Verklaring van bepaalde Europese Regeringen inzake de exploitatiefase van de lanceervoertuigen Ariane, Vega en Sojoez vanaf het Ruimtevaartcentrum in Guyana
De Regeringen van de Staten die Partij zijn bij deze Verklaring, hierna te noemen de „Partijen”,
Gelet op de op 21 september 1973 ondertekende Overeenkomst tussen bepaalde Europese Regeringen en de Europese Organisatie voor Ruimteonderzoek betreffende de uitvoering van het Ariane-lanceervoertuigprogramma, en in het bijzonder op de artikelen I, III.1 en V daarvan, die voorzien in een nieuwe overeenkomst ter vaststelling van de invulling van de productiefase van het Ariane-programma,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van het Europees Ruimte-Agentschap (hierna te noemen „ESA” of „het Agentschap”), dat op 30 mei 1975 voor ondertekening werd opengesteld en op 30 oktober 1980 in werking is getreden (hierna te noemen „het ESA-Verdrag”),
Overwegend dat de ESA-lanceervoertuigprogramma’s hoofdzakelijk gericht zijn op onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten en dat de Ariane- en Vega-lanceersystemen die in het kader van het Agentschap zijn ontwikkeld (hierna te noemen „de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen”) bijdragen aan het garanderen van de toegang van Europa tot de ruimte,
Overwegend dat krachtens zijn Resolutie ESA/C/XXXIII/Res. 3 van 26 juli 1979, de Raad van het Agentschap ermee heeft ingestemd dat een industriestructuur met de productie zou worden belast,
In herinnering brengend dat bepaalde Europese Regeringen door middel van de Verklaring inzake de productiefase van de Ariane en de daaropvolgende vervangingen en verlengingen (hierna te noemen „de Verklaring inzake de productiefase van de Ariane”) ten aanzien van het tijdvak 14 april 1980 tot en met ultimo 2008 zijn overeengekomen dat de productiefase van het Ariane-lanceervoertuig door een industriestructuur wordt uitgevoerd en dat het Agentschap, in overeenstemming met artikel V.2 van het ESA-Verdrag, de operationele activiteiten die verband houden met de productiefase van het Ariane-lanceervoertuig uitvoert,
Overwegend dat het Agentschap, door de aanneming van verschillende resoluties van de Raad, de tenuitvoerlegging van een dergelijk mandaat heeft aanvaard,
In herinnering roepend dat voor de uitvoering van het bovengenoemde mandaat het Agentschap een overeenkomst, met inbegrip van de aanvullingsakten daarbij, heeft gesloten met Arianespace, zoals in de volgende paragraaf omschreven, die daarna is vervangen en verlengd, en uit hoofde waarvan Arianespace ermee heeft ingestemd de vervaardiging, het op de markt brengen en de lancering van het Ariane-lanceervoertuig voor vreedzame doeleinden uit te voeren in overeenstemming met de bepalingen van het ESA-Verdrag,
Overwegend dat de Arianespace-groep momenteel wordt gevormd door de ondernemingen Arianespace Participation S.A. en Arianespace S.A., die beide hun zetel in Frankrijk hebben (hierna tezamen „Arianespace” te noemen), en dat de aandelen van Arianespace in handen zijn van Europese entiteiten, met inbegrip van industriële ondernemingen die betrokken zijn bij de vervaardiging van de bovenomschreven door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen,
Voorts overwegend dat ten behoeve van het vergroten van de flexibiliteit van de door Arianespace aangeboden lanceerdiensten, het Agentschap overeenkomsten heeft gesloten met Frankrijk en Rusland voor de exploitatie van het Sojoez-lanceersysteem (hierna te noemen het „Sojoez-lanceervoertuig”) vanaf het Ruimtevaartcentrum te Guyana (hierna te noemen het „CSG”) en tevens een dienovereenkomstige aanvullingsakte bij de overeenkomst met Arianespace heeft gesloten,
Gelet op het feit dat de Raad van het Agentschap, die op 5 en 6 december 2005 op ministerieel niveau bijeen kwam, een resolutie heeft aangenomen inzake de ontwikkeling van de Europese lanceervoertuigsector (hierna te noemen „Lanceervoertuigresolutie, 2005”) waarin de noodzaak wordt onderkend een gezamenlijk kader uit te werken voor de exploitatiefase van de lanceervoertuigen na 2008, dat op 1 januari 2009 de ingevolge de Verklaring inzake de productiefase van de Ariane ingestelde regeling zal opvolgen, en daarbij een coherente strategie voor lanceervoertuigen te implementeren,
Gelet op het feit dat, ingevolge de Lanceervoertuigresolutie, 2005, de lidstaten van ESA die deelnemen aan de desbetreffende ontwikkelingsprogramma’s voor lanceervoertuigen van het Agentschap, in het kader van het Agentschap, zo spoedig mogelijk en op tijd voor de inwerkingtreding van deze Verklaring, de exploitatieovereenkomst voor elk van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen sluiten, en daarbij de specifieke beginselen voor de exploitatiefase van elke betrokken lanceervoertuig vastleggen, in overeenstemming met de bepalingen van deze Verklaring,
Gelet op het document met de titel „Reference Framework for a coherent implementation, as from 2007, of decisions related to the restructuring of the European launcher sector„ (ESA/PB-ARIANE (2005)3, rev. 3), bedoeld in alinea 16 d. van de Lanceervoertuigresolutie, 2005 (hierna te noemen „Referentiekader”),
