Overeenkomst tussen de Regering van de Franse Republiek, de Regering van het Koninkrijk België, de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot wijziging en aanvulling van de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België, de Regering van de Franse Republiek en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland met betrekking tot het treinverkeer tussen België en het Verenigd Koninkrijk via de vaste kanaalverbinding met protocol, gedaan te Brussel op 15 december 1993 (met Protocol)

Type Verdrag
Publication 2020-07-07
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van de Franse Republiek,

de Regering van het Koninkrijk België,

de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland

Hierna gezamenlijk te noemen „de Overeenkomstsluitende Partijen” en elk afzonderlijk „een Overeenkomstsluitende Partij”,

Gelet op de noodzaak het treinverkeer tussen de grondgebieden van de Overeenkomstsluitende Partijen dat door de vaste kanaalverbinding gaat te vergemakkelijken,

Gelet op het Protocol tussen de Regering van de Franse Republiek en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreffende de grens- en politiecontroles, wederzijdse rechtshulp in strafzaken, openbare veiligheid en wederzijdse bijstand in verband met de vaste kanaalverbinding, gedaan te Sangatte op 25 november 1991, hierna te noemen het „Protocol van Sangatte”,

Gelet op de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België, de Regering van de Franse Republiek en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland met betrekking tot het treinverkeer tussen België en het Verenigd Koninkrijk via de vaste kanaalverbinding met Protocol, gedaan te Brussel op 15 december 1993, hierna te noemen „de Overeenkomst van 1993”, met inbegrip van de preambule bij de Overeenkomst,

Gelet op het Aanvullend Protocol bij het Protocol van Sangatte tussen de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de Regering van de Franse Republiek betreffende de oprichting van bureaus voor de controle van personen die per trein reizen tussen het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, gedaan te Brussel op 29 mei 2000,

Gelet op de Overeenkomst tussen de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de Regering van het Koninkrijk België met betrekking tot immigratiecontroles op het treinverkeer tussen België en het Verenigd Koninkrijk via de vaste kanaalverbinding, gedaan te Londen op 3 december 2013 en Brussel op 18 december 2013,

Gelet op, voor die Overeenkomstsluitende Partijen die hierdoor gebonden zijn:

Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (herschikking),

Verordening (EU) nr. 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen, hierna te noemen de „Schengengrenscode”,

Verordening (EU) nr. 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens,

Richtlijn (EU) nr. 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad,

De Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland gelet op zijn nationale wetgeving betreffende het verwerken van informatie met betrekking tot personen;

Wensende de Overeenkomst van 1993 zodanig te wijzigen dat zij van toepassing is, in de mate die in deze Overeenkomst is vastgesteld, op het spoorwegverkeer over het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partijen die het Schengenacquis volledig toepassen, voor zover de Staten waar dit verkeer zal plaatsvinden, deze Overeenkomst hebben ondertekend, hetzij op de datum van bekrachtiging, hetzij op een latere datum,

Zijn het volgende overeengekomen:

DEEL I. UITBREIDING VAN DE OVEREENKOMST VAN 1993

Artikel 1
1.

Overeenkomstig artikel 25 van de Overeenkomst van 1993 besluiten de Overeenkomstsluitende Partijen bij de Overeenkomst van 1993 en haar Protocol gezamenlijk de Overeenkomst van 1993 en haar Protocol te wijzigen en aan te vullen door deze Overeenkomst en haar Protocol.

2.

De Overeenkomst van 1993 en haar Protocol zijn, zoals gewijzigd en aangevuld door deze Overeenkomst en haar Protocol, van toepassing op alle Overeenkomstsluitende Partijen bij deze Overeenkomst.

3.

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst en haar Protocol uitsluitend van toepassing op het Europese deel van Nederland.

DEEL II. WIJZIGINGEN VAN DE OVEREENKOMST VAN 1993

DEEL III. SLOTBEPALINGEN

Artikel 33
1.

