Verdrag tot oprichting van het Caribische Noodhulp Management Agentschap
De staten die partij zijn:
Zich ervan bewust dat de fragiele economieën en ecosystemen van staten in de Caribische regio uiterst kwetsbaar zijn voor natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen, waaronder orkanen, aardbevingen, tsunami's, vulkaanuitbarstingen, droogtes, overstromingen en aardverschuivingen;
In herinnering brengend dat in de afgelopen decennia een opeenvolging van natuurrampen, waaronder orkanen, aardbevingen, overstromingen, aardverschuivingen en vulkaanuitbarstingen, nadelige gevolgen heeft gehad voor veel staten in de Caribische regio;
Erkennend het werk van het Caribisch Agentschap voor Spoedhulp bij Rampen (Caribbean Disaster Emergency Response Agency) op het gebied van de voorbereiding op en bestrijding van rampen;
De wens uitsprekend het Caribische Noodhulp Management Agentschap op te richten dat de werkzaamheden van het Caribisch Agentschap voor Spoedhulp bij Rampen overneemt en verder uitbreidt om te waarborgen dat de weerbaarheid van gemeenschappen in de Caribische regio een duurzame ontwikkeling laat zien;
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel I. Begripsomschrijvingen
Tenzij uit het zinsverband anders volgt, wordt in dit Verdrag verstaan onder:
- „getroffen deelnemende staat”: een staat op het grondgebied waarvan een ramp heeft plaatsgevonden;
- „CARICOM”: de Caribische Gemeenschap;
- „CDEMA”: het Caribische Noodhulp Management Agentschap (Caribbean Disaster Emergency Management Agency), opgericht ingevolge artikel II;
- „CDERA”: het Caribisch Agentschap voor Spoedhulp bij Rampen (Caribbean Disaster Emergency Response Agency), een instantie van de Gemeenschap die erkend wordt ingevolge artikel 21 van het Verdrag van Chaguaramas;
- „coördinerende eenheid”: het administratief en operationeel orgaan van CDEMA;
- „raad”: het CDEMA-orgaan dat in artikel VI wordt bedoeld;
- „ramp”: de blootstelling van de menselijke habitat aan de invloed van natuurgeweld of aan menselijke ingrepen die resulteren in wijdverbreide verwoesting van levens of eigendommen, evenwel met uitsluiting van gebeurtenissen die veroorzaakt worden door oorlog of militaire confrontatie;
- „rampenbeheersing”: het ontwikkelen en uitvoeren van regionaal en nationaal beleid om de gevolgen van rampen te voorkomen en te mitigeren;
- „uitvoerend directeur”: de uitvoerend directeur van CDEMA benoemd overeenkomstig artikel VII;
- „fonds”: het fonds voor noodhulp opgericht ingevolge artikel XXVI;
- „comité van beheer van de raad of MCC”: het comité dat door de raad is ingesteld en benoemd ingevolge artikel VII;
- „nationaal agentschap voor rampenbeheersing”: de overheidsinstantie die verantwoordelijk is voor rampenbeheersing;
- „deelnemende staat”: een staat die partij is bij dit Verdrag;
- „verzoekende staat”: een deelnemende staat die een verzoek heeft gedaan ingevolge dit Verdrag;
- „zendstaat”: een deelnemende staat die heeft gereageerd op een verzoek dat ingevolge dit Verdrag wordt gedaan;
- „staat”: een niet-politiek onafhankelijk gebied in de Caribische regio;
- „TAC”: het technisch adviescomité bedoeld in artikel X; en
- „Verdrag van Chaguaramas”: het Herziene Verdrag van Chaguaramas tot oprichting van de Caribische Gemeenschap, met inbegrip van de gemeenschappelijke markt en economie van de Caricom, ondertekend te Nassau, Bahama's, op 5 juli 2001.
Artikel II. Oprichting van CDEMA
Hierbij wordt het Caribische Noodhulp Management Agentschap (Caribbean Disaster Emergency Management Agency (CDEMA)) opgericht met de organen, het lidmaatschap, de structuur en taken vervat in dit Verdrag.
