Verdrag inzake luchtdiensten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Chili

Type Verdrag
Publication 2021-05-24
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

PREAMBULE

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Republiek Chili, hierna te noemen de verdragsluitende partijen;

Partij zijnde bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, opengesteld voor ondertekening te Chicago op 7 december 1944;

Geleid door de wens een bijdrage te leveren aan de vooruitgang en uitbreiding van de internationale burgerluchtvaart;

Geleid door de wens een internationaal luchtvervoerstelsel te bevorderen dat gebaseerd is op mededinging tussen luchtvaartmaatschappijen met een minimum aan overheidsbemoeienis en -regulering, en gelijke kansen;

Geleid door de wens de hoogste mate van veiligheid en beveiliging in het internationale luchtvervoer te waarborgen en opnieuw hun ernstige zorg uitsprekend over gedragingen of bedreigingen gericht tegen de veiligheid van luchtvaartuigen, die de veiligheid van mensen of goederen in gevaar brengen, de exploitatie van luchtvervoer nadelig beïnvloeden en het vertrouwen van de bevolking in de veiligheid van de burgerluchtvaart ondermijnen;

Geleid door de wens luchtvaartmaatschappijen in de gelegenheid te stellen reizigers en vervoerders diverse mogelijkheden voor luchtdiensten aan te bieden tegen de laagste prijzen die niet discriminatoir of het gevolg van misbruik van een dominante positie zijn, en geleid door de wens individuele luchtvaartmaatschappijen aan te moedigen innovatieve en concurrerende prijzen te ontwikkelen en in te voeren; en

Geleid door de wens een verdrag te sluiten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Chili ten behoeve van luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden;

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. INLEIDING

Artikel 1. Begripsomschrijvingen
1.

Voor de toepassing van dit Verdrag:

2.

De wetgeving die in het Europese deel van Nederland van toepassing is omvat de van toepassing zijnde wetgeving van de Europese Unie.

HOOFDSTUK II. DOELSTELLINGEN

Artikel 2. Verlening van rechten
1.

Elke verdragsluitende partij verleent de andere verdragsluitende partij, zonder beperkingen op routes, de volgende rechten voor het verrichten van internationale luchtdiensten door de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de andere verdragsluitende partij:

2.

Elke aangewezen luchtvaartmaatschappij kan, bij de exploitatie van een overeengekomen dienst op een route, tijdens een of alle vluchten, naar haar goeddunken:

zonder richtings- of geografische beperkingen en zonder verlies van enig recht om anderszins uit hoofde van dit Verdrag vervoer te verrichten.

3.

Op elk deel of alle delen van de bovenvermelde routes kan een aangewezen luchtvaartmaatschappij internationale luchtdiensten verzorgen zonder beperkingen ten aanzien van verandering van het type of aantal ingezette luchtvaartuigen op elk punt of alle punten.

4.

Aangewezen luchtvaartmaatschappijen kunnen zowel hun geregelde als hun ongeregelde diensten zo frequent als zij willen en met de luchtvaartuigen die zij opportuun achten exploiteren, op de routes en onder de voorwaarden als vermeld in dit Verdrag.

5.

Ongeacht de routes moeten luchthavenslots worden aangevraagd en toegewezen vóór de feitelijke uitvoering van de vluchten naar en van Slotgecoördineerde luchthavens.

Op punten op de routes hebben de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de ene verdragsluitende partij het recht om op niet-discriminerende basis gebruik te maken van alle luchtwegen, luchthavens en andere faciliteiten zoals Slots, balies enz., op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij.

Artikel 3. Aanwijzing en verlening van vergunningen
1.

Elke verdragsluitende partij heeft het recht langs diplomatieke weg bij een schriftelijke kennisgeving aan de andere verdragsluitende partij een luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de routes en de aanwijzing van een luchtvaartmaatschappij in te trekken of een eerder aangewezen luchtvaartmaatschappij te vervangen door een andere luchtvaartmaatschappij, of een dergelijke aanwijzing te wijzigen.

2.

Na ontvangst van een dergelijke aanwijzing en van een aanvraag van de aangewezen luchtvaartmaatschappij, in de vorm en op de wijze die is voorgeschreven voor exploitatievergunningen, verleent elke verdragsluitende partij met een zo gering mogelijke procedurele vertraging de aldus aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de andere verdragsluitende partij de desbetreffende exploitatievergunningen met inachtneming van de bepalingen van dit artikel, mits:

3.

Na ontvangst van exploitatievergunning overeenkomstig het tweede lid van dit artikel kan (kunnen) de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) op elk moment geheel of ten dele een aanvang maken met de exploitatie van de overeengekomen diensten waarvoor zij is aangewezen, mits zij de bepalingen van dit Verdrag naleeft (naleven).

4.

De luchtvaartautoriteiten van de ene verdragsluitende partij kunnen van een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere verdragsluitende partij verlangen te bewijzen dat zij in staat is te voldoen aan de voorwaarden uit hoofde van de wetten en voorschriften die door deze autoriteiten gewoonlijk en redelijkerwijze worden toegepast op de exploitatie van internationale luchtdiensten.

Artikel 4. Intrekking en schorsing van vergunningen
1.

Elke verdragsluitende partij kan de exploitatievergunningen of technische vergunningen van een door de andere verdragsluitende partij aangewezen luchtvaartmaatschappij tijdelijk of permanent weigeren, intrekken, opschorten of beperken, wanneer:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.