Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Franse Republiek inzake samenwerking op defensiegebied en de status van hun strijdkrachten op de grondgebieden in de Caraïben en Zuid-Amerika van de Franse Republiek en het Koninkrijk der Nederlanden

Type Verdrag
Publication 2023-08-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Franse Republiek, hierna te noemen de „partijen”;

Geleid door de wens hun samenwerking en de status van hun strijdkrachten en leden van het personeel vast te leggen in het kader van defensie- en veiligheidsactiviteiten die plaatsvinden op de grondgebieden van de partijen in de Caraïben en Zuid-Amerika;

Overwegende de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van der Franse Republiek inzake de uitwisseling van beschermde en gerubriceerde gegevens, ondertekend op 28 juli 1992;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1

In dit Verdrag wordt verstaan onder:

TITEL I

Artikel 2
1.

In dit Verdrag wordt de samenwerking op defensie- en veiligheidsgebied tussen de partijen geregeld alsmede de status van de strijdkrachten en leden van het personeel van de zendende partij die aanwezig zijn op het grondgebied van de ontvangende partij.

2.

De bevoegdheid inzake de tenuitvoerlegging van deze samenwerking berust in hoofdzaak bij de ministeries belast met defensie en veiligheid van beide partijen.

3.

De wijze van toepassing van dit Verdrag kan nader worden bepaald door middel van elk passend instrument dat tussen de bevoegde autoriteiten van de partijen wordt overeengekomen.

Artikel 3

De samenwerking tussen de partijen kan de volgende vormen aannemen:

Artikel 4
1.

In het kader van de in artikel 3 voorziene samenwerkingsactiviteiten, verleent de ontvangende partij tegen vergoeding logistieke ondersteuning aan de zendende partij. Deze logistieke ondersteuning omvat, voor zover beschikbaar bij de ontvangende partij, onderdak, voedsel en binnenlands vervoer op haar grondgebied of tussen haar verschillende gebiedsdelen, ten behoeve van de leden van het personeel van de zendende partij.

2.

Elke partij neemt de kosten van deelname van de leden van haar personeel aan de in artikel 3 voorziene samenwerkingsactiviteiten voor haar rekening. Mochten de bevoegde autoriteiten van de partijen anders overeenkomen, dan worden de kosten van deelname en de toerekening ervan nader bepaald overeenkomstig artikel 2, derde lid.

Artikel 5
1.

De ontvangende partij neemt passende maatregelen om de leden van het personeel van de zendende partij de installaties en de goederen en diensten ter beschikking te stellen die zij mogelijk nodig hebben in het kader van de in artikel 3 bedoelde samenwerkingsactiviteiten.

2.

De voorwaarden voor het gebruik van de installaties en voor logistieke ondersteuning door de ontvangende partij worden nader bepaald, waar nodig en in overeenstemming met artikel 4, eerste lid, op de wijze voorzien in artikel 2, derde lid.

3.

Het ter beschikking stellen van installaties, goederen en diensten door de ontvangende partij aan leden van het personeel van de zendende partij kan kosteloos of tegen vergoeding plaatsvinden en op de wijze voorzien in artikel 2, derde lid.

TITEL II

Artikel 6

De partijen komen overeen dat er een veiligheidsovereenkomst dient te worden gesloten om de uitwisseling van gerubriceerde gegevens mogelijk te maken tussen de partijen op de Caribische gebiedsdelen van het Koninkrijk der Nederlanden, zoals voorzien in de bepalingen van artikel 14 van de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Franse Republiek inzake de uitwisseling van beschermde en gerubriceerde gegevens van 1992.

Artikel 7
1.

De leden van het personeel van de zendende partij die aanwezig zijn op het grondgebied van de ontvangende partij dienen de geldende wetgeving te eerbiedigen. De zendende partij stelt de leden van haar personeel hiervan in kennis.

2.