Artikel III. Rechtspersoonlijkheid
CDEMA bezit internationale rechtspersoonlijkheid en beschikt over de handelingsbevoegdheid die nodig is voor het uitoefenen van zijn taken en het verwezenlijken van zijn doelstellingen.
CDEMA en zijn medewerkers genieten alle gebruikelijke rechten, voorrechten en immuniteiten van agentschappen met internationale rechtspersoonlijkheid.
Artikel IV. Lidmaatschap
Het lidmaatschap van CDEMA staat open voor:
- a. de staten en grondgebieden die vermeld staan in de Bijlage; en
- b. andere staten in de Caribische regio die door het MCC uit hoofde van artikel XXXIX worden voorgedragen voor lidmaatschap.
Artikel V. Doelstellingen
CDEMA heeft de volgende doelstellingen:
- a. mobiliseren en coördineren van noodhulp bij rampen;
- b. mitigeren of wegnemen, voor zover praktisch uitvoerbaar, van de onmiddellijke gevolgen van rampen in de deelnemende staten;
- c. geven van een onmiddellijke en gecoördineerde reactie door middel van noodhulp bij rampen voor elke getroffen deelnemende staat;
- d. betrouwbare en uitgebreide informatie over rampen die een deelnemende staat treffen, bemachtigen, coördineren en aanbieden aan geïnteresseerde intergouvernementele en niet-gouvernementele organisaties;
- e. bevorderen van:
- i. het aannemen van beleid en praktijken voor het verminderen en mitigeren van verliezen na rampen, op nationaal en regionaal niveau;
- ii. samenwerkingsregelingen en -mechanismen om de ontwikkeling te bevorderen van een cultuur waarin verliezen als gevolg van rampen worden beperkt; en
- f. coördineren van het opzetten, verbeteren en in stand houden van adequate faciliteiten voor noodhulp bij rampen in de deelnemende staten.
Artikel VI. Organen van CDEMA
CDEMA heeft de volgende organen met de taken omschreven in dit Verdrag:
- a. de raad;
- b. het technisch adviescomité; en
- c. de coördinerende eenheid.
Artikel VII. De raad
De raad bestaat uit de regeringsleiders van de deelnemende staten.
Elk lid van de raad is gerechtigd een andere bevoegde persoon voor te dragen om dit lid te vertegenwoordigen bij vergaderingen van de raad.
De raad komt ten minste eenmaal per kalenderjaar in gewone zitting bijeen en houdt buitengewone zittingen indien driekwart van de deelnemende staten daarom verzoekt.
De voorzitter en vicevoorzitter worden gekozen uit de leden van de raad.
De voorzitter zit de vergaderingen van de raad en het MCC voor.
De voorzitter en vicevoorzitter bekleden deze functie gedurende een jaar en kunnen worden herkozen.
Bij afwezigheid van de voorzitter, zit de vicevoorzitter de vergaderingen van de raad en het MCC voor.
Bij afwezigheid van zowel de voorzitter als de vicevoorzitter, kunnen de aanwezige leden van de raad een lid kiezen die als voorzitter zal optreden.
De raad stelt haar eigen reglement van orde op.
Artikel VIII. Taken van de raad
De raad:
- a. bepaalt het beleid van CDEMA;
- b. neemt de jaarbegroting en de bijdragen van de deelnemende staten van CDEMA in ontvangst en keurt deze goed;
- c. wijst nationale rampenbestrijdings- en rampenbeheersingsorganisaties aan als subregionale operationele eenheden voor noodhulp, met voorafgaande toestemming van de regeringen van de betrokken deelnemende staten;
- d. benoemt de uitvoerend directeur op aanbeveling van het MCC;
- e. neemt aanbevelingen van het TAC in overweging en neemt op basis daarvan besluiten;
- f. voert elke andere taak uit die zij nodig of wenselijk acht om de doelstellingen van dit Verdrag te verwezenlijken.
Artikel IX. Comité van beheer van de raad
Er wordt een comité van beheer van de raad (MCC) opgericht waarvan de leden door de raad worden benoemd.
