Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Chili tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen en het voorkomen van het ontduiken en ontwijken van belasting
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Regering van de Republiek Chili,
Geleid door de wens hun economische betrekkingen verder te ontwikkelen en hun samenwerking op belastinggebied te verbeteren,
Voornemens een verdrag te sluiten tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen zonder daarbij mogelijkheden te scheppen tot niet-heffing of verminderde heffing van belasting door middel van het ontduiken of het ontwijken van belasting (daaronder begrepen het gebruik van treaty-shopping-structuren die als doel hebben in dit Verdrag voorziene tegemoetkomingen te verkrijgen in het indirecte voordeel van inwoners van derde staten),
Zijn het volgende overeengekomen:
HOOFDSTUK I. REIKWIJDTE VAN HET VERDRAG
Artikel 1. Personen op wie het verdrag van toepassing is
Dit Verdrag is van toepassing op personen die inwoner zijn van een of van beide verdragsluitende staten.
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt inkomen dat is verkregen door of door tussenkomst van een entiteit of een constructie die op grond van de belastingwetgeving van een van de verdragsluitende staten als geheel of gedeeltelijk fiscaal transparant behandeld wordt, geacht inkomen te zijn van een inwoner van een verdragsluitende staat, maar uitsluitend voor zover dat inkomen door die staat voor belastingdoeleinden behandeld wordt als inkomen van een inwoner van die staat. Voor de toepassing van dit lid betekent de uitdrukking „fiscaal transparant” situaties waarin, volgens de wetgeving van een verdragsluitende staat, inkomen of een deel daarvan van een entiteit of een constructie niet belast wordt op het niveau van de entiteit of constructie maar op het niveau van de personen die een belang hebben in die entiteit of constructie als ware dat inkomen of een deel daarvan direct verworven door deze personen op het ogenblik dat het inkomen of een deel daarvan wordt verkregen ongeacht of dat inkomen of een deel daarvan door deze entiteit of constructie aan deze personen wordt uitgekeerd.
Dit Verdrag laat onverlet de belastingheffing, door een verdragsluitende staat, van zijn inwoners, behalve waar het de voordelen betreft die worden toegekend op grond van het eerste en tweede lid van artikel 9, het zesde lid van artikel 13, en de artikelen 19, 20, 21, 23, 24, 25 en 29.
Artikel 2. Belastingen waarop het verdrag van toepassing is
Dit Verdrag is van toepassing op belastingen naar het inkomen en naar het vermogen die worden geheven ten behoeve van een verdragsluitende staat of van de staatkundige onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen daarvan, ongeacht de wijze van heffing.
Als belastingen naar het inkomen en naar het vermogen worden beschouwd alle belastingen die worden geheven naar het gehele inkomen, naar het gehele vermogen of naar inkomensbestanddelen of vermogensbestanddelen, waaronder begrepen belastingen naar voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende of onroerende zaken, belastingen naar het totale bedrag van de door de ondernemingen betaalde lonen of salarissen, alsmede belastingen naar waardevermeerdering.
De bestaande belastingen waarop het Verdrag van toepassing is, zijn met name:
- a. in Chili, de belastingen die worden geheven uit hoofde van de Wet inkomstenbelasting, „Ley sobre Impuesto a la Renta” (hierna te noemen: „Chileense belasting”); en
- b. in Nederland, de belastingen die worden geheven uit hoofde van: (hierna te noemen: „Nederlandse belasting”).
- –. de inkomstenbelasting;
- –. de loonbelasting;
- –. de vennootschapsbelasting, waaronder begrepen het aandeel van de regering in de nettowinsten behaald met de exploitatie van natuurlijke rijkdommen geheven krachtens de Mijnbouwwet;
- –. de dividendbelasting;
- –. de bronbelasting;
Het Verdrag is ook van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen en belastingen naar het vermogen die na de datum van ondertekening van het Verdrag naast of in de plaats van de bestaande belastingen worden geheven. De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten stellen elkaar in kennis van alle wezenlijke wijzigingen die in hun belastingwetgeving zijn aangebracht.
