← Geldende tekst · Geschiedenis

Verklaring van bepaalde Europese Regeringen inzake de exploitatiefase van de lanceervoertuigen Ariane, Vega en Sojoez vanaf het Ruimtevaartcentrum in Guyana

Geldende tekst a fecha 2007-03-30

De Regeringen van de Staten die Partij zijn bij deze Verklaring, hierna te noemen de „Partijen”,

Gelet op de op 21 september 1973 ondertekende Overeenkomst tussen bepaalde Europese Regeringen en de Europese Organisatie voor Ruimteonderzoek betreffende de uitvoering van het Ariane-lanceervoertuigprogramma, en in het bijzonder op de artikelen I, III.1 en V daarvan, die voorzien in een nieuwe overeenkomst ter vaststelling van de invulling van de productiefase van het Ariane-programma,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van het Europees Ruimte-Agentschap (hierna te noemen „ESA” of „het Agentschap”), dat op 30 mei 1975 voor ondertekening werd opengesteld en op 30 oktober 1980 in werking is getreden (hierna te noemen „het ESA-Verdrag”),

Overwegend dat de ESA-lanceervoertuigprogramma’s hoofdzakelijk gericht zijn op onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten en dat de Ariane- en Vega-lanceersystemen die in het kader van het Agentschap zijn ontwikkeld (hierna te noemen „de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen”) bijdragen aan het garanderen van de toegang van Europa tot de ruimte,

Overwegend dat krachtens zijn Resolutie ESA/C/XXXIII/Res. 3 van 26 juli 1979, de Raad van het Agentschap ermee heeft ingestemd dat een industriestructuur met de productie zou worden belast,

In herinnering brengend dat bepaalde Europese Regeringen door middel van de Verklaring inzake de productiefase van de Ariane en de daaropvolgende vervangingen en verlengingen (hierna te noemen „de Verklaring inzake de productiefase van de Ariane”) ten aanzien van het tijdvak 14 april 1980 tot en met ultimo 2008 zijn overeengekomen dat de productiefase van het Ariane-lanceervoertuig door een industriestructuur wordt uitgevoerd en dat het Agentschap, in overeenstemming met artikel V.2 van het ESA-Verdrag, de operationele activiteiten die verband houden met de productiefase van het Ariane-lanceervoertuig uitvoert,

Overwegend dat het Agentschap, door de aanneming van verschillende resoluties van de Raad, de tenuitvoerlegging van een dergelijk mandaat heeft aanvaard,

In herinnering roepend dat voor de uitvoering van het bovengenoemde mandaat het Agentschap een overeenkomst, met inbegrip van de aanvullingsakten daarbij, heeft gesloten met Arianespace, zoals in de volgende paragraaf omschreven, die daarna is vervangen en verlengd, en uit hoofde waarvan Arianespace ermee heeft ingestemd de vervaardiging, het op de markt brengen en de lancering van het Ariane-lanceervoertuig voor vreedzame doeleinden uit te voeren in overeenstemming met de bepalingen van het ESA-Verdrag,

Overwegend dat de Arianespace-groep momenteel wordt gevormd door de ondernemingen Arianespace Participation S.A. en Arianespace S.A., die beide hun zetel in Frankrijk hebben (hierna tezamen „Arianespace” te noemen), en dat de aandelen van Arianespace in handen zijn van Europese entiteiten, met inbegrip van industriële ondernemingen die betrokken zijn bij de vervaardiging van de bovenomschreven door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen,

Voorts overwegend dat ten behoeve van het vergroten van de flexibiliteit van de door Arianespace aangeboden lanceerdiensten, het Agentschap overeenkomsten heeft gesloten met Frankrijk en Rusland voor de exploitatie van het Sojoez-lanceersysteem (hierna te noemen het „Sojoez-lanceervoertuig”) vanaf het Ruimtevaartcentrum te Guyana (hierna te noemen het „CSG”) en tevens een dienovereenkomstige aanvullingsakte bij de overeenkomst met Arianespace heeft gesloten,

