Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Staat Koeweit inzake luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden

Type Verdrag
Publication 2020-10-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Staat Koeweit, hierna te noemen de verdragsluitende partijen;

Partij zijnde bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, opengesteld voor ondertekening te Chicago op 7 december 1944;

Geleid door de wens bij te dragen aan de vooruitgang van de internationale burgerluchtvaart;

Geleid door de wens de hoogste mate van veiligheid en beveiliging van internationale luchtdiensten te waarborgen;

Geleid door de wens een verdrag te sluiten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Staat Koeweit ten behoeve van luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden;

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. INLEIDING

Artikel 1. Begripsomschrijvingen
1.

Voor de toepassing van dit Verdrag:

HOOFDSTUK II. DOELSTELLINGEN

Artikel 2. Verlening van rechten
1.

Elke verdragsluitende partij verleent de andere verdragsluitende partij, behoudens andersluidende bepalingen in de Bijlage, de volgende rechten voor het verrichten van internationale luchtdiensten door de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de andere verdragsluitende partij:

2.

Geen van de bepalingen van het eerste lid van dit artikel wordt geacht de luchtvaartmaatschappij(en) van de ene verdragsluitende partij het recht te verlenen deel te nemen in luchtvervoer tussen punten op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij (cabotage).

Artikel 3. Aanwijzing en verlening van vergunningen
1.

Elke verdragsluitende partij heeft het recht langs diplomatieke weg bij een schriftelijke kennisgeving aan de andere verdragsluitende partij een luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de omschreven routes en de aanwijzing van een luchtvaartmaatschappij in te trekken of een eerder aangewezen luchtvaartmaatschappij te vervangen door een andere luchtvaartmaatschappij.

2.

Deze aanwijzing geschiedt door middel van een schriftelijke kennisgeving tussen de luchtvaartautoriteiten van beide verdragsluitende partijen.

3.

Van de door een van de verdragsluitende partijen aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen kan verlangd worden dat zij bewijst of bewijzen in staat te zijn te voldoen aan de voorwaarden uit hoofde van de wetten en voorschriften die door deze verdragsluitende partij gewoonlijk en redelijkerwijze worden toegepast op de exploitatie van internationale luchtdiensten in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag van Chicago.

4.

Na ontvangst van een dergelijke aanwijzing verlenen de luchtvaartautoriteiten van de andere verdragsluitende partij de desbetreffende vergunningen met een zo gering mogelijke procedurele vertraging, mits:

5.

Wanneer een luchtvaartmaatschappij aldus is aangewezen en gemachtigd in overeenstemming met dit artikel, kan zij op elk moment beginnen met de exploitatie van de overeengekomen diensten, in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.

Artikel 4. Intrekking en schorsing van vergunningen
1.

Elke verdragsluitende partij heeft het recht een exploitatievergunning te weigeren of in te trekken, de uitoefening van de rechten die in dit Verdrag zijn toegekend aan een door de andere verdragsluitende partij aangewezen luchtvaartmaatschappij te schorsen of aan de uitoefening van dergelijke rechten de voorwaarden te verbinden die zij noodzakelijk acht, wanneer:

2.

Maatregelen die de ene verdragsluitende partij ingevolge dit artikel mocht nemen, laten de rechten van beide verdragsluitende partijen onverlet.

HOOFDSTUK III. COMMERCIËLE BEPALINGEN

Artikel 5. Tarieven
1.

De tarieven voor internationale luchtdiensten naar/van/via het grondgebied van een verdragsluitende partij worden door elke aangewezen luchtvaartmaatschappij vastgesteld op een redelijk niveau, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met alle relevante factoren, met inbegrip van de exploitatiekosten, een redelijke winst en de tarieven van andere luchtvaartmaatschappijen.

2.

De op grond van het eerste lid van dit artikel vastgestelde tarieven hoeven niet door de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de ene verdragsluitende partij ter kennis te worden gebracht van de luchtvaartautoriteiten van de andere verdragsluitende partij. Niettegenstaande het voorgaande heeft elke verdragsluitende partij het recht in te grijpen teneinde:

3.

Onverminderd het voorgaande dienen de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de ene verdragsluitende partij op verzoek de luchtvaartautoriteiten van de andere verdragsluitende partij uitsluitend ter kennisgeving informatie over tarieven te verstrekken op de wijze en in de vorm zoals door de autoriteiten gespecificeerd.

Artikel 6. Commerciële activiteiten
1.

Het is de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van elke verdragsluitende partij toegestaan:

2.

De aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de ene verdragsluitende partij mag/mogen, het in verband met het verzorgen van luchtvervoer en bijkomende of aanvullende diensten benodigde leidinggevend, commercieel, operationeel en technisch personeel zenden naar en doen verblijven op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij.

3.

In deze personeelsbehoefte kan naar keuze van de aangewezen luchtvaartmaatschappij worden voorzien door haar eigen personeel of door gebruikmaking van de diensten van een andere organisatie, onderneming of luchtvaartmaatschappij die werkzaam is op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij en die gemachtigd is dergelijke diensten te verlenen op het grondgebied van die verdragsluitende partij.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.