Overwegend dat de Regeringen die deelnemen aan de Verklaring inzake de productiefase van de Ariane hebben bijgedragen aan de financiering van de CSG-lanceerbasis in overeenstemming met de door de ESA-Raad aangenomen relevante Resoluties,
Gelet op de overeenkomsten tussen de Franse Regering en ESA inzake het Ruimtevaartcentrum Guyana (CSG) (2002-2006), ondertekend op 11 april 2002 (hierna te noemen „de CSG-Overeenkomst”), inzake de lanceerplatforms en bijbehorende faciliteiten op het CSG van het Agentschap, ondertekend op 11 april 2002 (de „ELA-Overeenkomst”), inzake het Sojoez-lanceerplatform, ondertekend op 21 maart 2005 (de „ELS-Overeenkomst”), en de daaropvolgende herzieningen van deze overeenkomsten,
Overwegend de bepalingen van het Verdrag van 27 januari 1967 inzake de beginselen waaraan de activiteiten van Staten zijn onderworpen bij het onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen (hierna te noemen het „Verdrag inzake de kosmische ruimte”),
Overwegend dat ESA de bepalingen heeft aanvaard van de Overeenkomst van 29 maart 1972 inzake de internationale aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door ruimtevoorwerpen alsmede de bepalingen van de Overeenkomst van 14 januari 1975 inzake de registratie van in de kosmische ruimte gebrachte voorwerpen,
Overwegend de Resolutie inzake de wettelijke aansprakelijkheid van het Agentschap (ESA/C/XXII/Res 3) aangenomen door de ESA-Raad op 13 december 1977,
Zijn het volgende overeengekomen:
I. DOELSTELLING EN VERPLICHTINGEN VAN DE PARTIJEN
De Partijen bij de Verklaring komen bij dezen een gemeenschappelijk kader overeen voor de exploitatiefase van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en van het Sojoez-lanceervoertuig dat, na 2008, vanaf CSG wordt geëxploiteerd. Het kader is de opvolger van de regeling krachtens de Verklaring inzake de productiefase van de Ariane zoals omschreven in de preambule. De exploitatiefase van de lanceervoertuigen, die aansluit op het kwalificatieproces zoals omschreven in het in de preambule bedoelde Referentiekader, omvat de vervaardiging van de desbetreffende lanceervoertuigen en hun integratie, lanceeroperaties en marketingactiviteiten.
De waarborg van een beschikbare, betrouwbare en onafhankelijke toegang tot de ruimte voor Europa tegen betaalbare voorwaarden is en blijft voor de Partijen bij deze Verklaring een essentiële doelstelling.
Gegarandeerde toegang tot de ruimte wordt gewaarborgd door i. door de Europese industrie ontwikkelde en geproduceerde lanceervoertuigen, die hoofdzakelijk ontworpen zijn om te voorzien in de Europese behoefte aan institutionele missies, ii. een operationele Europese lanceerbasis en iii. Europese industriële capaciteit.
De exploitatiefase van de lanceervoertuigen wordt voor vreedzame doeleinden uitgevoerd in overeenstemming met het Verdrag inzake de kosmische ruimte en het ESA-Verdrag.
De Partijen bij de Verklaring besluiten Arianespace (hierna te noemen de „leverancier van lanceerdiensten”) te belasten met de uitvoering van de exploitatiefase van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en van het Sojoez-lanceervoertuig dat vanaf CSG wordt geëxploiteerd, in overeenstemming met de rollen en verantwoordelijkheden zoals vastgelegd in het in de preambule bedoelde Referentiekader; het Agentschap sluit hiertoe overeenkomsten met de leverancier van lanceerdiensten in overeenstemming met de in het onderstaande artikelIII voorziene richtlijnen. Dergelijke overeenkomsten volgen de in de preambule bedoelde overeenkomst tussen ESA en Arianespace op, waarbij de continuïteit met laatstgenoemde overeenkomst gehandhaafd blijft.
Bij de exploitatie van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen wordt rekening gehouden met de geografische verdeling van de industriële werkzaamheden die voortvloeien uit de relevante ontwikkelingsprogramma’s die door het Agentschap worden uitgevoerd, met inachtneming van de specifieke bepalingen van de relevante exploitatieovereenkomsten voor elk van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen die gesloten zullen worden tussen de Staten die deelnemen aan het desbetreffende ontwikkelingsprogramma voor het lanceervoertuig van het Agentschap, zoals bedoeld in de preambule, en van de bepalingen van de overeenkomsten tussen ESA en de leverancier van lanceerdiensten zoals voorzien in het onderstaande artikel III.
De Europese lanceerbasis wordt bedrijfsklaar gehouden opdat de Partijen bij deze Verklaring te allen tijde toegang tot de ruimte kunnen krijgen. De Partijen verplichten zich van hun zijde bij te dragen aan de financiering van de CSG-lanceerbasis in overeenstemming met specifieke overeenkomsten.
De Partijen bij deze Verklaring houden bij het opstellen en uitvoeren van hun nationale programma’s alsmede van de Europese en overige internationale programma’s waarbij zij betrokken zijn, rekening met de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en het Sojoez-lanceervoertuig dat vanaf CSG geëxploiteerd wordt, uitgezonderd wanneer een dergelijk gebruik in vergelijking met het gebruik van andere lanceervoertuigen of ruimtetransportsystemen die op het voorziene tijdstip beschikbaar zijn een onredelijk nadeel oplevert ten aanzien van de kosten, betrouwbaarheid of geschiktheid voor de missie.