Gelet op het feit dat de Raad van het Agentschap, die op 5 en 6 december 2005 op ministerieel niveau bijeen kwam, een resolutie heeft aangenomen inzake de ontwikkeling van de Europese lanceervoertuigsector (hierna te noemen „Lanceervoertuigresolutie, 2005”) waarin de noodzaak wordt onderkend een gezamenlijk kader uit te werken voor de exploitatiefase van de lanceervoertuigen na 2008, dat op 1 januari 2009 de ingevolge de Verklaring inzake de productiefase van de Ariane ingestelde regeling zal opvolgen, en daarbij een coherente strategie voor lanceervoertuigen te implementeren,

Gelet op het feit dat, ingevolge de Lanceervoertuigresolutie, 2005, de lidstaten van ESA die deelnemen aan de desbetreffende ontwikkelingsprogramma’s voor lanceervoertuigen van het Agentschap, in het kader van het Agentschap, zo spoedig mogelijk en op tijd voor de inwerkingtreding van deze Verklaring, de exploitatieovereenkomst voor elk van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen sluiten, en daarbij de specifieke beginselen voor de exploitatiefase van elke betrokken lanceervoertuig vastleggen, in overeenstemming met de bepalingen van deze Verklaring,

Gelet op het document met de titel „Reference Framework for a coherent implementation, as from 2007, of decisions related to the restructuring of the European launcher sector„ (ESA/PB-ARIANE (2005)3, rev. 3), bedoeld in alinea 16 d. van de Lanceervoertuigresolutie, 2005 (hierna te noemen „Referentiekader”),

Overwegend dat de Regeringen die deelnemen aan de Verklaring inzake de productiefase van de Ariane hebben bijgedragen aan de financiering van de CSG-lanceerbasis in overeenstemming met de door de ESA-Raad aangenomen relevante Resoluties,

Gelet op de overeenkomsten tussen de Franse Regering en ESA inzake het Ruimtevaartcentrum Guyana (CSG) (2002-2006), ondertekend op 11 april 2002 (hierna te noemen „de CSG-Overeenkomst”), inzake de lanceerplatforms en bijbehorende faciliteiten op het CSG van het Agentschap, ondertekend op 11 april 2002 (de „ELA-Overeenkomst”), inzake het Sojoez-lanceerplatform, ondertekend op 21 maart 2005 (de „ELS-Overeenkomst”), en de daaropvolgende herzieningen van deze overeenkomsten,

Overwegend de bepalingen van het Verdrag van 27 januari 1967 inzake de beginselen waaraan de activiteiten van Staten zijn onderworpen bij het onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen (hierna te noemen het „Verdrag inzake de kosmische ruimte”),

Overwegend dat ESA de bepalingen heeft aanvaard van de Overeenkomst van 29 maart 1972 inzake de internationale aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door ruimtevoorwerpen alsmede de bepalingen van de Overeenkomst van 14 januari 1975 inzake de registratie van in de kosmische ruimte gebrachte voorwerpen,

Overwegend de Resolutie inzake de wettelijke aansprakelijkheid van het Agentschap (ESA/C/XXII/Res 3) aangenomen door de ESA-Raad op 13 december 1977,

Zijn het volgende overeengekomen:

I. DOELSTELLING EN VERPLICHTINGEN VAN DE PARTIJEN
1.

De Partijen bij de Verklaring komen bij dezen een gemeenschappelijk kader overeen voor de exploitatiefase van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en van het Sojoez-lanceervoertuig dat, na 2008, vanaf CSG wordt geëxploiteerd. Het kader is de opvolger van de regeling krachtens de Verklaring inzake de productiefase van de Ariane zoals omschreven in de preambule. De exploitatiefase van de lanceervoertuigen, die aansluit op het kwalificatieproces zoals omschreven in het in de preambule bedoelde Referentiekader, omvat de vervaardiging van de desbetreffende lanceervoertuigen en hun integratie, lanceeroperaties en marketingactiviteiten.

