Overeenkomst tussen de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden met betrekking tot grenscontroles op het treinverkeer tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk via de vaste kanaalverbinding

Type Verdrag
Publication 2025-06-13
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

en

de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

(hierna te noemen „de Overeenkomstsluitende Partijen”),

Geleid door de wens het treinverkeer tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk dat door de vaste kanaalverbinding gaat te vergemakkelijken;

Gelet op de noodzaak, te dien einde, de bevoegde autoriteiten van elk van de Overeenkomstsluitende Partijen in staat te stellen om grenscontroles uit te voeren of voorzieningen te treffen om dergelijke controles uit te voeren, op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, ter zake van passagiers die per trein reizen tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk via de vaste kanaalverbinding;

Na hun verplichtingen (met de steun van de Regering van de Franse Republiek en de Regering van het Koninkrijk België), te hebben vastgelegd in een intentieverklaring van 18 juli 2018 om een Overeenkomst te sluiten waarin een voorziening wordt getroffen voor dergelijke controles;

Gelet op

het Verdrag tussen de Franse Republiek en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreffende de bouw en de exploitatie door privé-concessionarissen van een vaste kanaalverbinding, gedaan te Canterbury op 12 februari 1986, dat op 29 juli 1987 in werking is getreden;

de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België, de Regering van de Franse Republiek en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland met betrekking tot het treinverkeer tussen België en het Verenigd Koninkrijk via de vaste kanaalverbinding met Protocol, gedaan te Brussel op 15 december 1993, die op 1 december 1997 in werking is getreden (de Tripartiete Overeenkomst);

de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, de Regering van het Koninkrijk België, de Regering van de Franse Republiek en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot wijziging en aanvulling van de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België, de Regering van de Franse Republiek en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland met betrekking tot het treinverkeer tussen België en het Verenigd Koninkrijk via de vaste kanaalverbinding met protocol, gedaan te Brussel op 15 december 1993, gedaan te Brussel op 7 juli 2020;

de Bijzondere Overeenkomst tussen de Regering van de Franse Republiek, de Regering van het Koninkrijk België, de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake veiligheidsvraagstukken met betrekking tot de treinen via de vaste kanaalverbinding, gedaan te Brussel op 7 juli 2020;

de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland met betrekking tot immigratiecontroles op het treinverkeer tussen België en het Verenigd Koninkrijk via de vaste kanaalverbinding, gedaan te Londen op 3 december 2013 en Brussel op 18 december 2013, die op 1 oktober 2016 in werking is getreden;

de Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de Regeringen van de Staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten Akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen, gedaan te Schengen op 19 juni 1990, die op 1 september 1993 in werking is getreden.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, tevens gelet op:

Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (herschikking);

Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode);

Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens;

Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad.

Voor de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tevens gelet op haar nationale wetgeving inzake de verwerking van informatie met betrekking tot individuen,

Zijn het volgende overeengekomen:

DEEL I. ALGEMENE BEPALINGEN EN PERMANENTE MAATREGELEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen
1.

Voor de toepassing van deze Overeenkomst betekent:

Artikel 2. Reikwijdte
1.

Deze Overeenkomst is uitsluitend van toepassing op het treinverkeer tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk via de vaste verbinding.

2.

Veiligheidsvraagstukken met betrekking tot het treinverkeer tussen het Verenigd Koninkrijk en Nederland via de vaste verbinding vallen onder de Bijzondere Overeenkomst.

3.

Het Protocol en de Bijlagen daarbij maken een integrerend onderdeel uit van deze Overeenkomst.

Artikel 3. Machtiging om grenscontroles uit te voeren
1.

Ambtenaren van het Verenigd Koninkrijk mogen grenscontroles uitvoeren of regelingen treffen voor het uitvoeren van dergelijke controles, in een controlezone die hiertoe is afgebakend op het grondgebied van Nederland, ter zake van passagiers die per trein reizen binnen de reikwijdte van deze Overeenkomst en waarvan de vermelde bestemming het Verenigd Koninkrijk is.

2.

Ambtenaren van Nederland mogen grenscontroles uitvoeren of regelingen treffen voor het uitvoeren van dergelijke controles, in een controlezone die hiertoe is afgebakend op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk, ter zake van passagiers die per trein reizen binnen de reikwijdte van deze Overeenkomst en waarvan de vermelde bestemming Nederland is.

Artikel 4. Afbakening van controlezones
1.

