Europese Overeenkomst tot bescherming van kleine huisdieren

Type Verdrag
Publication 2023-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De Lidstaten van de Raad van Europa die deze Overeenkomst hebben ondertekend,

Overwegend dat het doel van de Raad van Europa is een grotere eenheid tussen zijn leden tot stand te brengen;

Erkennend dat de mens de morele verplichting heeft alle levende schepselen te eerbiedigen, en indachtig de bijzondere relatie die kleine huisdieren hebben met de mens;

Gelet op de betekenis van kleine huisdieren vanwege hun bijdrage tot de kwaliteit van het bestaan en hun daaruit voortvloeiende waarde voor de samenleving;

Gelet op de moeilijkheden voortvloeiend uit de zeer grote verscheidenheid van dieren die door de mens worden gehouden;

Gelet op de gevaren die inherent zijn aan te grote aantallen kleine huisdieren voor de hygiëne, de gezondheid en de veiligheid van de mens en van andere dieren;

Overwegend dat het houden van exemplaren van in het wild levende diersoorten als huisdier niet aangemoedigd zou moeten worden;

Zich bewust van de uiteenlopende omstandigheden die het verwerven, het houden, het al dan niet voor commerciële doeleinden fokken en het afstaan van en het handelen in kleine huisdieren beheersen;

Zich ervan bewust dat kleine huisdieren niet altijd worden gehouden onder omstandigheden die bevorderlijk zijn voor hun gezondheid en welzijn;

Constaterend dat de houding tegenover kleine huisdieren soms sterk uiteen loopt, soms wegens gebrek aan kennis en bewustzijn op dit gebied;

Overwegend dat een fundamentele gemeenschappelijke opstelling ten aanzien van houding en praktijk, die leidt tot een verantwoord bezit van kleine huisdieren, niet alleen een wenselijke, maar ook reële doelstelling is,

Zijn als volgt overeengekomen:

HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen
1.

Onder een klein huisdier wordt verstaan een dier dat door de mens, in het bijzonder thuis voor zijn genoegen en gezelschap, wordt gehouden of bedoeld is gehouden te worden.

2.

Onder handel in kleine huisdieren worden verstaan alle gewone zakelijke transacties in aanzienlijke aantallen, verricht met winstoogmerk, die leiden tot wijziging in de eigendom van kleine huisdieren.

3.

Onder commercieel fokken en in pension hebben wordt verstaan het voornamelijk met winstoogmerk en in aanzienlijke aantallen fokken en in pension hebben.

4.

Onder dierenasiel wordt verstaan een instelling zonder winstoogmerk waar kleine huisdieren in aanzienlijke aantallen kunnen worden gehouden. Indien de nationale wettelijke en/of bestuursrechtelijke maatregelen zulks toelaten, kan een dergelijke instelling zwerfdieren opnemen.

5.

Onder een zwerfdier wordt verstaan een klein huisdier dat geen tehuis heeft dan wel zich buiten de grenzen van het huishouden van zijn eigenaar of houder bevindt en niet onder de controle of het rechtstreekse toezicht van een eigenaar of houder staat.

6.

Onder bevoegde autoriteit wordt verstaan de door de Lidstaat aangewezen autoriteit.

Artikel 2. Reikwijdte en toepassing
1.

Elke Partij verbindt zich ertoe de noodzakelijke maatregelen te nemen om uitvoering te geven aan de bepalingen van deze Overeenkomst met betrekking tot:

2.

Niets in deze Overeenkomst staat de toepassing van andere overeenkomsten voor de bescherming van dieren of voor het behoud van bedreigde wilde diersoorten in de weg.

3.

Niets in deze Overeenkomst staat de vrijheid van de Partijen in de weg, strengere maatregelen voor de bescherming van kleine huisdieren te nemen of de hierin vervatte bepalingen toe te passen op categorieën dieren die niet uitdrukkelijk in deze Overeenkomst zijn vermeld.

HOOFDSTUK II. BEGINSELEN VOOR HET HOUDEN VAN KLEINE HUISDIEREN

Artikel 3. Grondbeginselen voor het welzijn van dieren
1.