Voor het gebruik van de lanceervoertuigen hanteren de Partijen de volgende prioritaire volgorde:
- –. ESA ontwikkelde lanceervoertuigen,
- –. het Sojoez-lanceervoertuig dat vanaf CSG wordt geëxploiteerd, boven lanceringen van missies met lanceervoertuigen die niet door ESA zijn ontwikkeld,
- –. overige lanceervoertuigen.
De Partijen bij de Verklaring komen overeen gezamenlijk steun te verlenen aan het instellen van een kader voor het verwerven van lanceerdiensten voor Europese institutionele programma’s en voor het garanderen van gelijke concurrentievoorwaarden voor Europa op de wereldwijde markt voor lanceerdiensten.
Ten aanzien van verkopen van lanceerdiensten geleverd door een van de lanceersystemen die het voorwerp van deze Verklaring zijn, aan een Staat die geen lid van het Agentschap is of aan een afnemer die niet onder de rechtsmacht van een lidstaat van het Agentschap valt:
- a. komen de Partijen overeen een Commissie in te stellen, hierna te noemen de „Verkoopcontrolecommissie”, die de verkoopcontrolecommissie die is ingesteld ingevolge de in de preambule bedoelde Verklaring inzake de productiefase van de Ariane opvolgt, en die de bevoegdheid heeft vast te stellen of een voorgenomen verkoop van een lancering een gebruik betreft dat indruist tegen het bepaalde in artikel I.4 van deze Verklaring. De Verkoopcontrolecommissie bestaat uit een vertegenwoordiger van elk van de Partijen bij de Verklaring. De leden van de Verkoopcontrolecommissie worden door de Directeur-Generaal van het Agentschap op de hoogte gehouden van de voorgenomen verkopen van lanceerdiensten door de leverancier van lanceerdiensten aan Staten die geen lid zijn van het Agentschap of aan afnemers die onder de rechtsmacht van zulke Staten vallen. De bijeenroeping van de Verkoopcontrolecommissie geschiedt als volgt: een derde van de leden kan verzoeken om een bijeenkomst op grond van het feit dat het gebruik van een lanceervoertuig indruist tegen het bepaalde in artikel I.4 van deze Verklaring. Dit verzoek dient te worden gedaan niet later dan vier weken nadat de leden van de Verkoopcontrolecommissie zijn ingelicht omtrent het voorgestelde contract. De Verkoopcontrolecommissie dient vervolgens binnen twee weken te worden bijeengeroepen. Uiterlijk binnen vier weken daarna kan de commissie besluiten de voorgenomen verkoop van een lancering te verbieden op grond van het feit dat deze onverenigbaar is met het bepaalde in artikel I.4 van deze Verklaring, welk besluit met een tweederde meerderheid van de stemmen van haar leden wordt genomen. Dit besluit is bindend voor de leverancier van lanceerdiensten. Bij de uitoefening van de bevoegdheden die Frankrijk bezit krachtens het Verdrag inzake de kosmische ruimte, verplicht Frankrijk zich de noodzakelijke maatregelen te nemen ter verzekering van de juiste uitvoering van de door de Verkoopcontrolecommissie genomen besluiten tot verbod van verkoop.
- b. Onverminderd de daaruit ingevolge deze Verklaring voortvloeiende verplichtingen behoudt een Partij het recht te verklaren dat zij om niet nader te noemen redenen geen bemoeienis wenst te hebben met een bepaalde lancering.
- c. Indien een Partij van oordeel is dat de verkoop van een lancering onverenigbaar is met haar instemming met deze Verklaring, dient zij dit, na het door haar noodzakelijk geachte overleg, ter kennis van de Directeur-Generaal van het Agentschap te brengen. Indien, nadat de Directeur-Generaal de leverancier van lanceerdiensten heeft ingelicht, de verkoop doorgang heeft, kan de Partij onmiddellijk haar instemming met deze Verklaring schorsen met betrekking tot de verkoop in kwestie, op voorwaarde dat zij het Agentschap en de andere Partijen binnen één maand officieel daarvan in kennis stelt en dat zij de verplichtingen nakomt die zij met betrekking tot andere verkopen op zich heeft genomen. De Partij blijft de voor de exploitatie van het lanceervoertuig gebruikte nationale bezittingen en intellectuele-eigendomsrechten als omschreven in het onderstaande artikel I.11 beschikbaar stellen en verzet zich niet tegen het gebruik ervan. Mocht de betrokken Partij bezwaar hebben tegen het beschikbaar stellen, ten behoeve van de lancering in kwestie, van de door haar binnenlandse industrie vervaardigde uitrusting en subsystemen, dan is zij verplicht naar vermogen te bevorderen dat de vervaardiging van de desbetreffende goederen wordt overgedragen aan de industrieën van de andere Partijen, en mag zij zich in geen geval verzetten tegen de vervaardiging van de betrokken goederen door de industrieën van de andere Partijen.
- d. De Verkoopcontrolecommissie stelt haar reglement van orde vast.
De Partijen bij deze Verklaring verbinden zich ertoe, wanneer zulks noodzakelijk is ten behoeve van de exploitatie van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en van het Sojoez-lanceervoertuig dat vanaf CSG wordt geëxploiteerd, aan de leverancier van lanceerdiensten ter beschikking te stellen:
- –. op financiële voorwaarden die zijn beperkt tot de daaruit voortvloeiende kosten, de bezittingen die eigendom zijn van bepaalde Partijen bij deze Verklaring en die zijn gebruikt voor de ontwikkelingsprogramma’s van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en voor het programma voor de Sojoez op het CSG, uitgezonderd de CSG-lanceerbasis, waarop de bijzondere bepalingen van artikel I.7 van toepassing zijn.