2.

De waarborg van een beschikbare, betrouwbare en onafhankelijke toegang tot de ruimte voor Europa tegen betaalbare voorwaarden is en blijft voor de Partijen bij deze Verklaring een essentiële doelstelling.

3.

Gegarandeerde toegang tot de ruimte wordt gewaarborgd door i. door de Europese industrie ontwikkelde en geproduceerde lanceervoertuigen, die hoofdzakelijk ontworpen zijn om te voorzien in de Europese behoefte aan institutionele missies, ii. een operationele Europese lanceerbasis en iii. Europese industriële capaciteit.

4.

De exploitatiefase van de lanceervoertuigen wordt voor vreedzame doeleinden uitgevoerd in overeenstemming met het Verdrag inzake de kosmische ruimte en het ESA-Verdrag.

5.

De Partijen bij de Verklaring besluiten Arianespace (hierna te noemen de „leverancier van lanceerdiensten”) te belasten met de uitvoering van de exploitatiefase van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en van het Sojoez-lanceervoertuig dat vanaf CSG wordt geëxploiteerd, in overeenstemming met de rollen en verantwoordelijkheden zoals vastgelegd in het in de preambule bedoelde Referentiekader; het Agentschap sluit hiertoe overeenkomsten met de leverancier van lanceerdiensten in overeenstemming met de in het onderstaande artikelIII voorziene richtlijnen. Dergelijke overeenkomsten volgen de in de preambule bedoelde overeenkomst tussen ESA en Arianespace op, waarbij de continuïteit met laatstgenoemde overeenkomst gehandhaafd blijft.

6.

Bij de exploitatie van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen wordt rekening gehouden met de geografische verdeling van de industriële werkzaamheden die voortvloeien uit de relevante ontwikkelingsprogramma’s die door het Agentschap worden uitgevoerd, met inachtneming van de specifieke bepalingen van de relevante exploitatieovereenkomsten voor elk van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen die gesloten zullen worden tussen de Staten die deelnemen aan het desbetreffende ontwikkelingsprogramma voor het lanceervoertuig van het Agentschap, zoals bedoeld in de preambule, en van de bepalingen van de overeenkomsten tussen ESA en de leverancier van lanceerdiensten zoals voorzien in het onderstaande artikel III.

7.

De Europese lanceerbasis wordt bedrijfsklaar gehouden opdat de Partijen bij deze Verklaring te allen tijde toegang tot de ruimte kunnen krijgen. De Partijen verplichten zich van hun zijde bij te dragen aan de financiering van de CSG-lanceerbasis in overeenstemming met specifieke overeenkomsten.

8.

De Partijen bij deze Verklaring houden bij het opstellen en uitvoeren van hun nationale programma’s alsmede van de Europese en overige internationale programma’s waarbij zij betrokken zijn, rekening met de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en het Sojoez-lanceervoertuig dat vanaf CSG geëxploiteerd wordt, uitgezonderd wanneer een dergelijk gebruik in vergelijking met het gebruik van andere lanceervoertuigen of ruimtetransportsystemen die op het voorziene tijdstip beschikbaar zijn een onredelijk nadeel oplevert ten aanzien van de kosten, betrouwbaarheid of geschiktheid voor de missie.

Voor het gebruik van de lanceervoertuigen hanteren de Partijen de volgende prioritaire volgorde:

9.

De Partijen bij de Verklaring komen overeen gezamenlijk steun te verlenen aan het instellen van een kader voor het verwerven van lanceerdiensten voor Europese institutionele programma’s en voor het garanderen van gelijke concurrentievoorwaarden voor Europa op de wereldwijde markt voor lanceerdiensten.

10.

Ten aanzien van verkopen van lanceerdiensten geleverd door een van de lanceersystemen die het voorwerp van deze Verklaring zijn, aan een Staat die geen lid van het Agentschap is of aan een afnemer die niet onder de rechtsmacht van een lidstaat van het Agentschap valt:

11.