Niemand mag een klein huisdier nodeloos pijn doen, laten lijden of angst aanjagen.

2.

Niemand mag een klein huisdier in de steek laten.

Artikel 4. Het houden van kleine huisdieren
1.

Ieder die een klein huisdier houdt of erin heeft toegestemd daarvoor te zorgen, is verantwoordelijk voor gezondheid en welzijn ervan.

2.

Ieder die een klein huisdier houdt of ervoor zorgt, dient het een onderkomen, zorg en aandacht te geven op een wijze die rekening houdt met de ethologische behoeften van het dier in overeenstemming met zijn soort en ras, in het bijzonder:

3.

Een dier mag niet als klein huisdier worden gehouden, indien

Artikel 5. Het fokken

Ieder die een klein huisdier voor het fokken selecteert, is verantwoordelijk voor het rekening houden met de anatomische, fysiologische en gedragskenmerken die de gezondheid en het welzijn van de nakomelingen of het moederdier in gevaar kunnen brengen.

Artikel 6. Leeftijdsgrens bij verwerving

Een klein huisdier wordt niet verkocht aan personen jonger dan 16 jaar zonder de uitdrukkelijke toestemming van hun ouders of andere personen die de ouderlijke verantwoordelijkheid uitoefenen.

Artikel 7. Het africhten

Een klein huisdier wordt niet afgericht op een wijze die nadelig is voor zijn gezondheid en welzijn, in het bijzonder door het te dwingen zich boven zijn natuurlijke vermogens of kracht in te spannen, of door kunstmatige hulpmiddelen te gebruiken die letsel of nodeloos pijn, lijden of angst veroorzaken.

Artikel 8. Handel, commercieel fokken en in pension hebben, dierenasiels
1.

Ieder die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze Overeenkomst handelt in kleine huisdieren of deze commercieel fokt of in pension heeft, dan wel een dierenasiel beheert, dient binnen een door elke Partij vast te stellen passende termijn zulks op te geven aan de bevoegde autoriteit.

Ieder die voornemens is zich met één van deze activiteiten bezig te houden, dient dit voornemen op te geven aan de bevoegde autoriteit.

2.

In deze opgave dient te worden vermeld:

3.

De bovengenoemde activiteiten mogen slechts worden verricht:

4.

De bevoegde autoriteit bepaalt op grond van de opgave ingevolge het eerste lid of er al dan niet wordt voldaan aan de in het derde lid gestelde voorwaarden. Indien niet in voldoende mate aan deze voorwaarden wordt voldaan, beveelt zij maatregelen aan en, indien noodzakelijk voor het welzijn van de dieren, verbiedt zij het aanvangen met of het voortzetten van de activiteit.

5.

De bevoegde autoriteit controleert, overeenkomstig de nationale wetgeving, of al dan niet aan de bovengenoemde voorwaarde wordt voldaan.

Artikel 9. Reclame, amusement, tentoonstellingen, wedstrijden en soortgelijke evenementen
1.

Kleine huisdieren mogen niet worden gebruikt voor reclame, amusement, tentoonstellingen, wedstrijden en soortgelijke evenementen, tenzij:

2.

Er mogen geen stoffen worden toegediend aan, behandelingen toegepast op, of middelen gebruikt bij een klein huisdier ten einde zijn natuurlijke prestatieniveau te verhogen of te verlagen:

Artikel 10. Chirurgische ingrepen
1.

Chirurgische ingrepen ter verandering van het uiterlijk van een klein huisdier of voor andere niet-curatieve doeleinden zijn verboden, en in het bijzonder:

2.

Uitzonderingen op deze verbodsbepalingen zijn slechts toegestaan:

Artikel 11. Het doden
1.

