Overeenkomst tussen de Regering van de Franse Republiek, de Regering van het Koninkrijk België, de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot wijziging en aanvulling van de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België, de Regering van de Franse Republiek en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland met betrekking tot het treinverkeer tussen België en het Verenigd Koninkrijk via de vaste kanaalverbinding met protocol, gedaan te Brussel op 15 december 1993 (met Protocol)

Type Verdrag
Publication 2020-07-07
State In force
Source BWB
artikelen 61
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van de Franse Republiek,

de Regering van het Koninkrijk België,

de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland

Hierna gezamenlijk te noemen „de Overeenkomstsluitende Partijen” en elk afzonderlijk „een Overeenkomstsluitende Partij”,

Gelet op de noodzaak het treinverkeer tussen de grondgebieden van de Overeenkomstsluitende Partijen dat door de vaste kanaalverbinding gaat te vergemakkelijken,

Gelet op het Protocol tussen de Regering van de Franse Republiek en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreffende de grens- en politiecontroles, wederzijdse rechtshulp in strafzaken, openbare veiligheid en wederzijdse bijstand in verband met de vaste kanaalverbinding, gedaan te Sangatte op 25 november 1991, hierna te noemen het „Protocol van Sangatte”,

Gelet op de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België, de Regering van de Franse Republiek en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland met betrekking tot het treinverkeer tussen België en het Verenigd Koninkrijk via de vaste kanaalverbinding met Protocol, gedaan te Brussel op 15 december 1993, hierna te noemen „de Overeenkomst van 1993”, met inbegrip van de preambule bij de Overeenkomst,

Gelet op het Aanvullend Protocol bij het Protocol van Sangatte tussen de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de Regering van de Franse Republiek betreffende de oprichting van bureaus voor de controle van personen die per trein reizen tussen het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, gedaan te Brussel op 29 mei 2000,

Gelet op de Overeenkomst tussen de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de Regering van het Koninkrijk België met betrekking tot immigratiecontroles op het treinverkeer tussen België en het Verenigd Koninkrijk via de vaste kanaalverbinding, gedaan te Londen op 3 december 2013 en Brussel op 18 december 2013,

Gelet op, voor die Overeenkomstsluitende Partijen die hierdoor gebonden zijn:

Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (herschikking),

Verordening (EU) nr. 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen, hierna te noemen de „Schengengrenscode”,

Verordening (EU) nr. 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens,

Richtlijn (EU) nr. 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad,

De Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland gelet op zijn nationale wetgeving betreffende het verwerken van informatie met betrekking tot personen;

Wensende de Overeenkomst van 1993 zodanig te wijzigen dat zij van toepassing is, in de mate die in deze Overeenkomst is vastgesteld, op het spoorwegverkeer over het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partijen die het Schengenacquis volledig toepassen, voor zover de Staten waar dit verkeer zal plaatsvinden, deze Overeenkomst hebben ondertekend, hetzij op de datum van bekrachtiging, hetzij op een latere datum,

Zijn het volgende overeengekomen:

DEEL I. UITBREIDING VAN DE OVEREENKOMST VAN 1993

Artikel 1

1.

Overeenkomstig artikel 25 van de Overeenkomst van 1993 besluiten de Overeenkomstsluitende Partijen bij de Overeenkomst van 1993 en haar Protocol gezamenlijk de Overeenkomst van 1993 en haar Protocol te wijzigen en aan te vullen door deze Overeenkomst en haar Protocol.

2.

De Overeenkomst van 1993 en haar Protocol zijn, zoals gewijzigd en aangevuld door deze Overeenkomst en haar Protocol, van toepassing op alle Overeenkomstsluitende Partijen bij deze Overeenkomst.

3.

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst en haar Protocol uitsluitend van toepassing op het Europese deel van Nederland.

DEEL II. WIJZIGINGEN VAN DE OVEREENKOMST VAN 1993

DEEL III. SLOTBEPALINGEN

Artikel 33

1.

Deze Overeenkomst en haar Protocol dienen te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Regering van het Koninkrijk België om er te worden gearchiveerd. De depositaris stelt de Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van de datum van nederlegging van deze akten.

2.

De Overeenkomst en haar Protocol treden in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de maand waarin de laatste akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring is nedergelegd. De depositaris stelt de Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van de datum van inwerkingtreding ervan, en verstrekt aan elke Overeenkomstsluitende Partij een gewaarmerkt afschrift van de originele tekst.

Artikel 34

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan bij de ondertekening een verklaring neerleggen dat zij deze Overeenkomst en haar Protocol, volledig of beperkt tot een aantal bepalingen, voorlopig zal toepassen, in afwachting van de inwerkingtreding ervan, in overeenstemming met artikel 33. De depositaris stelt de Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van een dergelijke verklaring.

HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Aan de onderstaande begrippen wordt de volgende betekenis toegekend:

    1. „Grenscontroles”: politiecontroles, immigratiecontroles, douanecontroles, sanitaire controles, veterinaire controles, fytosanitaire controles, controles in het kader van de consumentenbescherming, en controles op vervoer, alsmede elke andere controle als bepaald in de nationale of communautaire wetten en voorschriften.
  • 1A. „Grenscontroles op personen”: controles die worden uitgevoerd om ervoor te zorgen dat personen toestemming kunnen krijgen om het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk of het Schengengebied binnen te komen of te verlaten overeenkomstig, naargelang van toepassing, de nationale wetgeving van de betrokken Overeenkomstsluitende Partij of de Schengengrenscode.
    1. „Vaste verbinding”: de vaste kanaalverbinding als bedoeld in het eerste artikel van het Verdrag, gedaan te Canterbury op 12 februari 1986.
    1. „Treinen”: de treinen die tussen het grondgebied van twee of meer Overeenkomstsluitende Partijen rijden via de vaste verbinding, met uitzondering van treinen waarvan de reis in Frankrijk begint of eindigt.
    1. [Vervallen per 07-07-2020]
    1. „Ambtenaren”: de personen aangewezen overeenkomstig hun nationaal recht die met het politietoezicht en de grenscontroles belast zijn, en die onder het gezag van de overeenkomstig artikel 3, tweede lid, aangewezen personen of autoriteiten staan.
    1. „Controlezone”: het deel van het grondgebied van de Gaststaat en de treinen waarbinnen de ambtenaren van een andere Staat gemachtigd zijn controles uit te voeren, zoals vastgelegd in gemeenschappelijk overleg tussen de Gaststaat en de Staat waarvan de ambtenaren in bedoelde zone optreden.
    1. „Gaststaat”: de Staat op wiens grondgebied controles worden uitgevoerd door een of meerdere Overeenkomstsluitende Partijen of waar de ambtenaren van die Overeenkomstsluitende Partijen aanwezig zijn.
    1. „Staat van aankomst”: de Staat op wiens grondgebied een trein de eerste halte voor commerciële doeleinden houdt na gebruik te hebben gemaakt van de vaste verbinding.
    1. „Staat van vertrek”: de Staat op wiens grondgebied een trein de reis begint met de bedoeling gebruik te maken van de vaste verbinding.
    1. „Halte voor commerciële doeleinden”: een halte door een trein die in de dienstregeling van de exploitant is opgenomen om passagiers te laten in- en uitstappen.
    1. „Exploitant”: een spoorwegmaatschappij die een ingeplande internationale hogesnelheidsspoorwegdienst via de vaste kanaalverbinding aanbiedt.
    1. „Schengengebied”: het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partijen die het Schengenacquis volledig toepassen.
    1. „Veiligheid”: omvat de maatregelen die zijn getroffen om de risico’s te verminderen van vijandelijke handelingen tegen de vaste verbinding en de personen, eigendommen en treinen die ernaartoe reizen of erin aanwezig zijn en om de gevolgen te mitigeren.

