Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vorstendom Liechtenstein tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het vermogen en het voorkomen van het ontduiken en ontwijken van belasting
plegen de verdragsluitende staten overleg met het oog op wijziging van dit Verdrag teneinde een passende toewijzing van heffingsrechten tussen de verdragsluitende staten te herstellen. Indien er bij dit overleg geen vooruitgang wordt geboekt, kan de andere staat de eerstgenoemde staat er langs diplomatieke weg van in kennis stellen dat hij de bepalingen van de artikelen 10, 1112, 13, vijfde lid, en artikel 20 niet langer toepast. In dat geval houden de bepalingen van deze artikelen op van kracht te zijn in beide verdragsluitende staten met betrekking tot inkomensbestanddelen verkregen door lichamen die inwoner zijn zes maanden na de datum waarop de andere verdragsluitende staat een schriftelijke publieke kennisgeving doet uitgaan dat hij deze artikelen niet langer toepast.
II. AD ARTIKELEN 2 EN 22
Het is wel te verstaan dat indien een persoon die inwoner is van een verdragsluitende staat, in overeenstemming met dit Verdrag, in Liechtenstein onderworpen is aan vermogensbelasting, de belasting op het nominale inkomen over dit vermogen (Sollertrag) beschouwd wordt als inkomstenbelasting (Erwerbssteuer).
III. AD ARTIKEL 4
Het is wel te verstaan dat in het geval van een natuurlijke persoon die aan boord van een schip woont „enige andere soortgelijke omstandigheid” mede omvat de thuishaven van dat schip.
IV. AD ARTIKELEN 5, 6, 7 EN 13
Het is wel te verstaan dat rechten tot de exploratie en exploitatie van natuurlijke rijkdommen worden beschouwd als onroerende zaken die zijn gelegen in de verdragsluitende staat op wiens territoriale zee, en elk gebied buiten en grenzend aan zijn territoriale zee waarin deze staat, in overeenstemming met internationaal recht, rechtsmacht of soevereine rechten uitoefent, met inbegrip van de zeebodem en ondergrond daarvan, deze rechten van toepassing zijn en dat deze rechten geacht worden te behoren tot de activa van een vaste inrichting in die staat. Voorts is het wel te verstaan dat de hiervoor genoemde rechten ook omvatten rechten op belangen bij of voordelen uit vermogensbestanddelen die voortvloeien uit die exploratie of exploitatie.
V. AD ARTIKEL 10
De bepalingen van artikel 10, derde lid, zijn niet van toepassing op dividenden betaald door of aan een collectieve beleggingsinstelling.
VI. AD ARTIKELEN 10, 11 EN 12
Indien aan de bron belasting is geheven die het belastingbedrag dat ingevolge de bepalingen van de artikelen 10, 11 of 12 mag worden geheven te boven gaat, moeten verzoeken om teruggaaf van het daarboven uitgaande belastingbedrag worden ingediend bij de bevoegde autoriteit van de staat die de belasting heeft geheven, binnen een tijdvak van vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarin de belasting is geheven.
VII. AD ARTIKELEN 10 EN 13
Het is wel te verstaan dat inkomen ontvangen in verband met de (gedeeltelijke) liquidatie van een lichaam of de inkoop van eigen aandelen door een lichaam wordt behandeld als inkomen uit aandelen.
VIII. AD ARTIKEL 14
Het is wel te verstaan dat Nederland niet zal worden belet zijn binnenlandse fictiefloonregeling van artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964 toe te passen.
IX. AD ARTIKEL 20
Nederland zal niet worden belet om overeenkomstig zijn nationale wetgeving inkomen te belasten met betrekking tot een belang in een vrijgestelde beleggingsinstelling, maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot dit inkomen een inwoner is van Liechtenstein, mag de aldus geheven belasting niet meer bedragen dan 15 percent van het brutobedrag van het inkomen.
X. AD ARTIKEL 24
De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten kunnen tevens overeenkomen dat ter zake van een overeengekomen regeling in het kader van een procedure voor onderling overleg als bedoeld in artikel 24, de verdragsluitende staat waarin ingevolge eerdergenoemde regeling sprake is van een additionele belastingheffing, geen belastingverhogingen, bestuurlijke boetes, interest en kosten zal opleggen met betrekking tot deze additionele belastingheffing.
XI. AD ARTIKEL 25
Het is wel te verstaan dat voor de toepassing van het Verdrag:
- a. informatie die door een verdragsluitende staat aan de andere verdragsluitende staat wordt verstrekt door laatstgenoemde aan een derde rechtsgebied mag worden verzonden, met inachtneming van de waarborgen van artikel 25 en na voorafgaande toestemming van de eerstgenoemde staat, waar de informatie vandaan kwam; en dat
- b. persoonsgegevens mogen worden verwerkt en verzonden voor zover nodig voor de uitwisseling van informatie overeenkomstig artikel 25.
XII. AD ARTIKEL 26
De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten kunnen overeenkomen onder welke omstandigheden de geheven bijdragen en toegekende voordelen uit hoofde van inkomensgerelateerde regelingen worden aangemerkt als belastingvorderingen.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned, duly authorised thereto, have signed this Convention.
DONE in duplicate at Bern this 3rd day of June 2020, in the English language.
For the Kingdom of the Netherlands,
HEDDA SAMSON
For the Principality of Liechtenstein,
DORIS FRICK
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)