Deze Overeenkomst en haar Protocol dienen te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Regering van het Koninkrijk België om er te worden gearchiveerd. De depositaris stelt de Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van de datum van nederlegging van deze akten.

2.

De Overeenkomst en haar Protocol treden in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de maand waarin de laatste akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring is nedergelegd. De depositaris stelt de Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van de datum van inwerkingtreding ervan, en verstrekt aan elke Overeenkomstsluitende Partij een gewaarmerkt afschrift van de originele tekst.

Artikel 34

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan bij de ondertekening een verklaring neerleggen dat zij deze Overeenkomst en haar Protocol, volledig of beperkt tot een aantal bepalingen, voorlopig zal toepassen, in afwachting van de inwerkingtreding ervan, in overeenstemming met artikel 33. De depositaris stelt de Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van een dergelijke verklaring.

HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Aan de onderstaande begrippen wordt de volgende betekenis toegekend:

Artikel 2. Toepassingsgebied
1.

Deze Overeenkomst is van toepassing op het treinverkeer tussen de Overeenkomstsluitende Partijen in elke richting, dat via de vaste verbinding en door Frankrijk loopt, maar daar niet begint of eindigt.

2.

Onverminderd het bepaalde in deze Overeenkomst worden over de veiligheidsvraagstukken in verband met het treinverkeer bijzondere overeenkomsten gesloten tussen de Overeenkomstsluitende Partijen.

3.

Een Protocol inzake de organisatie van grenscontroles in de controlezones is aan deze Overeenkomst gehecht en maakt er integraal deel van uit.

4.

Wat de grenscontroles op personen betreft, is deze Overeenkomst niet van toepassing op reizen waarbij zowel de Staat van vertrek als de eindbestemming van de passagier binnen het Schengengebied aangegeven zijn.

HOOFDSTUK II. AUTORITEITEN EN ALGEMENE SAMENWERKINGSBEGINSELEN

Artikel 3
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij wijst de autoriteiten of personen aan die op haar grondgebied gemachtigd zijn tot het nemen van enigerlei beslissing met betrekking tot de veiligheid van de treinen.

2.

Elke Overeenkomstsluitende Partij zorgt voor de aanwijzing van de autoriteiten of de verantwoordelijken voor de diensten die op haar grondgebied tot taak hebben grenscontroles uit te voeren en voor de ordehandhaving te zorgen.

3.

Elke Overeenkomstsluitende Partij doet van bedoelde aanwijzingen alsmede van elke wijziging ter zake mededeling aan de andere Overeenkomstsluitende Partij, en brengt een en ander ter kennis van het intergouvernementele Comité.

Artikel 4
1.

Aan boord van treinen mogen de ambtenaren van de Overeenkomstsluitende Partijen grenscontroles uitvoeren op het grondgebied van een andere Overeenkomstsluitende Partij indien deze laatste hierover van tevoren in kennis is gesteld en hiermee heeft ingestemd.

2.

Dergelijke controles mogen alleen plaatsvinden voor zover toegestaan door de nationale wetgeving van de Overeenkomstsluitende Partij op wiens grondgebied ze plaatsvinden. Indien het nationale recht het uitvoeren van dergelijke controles verbiedt of beperkt, dient de Overeenkomstsluitende Partij dit duidelijk aan te geven wanneer zij overeenkomstig het eerste lid toestemming verleent of weigert.

Artikel 5
1.

Wat de grenscontroles op personen betreft en in het geval van Overeenkomstsluitende Partijen die het Schengenacquis volledig toepassen:

2.

Een Overeenkomstsluitende Partij die het Schengenacquis volledig toepast en die op grond van het eerste lid verantwoordelijk is voor de grenscontroles op personen kan deze gezamenlijk met een andere Overeenkomstsluitende Partij die het Schengenacquis volledig toepast, uitvoeren of overeenkomen deze te laten uitvoeren door een andere Overeenkomstsluitende Partij die het Schengenacquis volledig toepast, met inachtneming van de regels van de Schengengrenscode.