Artikel 2. Toepassingsgebied

1.

Deze Overeenkomst is van toepassing op het treinverkeer tussen de Overeenkomstsluitende Partijen in elke richting, dat via de vaste verbinding en door Frankrijk loopt, maar daar niet begint of eindigt.

2.

Onverminderd het bepaalde in deze Overeenkomst worden over de veiligheidsvraagstukken in verband met het treinverkeer bijzondere overeenkomsten gesloten tussen de Overeenkomstsluitende Partijen.

3.

Een Protocol inzake de organisatie van grenscontroles in de controlezones is aan deze Overeenkomst gehecht en maakt er integraal deel van uit.

4.

Wat de grenscontroles op personen betreft, is deze Overeenkomst niet van toepassing op reizen waarbij zowel de Staat van vertrek als de eindbestemming van de passagier binnen het Schengengebied aangegeven zijn.

HOOFDSTUK II. AUTORITEITEN EN ALGEMENE SAMENWERKINGSBEGINSELEN

Artikel 3

1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij wijst de autoriteiten of personen aan die op haar grondgebied gemachtigd zijn tot het nemen van enigerlei beslissing met betrekking tot de veiligheid van de treinen.

2.

Elke Overeenkomstsluitende Partij zorgt voor de aanwijzing van de autoriteiten of de verantwoordelijken voor de diensten die op haar grondgebied tot taak hebben grenscontroles uit te voeren en voor de ordehandhaving te zorgen.

3.

Elke Overeenkomstsluitende Partij doet van bedoelde aanwijzingen alsmede van elke wijziging ter zake mededeling aan de andere Overeenkomstsluitende Partij, en brengt een en ander ter kennis van het intergouvernementele Comité.

Artikel 4

1.

Aan boord van treinen mogen de ambtenaren van de Overeenkomstsluitende Partijen grenscontroles uitvoeren op het grondgebied van een andere Overeenkomstsluitende Partij indien deze laatste hierover van tevoren in kennis is gesteld en hiermee heeft ingestemd.

2.

Dergelijke controles mogen alleen plaatsvinden voor zover toegestaan door de nationale wetgeving van de Overeenkomstsluitende Partij op wiens grondgebied ze plaatsvinden. Indien het nationale recht het uitvoeren van dergelijke controles verbiedt of beperkt, dient de Overeenkomstsluitende Partij dit duidelijk aan te geven wanneer zij overeenkomstig het eerste lid toestemming verleent of weigert.

Artikel 5

1.

Wat de grenscontroles op personen betreft en in het geval van Overeenkomstsluitende Partijen die het Schengenacquis volledig toepassen:

  • a). De Overeenkomstsluitende Partij op wier grondgebied de eerste halte voor commerciële doeleinden in het Schengengebied gepland staat, is verantwoordelijk voor de toepasselijke controles bij binnenkomst.
  • b). De Overeenkomstsluitende Partij op wier grondgebied een passagier instapt, is verantwoordelijk voor de grenscontroles bij vertrek uit het Schengengebied.
2.

Een Overeenkomstsluitende Partij die het Schengenacquis volledig toepast en die op grond van het eerste lid verantwoordelijk is voor de grenscontroles op personen kan deze gezamenlijk met een andere Overeenkomstsluitende Partij die het Schengenacquis volledig toepast, uitvoeren of overeenkomen deze te laten uitvoeren door een andere Overeenkomstsluitende Partij die het Schengenacquis volledig toepast, met inachtneming van de regels van de Schengengrenscode.

3.

In het geval van een Overeenkomstsluitende Partij die het Schengenacquis volledig toepast, worden de grenscontroles op personen verricht overeenkomstig de in de Schengengrenscode vastgestelde gedetailleerde bepalingen.

4.

In het geval van een Overeenkomstsluitende Partij die het Schengenacquis niet volledig toepast, worden de grenscontroles op personen beheerst door zijn nationaal recht.

Artikel 6

Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt het recht politie- en douanecontroles uit te voeren aan boord van treinen terwijl deze treinen over haar grondgebied rijden.

Artikel 7

Ingeval een trein wegens onvoorziene omstandigheden dient halt te houden, worden de passagiers die uitstappen, indien nodig, onderworpen aan grenscontroles door de autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij waar deze halte plaatsvindt.

Artikel 8

1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij is verantwoordelijk voor de betaling of de inning van de kosten voor de controles waarvoor deze verantwoordelijk is overeenkomstig deze Overeenkomst.

2.

Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht om de kosten van de eigen controles terug te verhalen op een exploitant of een andere derde.

3.

Een dergelijke inning geschiedt door middel van een administratieve overeenkomst tussen de desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij en de exploitant of een derde.

Artikel 9

Ambtenaren zijn gemachtigd zich om dienstredenen in verband met deze Overeenkomst en op eenvoudig bewijs van hun identiteit en hoedanigheid vrij te bewegen over het gehele traject. Daarbij mogen zij in de Gaststaat hun nationale uniform of andere onderscheidingstekens dragen.

Artikel 10

De autoriteiten van de Staat van verblijf behouden zich het recht voor de autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partijen te verzoeken een van hun ambtenaren terug te roepen. De Overeenkomstsluitende Partij die een dergelijk verzoek ontvangt zal hieraan voldoen.