Het MCC bestaat uit de volgende leden:
- i. vier personen, die elk een van de subregio's van CDEMA vertegenwoordigen; een van hen wordt de voorzitter van de raad;
- ii. de voorzitter van het TAC; en
- iii. de uitvoerend directeur.
Het mandaat van het MCC wordt vastgesteld door de raad.
Artikel X. Het technisch adviescomité
Het technisch adviescomité (TAC) bestaat uit de nationale coördinatoren rampenbestrijding van de deelnemende staten.
Niettegenstaande het eerste lid mag het TAC voor deelname aan zijn vergaderingen personen selecteren uit regionale instellingen die zich bezighouden met activiteiten op het gebied van rampenbeheersing.
De voorzitter van het TAC wordt gekozen uit de leden ervan en mag ten hoogste twee achtereenvolgende termijnen als voorzitter fungeren.
De voorzitter roept de vergaderingen van het TAC bijeen. Het TAC komt ten minste eenmaal per kalenderjaar bijeen en houdt op verzoek van ten minste de helft van zijn leden een buitengewone vergadering.
De uitvoerend directeur is de secretaris van het TAC.
Het TAC stelt zijn eigen reglement van orde op.
Artikel XI. Taken van het technisch adviescomité
Het TAC:
- a. treedt op in de hoedanigheid van adviseur van CDEMA bij zaken die verband houden met strategieën voor het mobiliseren van middelen, het evalueren van werkprogramma's en het ontwikkelen van programma's;
- b. doet aanbevelingen voor normen en procedures voor de eerlijke en rechtvaardige inzet van middelen voor rampenbeheersing die door de deelnemende staten ter beschikking worden gesteld;
- c. doet aanbevelingen voor normen en procedures voor het in werking stellen van het rampenbestrijdingsmechanisme;
- d. ontwikkelt en doet aanbevelingen voor procedures voor het mobiliseren van nationale middelen om tijdig en doelmatig bijstand te bieden;
- e. doet aanbevelingen voor richtlijnen voor het instellen van systemen voor het bijhouden en delen van lijsten van kritische middelen die deelnemende staten naar verwachting nodig hebben wanneer zich een ramp voordoet;
- f. doet aanbevelingen voor snelle toegang tot financiële middelen om de kosten van mobilisatie te dekken die een deelnemende staat heeft wanneer zich een ramp voordoet;
- g. doet aanbevelingen voor protocollen om de verplaatsing van middelen die afkomstig zijn van of worden doorgevoerd door een deelnemende staat te vergemakkelijken, rekening houdend met de eisen van de immigratie- en douaneautoriteiten;
- h. doet aanbevelingen voor en evalueert regelmatig pro-formalijsten van zaken die deelnemende staten waarschijnlijk nodig hebben wanneer zich een ramp voordoet;
- i. adviseert CARICOM-instanties en nationale instanties over zaken die relevant zijn voor zijn taken;
- j. stuurt zijn aanbevelingen ter behandeling naar de raad; en
- k. voert alle andere taken uit die de raad kan vaststellen.
Artikel XII. Het hoofdkwartier van de coördinerende eenheid
De coördinerende eenheid heeft haar hoofdkwartier op de locatie waartoe de raad besluit.