De Overeenkomstsluitende Partijen of hun bevoegde autoriteiten:

2.

De aanwijzing van de treinstations en de afbakening van de controlezones geschiedt door middel van een administratief akkoord krachtens artikel 15.

3.

In een noodsituatie, wanneer de aard van die noodsituatie zodanig is dat de plaatselijke vertegenwoordigers van de betrokken autoriteiten niet in staat zijn om in onderlinge overeenstemming de noodzakelijke wijzigingen in de afbakening van de controlezones voorlopig in werking te laten treden, kan de Gaststaat dergelijke noodzakelijke wijzigingen eenzijdig en met onmiddellijke ingang in werking doen treden. Dergelijke wijzigingen worden zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van de plaatselijke vertegenwoordigers van de autoriteiten van de Staat van bestemming, indien het niet mogelijk is dit onmiddellijk te doen.

Artikel 5. Bevoegdheden tot aanhouden of staande houden voor strafbare feiten
1.

De ambtenaren van de Staat van bestemming mogen, bij de uitoefening van hun nationale bevoegdheden, personen in de uitoefening van hun functie uitsluitend aanhouden of staande houden voor de in Bijlage A bij deze Overeenkomst genoemde strafbare feiten.

2.

Om twijfel weg te nemen, wanneer het Protocol ophoudt van toepassing te zijn vanaf de datum waarop de Quadripartiete overeenkomst in werking treedt, blijft het volgende van toepassing:

Artikel 6. Identificatie van ambtenaren
1.

De Overeenkomstsluitende Partijen stellen elkaar langs diplomatieke weg in kennis van alle nieuwe procedurele vereisten met betrekking tot de identificatie van ambtenaren die zijn aangewezen om activiteiten uit te voeren in de controlezones op het grondgebied van de Gaststaat.

2.

De procedurele vereisten voor ambtenaren van het Verenigd Koninkrijk die zijn aangewezen voor het uitvoeren van activiteiten in de controlezones in Nederland zijn opgenomen in Bijlage B bij deze Overeenkomst. Het Koninkrijk der Nederlanden kan de inhoud van Bijlage B wijzigen door het Verenigd Koninkrijk daarvan overeenkomstig het eerste lid in kennis te stellen.

Artikel 7. Coördinatie en samenwerking tussen bevoegde autoriteiten
1.

De Overeenkomstsluitende Partijen:

Artikel 8. Verwerking en uitwisseling van informatie
1.

Ambtenaren van een Overeenkomstsluitende Partij zijn, handelend in overeenstemming met deze Overeenkomst, te allen tijde onderworpen aan de van toepassing zijnde wetgeving betreffende de verwerking van persoonsgegevens bij de uitoefening van hun functie.

2.

Om de hun bij deze Overeenkomst opgedragen taken uit te voeren, delen de ambtenaren van de Overeenkomstsluitende Partijen, in overeenstemming met deze Overeenkomst en de relevante nationale wetgeving inzake de uitwisseling van informatie, tijdig en nauwkeurig alle noodzakelijke informatie.

Artikel 9. Dienstwapens, munitie en uitrusting
1.

Ambtenaren van de Staat van bestemming mogen in de Gaststaat de dienstwapens, munitie en uitrusting meenemen en dragen die met de Gaststaat zijn overeengekomen.

2.

Dienstwapens of munitie mogen alleen in een Gaststaat worden gedragen indien de betrokken Overeenkomstsluitende Partijen afzonderlijke overeenkomsten hebben gesloten en indien deze mogen worden gedragen door de ambtenaren in de Staat van vertrek op het grondgebied van hun eigen Staat.

Artikel 10. Verantwoordelijkheid voor ambtenaren in de Gaststaat
1.

De ambtenaren zijn uitsluitend verantwoording verschuldigd aan hun eigen bevoegde autoriteiten met betrekking tot de uitoefening van hun functie in een controlezone.

2.

De autoriteiten van de Gaststaat behouden zich het recht voor de autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij te verzoeken hun ambtenaren terug te roepen of, met betrekking tot een ambtenaar van de Staat van bestemming die permanent in de Gaststaat verblijft, de uitoefening van zijn of haar functies uit hoofde van deze Overeenkomst te beëindigen. De Overeenkomstsluitende Partij die een dergelijk verzoek ontvangt, geeft onverwijld gevolg aan dit verzoek

Artikel 11. Verhalen van kosten

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.