- –. kosteloos, de hun toekomende rechten ter zake van de intellectuele eigendom, voortvloeiend uit de ontwikkelingsprogramma’s van elk van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en uit het programma voor de Sojoez op het CSG; de leverancier van lanceerdiensten heeft kosteloos toegang tot de technische gegevens waarover zij beschikken en die voortvloeien uit de genoemde programma’s.
De Partijen bij deze Verklaring doen al het mogelijke om ESA en de leverancier van lanceerdiensten de noodzakelijke bijstand te verlenen met betrekking tot industriële kwaliteitsbewaking en prijscontrole.
Indien, in verband met een verkoop voor de export, het wenselijk blijkt bijzondere regelingen te treffen inzake garanties en exportfinanciering, plegen de Partijen onderling overleg om vast te stellen op welke wijze aan een zodanig verzoek kan worden voldaan op basis van het beginsel van billijke verdeling van het risico en de financiering naar rato van de deelneming aan de exploitatie zoals omschreven in de in de preambule bedoelde exploitatieovereenkomsten.
De Partijen komen overeen onderling overleg te plegen omtrent de maatregelen die moeten worden genomen indien zich grote wijzigingen voordoen bij de leverancier van lanceerdiensten of in geval van voorvallen die van grote invloed zijn op zijn zakelijke activiteiten of op de toekomst van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en van het Sojoez-lanceervoertuig dat vanaf CSG wordt geëxploiteerd.
II. MANDAAT VAN HET AGENTSCHAP
De Partijen bij deze Verklaring:
-
- Nodigen het Agentschap uit te waarborgen dat de bepalingen van deze Verklaring worden nageleefd en toegepast en dat hun rechten worden gewaarborgd alsmede erop toe te zien dat de kwalificatie van de lanceersystemen, met inbegrip van de bijbehorende faciliteiten, geen voorwerp van discussie wordt als gevolg van de activiteiten van de leverancier van lanceerdiensten en de industrie gedurende de exploitatiefase;
-
- Nodigen het Agentschap uit door middel van een besluit van de Raad in te stemmen met het mandaat dat hem uit hoofde van deze Verklaring is verleend, in overeenstemming met artikel V.2 van het ESA-Verdrag;
-
- Nodigen het Agentschap uit specifieke overeenkomsten te sluiten met de leverancier van lanceerdiensten zoals voorzien in het onderstaande artikel III in overeenstemming met de in deze Verklaring vervatte beginselen;
-
- Nodigen het Agentschap uit ermee in te stemmen dat de rapportage aan de Partijen inzake kwesties die verband houden met het mandaat dat hem krachtens deze Verklaring is verleend, plaatsvindt tijdens bijeenkomsten van de Raad van het Agentschap of van zijn ondergeschikt orgaan dat belast is met kwesties die samenhangen met de lanceervoertuigen; een dergelijke rapportage vindt ten minste eenmaal per jaar plaats en omvat met name:
- a. rapporten inzake de financiële behoeften en financiering van het CSG;
- b. rapporten van de Directeur-Generaal van het Agentschap of zijn vertegenwoordiger over de wereldmarkt voor lanceerdiensten tezamen met een kritische analyse hiervan;
- c. gedetailleerde rapporten van de Directeur-Generaal van het Agentschap of zijn vertegenwoordiger over de algehele geografische spreiding van het met de exploitatie samenhangende werk over de Partijen bij deze Verklaring;
- d. rapporten van de Directeur-Generaal van het Agentschap over de verdeling van het met de exploitatie samenhangende industriële werk;
- e. gedetailleerde rapporten van de Directeur-Generaal van het Agentschap op basis van gegevens die ingevolge de bepalingen van het onderstaande artikel III.I.n zijn verzameld en rapporten van de vertegenwoordiger van de leverancier van lanceerdiensten over het jaarlijkse bedrijfsplan en de ondernemingsactiviteiten. Bij deze gelegenheid kan de Raad of zijn ondergeschikt orgaan aan de leverancier van lanceerdiensten elke aanbeveling doen die hij nuttig acht voor het verwezenlijken van de doelstellingen van deze Verklaring. De Raad of het orgaan kunnen de leverancier van lanceerdiensten om verdere rapporten verzoeken;
- f. rapporten van de Directeur-Generaal van het Agentschap over de werkzaamheden van de leverancier van lanceerdiensten, met inbegrip van iedere ontwikkeling betreffende de structuur en/of samenstelling van de aandelen van de onderneming van de leverancier van lanceerdiensten en van zijn groep;
- g. rapporten van de voorzitter van de Verkoopcontrolecommissie;
-
- Nodigen het Agentschap uit de bovenbedoelde rapporten en informatie die een vertrouwelijk karakter kunnen hebben als zodanig te behandelen;
-
- Zorgen ervoor dat de vertegenwoordigers van de Partijen bij deze Verklaring de bijeenkomsten van de Raad van het Agentschap of van zijn ondergeschikt orgaan dat belast is met kwesties die samenhangen met de lanceervoertuigen gebruiken om overeenstemming te bereiken over kwesties die verband houden met de implementatie van deze Verklaring;
-
- Nodigen de Raad van het Agentschap uit de Directeur-Generaal van het Agentschap te machtigen de taken van depositaris van deze Verklaring en de taken omschreven in het onderstaande artikel V uit te voeren;
-
- Nodigen het Agentschap uit de leverancier van lanceerdiensten bijstand te verlenen bij het bevorderen van de exportactiviteiten inzake de lanceervoertuigen, met name bij het leggen van contacten met internationale organisaties;
-
- Nodigen het Agentschap uit de leverancier van lanceerdiensten bijstand te verlenen met betrekking tot industriële kwaliteitsbewaking en prijscontrole.