De Partijen bij deze Verklaring verbinden zich ertoe, wanneer zulks noodzakelijk is ten behoeve van de exploitatie van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en van het Sojoez-lanceervoertuig dat vanaf CSG wordt geëxploiteerd, aan de leverancier van lanceerdiensten ter beschikking te stellen:

12.

De Partijen bij deze Verklaring doen al het mogelijke om ESA en de leverancier van lanceerdiensten de noodzakelijke bijstand te verlenen met betrekking tot industriële kwaliteitsbewaking en prijscontrole.

13.

Indien, in verband met een verkoop voor de export, het wenselijk blijkt bijzondere regelingen te treffen inzake garanties en exportfinanciering, plegen de Partijen onderling overleg om vast te stellen op welke wijze aan een zodanig verzoek kan worden voldaan op basis van het beginsel van billijke verdeling van het risico en de financiering naar rato van de deelneming aan de exploitatie zoals omschreven in de in de preambule bedoelde exploitatieovereenkomsten.

14.

De Partijen komen overeen onderling overleg te plegen omtrent de maatregelen die moeten worden genomen indien zich grote wijzigingen voordoen bij de leverancier van lanceerdiensten of in geval van voorvallen die van grote invloed zijn op zijn zakelijke activiteiten of op de toekomst van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en van het Sojoez-lanceervoertuig dat vanaf CSG wordt geëxploiteerd.

II. MANDAAT VAN HET AGENTSCHAP

De Partijen bij deze Verklaring:

III. DOOR DE LEVERANCIER VAN LANCEERDIENSTEN OP ZICH TE NEMEN VERPLICHTINGEN - OVEREENKOMSTEN TUSSEN ESA EN DE LEVERANCIER VAN LANCEERDIENSTEN
1.

Ten behoeve van het mandaat dat het Agentschap krachtens deze Verklaring is verleend en in overeenstemming met de Lanceervoertuigresolutie, 2005, sluit ESA overeenkomsten met de leverancier van lanceerdiensten, die de in de preambule bedoelde overeenkomst met inbegrip van de daaropvolgende aanvullingsakten daarbij opvolgen, waarbij de continuïteit met deze overeenkomst gehandhaafd blijft. In dergelijke overeenkomsten, waarin voor elk van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en voor het Sojoez-lanceervoertuig dat vanaf CSG wordt geëxploiteerd bijzondere bepalingen worden opgenomen, verplicht de leverancier van lanceerdiensten, met inachtneming van de taken waarmee hij is belast, zich ertoe:

2.

De Partijen nemen er nota van dat ESA de leverancier van lanceerdiensten, wanneer nodig ten behoeve van de exploitatie van de lanceervoertuigen, het volgende ter beschikking stelt:

3.

De leverancier van lanceerdiensten en het Agentschap onderhouden een actieve dialoog teneinde te controleren of de doelstellingen van de ontwikkelingsprogramma’s voor lanceervoertuigen die in het kader van het Agentschap worden uitgevoerd, rekening houden met voorzienbare ontwikkelingen op de markt voor lanceerdiensten.

IV. AANSPRAKELIJKHEID VOOR SCHADE VEROORZAAKT DOOR EEN LANCERING

Met inachtneming van de verplichtingen van de leverancier van lanceerdiensten als voorzien in het bovenstaande artikel III:

V. INWERKINGTREDING, WERKINGSDUUR, HERZIENINGEN EN GELDIGHEID
1.

De Republiek Oostenrijk, het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Republiek Finland, de Franse Republiek, de Bondsrepubliek Duitsland, de Helleense Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk Noorwegen, de Portugese Republiek, het Koninkrijk Spanje, het Koninkrijk Zweden, de Zwitserse Bondsstaat, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, lidstaten van het Europees Ruimte-Agentschap, kunnen vanaf 30 maart 2007 Partij worden bij deze Verklaring door de Directeur-Generaal van het Agentschap schriftelijk ervan in kennis te stellen dat zij ermee instemmen Partij te worden. Deze Verklaring treedt in werking zodra twee derde van de lidstaten van het Agentschap de Directeur-Generaal van het Agentschap schriftelijk ervan in kennis stellen dat zij ermee instemmen Partij te worden. Na de inwerkingtreding kan elk van de bovengenoemde ESA-lidstaten Partij worden bij deze Verklaring door de Directeur-Generaal van het Agentschap schriftelijk ervan in kennis te stellen dat hij ermee instemt Partij te worden. Deze Verklaring treedt voor dergelijke lidstaten in werking 30 dagen na de datum waarop zij de Directeur-Generaal van het Agentschap ervan in kennis hebben gesteld dat zij ermee instemmen Partij te worden.

2.

Na de inwerkingtreding ervan staat deze Verklaring open voor toetreding door elke nieuwe Staat die lid wordt van het Europees Ruimte-Agentschap en hierom verzoekt. Een dergelijk verzoek om toetreding wordt gericht aan de Directeur-Generaal van het Agentschap en vereist de instemming van alle Partijen bij deze Verklaring. Deze Verklaring treedt ten aanzien van een lidstaat die ertoe is toegetreden in werking 30 dagen na de datum waarop hij de Directeur-Generaal van het Agentschap in kennis stelt van zijn toetreding.

3.

Op voorwaarde dat aan de in het eerste lid van dit artikel vervatte voorwaarde is voldaan, is deze Verklaring van toepassing vanaf 1 januari 2009 tot en met ultimo 2020. De bepalingen van deze Verklaring blijven ook na de vervaldatum van toepassing teneinde, al naargelang van toepassing, de uitvoering van lanceercontracten die de leverancier van lanceerdiensten tot en met ultimo 2020 afsluit, mogelijk te maken. De Partijen bij deze Verklaring nodigen de Directeur-Generaal van het Agentschap uit in 2014 een vergadering van de Partijen te beleggen om de voortgang van de implementatie van de Verklaring te evalueren alsmede de passende maatregelen die genomen moeten worden.

4.

De Partijen bij deze Verklaring plegen tijdig, en ten minste twee jaar voor het verstrijken van de geldigheidsduur van deze Verklaring, onderling overleg over de voorwaarden voor de vervanging ervan.

5.

De Partijen bij deze Verklaring komen, op verzoek van ten minste vier van hen, bijeen om de bepalingen van deze Verklaring en de implementatie ervan te toetsen. In het kader van deze toetsingen kan de Directeur-Generaal van het Agentschap of enige Partij de Partijen bij deze Verklaring voorstellen doen tot aanpassing van de inhoud van deze Verklaring. Wijzigingen van de bepalingen van deze Verklaring worden aangenomen na de eenparige aanvaarding ervan door de Partijen bij deze Verklaring.

6.

De bepalingen van deze Verklaring hebben slechts tot doel de relatie tussen de Partijen erbij te regelen; de overeenkomsten die een Partij bij deze Verklaring mogelijk met derden is aangegaan vóór de inwerkingtreding van deze Verklaring als voorzien in het bovenstaande artikel V.1, worden er niet door aangetast of gewijzigd; de bepalingen worden niet aangetast of gewijzigd door de overeenkomsten die een Partij bij deze Verklaring mogelijk met derden is aangegaan na de inwerkingtreding van deze Verklaring.

VI. GESCHILLEN

Elk geschil dat tussen twee of meer Partijen ontstaat met betrekking tot de uitlegging of uitvoering van deze Verklaring en dat niet wordt geregeld door tussenkomst van de Raad van het Agentschap, wordt geregeld in overeenstemming met de bepalingen van artikel XVII van het ESA-Verdrag.

The original of this Declaration, DONE in Paris on 30 March 2007, of which the English, French, and German texts are equally authentic, shall be deposited in the archives of the European Space Agency; which shall transmit certified copies to all Parties.