HOOFDSTUK III. WEDERZIJDSE RECHTSHULP IN STRAFZAKEN

Artikel 11

1.

Over politiezaken met betrekking tot het treinverkeer als bedoeld in het eerste lid van artikel 2 en de bestrijding van terrorisme, georganiseerde misdaad, migrantensmokkel en mensenhandel kunnen afzonderlijke bilaterale of multilaterale akkoorden tussen alle of sommige van de Overeenkomstsluitende Partijen gesloten worden, onverminderd de bepalingen van deze Overeenkomst. Dergelijke akkoorden die bestaan op de datum waarop deze Overeenkomst in werking treedt, worden niet vervangen door de bepalingen van deze Overeenkomst en blijven ongewijzigd van kracht.

2.

Voor de in het eerste lid hierboven genoemde doeleinden, kunnen alle of sommige Overeenkomstsluitende Partijen ook andere vormen van samenwerking door hun ambtenaren overeenkomen, met name binnen controlezones en aan boord van treinen. Een dergelijke overeenkomst moet schriftelijk worden vastgelegd en aan alle betrokken Overeenkomstsluitende Partijen ter kennis worden gebracht.

Artikel 12

1.

In verband met de taken die door ambtenaren van een Overeenkomstsluitende Partij overeenkomstig hun nationale wetgeving worden verricht op het traject dat wordt gebruikt door treinen, voor zover op hun eigen grondgebied, zijn deze ambtenaren bevoegd om op het grondgebied van een andere Overeenkomstsluitende Partij aan boord van treinen te gaan of uit te stappen wanneer zij hun taken hebben vervuld, op voorwaarde dat de bevoegde autoriteiten van de Gaststaat in kennis zijn gesteld van dergelijke reizen op buitenlands grondgebied voordat de ambtenaren hun nationale grondgebied verlaten.

2.

Onverminderd het vierde lid van dit artikel, hebben dergelijke ambtenaren terwijl zij op het grondgebied van een andere Overeenkomstsluitende Partij zijn uit hoofde van deze Overeenkomst geen bevoegdheden om hun taken, overeenkomstig hun nationale wetgeving, voort te zetten of te beginnen.

3.

Tijdens hun aanwezigheid op het grondgebied van de Gaststaat overeenkomstig het eerste lid, dragen ambtenaren van de andere Overeenkomstsluitende partijen hun nationale uniformen of andere onderscheidingstekens, tenzij de aard van de taken op hun nationale grondgebied anders vereist. Onverminderd het bepaalde in artikel 12A van deze Overeenkomst, mogen zij in de Gaststaat de dienstwapens, munitie en uitrusting meenemen en dragen die met de Gaststaat zijn overeengekomen.

4.

Wanneer ambtenaren van een Overeenkomstsluitende Partij aan boord van een trein op het eigen nationaal grondgebied een persoon hebben aangehouden of een voorwerp in beslag hebben genomen en het om praktische redenen noodzakelijk is de grens over te steken, blijft deze aanhouding of inbeslagneming op het grondgebied van de Gaststaat rechtsgeldig. De bevoegde autoriteiten van de Gaststaat worden onverwijld van een dergelijke situatie in kennis gesteld. Indien een ambtenaar bij het aanhouden van personen of de inbeslagneming van goederen op zijn eigen grondgebied geen uniform draagt, moet hij zich bij het overschrijden van de grens op het grondgebied van de Gaststaat, of zo spoedig mogelijk daarna, als ambtenaar identificeren door het dragen van een nationaal uniform of andere zichtbare onderscheidingstekens of door het nemen van passende maatregelen om zichtbaar als ambtenaar te worden geïdentificeerd.

5.

Na de in het vierde lid genoemde gebeurtenis keren die ambtenaren, tenzij met de Gaststaat of de Overeenkomstsluitende partij die krachtens artikel 15 geacht wordt rechtsmacht te hebben, anders wordt overeengekomen, zo spoedig mogelijk met de aangehouden persoon en/of in beslag genomen voorwerpen terug naar hun nationale grondgebied, zodra dit praktisch uitvoerbaar is.

Artikel 12A

1.

Dienstwapens of munitie mogen alleen in een Gaststaat worden gedragen indien de betrokken Overeenkomstsluitende partijen afzonderlijke akkoorden hebben getroffen. Elke dergelijk akkoord wordt ter kennis gebracht van alle Overeenkomstsluitende partijen die geen partij zijn bij die regeling op de datum waarop deze in werking treedt.

2.

Elke Overeenkomstsluitende partij stelt de andere Overeenkomstsluitende partijen bovendien in kennis van alle bestaande akkoorden voor het dragen van dienstwapens of munitie in een Gaststaat waarbij zij partij zijn, uiterlijk op de datum waarop deze Overeenkomst in werking treedt. Deze bestaande akkoorden worden niet vervangen door de bepalingen van deze Overeenkomst en blijven ongewijzigd van kracht.

Artikel 13

Personen die tijdens de treinreis een strafbaar feit hebben gepleegd of op heterdaad zijn betrapt en die zijn aangehouden, worden zo vlug mogelijk overgedragen aan de gemachtigde ambtenaren van de krachtens artikel 15 bevoegde Staat.

Artikel 14

1.

Indien aan boord van de treinen op het grondgebied van een Staat iemand op heterdaad wordt betrapt bij het plegen van één van de volgende strafbare feiten: terroristische handelingen, moord, verkrachting, opzettelijke brandstichting, diefstal onder bedreiging van een vuurwapen, ontvoering en gijzelneming, het teweegbrengen van een ontploffing, dient de trein te worden opgehouden om de bevoegde autoriteiten van bedoelde Staat in de gelegenheid te stellen alle dienstige maatregelen te nemen met het oog op het onderzoek, en, in voorkomend geval, de vermoedelijke dader van het strafbare feit staande te houden.

2.

Indien de trein niet kan worden opgehouden omdat hij zich in de vaste verbinding bevindt of omdat hij op het punt staat het grondgebied van de Staat waar een van de in de bovenstaande paragraaf bedoelde strafbare feiten is gepleegd, te verlaten, dienen de gemachtigde ambtenaren die aanwezig zijn de nodige bewarende maatregelen te nemen ten einde de ambtenaren van de krachtens artikel 15 bevoegde Staat in de gelegenheid te stellen de voor het onderzoek nuttige getuigenissen, bewijzen of aanwijzingen te verzamelen, en eventueel de vermoedelijke dader van het strafbare feit over te nemen.

Artikel 15

1.