III. DOOR DE LEVERANCIER VAN LANCEERDIENSTEN OP ZICH TE NEMEN VERPLICHTINGEN - OVEREENKOMSTEN TUSSEN ESA EN DE LEVERANCIER VAN LANCEERDIENSTEN
Ten behoeve van het mandaat dat het Agentschap krachtens deze Verklaring is verleend en in overeenstemming met de Lanceervoertuigresolutie, 2005, sluit ESA overeenkomsten met de leverancier van lanceerdiensten, die de in de preambule bedoelde overeenkomst met inbegrip van de daaropvolgende aanvullingsakten daarbij opvolgen, waarbij de continuïteit met deze overeenkomst gehandhaafd blijft. In dergelijke overeenkomsten, waarin voor elk van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en voor het Sojoez-lanceervoertuig dat vanaf CSG wordt geëxploiteerd bijzondere bepalingen worden opgenomen, verplicht de leverancier van lanceerdiensten, met inachtneming van de taken waarmee hij is belast, zich ertoe:
- a. de werkzaamheden waarmee hij is belast uit te voeren in overeenstemming met het ESA-Verdrag, met de bepalingen van het Verdrag inzake de kosmische ruimte en met de toepasselijke nationale wet- en regelgeving;
- b. zich te houden aan de besluiten genomen door de krachtens het bovenstaande artikel I.10 ingestelde Verkoopcontrolecommissie;
- c. ermee in te stemmen dat:
- –. de voornaamste doelstelling van de onderneming de exploitatie van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen is;
- –. hij de exploitatie van het Sojoez-lanceervoertuig vanaf het CSG verzorgt ter ondersteuning van de voornaamste doelstelling van de onderneming;
- –. de exploitatie van andere lanceervoertuigen vanaf het CSG door hem mag worden uitgevoerd, na toestemming van de ESA-Raad en van de Franse Regering, ter ondersteuning van de voornaamste doelstelling van de onderneming;
- –. andere werkzaamheden door hem mogen worden uitgevoerd na overleg met de ESA-Raad en dat deze geen negatieve gevolgen mogen hebben voor de voornaamste doelstelling van de onderneming;
- –. alle bovengenoemde werkzaamheden door hem worden uitgevoerd in overeenstemming met de relevante besluiten van de Raad van ESA en, al naargelang van toepassing, met de overeenkomst(en) tussen ESA en Frankrijk;
- –. hij de in artikel 1.8 vervatte prioritaire volgorde zal eerbiedigen;
- d. beleid inzake de toewijzing van nuttige lading te implementeren met als doel, voor elk door ESA ontwikkeld lanceervoertuig, de minimale lanceerfrequentie te waarborgen die bijdraagt aan het behouden van de Europese industriële capaciteit die nodig is om de toegang tot de ruimte voor Europa te waarborgen en daarbij rekening te houden met de prestaties van de desbetreffende lanceervoertuigen;
- e. een bedrijfsplan op te stellen, met inbegrip van een risicobeoordeling, op basis van met het Agentschap overeengekomen bindende doelstellingen, zoals kosten, betrouwbaarheid, lanceerfrequentie en -schema, dat, met betrekking tot de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen, gezamenlijk wordt overeengekomen met de hoofdaannemers van de desbetreffende lanceersystemen;
- f. voor elk door ESA ontwikkeld lanceervoertuig, de verdeling van industriële werkzaamheden te eerbiedigen die voortvloeit uit alle relevante ontwikkelingsprogramma's voor lanceervoertuigen die door het Agentschap worden uitgevoerd in overeenstemming met de bepalingen van de in de preambule bedoelde exploitatieovereenkomsten, op basis van de volgende bepalingen:
- –. indien de leverancier van lanceerdiensten van mening is dat deze verdeling niet kan worden gehandhaafd omdat de industriële voorstellen onredelijk zijn in termen van prijs, kwaliteit of leverdata, wordt het werk door hem openbaar aanbesteed;
- –. alvorens tot deze maatregel over te gaan, brengt de leverancier van lanceerdiensten de betrokken Partij en de Directeur-Generaal van het Agentschap op de hoogte van zijn voornemen en van de redenen die eraan ten grondslag liggen, zodat binnen een redelijke termijn gezamenlijk een oplossing kan worden gevonden. Het Agentschap wordt betrokken bij de procedure die leidt tot enige verandering in de verdeling van industriële werkzaamheden voortvloeiend uit alle programma's voor de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen die door het Agentschap worden uitgevoerd. De procedures zijn zoals vastgelegd in de bijzondere overeenkomsten die tussen het Agentschap en Arianespace worden gesloten in overeenstemming met de bepalingen van het bovenstaande artikel II.3;
- –. de vorige aannemer kan het beste financiële bod evenaren en krijgt voorrang met betrekking tot alle industriële voorstellen die gelijkwaardig zijn in termen van prijs, leverdata en kwaliteit;
- g. de rechten en informatie die hem uit hoofde van het bovenstaande artikel I.11 en het onderstaande artikel III.2 ter beschikking zijn gesteld uitsluitend te gebruiken ten behoeve van de exploitatie van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en het Sojoez-lanceervoertuig dat vanaf CSG wordt geëxploiteerd en dergelijke rechten en informatie niet aan derden bekend te maken of het gebruik ervan door derden toe te staan zonder toestemming van de eigenaar; de van toepassing zijnde nationale regelgeving inzake uitvoercontrole en de procedures van het Agentschap betreffende de overdracht van technologie naar staten die geen lid zijn van het Agentschap na te leven; bovengenoemde restricties op te nemen in de overeenkomsten met zijn afnemers en leveranciers;
- h. de Franse Regering alle schadeloosstellingen waartoe deze krachtens het bepaalde in artikel IV, onderdelen a en c, van deze Verklaring verplicht is, te vergoeden tot een maximumbedrag van 60 miljoen euro per lancering, in het geval dat gerechtelijke procedures aanhangig worden gemaakt door personen die schade hebben geleden door een lancering van een Ariane-lanceervoertuig of van een Sojoez-lanceervoertuig die door de leverancier van lanceerdiensten tijdens de exploitatiefase vanaf het CSG is uitgevoerd;
