Mondiale Overeenkomst inzake de erkenning van kwalificaties in het hoger onderwijs
PREAMBULE
De Algemene Conferentie van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, bijeengekomen te Parijs van 12 tot en met 27 november 2019 tijdens haar veertigste zitting;
Geïnspireerd door een gemeenschappelijke wil om de educatieve, geografische, humanitaire, culturele, wetenschappelijke en sociaal-economische banden tussen staten die partij zijn te versterken en de dialoog tussen regio’s en het delen van hun instrumenten en praktijken inzake erkenning te verbeteren;
In herinnering brengend het Statuut van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (UNESCO), waarin wordt bepaald dat „de Organisatie ten doel heeft bij te dragen aan de vrede en veiligheid door de samenwerking van de volken door middel van onderwijs, wetenschap en cultuur te bevorderen”;
Indachtig de bepalingen van het Handvest van de Verenigde Naties uit 1945, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948, het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen uit 1951 en het Protocol daarbij uit 1967, het Verdrag betreffende de status van staatlozen uit 1954, het UNESCO-verdrag nopens de bestrijding van discriminatie in het onderwijs uit 1960 en met name artikel 4a ervan, het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten uit 1966 en het Verdrag inzake technisch en beroepsonderwijs uit 1989;
Indachtig de Aanbeveling van UNESCO inzake de erkenning van studies en kwalificaties in het hoger onderwijs uit 1993, de Aanbeveling van UNESCO inzake de status van onderwijzend personeel in het hoger onderwijs uit 1997, de Verklaring van de Verenigde Naties inzake de rechten van inheemse volken uit 2007 en de Aanbeveling van UNESCO inzake wetenschap en wetenschappelijk onderzoekers uit 2017;
Voortbouwend op de regionale overeenkomsten van UNESCO inzake de erkenning van kwalificaties in het hoger onderwijs;
Opnieuw de verantwoordelijkheid van de staten die partij zijn bevestigend om inclusieve en gelijkwaardige toegang tot hoogwaardig onderwijs op alle niveaus en een leven lang leren voor iedereen te bevorderen;
Zich bewust van de toenemende internationale samenwerking in het hoger onderwijs, van de mobiliteit van studenten, werknemers, beroepsbeoefenaars, onderzoekers en academici, van veranderingen in het wetenschappelijk onderzoek en van de verschillende werkwijzen, methoden, ontwikkelingen en innovaties in onderwijs en leren;
Hoger onderwijs, aangeboden door zowel publieke als private instellingen, als een publiek goed en een publieke verantwoordelijkheid beschouwend, en zich bewust van de noodzaak de beginselen van academische vrijheid en van de autonomie van instellingen voor hoger onderwijs in stand te houden en te beschermen;
Ervan overtuigd dat de internationale erkenning van kwalificaties in het hoger onderwijs onderling afhankelijk leren en kennisontwikkeling zal faciliteren door middel van de mobiliteit van studenten en leren, academici, wetenschappelijk onderzoek en onderzoekers, en werknemers en beroepsbeoefenaars en de internationale samenwerking in het hoger onderwijs zal verbeteren;
De culturele verscheidenheid eerbiedigend tussen de staten die partij zijn, waaronder, onder andere, verschillen in onderwijstradities en in de waarden van hoger onderwijs;
De wens uitsprekend in te spelen op de behoefte aan een mondiale overeenkomst inzake de erkenning van kwalificaties in het hoger onderwijs ter aanvulling van de regionale overeenkomsten van UNESCO inzake de erkenning van kwalificaties in het hoger onderwijs en om de samenhang ertussen te verbeteren;
Overtuigd van de noodzaak gemeenschappelijke, praktische en transparante oplossingen te vinden om erkenningspraktijken wereldwijd te verbeteren;
Ervan overtuigd dat deze Overeenkomst internationale mobiliteit zal bevorderen, alsmede communicatie en samenwerking wat betreft eerlijke en transparante procedures voor erkenning en kwaliteitsborging en academische integriteit in het hoger onderwijs op mondiaal niveau;
Neemt deze Overeenkomst aan op 25 november 2019.
HOOFDSTUK I. BEGRIPSBEPALINGEN
Artikel I
Voor de toepassing van deze Overeenkomst zijn de volgende begripsbepalingen van toepassing:
- Toegang (tot het hoger onderwijs): het recht van elke natuurlijke persoon die een kwalificatie bezit om toelating tot een niveau van hoger onderwijs aan te vragen en hiervoor in aanmerking te komen;
- Toelating (tot instellingen en programma’s voor hoger onderwijs): de handeling die of het stelsel dat het mogelijk maakt dat gekwalificeerde aanvragers een studie in het hoger onderwijs bij een bepaalde instelling en/of via een bepaald programma volgen.