Onverminderd de andere bepalingen die door de Overeenkomstsluitende Partijen in deze Overeenkomst of krachtens artikel 4 en artikel 14, tweede lid, van het als bijlage bij deze Overeenkomst gevoegde Protocol zijn vastgesteld, wanneer een strafbaar feit wordt begaan aan boord van een trein op het grondgebied van een van de Overeenkomstsluitende Partijen, waaronder begrepen in de vaste verbinding tot aan de grens van die Overeenkomstsluitende Partij, heeft die Overeenkomstsluitende Partij rechtsmacht.

2.

Wanneer niet kan worden bepaald waar het strafbaar feit is gepleegd, heeft de Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied waarvan de trein de eerstvolgende halte voor commerciële doeleinden maakt, rechtsmacht.

3.

Een persoon die wordt vastgehouden op grond van artikel 4, 13 of 14, tweede lid, van deze Overeenkomst, kan worden overgebracht naar het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij die rechtsmacht heeft.

Artikel 15A

Niets in artikel 15 hierboven, of in enige andere bepaling van deze Overeenkomst, wordt geacht de rechtsmacht van een Overeenkomstsluitende Partij uit te sluiten met betrekking tot strafbare feiten die op haar nationale grondgebied zijn gepleegd of met betrekking tot zulke strafbare feiten die, krachtens nationale wetgeving of anderszins, extraterritoriale werking hebben.

Artikel 15B

1.

Ambtenaren van een Overeenkomstsluitende Partij die zich aan boord van een trein bevinden op grond van een bepaling van deze Overeenkomst, mogen op het grondgebied van een andere Overeenkomstsluitende Partij, zonder voorafgaande toestemming en met inachtneming van de nationale wetgeving van die Overeenkomstsluitende Partij met betrekking tot het recht van personen anders dan politieagenten om een aanhouding uit te voeren, een persoon vasthouden tot de ambtenaren van die laatste Overeenkomstsluitende Partij zijn gearriveerd, maar enkel in die mate die toegestaan is door de op dat grondgebied toepasselijke nationale wetgeving.

2.

Wanneer zij op grond van het eerste lid optreden, moeten de ambtenaren onmiddellijk de bevoegde autoriteit van de Gaststaat waarschuwen.

3.

Dit artikel doet geen afbreuk aan andere internationale overeenkomsten die bindend zijn voor de Overeenkomstsluitende Partijen, of voor sommige van hen, die ruimere bepalingen bevatten met betrekking tot het optreden van ambtenaren van andere Staten aan boord van een trein.

HOOFDSTUK IV. INTERGOUVERNEMENTEEL COMITÉ

Artikel 16

1.

Een Intergouvernementeel Comité wordt ingesteld om namens de Overeenkomstsluitende Partijen alle vraagstukken met betrekking tot de toepassing van deze Overeenkomst te behandelen.

2.

Het Comité bestaat uit behoorlijk gemachtigde vertegenwoordigers van de Regeringen van de Overeenkomstsluitende Partijen.

Artikel 17

1.

In het kader van de in bovenstaand artikel omschreven bevoegdheden onderzoekt het Comité elk vraagstuk met betrekking tot de spoorwegverbinding tussen de Overeenkomstsluitende Partijen die gebruik maken van de vaste verbinding, dat door de Overeenkomstsluitende Partijen wordt voorgelegd.

2.

In dit verband wordt met name het advies van het Comité ingewonnen over elk ontwerp van bilaterale of multilaterale overeenkomst of akkoord tussen de Overeenkomstsluitende Partijen.

3.

Het Intergouvernementeel Comité vergewist zich ervan dat de overeenkomstig het eerste lid van artikel 3 van deze Overeenkomst aangewezen autoriteiten overleg plegen en gezamenlijk handelen, behoudens uitzonderlijke omstandigheden.

4.

Het Comité vervult zijn opdracht met betrekking tot alle vraagstukken die hem door de Overeenkomstsluitende Partijen en door de autoriteiten en de daaronder ressorterende instanties worden voorgelegd.

Artikel 18

Het Comité telt niet meer dan 16 leden. Elke Regering wijst een vierde van het ledenaantal van het Comité aan. Het voorzitterschap wordt gedurende een jaar en bij toerbeurt waargenomen door de delegatieleiders. Voor de uitvoering van zijn opdracht kan het Comité de medewerking inroepen van de administratie van elke Regering en van enigerlei instantie of deskundige naar keuze.

Artikel 19

Het Comité wordt bijeenberoepen op verzoek van een van de delegaties. Het reglement van orde van het Comité wordt in gemeenschappelijk overleg opgesteld door de delegatieleiders.

Artikel 19A

Bij elke nieuwe toetreding tot deze Overeenkomst door een andere Staat wordt het maximale aantal leden van het Intergouvernementeel Comité in aantal uitgebreid met vier. Elke regering wijst een gelijk percentage van de leden van het Intergouvernementeel Comité aan.

HOOFDSTUK V. SAMENWERKING TUSSEN DE BEVOEGDE AUTORITEITEN

Artikel 20

Voor de tenuitvoerlegging van hoofdstuk II wordt gezorgd voor een permanente verbinding tussen de bevoegde autoriteiten van de Staten. Hieronder wordt verstaan:

  • a. het geregeld beleggen van coördinatievergaderingen tussen de autoriteiten die belast zijn met toezicht en grenscontroles;
  • b. de installatie van telecommunicatiemiddelen opdat de nationale autoriteiten in alle omstandigheden met elkaar in verbinding zouden kunnen staan;
  • c. eventueel de aanstelling door elke Overeenkomstsluitende Partij bij de autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partijen van verbindingsambtenaren, waarbij de doelstellingen en de werkwijzen in administratieve akkoorden worden vastgelegd.

Artikel 21

Wanneer zich uitzonderingstoestanden voordoen of dreigen voor te doen zoals natuurrampen, daden van terrorisme of een gewapend conflict, kan elke Overeenkomstsluitende Partij, na overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partijen en indien de toestand zulks mogelijk maakt, maatregelen treffen die afwijken van de verplichtingen die zij ingevolge deze Overeenkomst of ingevolge aanvullende akkoorden heeft.

Artikel 22

Zodanige maatregelen kunnen het sluiten van de spoorwegverbinding inhouden. Ze worden ingegeven door de aard van de toestand en onverwijld ter kennis gebracht van de andere Overeenkomstsluitende Partijen.

Artikel 23

1.

Elke Staat ziet ten aanzien van de andere Staten af van enige vordering tot vergoeding voor schade aan haar ambtenaren of bezittingen mocht worden toegebracht.

2.