Artikel XIII. Taken van de coördinerende eenheid
In aanvulling op andere taken die de raad kan specificeren verricht de coördinerende eenheid de volgende taken:
- a. ontwikkelen en onderhouden van een betrouwbaar schadebeoordelingssysteem en procedures voor het vergemakkelijken van een snelle en effectieve evaluatie van nationale rampen;
- b. ontwikkelen en onderhouden van een uitgebreide en betrouwbare database van alle relevante middelen die nodig zijn om de doelstellingen van CDEMA te verwezenlijken en een systeem voor het actualiseren van de database;
- c. opzetten, uitrusten en onderhouden van een systeem voor gecoördineerde hulpoperaties waarmee op noodsituaties kan worden gereageerd;
- d. opzetten en onderhouden van een efficiënt en betrouwbaar systeem voor communicatie met subregionale operationele contactpunten om de mobilisatie, inzet en coördinatie van voorraden en diensten voor rampenbestrijding te vergemakkelijken;
- e. opzetten en onderhouden van een betrouwbaar systeem voor communicatie met de hoofden van de nationale agentschappen voor rampenbeheersing en waarborgen dat hun vermogen op rampen te reageren op het afgesproken operationele niveau blijft;
- f. afspraken maken met regionale mediaorganisaties om te waarborgen dat er betrouwbare informatie over nationale rampen wordt gegeven aan het publiek;
- g. afspraken maken met het comité van ambassadeurs van CARICOM in de stedelijke centra om te waarborgen dat zij betrouwbare informatie krijgen over nationale rampen in de deelnemende staten en dat zij hun medewerking verlenen aan het tijdig en gestructureerd mobiliseren van hulpmiddelen voor de rampenbestrijding;
- h. afspraken maken met regionale luchtvaart- en scheepvaartmaatschappijen om prioritaire toegang tot hun faciliteiten te waarborgen wanneer zich een ramp voordoet;
- i. aanknopen en onderhouden van betrekkingen met internationale hulporganisaties om toegang tot hun middelen te vergemakkelijken wanneer zich een ramp voordoet;
- j. mobiliseren en organiseren van technische bijstand van belanghebbende nationale en internationale instanties die willen bijdragen aan de ontwikkeling van de mogelijkheden tot rampenbestrijding van de deelnemende staten;
- k. fungeren als een uitwisselingscentrum voor relevante informatie en inlichtingen bij alle zaken die betrekking hebben op rampen, met inbegrip van onderzoek dat op dat moment wordt uitgevoerd in alle betreffende regionale instellingen;
- l. op basis van een noodoproep of een ander soort verzoek waartoe kan worden besloten na overleg met de subregionale operationele eenheden bij noodsituaties, de mogelijkheid hebben het mechanisme in werking te stellen;
- m. bieden van bijstand op verzoek van de hoofden van de nationale agentschappen voor rampenbeheersing wanneer zich een ramp voordoet;
- n. op verzoek contacten onderhouden met de geüniformeerde troepen van de zendstaten in zowel de plannings- als uitvoeringsfase van een operatie die wordt opgezet na de inwerkingtreding van het mechanisme;
- o. helpen bij de ontwikkeling van uitgebreide rampenbeheersingsmogelijkheden en periodiek toetsen van de rampenbestrijdingsmogelijkheden van de deelnemende staten, met de nodige aandacht voor de beschikbaarheid van middelen voor het onmiddellijk en tijdig reageren op noodsituaties;
- p. instellen van samenwerkingsregelingen en -mechanismen met belanghebbenden bij regionale rampenbeheersing teneinde het beperken van verliezen bij rampen te bevorderen; en
- q. opstellen van administratieve en noodhulpbegrotingen van CDEMA die aan het MCC worden voorgelegd.
De coördinerende eenheid heeft de volgende programmagebieden:
- a. onderwijs, onderzoek en informatie;
- b. financiering en administratie;
- c. voorbereiding en bestrijding;
- d. mitigatie en onderzoek; en
- e. elk ander programmagebied dat de raad kan bepalen.
Artikel XIV. Uitvoerend directeur
Er is een uitvoerend directeur die leiding geeft aan de coördinerende eenheid en die de hoogste functionaris van CDEMA is.
De uitvoerend directeur wordt benoemd voor een termijn van ten hoogste drie jaar en kan worden herbenoemd.
Een plaatsvervangend uitvoerend directeur wordt door het MCC op voordracht van de uitvoerend directeur benoemd voor een termijn van ten hoogste drie jaar, en kan worden herbenoemd.
De uitvoerend directeur en de plaatsvervangend uitvoerend directeur worden benoemd uit personen met ervaring op gebieden die verband houden met noodhulpoperaties, sociaal welzijn en management.
Artikel XV. Verantwoordelijkheden van de uitvoerend directeur
De uitvoerend directeur heeft de volgende verantwoordelijkheden:
- a. uitvoeren van het beleid van CDEMA;
- b. administratie en coördinatie van activiteiten en programma's van CDEMA;
- c. beheren van de opbrengsten en uitgaven van CDEMA zoals goedgekeurd door de raad;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.