Alleen een dierenarts of een andere bevoegde persoon mag een klein huisdier doden, behalve in een noodsituatie om een einde te maken aan het lijden van een dier, wanneer diergeneeskundige of andere bevoegde hulp niet snel kan worden verkregen, of in alle andere onder de nationale wetgeving vallende noodsituaties. Het doden dient te geschieden met een minimum aan lichamelijk en geestelijk lijden, passend bij de omstandigheden. De gekozen methode dient, behalve in een noodsituatie ofwel

Degene die verantwoordelijk is voor het doden, dient zich ervan te vergewissen dat het dier dood is voordat het kadaver wordt afgevoerd.

2.

De volgende methode voor het doden zijn verboden:

HOOFDSTUK III. AANVULLENDE MAATREGELEN VOOR ZWERFDIEREN

Artikel 12. Vermindering van het aantal

Wanneer een Partij van mening is dat het aantal zwerfdieren een probleem voor haar is, dient zij de passende wettelijke en/of bestuursrechtelijke maatregelen te nemen die nodig zijn om dit aantal te verminderen op een wijze die niet nodeloos pijn, lijden of angst veroorzaakt.

Artikel 13. Uitzonderingen op het vangen, houden en doden

Uitzonderingen op de in deze Overeenkomst vervatte beginselen voor het vangen, houden en doden van zwerfdieren mogen slechts worden gemaakt indien zij onvermijdelijk zijn in het kader van nationale programma's voor de bestrijding van ziekten.

HOOFDSTUK IV. VOORLICHTING EN EDUCATIE

Artikel 14. Voorlichtings- en opleidingsprogramma 's

De Partijen verbinden zich ertoe, de ontwikkeling te stimuleren van voorlichtings- en educatieprogramma's ter bevordering van het besef en de kennis van de bepalingen en de beginselen van deze Overeenkomst bij de organisaties en personen betrokken bij het houden, fokken, africhten, verhandelen en in pension hebben van kleine huisdieren. In deze programma's dient in het bijzonder de aandacht te worden gevestigd op de volgende onderwerpen:

HOOFDSTUK V. MULTILATERAAL OVERLEG

Artikel 15. Multilateraal overleg
1.

Binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst en elke vijf jaar daarna en, in elk geval, wanneer een meerderheid van de vertegenwoordigers van de Partijen zulks verzoekt, voeren de Partijen multilateraal overleg binnen de Raad van Europa over de toepassing van de Overeenkomst en over de wenselijkheid deze te herzien of bepalingen ervan uit te breiden. Dit overleg vindt plaats op door de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa bijeengeroepen vergadering.

2.

Elke Partij heeft het recht een vertegenwoordiger te benoemen die deelneemt aan dit overleg. Iedere Lidstaat van de Raad van Europa die geen Partij is bij de Overeenkomst, heeft het recht zich door een waarnemer bij dit overleg te laten vertegenwoordigen.

3.

Na elk overleg leggen de Partijen aan het Comité van Ministers van de Raad van Europa een verslag voor omtrent het overleg en de werking van de Overeenkomst, welk verslag, indien zij dit nodig achten, tevens voorstellen bevat voor de wijziging van de artikelen 15 tot en met 23 van de Overeenkomst.

4.

Onder voorbehoud van de bepalingen van deze Overeenkomst stellen de Partijen de procedureregels voor het overleg vast.

HOOFDSTUK VI. WIJZIGINGEN

Artikel 16. Wijzigingen
1.

Iedere door een Partij of het Comité van Ministers voorgestelde wijziging van de artikelen 1 tot en met 14 wordt medegedeeld aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa en door deze toegezonden aan de Lidstaten van de Raad van Europa, aan iedere Partij, en aan iedere Staat die overeenkomstig het bepaalde in artikel 19 is uitgenodigd tot de Overeenkomst toe te treden.

2.

Iedere overeenkomstig het bepaalde in het voorgaande lid voorgestelde wijziging wordt bestudeerd tijdens een multilateraal overleg dat niet eerder dan twee maanden na de datum van toezending door de Secretaris-Generaal wordt gevoerd, waar zij kan worden aangenomen met een tweederde meerderheid van de Partijen. De aangenomen tekst wordt aan de Partijen toegezonden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.