- i. de Franse Regering en ESA alle schadeloosstellingen waartoe deze, naar rato van hun respectieve aandelen in de aansprakelijkheid als bepaald in artikel IV, onderdeel b, van deze Verklaring, verplicht zijn, te vergoeden tot een maximumbedrag van 60 miljoen euro per lancering, in het geval dat gerechtelijke procedures aanhangig worden gemaakt door personen die schade hebben geleden door een lancering van een Vega-lanceervoertuig die door de leverancier van lanceerdiensten tijdens de exploitatiefase vanaf het CSG is uitgevoerd;
- j. zorg te dragen voor het toezicht op en de bewaring van de bedrijfsmiddelen en informatie die hem door de Partijen bij deze Verklaring en door het Agentschap ter beschikking zijn gesteld en de eigenaar of eigenaren schadeloos te stellen voor schade die door hemzelf, zijn werknemers of personen die voor hem werken of door derden hieraan is veroorzaakt;
- k. een passende verzekering af te sluiten of vergelijkbare zekerheid te stellen ter dekking van de aansprakelijkheid zoals vervat in het bovenstaande artikel III.I, onderdelen h, i en j, en de overige aansprakelijkheden en risico’s die samenhangen met het uitvoeren van zijn activiteiten als voorzien in de in artikel III.I bedoelde overeenkomsten; de voorwaarden van een dergelijke verzekering of zekerheid worden overeengekomen met het Agentschap en met de Franse Regering;
- l. te waarborgen dat door de door hem en zijn leveranciers tijdens de exploitatiefase uitgevoerde activiteiten de kwalificatiestatus van het lanceersysteem en van de relevante productiemiddelen geen voorwerp van discussie wordt en de technische en financiële verantwoordelijkheid op zich te nemen voor het bedrijfsklaar houden van de hem krachtens de bepalingen van het bovenstaande artikel I.I 1 en het onderstaande artikel III.2 ter beschikking gestelde bedrijfsmiddelen, in overeenstemming met de met de eigenaren gesloten overeenkomsten. Met inachtneming van het bovenstaande kan de leverancier van lanceerdiensten, in overeenstemming met de eigenaren, de veranderingen aan deze bedrijfsmiddelen aanbrengen die hij voor zijn activiteiten nodig acht. Bij gebreke van een dergelijke overeenstemming, kan de leverancier van lanceerdiensten deze veranderingen aanbrengen onder de garantie dat de bedrijfsmiddelen bij teruggave in de oorspronkelijke staat worden hersteld;
- m. bij te dragen aan de financiering van de kosten die verbonden zijn aan het gebruik van de CSG-lanceerbasis, overeenkomstig de bepalingen van de in de preambule bedoelde Lanceervoertuigresolutie, 2005;
- n. de Directeur-Generaal van het Agentschap de door hem benodigde inzage en controlerechten met betrekking tot de leverancier van lanceerdiensten en zijn leveranciers te verlenen, met name wat betreft de jaarlijkse exploitatiekosten en opbrengsten van elk lanceervoertuig en de ontwikkeling van het bedrijfsplan, zodat hij het mandaat dat hem ingevolge deze Verklaring en het ESA-Verdrag is toegekend kan uitvoeren, en de in het bovenstaande artikel II.4 voorziene informatie en rapporten kan verstrekken;
- o. bij de uitoefening van zijn verantwoordelijkheden bij het op de markt brengen van de lanceervoertuigen, in zijn betrekkingen met derden, afnemers en het publiek, de nadruk te leggen op het Europese en multilaterale karakter van de ontwikkeling en exploitatie van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen, door met name op schriftelijk en audiovisueel materiaal melding te maken van het feit dat de desbetreffende ontwikkelingsprogramma's door het Agentschap zijn uitgevoerd en door de aandacht te vestigen op de rol die de Partijen bij deze Verklaring bij deze ontwikkeling hebben gespeeld;
- p. het Agentschap en de Partijen bij deze Verklaring, met voorrang boven andere afnemers, de voor lancering noodzakelijke diensten en lanceergelegenheden te verlenen op de volgende voorwaarden:
- –. het Agentschap en de Partijen richten hun verzoek om diensten tot de leverancier van lanceerdiensten naargelang hun behoefte, waarbij zij kosteloze opties nemen; in het geval van een conflict inzake voorrang tussen het Agentschap en een Partij geniet het Agentschap voorrang; in het geval van een conflict inzake voorrang tussen de Partijen, genieten de Partijen die deelnemen aan het desbetreffende lanceervoertuigontwikkelingsprogramma van het Agentschap voorrang;
- –. indien een andere afnemer om een optie verzoekt waarvoor een vergoeding verschuldigd is, of indien hij een definitieve opdracht wil plaatsen met betrekking tot een kosteloos door het Agentschap of een Partij gereserveerde lanceergelegenheid, kan het Agentschap of de betrokken Partij zijn of haar kosteloze optie omzetten in een optie waarvoor een vergoeding verschuldigd is, of in een definitieve opdracht, en zijn of haar voorrang behouden;
- –. de overeenkomsten tussen het Agentschap en Arianespace bevatten een standaardclausule, die in de verkoopcontracten voor de lanceringen dient te worden opgenomen en die de te volgen procedure omschrijft in geval van het voorbij laten gaan van een geschikte lanceergelegenheid;
- q. elke andere verbintenis aan te gaan die nodig mocht zijn om de taken waarmee hij is belast te implementeren. Geen van de bepalingen van de Verklaring mag worden uitgelegd als een verzoek aan de leverancier van lanceerdiensten om een activiteit te ondernemen die tot aanhoudende financiële verliezen zou leiden.