Het bepaalde in dit artikel doet geenszins afbreuk aan de rechten die derden aan de wetgeving van de respectieve Staten ontlenen.

Artikel 23A

Ambtenaren van een Staat, wanneer zij optreden krachtens deze Overeenkomst, zijn te allen tijde onderworpen aan de toepasselijke wetgeving betreffende de verwerking van persoonsgegevens tijdens de uitoefening van hun functies.

Artikel 23B

1.

Onverminderd de andere bepalingen die de Overeenkomstsluitende Partijen in deze Overeenkomst of het Protocol hierbij hebben vastgesteld, wanneer een persoon een verzoek tot vluchtelingenstatus of elke andere vorm van bescherming voorzien in internationale of nationale wetgeving van de Staat van vertrek, aanvraagt tijdens een controle uitgevoerd, door ambtenaren van de Staat van aankomst, in het station van de Staat van vertrek, zal dit verzoek onderzocht worden door de autoriteiten van de Staat van vertrek in overeenstemming met de regels en procedures van hun nationale wetgeving.

2.

Dezelfde bepaling is van toepassing wanneer dit verzoek ingediend wordt nadat de persoon de controle ondergaan heeft en voordat de deuren van de trein sluiten tijdens de laatste geplande stop in een station gesitueerd op het grondgebied van de Staat van vertrek. Indien soortgelijk verzoek ingediend wordt nadat de trein de deuren heeft gesloten, dan zal dit behandeld worden door de Staat van aankomst in overeenstemming met de regels en procedures van hun nationale wetgeving.

HOOFDSTUK VI. SLOTBEPALINGEN

Artikel 24

De wijzen van toepassing van deze Overeenkomst en haar Protocol kunnen zo nodig in administratieve of technische akkoorden tussen de Overeenkomstsluitende Partijen of hun bevoegde autoriteiten worden neergelegd.

Artikel 24A

De Regering van het Koninkrijk België treedt op als depositaris van deze Overeenkomst en haar Protocol.

Artikel 25

1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan om overleg verzoeken met het oog op de herziening van de bepalingen van deze Overeenkomst en haar Protocol.

2.

De Overeenkomstsluitende Partijen leggen in gemeenschappelijk overleg de wijzigingen aan deze Overeenkomst en haar Protocol vast, die van kracht worden na door de Overeenkomstsluitende Partijen te zijn bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd overeenkomstig artikel 28.

Artikel 26

Geschillen in verband met de uitlegging of de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst en haar Protocol worden door middel van onderhandelingen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen beslecht.

Artikel 27

1.

Indien toekomstige wetswijzigingen tot gevolg hebben dat een of meer bepalingen van deze Overeenkomst of haar Protocol onverenigbaar zijn met het recht van de Europese Unie, wijzigen of vervangen de Overeenkomstsluitende Partijen de desbetreffende bepalingen volgens de procedure vervat in artikel 25.

2.

De Overeenkomstsluitende Partijen besluiten door middel van onderhandelingen hoe te werk te gaan indien een Overeenkomstsluitende Partij haar positie wijzigt ten aanzien van de volledige toepassing van het Schengenacquis.

Artikel 27A

1.

Na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst en haar Protocol, en op uitnodiging van de Overeenkomstsluitende Partijen, kan elke Staat die het Schengenacquis volledig toepast toetreden tot deze Overeenkomst en haar Protocol op voorwaarde dat hij gelijktijdig toetreedt tot de Bijzondere Overeenkomst inzake veiligheidsvraagstukken.

2.

De uitnodiging om toe te treden tot de verdragen zoals vermeld in het eerste lid wordt door de depositaris namens de Overeenkomstsluitende Partijen verzonden.

3.

De toetreding van een Staat tot deze Overeenkomst en haar Protocol geschiedt door nederlegging van een akte van toetreding bij de depositaris, die van kracht wordt op de eerste dag van de tweede maand na de datum van nederlegging. De depositaris stelt de Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van de datum van de nederlegging van de akten van toetreding en van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst en haar Protocol met betrekking tot de toetredende Staat.

4.

De toetreding tot deze Overeenkomst en haar Protocol belet een Staat niet om met een of meer Overeenkomstsluitende Partijen aanvullende overeenkomsten te sluiten met betrekking tot het verrichten van grenscontroles en politiewerk. In voorkomend geval worden deze aanvullende overeenkomsten vóór de ondertekening ervan onder de aandacht van de andere Overeenkomstsluitende Partijen gebracht en worden deze Overeenkomstsluitende Partijen in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken over de inhoud van deze aanvullende overeenkomsten.

Artikel 27B

1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan deze Overeenkomst en haar Protocol opschorten na schriftelijke kennisgeving aan de depositaris. In deze kennisgeving worden de redenen voor de opschorting vermeld. De depositaris stelt de Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van de kennisgeving om de Overeenkomst en haar Protocol op te schorten.

2.

De opschorting wordt van kracht op de eerste dag na het verstrijken van een periode van zes maanden volgend op de datum waarop de kennisgeving door de depositaris is ontvangen, tenzij de Overeenkomstsluitende Partijen onderling overeenkomen om de opschorting eerder te laten ingaan.

3.

In het geval van opschorting door een of meer Overeenkomstsluitende Partijen op grond van het eerste lid blijven deze Overeenkomst en haar Protocol van kracht ten aanzien van de overige Overeenkomstsluitende Partijen. Niettemin, indien een Overeenkomstsluitende Partij een kennisgeving aan de depositaris heeft verstuurd teneinde deze Overeenkomst en haar Protocol op te schorten in overeenstemming met het eerste lid en indien een andere Overeenkomstsluitende Partij binnen twee maanden na de datum waarop de depositaris deze kennisgeving heeft ontvangen, de depositaris ervan in kennis stelt dat zij naar aanleiding van deze opschorting tevens deze Overeenkomst en haar Protocol zal opschorten, dan kan deze laatste Overeenkomstsluitende Partij deze Overeenkomst en haar Protocol opschorten met ingang van dezelfde datum als de eerste Overeenkomstsluitende Partij.

4.

Indien een Overeenkomstsluitende Partij een kennisgeving aan de depositaris heeft verstuurd teneinde deze Overeenkomst en haar Protocol op te schorten in overeenstemming met het eerste lid, dan komen de Overeenkomstsluitende Partijen zo snel mogelijk, maar in geen geval later dan zes weken na de datum waarop de depositaris de kennisgeving heeft ontvangen, bijeen teneinde de gevolgen van deze opschorting te bepalen.

5.