- Aanvrager:
- a. een natuurlijke persoon die een kwalificatie, deelstudies of eerder verworven competenties ter beoordeling en/of erkenning bij de bevoegde erkenningsautoriteiten indient; of
- b. een entiteit die met toestemming namens een natuurlijke persoon optreedt.
- Beoordeling: de evaluatie van de kwalificaties, deelstudies of eerder opgedane competenties van een aanvrager door een bevoegde erkenningsautoriteit die betrokken is bij de evaluatie van kwalificaties.
- Bevoegde autoriteit: een natuurlijke persoon of entiteit die het gezag, de capaciteit of wettelijke bevoegdheid heeft om een aangewezen functie te vervullen.
- Bevoegde erkenningsautoriteit: een entiteit die, overeenkomstig de wetten, voorschriften, het beleid of de praktijken van een staat die partij is, kwalificaties beoordeelt en/of besluiten neemt over de erkenning van kwalificaties.
- Samenstellende delen: officiële entiteiten van een staat die partij is bij deze Overeenkomst op het niveau van subnationale rechtsgebieden zoals provincies, deelstaten, districten of kantons, in overeenstemming met artikel XXb, federale of niet-unitaire grondwettelijke stelsels, van deze Overeenkomst.
- Grensoverschrijdend onderwijs: alle manieren om onderwijs te geven waarbij personen, kennis, programma’s, aanbieders en curricula de grenzen van de staten die partij zijn overschrijden, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, internationale programma’s met kwaliteitsborging die een gezamenlijke graad opleveren, grensoverschrijdend hoger onderwijs, transnationaal onderwijs, offshore-onderwijs en grenzeloos onderwijs.
- Ontheemde persoon: een natuurlijke persoon die gedwongen is zijn of haar verblijfplaats of omgeving en beroepsactiviteiten te verlaten om naar een andere verblijfplaats of omgeving te gaan.
- Formeel onderwijsstelsel: het onderwijsstelsel van een staat die partij is, met inbegrip van alle officieel erkende entiteiten die voor onderwijs verantwoordelijk zijn, alsmede publieke en private onderwijsinstellingen op alle niveaus die door de bevoegde autoriteiten van een staat die partij is worden erkend en derhalve gemachtigd zijn onderwijs te verzorgen en andere onderwijsgerelateerde diensten te verstrekken.
- Formeel leren: scholing opgebouwd uit activiteiten binnen een gestructureerde leeromgeving, die leiden tot een formele kwalificatie, en aangeboden door een onderwijsinstelling die erkend wordt door de bevoegde autoriteiten van een staat die partij is en derhalve gemachtigd is deze leeractiviteiten aan te bieden.
- Hoger onderwijs: alle typen studieprogramma’s of reeksen leerplannen op postsecundair niveau die door de bevoegde autoriteiten van een staat die partij is, of een samenstellend deel daarvan, zijn erkend als deel uitmakend van zijn hoger onderwijsstelsel.
- Instelling voor hoger onderwijs: een instelling die hoger onderwijs verzorgt en door de bevoegde autoriteiten van een staat die partij is, of een samenstellend deel daarvan, is erkend als deel uitmakend van zijn hoger onderwijsstelsel.
- Programma voor hoger onderwijs: een postsecundair studieprogramma dat door de bevoegde autoriteit van een staat die partij is, of een samenstellend deel daarvan, is erkend als deel uitmakend van zijn hoger onderwijsstelsel, en waarvan de succesvolle afronding de student een kwalificatie in het hoger onderwijs oplevert.
- Informeel leren: scholing die plaatsvindt buiten het formele onderwijsstelsel en die het resultaat is van dagelijkse activiteiten die verband houden met werk, familie, de plaatselijke gemeenschap of vrijetijdsbesteding.
- Internationale gezamenlijke graad: een graad die behaald wordt na het volgen van grensoverschrijdend onderwijs; een enkele graad die wordt erkend en/of goedgekeurd en die gezamenlijk wordt toegekend na afronding van een geïntegreerd, gecoördineerd en gezamenlijk aangeboden programma door twee of meer instellingen voor hoger onderwijs die tot meer dan één land behoren.
- Leerresultaten: de kennis en vaardigheden die een lerende heeft opgedaan na het afronden van een leerproces.
- Leven lang leren: een proces dat verwijst naar alle leeractiviteiten, formeel, niet-formeel of informeel, die gedurende het hele leven ontplooid worden en als doel hebben menselijke capaciteiten, kennis, vaardigheden, zienswijzen en competenties te verbeteren en te ontwikkelen.