De Partijen nemen er nota van dat ESA de leverancier van lanceerdiensten, wanneer nodig ten behoeve van de exploitatie van de lanceervoertuigen, het volgende ter beschikking stelt:
- –. kosteloos, de technische productiespecificaties voortvloeiend uit de ontwikkelingsprogramma’s van elk van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen, als basis voor het uitvoeren van de desbetreffende exploitatiefase;
- –. kosteloos, de voorzieningen, de uitrusting en de gereedschappen die in het kader van de ontwikkelingsprogramma’s van elk van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en van het Sojoez-lanceervoertuig dat vanaf CSG wordt geëxploiteerd, zijn verkregen, en waarvan het Agentschap de eigenaar is. Deze bezittingen mogen, in overeenstemming met de leverancier van lanceerdiensten, tevens beschikbaar worden gesteld aan diens leveranciers;
- –. kosteloos, de hem toekomende rechten ter zake van de intellectuele eigendom, voortvloeiend uit de ontwikkelingsprogramma’s van elk van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en uit het programma voor het Sojoez-lanceervoertuig dat vanaf CSG wordt geëxploiteerd; de leverancier van lanceerdiensten heeft kosteloos toegang tot de technische gegevens waarover het Agentschap beschikt en die voortvloeien uit de genoemde programma’s.
De leverancier van lanceerdiensten en het Agentschap onderhouden een actieve dialoog teneinde te controleren of de doelstellingen van de ontwikkelingsprogramma’s voor lanceervoertuigen die in het kader van het Agentschap worden uitgevoerd, rekening houden met voorzienbare ontwikkelingen op de markt voor lanceerdiensten.
IV. AANSPRAKELIJKHEID VOOR SCHADE VEROORZAAKT DOOR EEN LANCERING
Met inachtneming van de verplichtingen van de leverancier van lanceerdiensten als voorzien in het bovenstaande artikel III:
- a. komen de Partijen bij deze Verklaring overeen dat in het geval dat gerechtelijke procedures aanhangig worden gemaakt door personen die schade hebben geleden door een lancering van een Ariane-lanceervoertuig die door de leverancier van lanceerdiensten tijdens de exploitatiefase vanaf het CSG is uitgevoerd, de Franse Regering verantwoordelijk is voor de betaling van de eventueel toegekende schadeloosstelling;
- b. nemen de Partijen bij deze Verklaring nota van de aansprakelijkheidsbeginselen vervat in de Lanceervoertuigresolutie, 2005, ter zake van alle door het Agentschap ontwikkelde lanceervoertuigen niet zijnde de Ariane, en komen zij overeen dat in het geval dat gerechtelijke procedures aanhangig worden gemaakt door personen die schade hebben geleden door een lancering van een Vega-lanceervoertuig die door de leverancier van lanceerdiensten tijdens de exploitatiefase vanaf het CSG is uitgevoerd, de Franse Regering verantwoordelijk is voor de betaling van een derde van de eventueel toegekende schadeloosstelling en het Agentschap verantwoordelijk is voor de resterende twee derden; ten behoeve van een dergelijk lanceervoertuig sluiten de lidstaten van het Agentschap die deelnemen aan de desbetreffende ontwikkelingsprogramma’s van het Agentschap de overeenkomstige exploitatieovereenkomst, zoals bedoeld in de preambule, waarin het delen van de aansprakelijkheid van het Agentschap wordt geregeld in overeenstemming met de Lanceervoertuigresolutie, 2005; het is wel te verstaan dat geen enkele andere lidstaat van het Agentschap gehouden is enig deel van deze twee derden te betalen;
- c. komen de Partijen bij deze Verklaring overeen dat in het geval dat gerechtelijke procedures aanhangig worden gemaakt door personen die schade hebben geleden door een lancering van een Sojoez-lanceervoertuig die door de leverancier van lanceerdiensten tijdens de exploitatiefase vanaf het CSG is uitgevoerd, de Franse Regering ten opzichte van ESA en de Partijen bij deze Verklaring verantwoordelijk is voor de betaling van de eventueel toegekende schadeloosstelling;
- d. nemen de Partijen bij deze Verklaring nota van de in de preambule bedoelde wettelijke aansprakelijkheid van het Agentschap en komen zij overeen dat de onderdelen a, b en c van artikel IV niet van toepassing zijn in gevallen waarin het Agentschap de afnemer van de leverancier van lanceerdiensten is en wordt vastgesteld dat de schade veroorzaakt werd door een satelliet van het Agentschap;
- e. komen de Partijen bij deze Overeenkomst overeen dat de verantwoordelijkheden van de Franse Regering ingevolge onderdelen a, b en c van artikel IV niet van toepassing zijn indien de schade is veroorzaakt door het opzettelijk handelen of nalaten van het Agentschap, zijn werknemers of zijn lidstaten (uitgezonderd de Franse Staat en de publiekrechtelijke lichamen die onder zijn gezag vallen), en dat de verantwoordelijkheden van het Agentschap ingevolge onderdeel b van dit artikel niet van toepassing zijn indien de schade is veroorzaakt door het opzettelijk handelen of nalaten van de Franse Staat of de publiekrechtelijke lichamen die onder zijn gezag vallen.