De opschorting van deze Overeenkomst en haar Protocol kan worden beëindigd na schriftelijke kennisgeving aan de depositaris. De depositaris stelt de Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van de kennisgeving om de opschorting te beëindigen. De beëindiging van de opschorting van de Overeenkomst en haar Protocol wordt van kracht op de datum die de Overeenkomstsluitende Partijen na onderhandelingen via diplomatieke weg zijn overeengekomen.

Artikel 27C

1.

Deze Overeenkomst en haar Protocol kunnen te allen tijde met goedvinden van alle Overeenkomstsluitende Partijen worden beëindigd.

2.

Elke Overeenkomstsluitende Partij mag zich terugtrekken uit deze Overeenkomst en haar Protocol door de depositaris daarvan ten minste zes maanden van tevoren in kennis te stellen. De depositaris stelt de Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van de kennisgeving om zich terug te trekken uit de Overeenkomst en haar Protocol.

3.

De terugtrekking uit deze Overeenkomst en haar Protocol wordt van kracht op de eerste dag na het verstrijken van een termijn van zes maanden volgend op de datum waarop de kennisgeving is ontvangen, tenzij de Overeenkomstsluitende Partijen onderling overeenkomen om de terugtrekking eerder te laten ingaan.

4.

In het geval van terugtrekking uit deze Overeenkomst en haar Protocol door een of meer Overeenkomstsluitende Partijen op grond van het tweede lid, blijven de Overeenkomst en haar Protocol van kracht ten aanzien van de overige Overeenkomstsluitende Partijen. Niettemin, indien een Overeenkomstsluitende Partij een kennisgeving aan de depositaris heeft gezonden om zich terug te trekken uit deze Overeenkomst en haar Protocol overeenkomstig het tweede lid en indien een andere Overeenkomstsluitende Partij binnen twee maanden na de datum waarop de depositaris deze kennisgeving heeft ontvangen, de depositaris ervan in kennis stelt dat zij zich naar aanleiding van deze terugtrekking tevens uit deze Overeenkomst en haar Protocol zal terugtrekken, dan zal de terugtrekking uit deze Overeenkomst en haar Protocol met betrekking tot de laatste Overeenkomstsluitende Partij ingaan op dezelfde datum als de terugtrekking uit deze Overeenkomst en haar Protocol met betrekking tot de eerste Overeenkomstsluitende Partij.

5.

Indien een Overeenkomstsluitende Partij een kennisgeving aan de depositaris heeft verstuurd teneinde zich terug te trekken uit deze Overeenkomst en haar Protocol in overeenstemming met het tweede lid, dan komen de Overeenkomstsluitende Partijen zo snel mogelijk, maar in geen geval later dan zes weken na de datum waarop de depositaris de kennisgeving heeft ontvangen, bijeen teneinde de gevolgen van deze terugtrekking te bepalen.

Artikel 28

Deze Overeenkomst en haar Protocol worden ter bekrachtiging of ter goedkeuring voorgelegd. De akten van bekrachtiging of goedkeuring worden nedergelegd in de archieven van de Regering van het Koninkrijk België. Deze doet kennisgeving van de nederlegging van de akten aan de Overeenkomstsluitende Partijen. De Overeenkomst en haar Protocol treden in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de nederlegging van de laatste akte van bekrachtiging of akte van goedkeuring.

De Regering van het Koninkrijk België deelt de datum van inwerkingtreding mee aan de Overeenkomstsluitende Partijen.

Artikel 1

Dit Protocol is van toepassing op het treinverkeer in beide richtingen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen, dat via de vaste verbinding en door Frankrijk loopt maar daar niet begint of eindigt.

Artikel 2

1.

De in de Gaststaat geldende wetgeving is te allen tijde van toepassing in de controlezone. Onverminderd de toepassing van de bepalingen van artikel 18, hebben de ambtenaren van de Gaststaat het recht om zich op elk ogenblik binnen de controlezone te verplaatsen en te interveniëren om hun door de nationale wetgeving toegekende bevoegdheden uit te oefenen.

2.

Bij het uitvoeren van grenscontroles in de Gaststaat passen de ambtenaren van een Overeenkomstsluitende Partij de wetten en voorschriften betreffende grenscontroles in hun Staat toe en voeren zij deze in de controlezone in de Gaststaat op dezelfde wijze uit als op hun eigen grondgebied, volgens de procedure en de modaliteiten als omschreven in artikel 3.

Artikel 3

1.

Elke Overeenkomstsluitende partij legt bij de ondertekening van deze Overeenkomst in een schriftelijke verklaring vast welke van de volgende procedures en modaliteiten genoemd vermeld onder literae a) of b) van toepassing zijn op de op hun grondgebied gelegen controlezones, in hun hoedanigheid van Gaststaat:

  • a. De ambtenaren van de andere Staten mogen in de controlezone van de Gaststaat bij de uitoefening van hun nationale bevoegdheden personen in de controlezone van de Gaststaat staande houden of aanhouden overeenkomstig de wetten en voorschriften betreffende grenscontroles van hun eigen Staat of personen staande houden of aanhouden die door de autoriteiten van hun eigen Staat worden gezocht. Elke aangehouden persoon of persoon die is staande gehouden wordt, samen met de eventueel in beslag genomen goederen, onmiddellijk overgedragen aan de bevoegde autoriteiten van de Gaststaat. De Gaststaat ziet erop toe dat de bevoegde autoriteiten beschikbaar zijn om een dergelijke persoon op te vangen en de nodige maatregelen te nemen. De Staat waarvan de ambtenaren de staandehouding of aanhouding hebben verricht, volgt, indien deze de betrokken persoon naar hun eigen grondgebied wensen over te brengen, de relevante toepasselijke procedure voor het indienen van een formeel verzoek voor een dergelijke overbrenging vanuit de Gaststaat. Geen enkele persoon mag echter langer dan vierentwintig uur de vrijheid ontnomen worden in de voor grenscontroles in de Gaststaat gereserveerde locaties. Deze vrijheidsbeneming is onderworpen aan de voorwaarden en procedures die zijn vastgesteld in de wetgeving van de Staat van de ambtenaren die de vrijheidsbeneming of aanhouding hebben verricht. Of
  • b. De ambtenaren van de andere Staten mogen in de controlezone van de Gaststaat bij de uitoefening van hun nationale bevoegdheden uitsluitend personen voor strafbare feiten staande houden of aanhouden tijdens de uitvoering van een grenscontrole op personen overeenkomstig de wetten en voorschriften betreffende grenscontroles van hun eigen Staat of personen staande houden of aanhouden die door de autoriteiten van hun eigen Staat worden gezocht, en wel als volgt:
  • i. Er mag geen aanhouding of staandehouding plaatsvinden wegens een strafbaar feit waarvoor geen vergelijkbaar strafbaar feit bestaat naar het nationale recht van de Gaststaat, dergelijke strafbare feiten moeten worden overeengekomen en vastgelegd in een afzonderlijke bilaterale overeenkomst tussen de Gaststaat en de Staat van aankomst, die tegelijk met de schriftelijke verklaring waarop dit artikel van toepassing is, wordt ondertekend.
  • ii. Bij het uitvoeren van de in artikel 2 bedoelde controles kunnen de ambtenaren van de Staat van aankomst van een persoon verlangen dat deze zich aan een nader onderzoek onderwerpt om zich ervan te vergewissen dat deze persoon toestemming kan krijgen om het grondgebied van de Staat van aankomst te betreden. Personen die zich aan een nader onderzoek moeten onderwerpen, kunnen dit onderzoek te allen tijde beëindigen door af te zien van hun wens om het grondgebied van de Staat van aankomst te betreden. In dat geval wordt de persoon begeleid naar de ambtenaren van de Gaststaat, die de nodige maatregelen nemen om hem aan grenscontroles te onderwerpen.
  • iii. Elke aangehouden of staande gehouden persoon wordt, samen met de eventueel in beslag genomen goederen, onmiddellijk overgedragen aan de bevoegde autoriteiten van de Gaststaat. De Gaststaat ziet erop toe dat de bevoegde autoriteiten beschikbaar zijn om een dergelijke persoon op te vangen en de nodige maatregelen te nemen.
  • c. Elke Overeenkomstsluitende Partij verstrekt vervolgens aan elke andere Overeenkomstsluitende Partij een afschrift van die verklaring, ongeacht of die andere Overeenkomstsluitende Partij voornemens is grenscontroles op het grondgebied van de Gaststaat uit te voeren.
  • d. Een Overeenkomstsluitende Partij kan te allen tijde, na overeenstemming met de betrokken Staat of Staten van aankomst, haar schriftelijke verklaring over de in het eerste lid van dit artikel bedoelde modaliteit wijzigen. Alle Overeenkomstsluitende Partijen dienen met elkaar overleg te plegen om een praktische manier te vinden om rekening te houden met een dergelijke wijziging. Deze verklaring wordt van kracht op de eerste dag van de zesde maand volgend op de dag waarop alle Overeenkomstsluitende Partijen een kennisgeving hebben ontvangen, overeenkomstig het vereiste in het tweede lid hierboven.

Artikel 4

Onverminderd de wetgeving van de Gaststaat worden inbreuken op de wetten en voorschriften van de andere Overeenkomstsluitende Partijen met betrekking tot grenscontroles welke in de in de Gaststaat gelegen controlezone worden vastgesteld, beheerst door de wetten en voorschriften van die andere Staten, als ware het dat deze inbreuken op het grondgebied van laatstbedoelde Staten werden gemaakt.

Artikel 5

1.

In de regel worden de grenscontroles door de Staat van vertrek vóór de grenscontroles door de Staat van aankomst verricht.

2.

De ambtenaren van de Staat van aankomst zijn niet gemachtigd tot zodanige controles over te gaan zolang de controles door de Staat van vertrek niet zijn beëindigd. Wanneer in welke zin ook wordt afgezien van de bedoelde controles, wordt zulks gelijkgesteld met een controle.

3.

De ambtenaren van de Staat van vertrek mogen geen controles meer verrichten zodra de ambtenaren van de Staat van aankomst hun eigen controlewerkzaamheden hebben aangevat, tenzij zij daarvoor de toestemming van de bevoegde ambtenaren van de Staat van aankomst krijgen.

4.

Indien de grenscontroles uitzonderlijkerwijs in een andere volgorde verlopen dan zoals bepaald in het eerste lid van dit artikel, mogen de ambtenaren van de Staat van aankomst geen staandehoudingen, aanhoudingen of inbeslagnemingen verrichten zolang de grenscontroles door de Staat van vertrek niet zijn beëindigd. In dat geval begeleiden de ambtenaren de personen, voertuigen, handelswaar, dieren of andere goederen waarvan de grenscontrole door de Staat van vertrek nog niet is beëindigd, tot bij de ambtenaren van deze Staat. Indien laatstgenoemde ambtenaren staandehoudingen, aanhoudingen of inbeslagnemingen wensen te verrichten, hebben zij voorrang.

Artikel 6

Indien de Staat van aankomst weigert personen, voertuigen, dieren of goederen toe te laten, of indien personen weigeren zich te onderwerpen aan grenscontroles door de Staat van aankomst, of indien deze personen de voertuigen, dieren of goederen die ze meevoeren terugsturen of terug meenemen, kunnen de autoriteiten van de Staat van vertrek de binnenkomst ervan niet weigeren. Hoe dan ook kunnen de autoriteiten van de Staat van vertrek alle maatregelen te hunnen opzichte nemen, overeenkomstig het toepasselijke recht van die Staat en wel zodanig dat er noch voor de Staat van doorreis noch voor de Staat van aankomst verplichtingen uit voortvloeien.

Artikel 7

1.

De bepalingen van dit Protocol met betrekking tot de modaliteiten van de naast elkaar uitgevoerde grenscontroles, met name de uitbreiding of inkrimping van het toepassingsgebied ervan, kunnen in gemeenschappelijk overleg door de Regeringen worden gewijzigd in de vorm van akkoorden die bij diplomatieke notawisseling worden bevestigd.

2.

In spoedeisende gevallen kunnen de plaatselijke vertegenwoordigers van de betrokken autoriteiten in gemeenschappelijk overleg voorlopig die wijzigingen aanbrengen die nodig blijken voor de afbakening van de controlezones. Het daartoe bereikte akkoord wordt onmiddellijk van kracht.

Artikel 8

Grenscontroles die in het belang van de volksgezondheid op personen worden verricht, worden binnen de in de Gaststaat gelegen controlezone uitgevoerd door de bevoegde autoriteiten van de Staat van aankomst, overeenkomstig de in die Staat van toepassing zijnde voorschriften.

Artikel 9

Wanneer bepaalde gegevens het vermoeden opleveren van een inbreuk, kunnen controles worden verricht op dieren, producten van dierlijke oorsprong, plantaardige producten en levensmiddelen voor menselijke en dierlijke consumptie.