HOOFDSTUK II. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN
Artikel 3. Algemene begripsbepalingen
Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij de context anders vereist:
- a. betekenen de uitdrukkingen „een verdragsluitende staat” en „de andere verdragsluitende staat” de Republiek Chili of het Koninkrijk der Nederlanden, al naargelang de context vereist, hierna respectievelijk te noemen „Chili” of „Nederland”;
- b. betekent de uitdrukking „Nederland” het Europese deel van het Koninkrijk der Nederlanden, met inbegrip van zijn territoriale zee en elk gebied buiten en grenzend aan die territoriale zee waarbinnen het Koninkrijk der Nederlanden, in overeenstemming met het internationaal recht, rechtsmacht heeft of soevereine rechten uitoefent;
- c. betekent de uitdrukking „Chili” de Republiek Chili, met inbegrip van haar territoriale zee en elk gebied buiten haar territoriale zee waarbinnen de Republiek Chili, in overeenstemming met het internationaal recht, rechtsmacht heeft of soevereine rechten uitoefent;
- d. omvat de uitdrukking „persoon” een natuurlijke persoon, een lichaam en elke andere vereniging van personen, alsmede een erkend pensioenfonds;
- e. betekent de uitdrukking „lichaam” elke rechtspersoon of elke entiteit die voor de belastingheffing als een rechtspersoon wordt behandeld;
- f. betekenen de uitdrukkingen „onderneming van een verdragsluitende staat” en „onderneming van de andere verdragsluitende staat” onderscheidenlijk een onderneming gedreven door een inwoner van een verdragsluitende staat en een onderneming gedreven door een inwoner van de andere verdragsluitende staat;
- g. betekent de uitdrukking „internationaal verkeer” alle vervoer met een schip of luchtvaartuig, behalve wanneer dergelijk vervoer uitsluitend wordt geëxploiteerd tussen plaatsen die in een verdragsluitende staat zijn gelegen en de onderneming die het vervoer exploiteert geen onderneming van die staat is;
- h. betekent de uitdrukking „bevoegde autoriteit”:
- i. wat Nederland betreft, de minister van Financiën of zijn bevoegde vertegenwoordiger;
- ii. wat Chili betreft, de minister van Financiën, de commissaris van de belastingdienst of hun bevoegde vertegenwoordigers;
- i. betekent de uitdrukking „onderdaan”:
- i. wat Nederland betreft, elke natuurlijke persoon die de nationaliteit van het Koninkrijk der Nederlanden bezit en elke rechtspersoon die, elk samenwerkingsverband dat of elke vereniging die zijn of haar rechtspositie als zodanig ontleent aan de wetgeving die in Nederland van kracht is;
- ii. wat Chili betreft:
- A. elke natuurlijke persoon die de nationaliteit van Chili bezit;
- B. elke rechtspersoon of vereniging opgericht in overeenstemming met de wetgeving die in Chili van kracht is;
- j. betekent de uitdrukking „erkend pensioenfonds” van een verdragsluitende staat elke in die staat gevestigde persoon, entiteit of constructie die:
- i. in het algemeen is vrijgesteld van belastingen naar het inkomen in die staat; en
- ii. uitsluitend of nagenoeg uitsluitend opgericht en werkzaam is voor het beheren of het voorzien in oudedagsvoorzieningen of soortgelijke voorzieningen, tevens indien deze voorzieningen ondergeschikt of bijkomstig zijn, ten behoeve van natuurlijke personen en die als zodanig gereguleerd wordt door die staat of door een van de staatkundige onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen daarvan; of
- iii. uitsluitend of nagenoeg uitsluitend opgericht en werkzaam is om gelden te beleggen ten voordele van entiteiten of constructies zoals bedoeld in onderdeel ii.
Voor de toepassing van het Verdrag op enig moment door een verdragsluitende staat heeft elke daarin niet omschreven uitdrukking, tenzij de context anders vereist, de betekenis welke deze op dat moment heeft volgens de wetgeving van die staat met betrekking tot de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is, waarbij elke betekenis volgens de toepasselijke belastingwetgeving van die staat prevaleert boven een betekenis die volgens andere wetgeving van die staat aan die uitdrukking wordt gegeven.
Artikel 4. Inwoner
Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking „inwoner van een verdragsluitende staat” iedere persoon die, ingevolge de wetgeving van die staat, aldaar aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats, verblijf, plaats van leiding, plaats van oprichting of enige andere soortgelijke omstandigheid, en omvat tevens de staat zelf en elk staatkundig onderdeel of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan alsmede een erkend pensioenfonds van die staat. Deze uitdrukking omvat echter niet een persoon die in die staat slechts aan belasting is onderworpen ter zake van inkomen uit bronnen in die staat of van vermogen dat in die staat is gelegen.
Indien een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide verdragsluitende staten is, wordt zijn positie als volgt bepaald:
- a. hij wordt geacht slechts inwoner te zijn van de staat waarin hij een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft; indien hij in beide staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft, wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de staat waarmee zijn persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn (middelpunt van de levensbelangen);
- b. indien niet kan worden bepaald in welke staat hij het middelpunt van zijn levensbelangen heeft, of indien hij in geen van de staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft, wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de staat waarin hij gewoonlijk verblijft;
- c. indien hij in beide staten of in geen van beide gewoonlijk verblijft, wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de staat waarvan hij onderdaan is;
- d. indien hij onderdaan is van beide staten of van geen van beide staten, regelen de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten de aangelegenheid in een onderlinge overlegprocedure.
Indien een persoon, niet zijnde een natuurlijke persoon, ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide verdragsluitende staten is, trachten de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten in onderlinge overeenstemming te bepalen van welke verdragsluitende staat die persoon geacht wordt inwoner te zijn voor de toepassing van het Verdrag, daarbij rekening houdend met zijn plaats van werkelijke leiding, de plaats waar hij is opgericht en alle andere relevante factoren. Wanneer dergelijke overeenstemming ontbreekt, is die persoon niet gerechtigd tot enige belastingvermindering of -vrijstelling waarin dit Verdrag voorziet, behalve in de mate waarin en de wijze waarop dat wordt overeengekomen door de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten.