3.

In het geval van een Overeenkomstsluitende Partij die het Schengenacquis volledig toepast, worden de grenscontroles op personen verricht overeenkomstig de in de Schengengrenscode vastgestelde gedetailleerde bepalingen.

4.

In het geval van een Overeenkomstsluitende Partij die het Schengenacquis niet volledig toepast, worden de grenscontroles op personen beheerst door zijn nationaal recht.

Artikel 6

Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt het recht politie- en douanecontroles uit te voeren aan boord van treinen terwijl deze treinen over haar grondgebied rijden.

Artikel 7

Ingeval een trein wegens onvoorziene omstandigheden dient halt te houden, worden de passagiers die uitstappen, indien nodig, onderworpen aan grenscontroles door de autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij waar deze halte plaatsvindt.

Artikel 8
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij is verantwoordelijk voor de betaling of de inning van de kosten voor de controles waarvoor deze verantwoordelijk is overeenkomstig deze Overeenkomst.

2.

Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht om de kosten van de eigen controles terug te verhalen op een exploitant of een andere derde.

3.

Een dergelijke inning geschiedt door middel van een administratieve overeenkomst tussen de desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij en de exploitant of een derde.

Artikel 9

Ambtenaren zijn gemachtigd zich om dienstredenen in verband met deze Overeenkomst en op eenvoudig bewijs van hun identiteit en hoedanigheid vrij te bewegen over het gehele traject. Daarbij mogen zij in de Gaststaat hun nationale uniform of andere onderscheidingstekens dragen.

Artikel 10

De autoriteiten van de Staat van verblijf behouden zich het recht voor de autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partijen te verzoeken een van hun ambtenaren terug te roepen. De Overeenkomstsluitende Partij die een dergelijk verzoek ontvangt zal hieraan voldoen.

HOOFDSTUK III. WEDERZIJDSE RECHTSHULP IN STRAFZAKEN

Artikel 11
1.

Over politiezaken met betrekking tot het treinverkeer als bedoeld in het eerste lid van artikel 2 en de bestrijding van terrorisme, georganiseerde misdaad, migrantensmokkel en mensenhandel kunnen afzonderlijke bilaterale of multilaterale akkoorden tussen alle of sommige van de Overeenkomstsluitende Partijen gesloten worden, onverminderd de bepalingen van deze Overeenkomst. Dergelijke akkoorden die bestaan op de datum waarop deze Overeenkomst in werking treedt, worden niet vervangen door de bepalingen van deze Overeenkomst en blijven ongewijzigd van kracht.

2.

Voor de in het eerste lid hierboven genoemde doeleinden, kunnen alle of sommige Overeenkomstsluitende Partijen ook andere vormen van samenwerking door hun ambtenaren overeenkomen, met name binnen controlezones en aan boord van treinen. Een dergelijke overeenkomst moet schriftelijk worden vastgelegd en aan alle betrokken Overeenkomstsluitende Partijen ter kennis worden gebracht.

Artikel 12
1.

In verband met de taken die door ambtenaren van een Overeenkomstsluitende Partij overeenkomstig hun nationale wetgeving worden verricht op het traject dat wordt gebruikt door treinen, voor zover op hun eigen grondgebied, zijn deze ambtenaren bevoegd om op het grondgebied van een andere Overeenkomstsluitende Partij aan boord van treinen te gaan of uit te stappen wanneer zij hun taken hebben vervuld, op voorwaarde dat de bevoegde autoriteiten van de Gaststaat in kennis zijn gesteld van dergelijke reizen op buitenlands grondgebied voordat de ambtenaren hun nationale grondgebied verlaten.

2.

Onverminderd het vierde lid van dit artikel, hebben dergelijke ambtenaren terwijl zij op het grondgebied van een andere Overeenkomstsluitende Partij zijn uit hoofde van deze Overeenkomst geen bevoegdheden om hun taken, overeenkomstig hun nationale wetgeving, voort te zetten of te beginnen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.