Het binnenbrengen in de Staat van aankomst van huisdieren die de reizigers bij zich hebben zonder enig winstoogmerk, kan het voorwerp zijn van controles op grond van de van kracht zijnde reglementering.

Artikel 10

1.

De in artikel 9 bedoelde controles omvatten:

  • a. onderzoek van de certificaten of begeleidende documenten, documentaire inspectie genaamd;
  • b. fysiek onderzoek, met inbegrip van het nemen van monsters, zo daartoe aanleiding bestaat;
  • c. de controle van de transportmiddelen.
2.

Dergelijke controles kunnen worden beperkt tot een documentaire inspectie, terwijl fysiek onderzoek kan worden uitgevoerd afhankelijk van de noodzaak.

Artikel 11

Naast de uitvoering van veterinaire inspecties van levende dieren kan de invoerende Staat eventueel quarantainemaatregelen opleggen.

Artikel 12

De ambtenaren van de andere Overeenkomstsluitende Partijen mogen in de Gaststaat hun nationale uniformen of zichtbare onderscheidingstekens dragen.

Artikel 13

1.

De autoriteiten van de Gaststaat verlenen de ambtenaren van de andere Staten tijdens de uitoefening van hun functie dezelfde bescherming en bijstand als hun eigen ambtenaren.

2.

De strafbepalingen die in de Gaststaat van kracht zijn voor de bescherming van ambtenaren tijdens de uitoefening van hun functie, zijn gelijkelijk van toepassing op de beteugeling van inbreuken die tegen ambtenaren van de andere Staten worden gepleegd tijdens de uitoefening van hun functie.

Artikel 14

1.

Onverminderd de toepassing van het bepaalde in artikel 23 van de Overeenkomst worden de vorderingen tot vergoeding voor verlies, verwondingen of schade die ambtenaren van de andere Staten hebben veroorzaakt of die zij hebben geleden tijdens de uitoefening van hun functie in de Gaststaat, beheerst door het recht en de rechtsmacht van de Staat waaronder deze ambtenaren ressorteren, als ware de schade in deze Staat ontstaan.

2.

De ambtenaren van de andere Staten kunnen niet door de autoriteiten van de Gaststaat worden vervolgd voor handelingen die zij in de controlezone hebben verricht tijdens de uitoefening van hun functie. In dit geval vallen zij onder de rechtsmacht van hun Staat, als waren de handelingen in deze Staat verricht.

3.

De rechterlijke of de politieautoriteiten van de Gaststaat die akte opmaken van de klachten en de feiten die er verband mee houden vaststellen, dienen alle inlichtingen of bewijsgronden ter kennis te brengen van de bevoegde autoriteit van de Staat waaronder de ambtenaar tegen wie klacht is ingediend ressorteert, teneinde eventueel vervolging te kunnen instellen op grond van de in die Staat geldende wetgeving.

Artikel 15

1.

De ambtenaren van de andere Staten zijn gemachtigd naar hun Staat vrijelijk de bedragen over te maken die zij voor rekening van hun Regering hebben geïnd in de controlezone die is gelegen in de Gaststaat, alsmede de handelswaar en andere goederen die zij ter plaatse in beslag hebben genomen, over te brengen.

2.

Zij mogen deze handelswaar of andere goederen ook in de Gaststaat verkopen overeenkomstig de in deze Staat van kracht zijnde bepalingen, en de opbrengst ervan naar de eigen Staat overmaken.

Artikel 16

De bevoegde autoriteiten van elke Overeenkomstsluitende Partij bepalen, na onderling overleg, wat zij elk nodig hebben aan lokalen, installaties en uitrusting. Indien andere partijen voor deze benodigdheden dienen te zorgen, wordt hen daarvan mededeling gedaan, in voorkomend geval via het Intergouvernementeel Comité.

Artikel 17

1.

De autoriteiten van elke Overeenkomstsluitende Partij doen alles wat binnen hun bereik ligt om ervoor te zorgen dat de autoriteiten van de andere Partij in de Gaststaat beschikken over de lokalen, installaties en uitrusting die zij voor de uitvoering van hun opdracht nodig hebben.

2.

De Gaststaat heeft het recht te bepalen dat een exploitant of een derde partij de voor de uitvoering van de opdracht van de andere Overeenkomstsluitende Partijen de noodzakelijke lokalen, installaties en uitrusting ter beschikking stelt en heeft eveneens het recht de kosten van een dergelijke terbeschikkingstelling te verhalen op een exploitant of een andere derde partij. Een dergelijke terbeschikkingstelling of inning geschiedt door middel van een administratieve overeenkomst tussen de desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij en de exploitant of derde partij.

Artikel 18

1.

De ambtenaren van de andere Staten zijn gemachtigd de goede orde te handhaven in de lokalen waarvan hen in de Gaststaat het alleengebruik is toegekend.

2.

De ambtenaren van de Gaststaat hebben geen toegang tot deze lokalen tenzij op uitnodiging van de ambtenaren van de betrokken Staat of in overeenstemming met het nationale recht van de Gaststaat betreffende de toegang tot en het instellen van een onderzoek in privé-gebouwen.

Artikel 19

De goederen welke de ambtenaren van de andere Staten in de Gaststaat nodig hebben voor de uitvoering van hun opdracht, zijn vrijgesteld van alle belastingen, heffingen en in- en uitvoerrechten.

Artikel 20

1.

De ambtenaren van de andere Staten die hun functie in de Gaststaat uitoefenen hebben de toelating om met hun nationale autoriteiten in verbinding te staan.

2.

Daartoe beijveren de autoriteiten van de Gaststaat zich om elk verzoek van de autoriteiten van de andere Staten aangaande de verbindingsmiddelen die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun functie in te willigen en stellen zij de gebruiksvoorwaarden vast.

3.

De Gaststaat heeft het recht te bepalen dat een exploitant of een derde partij de voor de uitvoering van de taken van de andere Overeenkomstsluitende Partijen noodzakelijke lokalen, installaties en uitrusting ter beschikking stelt en heeft eveneens het recht de kosten van een dergelijke terbeschikkingstelling te verhalen op een exploitant of een andere derde partij. Een dergelijke terbeschikkingstelling of inning geschiedt door middel van een administratieve overeenkomst tussen de relevante Overeenkomstsluitende Partij en de exploitant of derde partij.

TEN BLIJKE WAARVAN de respectieve gevolmachtigden, daartoe behoorlijk gemachtigd door hun Regeringen, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN in een enkel exemplaar te Brussel op 7 juli 2020 in de Engelse, de Franse en de Nederlandse taal, zijnde alle drie teksten gelijkelijk authentiek.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)