Ten behoeve van de toepassing van dit Verdrag, nemen de leden van het personeel van de zendende partij die aanwezig zijn op het grondgebied van de ontvangende partij in geen geval deel aan operaties gericht op het handhaven of herstellen van de openbare orde of veiligheid. Daarnaast, tenzij de partijen anderszins beslissen, mogen zij in geen geval betrokken worden bij de voorbereiding op of uitvoering van oorlogshandelingen of soortgelijke handelingen noch bij acties om de nationale soevereiniteit te handhaven of te herstellen.

Artikel 8
1.

In het kader van artikel 3 mogen de leden van het personeel van de ene partij verblijven op het grondgebied van de andere partij. De bevoegde autoriteiten van de zendende partij stellen de bevoegde autoriteiten van de ontvangende partij vooraf op de hoogte van de identiteit van de leden van het personeel die haar grondgebied betreden. De bevoegde autoriteiten van de ontvangende partij worden eveneens op de hoogte gesteld van de datum van vertrek van hun grondgebied.

2.

Bij binnenkomst op het grondgebied van de ontvangende partij dienen de leden van het personeel van de zendende partij in het bezit te zijn van een geldig paspoort of een geldige identiteitskaart. Zij dienen daarnaast in het bezit te zijn van een individuele of collectieve dienstopdracht, afgegeven door de bevoegde dienst van de zendende partij.

3.

Ten behoeve van dit Verdrag verblijven de leden van het personeel van de zendende partij slechts tijdelijk op het grondgebied van de ontvangende partij en worden niet geacht recht op permanent verblijf op dit grondgebied te verwerven.

4.

De autoriteiten van de ontvangende partij verlenen waar mogelijk hun assistentie aan de leden van het personeel van de zendende partij bij het oplossen van alle problemen die zich bij binnenkomst op of vertrek van het grondgebied kunnen voordoen met de douane- of politieautoriteiten van de ontvangende partij.

Artikel 9
1.

De ontvangende partij treft de nodige maatregelen ter vergemakkelijking van de binnenkomst op en het vertrek van haar grondgebied van het materieel en de financiële middelen, voorraden en overige goederen die nodig zijn voor de uitvoering van de in artikel 3 voorziene samenwerkingsvormen. De lijst van het materieel, de financiële middelen, voorraden en overige goederen wordt vooraf doorgegeven aan de ontvangende partij, die ter plaatse controles kan uitvoeren om zich van de conformiteit hiervan te vergewissen, tenzij het gerubriceerd materieel van de zendende partij betreft.

2.

De strijdkrachten van de zendende partij mogen, uitsluitend voor eigen gebruik, onder de regeling tijdelijke invoer en onder volledige vrijstelling van alle rechten en heffingen, gedurende een verlengbaar tijdvak van 24 maanden, onder de voorwaarden voorzien in de wetgeving van de ontvangende partij, materieel, redelijke hoeveelheden voorraden en overige goederen bestemd voor het uitvoeren van activiteiten in het kader van dit Verdrag invoeren. Voor de bedoelde tijdelijke invoer met vrijstelling geldt als voorwaarde dat bij de douaneautoriteiten van de ontvangende partij een verzoek dient te worden ingediend langs elektronisch weg of, in voorkomend geval, schriftelijk met behulp van douaneformulieren, die door de bevoegde autoriteiten van de partijen volgens afspraak verstrekt worden en een attest waarvan de vorm door de partijen is overeengekomen en dat is ondertekend door een persoon, die daartoe door de zendende partij is gemachtigd. De bevoegde autoriteiten van de ontvangende partij kunnen verzoeken om voorafgaande toezending van de namen van de personen die gemachtigd zijn om de douaneformulieren te ondertekenen alsmede van een specimen van hun handtekeningen en van de gebruikte stempels.

3.

Van materieel, voorraden en overige goederen die met vrijstelling zijn ingevoerd op grond van dit artikel kan op het grondgebied van de ontvangende partij noch tegen vergoeding noch kosteloos afstand worden gedaan. In bijzondere gevallen kan evenwel afstand of vernietiging worden toegestaan, onder voorbehoud van de voorwaarden die hiertoe door de bevoegde autoriteiten van de ontvangende partij worden gesteld.

4.