V. INWERKINGTREDING, WERKINGSDUUR, HERZIENINGEN EN GELDIGHEID
De Republiek Oostenrijk, het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Republiek Finland, de Franse Republiek, de Bondsrepubliek Duitsland, de Helleense Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk Noorwegen, de Portugese Republiek, het Koninkrijk Spanje, het Koninkrijk Zweden, de Zwitserse Bondsstaat, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, lidstaten van het Europees Ruimte-Agentschap, kunnen vanaf 30 maart 2007 Partij worden bij deze Verklaring door de Directeur-Generaal van het Agentschap schriftelijk ervan in kennis te stellen dat zij ermee instemmen Partij te worden. Deze Verklaring treedt in werking zodra twee derde van de lidstaten van het Agentschap de Directeur-Generaal van het Agentschap schriftelijk ervan in kennis stellen dat zij ermee instemmen Partij te worden. Na de inwerkingtreding kan elk van de bovengenoemde ESA-lidstaten Partij worden bij deze Verklaring door de Directeur-Generaal van het Agentschap schriftelijk ervan in kennis te stellen dat hij ermee instemt Partij te worden. Deze Verklaring treedt voor dergelijke lidstaten in werking 30 dagen na de datum waarop zij de Directeur-Generaal van het Agentschap ervan in kennis hebben gesteld dat zij ermee instemmen Partij te worden.
Na de inwerkingtreding ervan staat deze Verklaring open voor toetreding door elke nieuwe Staat die lid wordt van het Europees Ruimte-Agentschap en hierom verzoekt. Een dergelijk verzoek om toetreding wordt gericht aan de Directeur-Generaal van het Agentschap en vereist de instemming van alle Partijen bij deze Verklaring. Deze Verklaring treedt ten aanzien van een lidstaat die ertoe is toegetreden in werking 30 dagen na de datum waarop hij de Directeur-Generaal van het Agentschap in kennis stelt van zijn toetreding.
Op voorwaarde dat aan de in het eerste lid van dit artikel vervatte voorwaarde is voldaan, is deze Verklaring van toepassing vanaf 1 januari 2009 tot en met ultimo 2020. De bepalingen van deze Verklaring blijven ook na de vervaldatum van toepassing teneinde, al naargelang van toepassing, de uitvoering van lanceercontracten die de leverancier van lanceerdiensten tot en met ultimo 2020 afsluit, mogelijk te maken. De Partijen bij deze Verklaring nodigen de Directeur-Generaal van het Agentschap uit in 2014 een vergadering van de Partijen te beleggen om de voortgang van de implementatie van de Verklaring te evalueren alsmede de passende maatregelen die genomen moeten worden.
De Partijen bij deze Verklaring plegen tijdig, en ten minste twee jaar voor het verstrijken van de geldigheidsduur van deze Verklaring, onderling overleg over de voorwaarden voor de vervanging ervan.
De Partijen bij deze Verklaring komen, op verzoek van ten minste vier van hen, bijeen om de bepalingen van deze Verklaring en de implementatie ervan te toetsen. In het kader van deze toetsingen kan de Directeur-Generaal van het Agentschap of enige Partij de Partijen bij deze Verklaring voorstellen doen tot aanpassing van de inhoud van deze Verklaring. Wijzigingen van de bepalingen van deze Verklaring worden aangenomen na de eenparige aanvaarding ervan door de Partijen bij deze Verklaring.
De bepalingen van deze Verklaring hebben slechts tot doel de relatie tussen de Partijen erbij te regelen; de overeenkomsten die een Partij bij deze Verklaring mogelijk met derden is aangegaan vóór de inwerkingtreding van deze Verklaring als voorzien in het bovenstaande artikel V.1, worden er niet door aangetast of gewijzigd; de bepalingen worden niet aangetast of gewijzigd door de overeenkomsten die een Partij bij deze Verklaring mogelijk met derden is aangegaan na de inwerkingtreding van deze Verklaring.
VI. GESCHILLEN
Elk geschil dat tussen twee of meer Partijen ontstaat met betrekking tot de uitlegging of uitvoering van deze Verklaring en dat niet wordt geregeld door tussenkomst van de Raad van het Agentschap, wordt geregeld in overeenstemming met de bepalingen van artikel XVII van het ESA-Verdrag.
The original of this Declaration, DONE in Paris on 30 March 2007, of which the English, French, and German texts are equally authentic, shall be deposited in the archives of the European Space Agency; which shall transmit certified copies to all Parties.