Artikel 5. Vaste inrichting
Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking „vaste inrichting” een vaste bedrijfsinrichting door middel waarvan de werkzaamheden van een onderneming geheel of gedeeltelijk worden verricht.
De uitdrukking „vaste inrichting” omvat in het bijzonder:
- a. een plaats waar leiding wordt gegeven;
- b. een filiaal;
- c. een kantoor;
- d. een fabriek;
- e. een werkplaats, en
- f. een mijn, een olie- of gasbron, een (steen)groeve of elke andere plaats waar natuurlijke rijkdommen worden gewonnen of geëxploiteerd.
De uitdrukking „vaste inrichting” omvat eveneens:
- a. een plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie- of installatiewerkzaamheden en de toezichthoudende activiteiten die daarmee verband houden, maar alleen indien deze blijft voortbestaan of de werkzaamheid voortduurt gedurende meer dan zes maanden;
- b. een installatie, een boorinstallatie, een schip gebruikt voor de exploratie van natuurlijke rijkdommen, of exploratiewerkzaamheden en andere werkzaamheden ten behoeve van de winning of exploitatie van natuurlijke rijkdommen in de andere verdragsluitende staat, maar alleen indien deze werkzaamheden voortduren of worden verricht in de andere staat gedurende een tijdvak of tijdvakken van in totaal 30 dagen in een tijdvak van twaalf maanden;
- c. het verlenen van diensten, daaronder begrepen diensten van adviserende aard, door een onderneming door middel van werknemers of andere natuurlijke personen die door de onderneming daartoe zijn aangesteld, echter alleen indien zulke werkzaamheden in een verdragsluitende staat worden verricht gedurende een tijdvak dat of tijdvakken die in een tijdvak van twaalf maanden beginnend of eindigend in het desbetreffende belastingjaar in totaal meer dan 183 dagen voortduurt of voortduren.
De duur van de werkzaamheden op grond van de onderdelen a, b en c wordt bepaald door de tijdvakken waarin de werkzaamheden worden uitgeoefend in een verdragsluitende staat door nauw verbonden ondernemingen samen te voegen, op voorwaarde dat de werkzaamheden van een dergelijke nauw verbonden onderneming in die verdragsluitende staat verband houden met de werkzaamheden die in die verdragsluitende staat worden uitgeoefend door zijn nauw verbonden ondernemingen. Het tijdvak waarin twee of meer nauw verbonden ondernemingen gelijktijdig werkzaamheden uitoefenen wordt slechts een keer meegeteld bij het bepalen van de duur van de werkzaamheden.
Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel wordt de uitdrukking „vaste inrichting” geacht niet te omvatten:
- a. het gebruikmaken van inrichtingen uitsluitend voor opslag, uitstalling of aflevering van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar;
- b. het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar uitsluitend voor opslag, uitstalling of aflevering;
- c. het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar uitsluitend voor bewerking of verwerking door een andere onderneming;
- d. het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend om voor de onderneming goederen of koopwaar aan te kopen of informatie in te winnen;
- e. het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend ten behoeve van reclame, voor het verstrekken van informatie of voor het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek, voor de onderneming,
op voorwaarde dat die werkzaamheid van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft.
Het vierde lid is niet van toepassing op een vaste bedrijfsinrichting die door een onderneming gebruikt of aangehouden wordt indien dezelfde onderneming of een nauw daarmee verbonden onderneming op dezelfde plaats of op een andere plaats in dezelfde verdragsluitende staat bedrijfsactiviteiten verricht, en
- a. die plaats of die andere plaats voor de onderneming of voor de nauw daarmee verbonden onderneming een vaste inrichting vormt op grond van de bepalingen van dit artikel; of
- b. het geheel van de activiteiten dat resulteert uit de combinatie van de activiteiten die door de twee ondernemingen op dezelfde plaats, of door dezelfde onderneming of nauw daarmee verbonden ondernemingen op de twee plaatsen worden uitgeoefend, niet van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft,
op voorwaarde dat de bedrijfsactiviteiten die door de twee ondernemingen op dezelfde plaats, of door dezelfde onderneming of nauw daarmee verbonden ondernemingen op de twee plaatsen, worden uitgeoefend aanvullende taken zijn die deel uitmaken van een samenhangende bedrijfsvoering.
Niettegenstaande de bepalingen van het eerste, tweede en derde lid, maar onder voorbehoud van de bepalingen van het zevende lid, indien een persoon namens een onderneming optreedt in een verdragsluitende staat en daarbij gewoonlijk overeenkomsten sluit, of gewoonlijk de voornaamste rol speelt die leidt tot het sluiten van overeenkomsten die stelselmatig zonder materiële wijziging door de onderneming gesloten worden, en die overeenkomsten gesloten zijn
- a. in naam van de onderneming, of
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.