- Mobiliteit: de fysieke of virtuele verplaatsing van natuurlijke personen buiten hun land voor studie, onderzoek, geven van onderwijs of werk.
- Niet-formeel leren: scholing die tot stand komt in een onderwijs- of opleidingskader waarin de nadruk op het werkzame leven wordt gelegd en die niet tot een formeel onderwijsstelsel behoort.
- Niet-traditionele manieren van leren: formele, niet-formele en informele mechanismen voor het bieden van onderwijsprogramma’s en leeractiviteiten die niet in eerste instantie berusten op persoonlijk contact tussen degene die onderwijs verzorgt en degene die onderwijs volgt.
- Gedeeltelijke erkenning: de gedeeltelijke erkenning van een volledige en afgeronde kwalificatie die niet volledig erkend kan worden vanwege het aantonen van aanzienlijke verschillen door een bevoegde erkenningsautoriteit.
- Deelstudies: elk deel van een programma voor hoger onderwijs dat geëvalueerd is en waarmee, hoewel op zichzelf geen volledig programma, een aanzienlijke mate van kennis, vaardigheden, zienswijzen en competenties wordt verworven.
- Eerder verworven competenties: de ervaring, kennis, vaardigheden, zienswijzen en competenties die een natuurlijke persoon heeft opgedaan door formeel, niet-formeel of informeel leren, beoordeeld aan de hand van een gegeven reeks leerresultaten, doelstellingen of normen.
- Kwalificatie:
- a. Kwalificatie in het hoger onderwijs: elk(e) graad, diploma, getuigschrift of toekenning die is afgegeven door een bevoegde autoriteit en die getuigt van de succesvolle afronding van een programma voor hoger onderwijs of de validatie van eerder verworven competenties, naargelang van toepassing;
- b. Kwalificatie die toegang geeft tot het hoger onderwijs: elk(e) graad, diploma, getuigschrift of toekenning die is afgegeven door een bevoegde autoriteit en die getuigt van de succesvolle afronding van een programma voor hoger onderwijs of de validatie van eerder verworven competenties en die de houder van de kwalificatie het recht geeft in aanmerking te komen voor toelating tot het hoger onderwijs.
- Gekwalificeerde aanvrager: een natuurlijke persoon die voldaan heeft aan de relevante criteria en geacht wordt in aanmerking te komen voor toelating tot het hoger onderwijs.
- Kwalificatiekader: een systeem voor de classificatie, publicatie en organisatie van kwalificaties met kwaliteitsborging volgens een reeks criteria.
- Kwaliteitsborging: een voortdurend proces waarbij de kwaliteit van een stelsel, instelling of programma op het gebied van hoger onderwijs wordt beoordeeld door de bevoegde autoriteit/autoriteiten om belanghebbenden te verzekeren dat aanvaardbare onderwijsnormen voortdurend worden onderhouden en verbeterd.
- Erkenning: een formele bevestiging door een bevoegde erkenningsautoriteit van de geldigheid en het academisch niveau van een buitenlandse onderwijskwalificatie, van deelstudies of eerder verworven competenties om een aanvrager resultaten te bieden waaronder, maar niet beperkt tot:
- a. het recht toelating tot het hoger onderwijs aan te vragen en/of
- b. de mogelijkheid werk te zoeken.
- Regio: een van de gebieden die zijn aangewezen in overeenstemming met de omschrijving van regio’s door UNESCO met het oog op de uitvoering door de organisatie van regionale activiteiten, te weten Afrika, Arabische Staten, Azië en de Grote Oceaan, Europa en Latijns-Amerika en de Caraïben.
- Regionale overeenkomsten inzake erkenning: de UNESCO-overeenkomsten inzake de erkenning van kwalificaties in het hoger onderwijs in elk van de UNESCO-regio’s, waaronder het Internationale Verdrag betreffende de erkenning van studies aan, en diploma’s en graden van hoger onderwijs in de Arabische en Europese Staten die grenzen aan de Middellandse Zee.
- Eisen:
- a. Algemene eisen: voorwaarden waaraan dient te worden voldaan om in aanmerking te komen voor toegang tot het hoger onderwijs, of tot een bepaald niveau daarvan, of voor het verkrijgen van een kwalificatie in het hoger onderwijs op een bepaald niveau.
- b. Specifieke eisen: voorwaarden waaraan in aanvulling op de algemene eisen dient te zijn voldaan, teneinde te worden toegelaten tot een bepaald programma in het hoger onderwijs, of ter verkrijging van een specifieke kwalificatie in het hoger onderwijs in een bepaalde studierichting.
