschappij een voortzetting is van het vervoer voorbij dat punt.

3.

De rechten omschreven in de onderdelen a en b van het eerste lid van dit artikel worden tevens gewaarborgd voor de niet-aangewezen luchtvaartmaatschappijen van elke partij.

4.

Geen van de bepalingen van dit artikel wordt geacht een luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van een partij het recht te geven op het grondgebied van de andere partij passagiers, bagage, vracht of post op te nemen die worden vervoerd tegen vergoeding of beloning en bestemd zijn voor een ander punt op het grondgebied van die andere partij.

5.

Elke partij verleent op basis van wederkerigheid vroegtijdige goedkeuring aan het uitvoeren van charterdiensten door luchtvaartmaatschappijen die door de andere partij naar behoren zijn gemachtigd, in overeenstemming met de van toepassing zijnde wetten en voorschriften van elke partij.

6.

Dit Verdrag sluit het uitoefenen van commerciële verkeersrechten door de luchtvaartmaatschappijen van de Dominicaanse Republiek uit tussen Sint Maarten en Nederland (met inbegrip van het Caribische deel van Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba)), tussen Sint Maarten en Curaçao, en tussen Sint Maarten en Aruba.

7.

Het uitoefenen van vijfde vrijheid verkeersrechten geschiedt onder voorbehoud van goedkeuring door de luchtvaartautoriteiten van beide partijen.

Artikel 3. Aanwijzing en verlening van vergunningen
1.

Elke partij heeft het recht, langs diplomatieke weg bij een schriftelijke kennisgeving, een of meer luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de in het Verdrag voor die partij aangewezen routes en een aanwijzing in te trekken of een eerder aangewezen luchtvaartmaatschappij te vervangen door een andere luchtvaartmaatschappij.

2.

Na ontvangst van aanvragen van een luchtvaartmaatschappij van de andere partij, in de vorm en op de wijze die is voorgeschreven voor exploitatievergunningen en technische vergunningen, verleent elke partij de desbetreffende vergunningen met een zo gering mogelijke procedurele vertraging, mits:

3.

Na ontvangst van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde exploitatievergunning, kan een aangewezen luchtvaartmaatschappij op elk moment geheel of ten dele een aanvang maken met de exploitatie van de overeengekomen diensten, mits zij de toepasselijke bepalingen van dit Verdrag en de interne regelgeving van de partijen naleeft.

Artikel 4. Intrekking van vergunningen
1.

Elke partij kan de exploitatievergunningen of technische vergunningen van een luchtvaartmaatschappij intrekken, schorsen, beperken of er voorwaarden aan verbinden wanneer:

2.

Tenzij onmiddellijk ingrijpen van wezenlijk belang is ter voorkoming van verdere inbreuken op de voorwaarden bedoeld in de onderdelen c en d van het eerste lid van dit artikel, worden de in dit artikel vastgestelde rechten slechts uitgeoefend na overleg met de andere partij.

3.

Dit artikel doet geen afbreuk aan de rechten van de partijen de exploitatievergunning of technische vergunning van een luchtvaartmaatschappij of van luchtvaartmaatschappijen van de andere partij in overeenstemming met het bepaalde in artikel 6 of in artikel 7 te weigeren, in te trekken, te schorsen, te beperken of hieraan voorwaarden te verbinden.

Artikel 5. Toepassing van wetten
1.

De wetten en voorschriften van de ene partij met betrekking tot de toelating tot of het vertrek uit haar grondgebied van in het internationale luchtvervoer gebruikte luchtvaartuigen, of met betrekking tot de exploitatie van en het vliegen met deze luchtvaartuigen die zich op haar grondgebied bevinden, worden toegepast op luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere partij.

2.

Bij binnenkomst op, verblijf binnen of vertrek uit het grondgebied van de ene partij, dienen haar wetten en voorschriften inzake de toelating tot of het vertrek uit haar grondgebied van passagiers, bemanning of vracht aan boord van luchtvaartuigen (met inbegrip van voorschriften met betrekking tot binnenkomst, inklaring, beveiliging van de luchtvaart, immigratie, paspoorten, douane en quarantaine, of, in het geval van post, postale voorschriften) te worden nageleefd door of namens die passagiers, bemanning of met betrekking tot de vracht van de luchtvaartmaatschappijen van de andere partij.

Artikel 6. Veiligheid
1.

Bewijzen van luchtwaardigheid, bewijzen van bevoegdheid en vergunningen uitgereikt of geldig verklaard door de ene partij worden, ten behoeve van de exploitatie van het luchtvervoer voorzien in dit Verdrag, door de andere partij erkend als geldig en nog van kracht, mits de vereisten voor deze bewijzen of vergunningen ten minste gelijk zijn aan de minimumnormen die kunnen worden vastgesteld uit hoofde van het Verdrag van Chicago. Elke partij kan evenwel voor vluchten boven of landingen op haar eigen grondgebied weigeren de geldigheid te erkennen van bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die ten behoeve van haar eigen onderdanen zijn afgegeven of geldig verklaard door de andere partij.

2.

In overeenstemming met artikel 16 van het Verdrag van Chicago wordt voorts overeengekomen dat een luchtvaartuig dat door of namens een luchtvaartmaatschappij van een partij wordt gebruikt voor diensten naar of vanuit het grondgebied van de andere partij, terwijl het zich op het grondgebied van een andere partij bevindt, mag worden onderworpen aan een inspectie door bevoegde vertegenwoordigers van de andere partij, mits dit niet leidt tot onnodige vertraging bij de exploitatie van het luchtvaartuig. Onverminderd de verplichtingen bedoeld in artikel 33 van het Verdrag van Chicago wordt met deze inspectie beoogd de geldigheid van alle typen documenten van het luchtvaartuig, de vergunningen van de bemanning te controleren en te controleren of de uitrusting en de toestand van het luchtvaartuig voldoen aan de voorschriften die uit hoofde van het Verdrag van Chicago zijn vastgesteld. Elke partij behoudt zich het recht voor de exploitatievergunning of technische vergunning van een door de andere partij aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen te weigeren, in te trekken, te schorsen, te beperken of hieraan voorwaarden te verbinden, in het geval de andere partij nalaat binnen een redelijke termijn passende corrigerende maatregelen te nemen en, voordat overleg heeft plaatsgevonden, onmiddellijk in te grijpen met betrekking tot een dergelijke luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen indien de andere partij de bovengenoemde normen niet handhaaft en toepast en onmiddellijk ingrijpen van wezenlijk belang is ter voorkoming van verdere inbreuken.

3.

Een maatregel door een partij in overeenstemming met het derde lid van dit artikel wordt beëindigd zodra de aanleiding voor het nemen van die maatregel ophoudt te bestaan.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.