Het materieel, de voorraden en overige goederen die met vrijstelling zijn ingevoerd op grond van dit artikel kunnen zonder belemmering met vrijstelling van alle rechten en heffingen worden weder uitgevoerd, op voorwaarde dat aan de douaneautoriteiten van de ontvangende partij een attest wordt overgelegd op de in het tweede lid van dit artikel voorziene wijze. De douaneautoriteiten van de ontvangende partij behouden het recht te controleren of de weder uitgevoerde goederen daadwerkelijk de goederen zijn die vermeld staan op het in het tweede lid van dit artikel genoemde attest, en daadwerkelijk zijn ingevoerd onder de in dit artikel voorziene voorwaarden.

5.

Officiële documenten van de strijdkrachten van de zendende partij in een verzegelde omslag zijn niet onderworpen aan controle door de douane van de ontvangende partij. De koeriers die deze documenten overbrengen, dienen, ongeacht hun status, te zijn voorzien van een individuele dienstopdracht afgegeven onder de voorwaarden genoemd in artikel 8, tweede lid. In deze dienstopdracht staat het aantal omslagen vermeld alsmede een verklaring dat de inhoud uitsluitend officiële documenten bevat.

6.

De militaire autoriteiten van de ontvangende partij verlenen waar mogelijk assistentie aan de strijdkrachten van de zendende partij bij alle administratieve en technische handelingen die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van dit artikel.

Artikel 10

De leden van het personeel van de zendende partij dragen het uniform en militaire onderscheidingstekens in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving inzake hun strijdkrachten. De militaire autoriteiten van de ontvangende partij bepalen de voorwaarden waaronder het uniform gedragen mag worden.

Artikel 11

De leden van het personeel van de zendende partij mogen een dienstwapen dragen bij het uitvoeren van de in artikel 3 voorziene activiteiten. De voorwaarden voor het dragen en gebruiken van wapens zijn in overeenstemming met de geldende wetgeving van de ontvangende partij.

Artikel 12
1.

De autoriteiten van de zendende partij zijn op tuchtrechtelijk gebied bevoegd ten aanzien van de leden van hun personeel. In het geval van gedragingen die vatbaar zijn voor sancties, stellen zij de bevoegde autoriteiten van de ontvangende partij in kennis.

2.

De autoriteiten van de ontvangende partij kunnen verlangen dat een lid van het personeel van de zendende partij naar de zendende partij wordt teruggestuurd na een gedraging die indruist tegen het geldende tuchtrecht van hun strijdkrachten.

Artikel 13

De leden van het personeel van de zendende partij die in het bezit zijn van een burgerlijk of militair rijbewijs afgegeven door de bevoegde autoriteiten van deze partij, hebben het recht op het grondgebied van de ontvangende partij voertuigen te besturen van de categorie die door het rijbewijs wordt toegestaan, in overeenstemming met de wetgeving van de ontvangende partij.

Artikel 14
1.

In het kader van de in artikel 3 voorziene samenwerking zijn bewegingen en doortochten van voertuigen, staatsschepen en staatsluchtvaartuigen vrijgesteld van alle rechten, belastingen en tol onder dezelfde voorwaarden die gelden voor voertuigen, staatsschepen en staatsluchtvaartuigen van de ontvangende partij.

2.

Voor de toepassing van dit artikel verstrekt de ontvangende partij langs diplomatieke weg aan de zendende partij, wanneer zij zulks dienstig acht, de juiste vergunningen voor het gebruik van het luchtruim, het land en de zee in overeenstemming met haar wetgeving.

Artikel 15
1.

De bevoegde autoriteiten van de partijen werken samen om de veiligheid binnen de installaties die ter beschikking zijn gesteld van leden van het personeel van de zendende partij te waarborgen.

2.

De bevoegde autoriteiten van de zendende partij, in overeenstemming met de bevoegde autoriteiten van de ontvangende partij, kunnen de nodige maatregelen nemen om de veiligheid van de hun ter beschikking gestelde installaties te waarborgen, alsook die van hun uitrusting, goederen, dossiers en informatie, met inachtneming van de wetgeving van de ontvangende partij.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.