- Aanzienlijke verschillen: aanzienlijke verschillen tussen de buitenlandse kwalificatie en de kwalificatie van de staat die partij is die de aanvrager naar alle waarschijnlijkheid zouden verhinderen te slagen in een gewenste activiteit, zoals, maar niet beperkt tot, aanvullende studie, onderzoeksactiviteiten of werkgelegenheidskansen.
HOOFDSTUK II. DOELSTELLINGEN VAN DE OVEREENKOMST
Artikel II
Deze Overeenkomst, die voortbouwt op de coördinatie, herzieningen en resultaten van de regionale overeenkomsten inzake erkenning en deze versterkt, heeft de volgende doelstellingen:
-
- Bevorderen en versterken van internationale samenwerking in het hoger onderwijs;
-
- Ondersteunen van initiatieven, beleid en innovaties op interregionaal niveau met het oog op internationale samenwerking in het hoger onderwijs;
-
- Faciliteren van mondiale mobiliteit en aanmoedigen van verdiensten in het hoger onderwijs ten voordele van houders van kwalificaties, hoger onderwijsinstellingen, werkgevers en andere belanghebbenden van de staten die partij zijn bij deze Overeenkomst, met begrip en respect voor de diversiteit van de hoger onderwijsstelsels van de staten die partij zijn;
-
- Bieden van een inclusief mondiaal kader voor de eerlijke, transparante, consistente, coherente, tijdige en betrouwbare erkenning van kwalificaties in het hoger onderwijs;
-
- Respecteren, steunen en beschermen van de autonomie en diversiteit van instellingen en stelsels in het hoger onderwijs;
-
- Versterken van vertrouwen in de kwaliteit en betrouwbaarheid van kwalificaties door, onder andere, het aanmoedigen van praktijken op het gebied van integriteit en ethiek;
-
- Bevorderen van een cultuur van kwaliteitsborging in instellingen en stelsels in het hoger onderwijs en ontwikkelen van de capaciteiten die nodig zijn voor het waarborgen van betrouwbaarheid, consistentie en complementariteit bij de kwaliteitsborging, bij kwalificatiekaders en bij de erkenning van kwalificaties teneinde internationale mobiliteit te ondersteunen;
-
- Bevorderen van het ontwikkelen, verzamelen en delen van toegankelijke, actuele, betrouwbare, transparante en relevante informatie en het verspreiden van beste praktijken onder de belanghebbenden, staten die partij zijn en regio’s;
-
- Bevorderen, door het erkennen van kwalificaties, van inclusieve en gelijkwaardige toegang tot hoogwaardig hoger onderwijs en ondersteunen van mogelijkheden voor een leven lang leren voor iedereen, met inbegrip van vluchtelingen en ontheemden;
-
- Versterken op mondiaal niveau van het optimaal gebruikmaken van menselijke en onderwijskundige middelen met het oog op het bevorderen van onderwijs ten behoeve van duurzame ontwikkeling en bijdragen aan structurele, economische, technologische, culturele, democratische en maatschappelijke ontwikkeling voor alle samenlevingen.
HOOFDSTUK III. BASISBEGINSELEN VOOR HET ERKENNEN VAN KWALIFICATIES IN HET HOGER ONDERWIJS
Artikel III
Voor de erkenning van kwalificaties in het hoger onderwijs worden in deze Overeenkomst de volgende beginselen vastgelegd:
-
- Natuurlijke personen hebben het recht hun kwalificaties te laten beoordelen om toelating tot een studie in het hoger onderwijs te kunnen vragen of een baan te zoeken.
-
- De erkenning van kwalificaties dient transparant, eerlijk, tijdig en niet-discriminatoir te zijn in overeenstemming met de regels en voorschriften van elke staat die partij is en dient betaalbaar te zijn.
-
- Besluiten inzake erkenning zijn gebaseerd op vertrouwen, heldere criteria en eerlijke, transparante en niet-discriminatoire procedures en onderstrepen het fundamenteel belang van gelijkwaardige toegang tot het hoger onderwijs als een publiek goed dat tot werkgelegenheidskansen kan leiden.
-
- Besluiten inzake erkenning zijn gebaseerd op passende, betrouwbare, toegankelijke en actuele informatie over hoger onderwijsstelsels, instellingen, programma’s en kwaliteitsborgingsmechanismen die is verstrekt via bevoegde autoriteiten van de staten die partij zijn, officiële nationale informatiecentra of soortgelijke entiteiten.
-
- Besluiten inzake erkenning worden genomen met respect voor de diversiteit van hoger onderwijsstelsels in de wereld.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.