Mondiale Overeenkomst inzake de erkenning van kwalificaties in het hoger onderwijs

Type Verdrag
Publication 2019-11-25
State In force
Source BWB
artikelen Not indexed
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

PREAMBULE

De Algemene Conferentie van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, bijeengekomen te Parijs van 12 tot en met 27 november 2019 tijdens haar veertigste zitting;

Geïnspireerd door een gemeenschappelijke wil om de educatieve, geografische, humanitaire, culturele, wetenschappelijke en sociaal-economische banden tussen staten die partij zijn te versterken en de dialoog tussen regio’s en het delen van hun instrumenten en praktijken inzake erkenning te verbeteren;

In herinnering brengend het Statuut van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (UNESCO), waarin wordt bepaald dat „de Organisatie ten doel heeft bij te dragen aan de vrede en veiligheid door de samenwerking van de volken door middel van onderwijs, wetenschap en cultuur te bevorderen”;

Indachtig de bepalingen van het Handvest van de Verenigde Naties uit 1945, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948, het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen uit 1951 en het Protocol daarbij uit 1967, het Verdrag betreffende de status van staatlozen uit 1954, het UNESCO-verdrag nopens de bestrijding van discriminatie in het onderwijs uit 1960 en met name artikel 4a ervan, het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten uit 1966 en het Verdrag inzake technisch en beroepsonderwijs uit 1989;

Indachtig de Aanbeveling van UNESCO inzake de erkenning van studies en kwalificaties in het hoger onderwijs uit 1993, de Aanbeveling van UNESCO inzake de status van onderwijzend personeel in het hoger onderwijs uit 1997, de Verklaring van de Verenigde Naties inzake de rechten van inheemse volken uit 2007 en de Aanbeveling van UNESCO inzake wetenschap en wetenschappelijk onderzoekers uit 2017;

Voortbouwend op de regionale overeenkomsten van UNESCO inzake de erkenning van kwalificaties in het hoger onderwijs;

Opnieuw de verantwoordelijkheid van de staten die partij zijn bevestigend om inclusieve en gelijkwaardige toegang tot hoogwaardig onderwijs op alle niveaus en een leven lang leren voor iedereen te bevorderen;

Zich bewust van de toenemende internationale samenwerking in het hoger onderwijs, van de mobiliteit van studenten, werknemers, beroepsbeoefenaars, onderzoekers en academici, van veranderingen in het wetenschappelijk onderzoek en van de verschillende werkwijzen, methoden, ontwikkelingen en innovaties in onderwijs en leren;

Hoger onderwijs, aangeboden door zowel publieke als private instellingen, als een publiek goed en een publieke verantwoordelijkheid beschouwend, en zich bewust van de noodzaak de beginselen van academische vrijheid en van de autonomie van instellingen voor hoger onderwijs in stand te houden en te beschermen;

Ervan overtuigd dat de internationale erkenning van kwalificaties in het hoger onderwijs onderling afhankelijk leren en kennisontwikkeling zal faciliteren door middel van de mobiliteit van studenten en leren, academici, wetenschappelijk onderzoek en onderzoekers, en werknemers en beroepsbeoefenaars en de internationale samenwerking in het hoger onderwijs zal verbeteren;

De culturele verscheidenheid eerbiedigend tussen de staten die partij zijn, waaronder, onder andere, verschillen in onderwijstradities en in de waarden van hoger onderwijs;

De wens uitsprekend in te spelen op de behoefte aan een mondiale overeenkomst inzake de erkenning van kwalificaties in het hoger onderwijs ter aanvulling van de regionale overeenkomsten van UNESCO inzake de erkenning van kwalificaties in het hoger onderwijs en om de samenhang ertussen te verbeteren;

Overtuigd van de noodzaak gemeenschappelijke, praktische en transparante oplossingen te vinden om erkenningspraktijken wereldwijd te verbeteren;

Ervan overtuigd dat deze Overeenkomst internationale mobiliteit zal bevorderen, alsmede communicatie en samenwerking wat betreft eerlijke en transparante procedures voor erkenning en kwaliteitsborging en academische integriteit in het hoger onderwijs op mondiaal niveau;

Neemt deze Overeenkomst aan op 25 november 2019.

HOOFDSTUK I. BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel I

Voor de toepassing van deze Overeenkomst zijn de volgende begripsbepalingen van toepassing:

  • Toegang (tot het hoger onderwijs): het recht van elke natuurlijke persoon die een kwalificatie bezit om toelating tot een niveau van hoger onderwijs aan te vragen en hiervoor in aanmerking te komen;
  • Toelating (tot instellingen en programma’s voor hoger onderwijs): de handeling die of het stelsel dat het mogelijk maakt dat gekwalificeerde aanvragers een studie in het hoger onderwijs bij een bepaalde instelling en/of via een bepaald programma volgen.
  • Aanvrager:
  • a. een natuurlijke persoon die een kwalificatie, deelstudies of eerder verworven competenties ter beoordeling en/of erkenning bij de bevoegde erkenningsautoriteiten indient; of
  • b. een entiteit die met toestemming namens een natuurlijke persoon optreedt.
  • Beoordeling: de evaluatie van de kwalificaties, deelstudies of eerder opgedane competenties van een aanvrager door een bevoegde erkenningsautoriteit die betrokken is bij de evaluatie van kwalificaties.
  • Bevoegde autoriteit: een natuurlijke persoon of entiteit die het gezag, de capaciteit of wettelijke bevoegdheid heeft om een aangewezen functie te vervullen.
  • Bevoegde erkenningsautoriteit: een entiteit die, overeenkomstig de wetten, voorschriften, het beleid of de praktijken van een staat die partij is, kwalificaties beoordeelt en/of besluiten neemt over de erkenning van kwalificaties.
  • Samenstellende delen: officiële entiteiten van een staat die partij is bij deze Overeenkomst op het niveau van subnationale rechtsgebieden zoals provincies, deelstaten, districten of kantons, in overeenstemming met artikel XXb, federale of niet-unitaire grondwettelijke stelsels, van deze Overeenkomst.
  • Grensoverschrijdend onderwijs: alle manieren om onderwijs te geven waarbij personen, kennis, programma’s, aanbieders en curricula de grenzen van de staten die partij zijn overschrijden, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, internationale programma’s met kwaliteitsborging die een gezamenlijke graad opleveren, grensoverschrijdend hoger onderwijs, transnationaal onderwijs, offshore-onderwijs en grenzeloos onderwijs.
  • Ontheemde persoon: een natuurlijke persoon die gedwongen is zijn of haar verblijfplaats of omgeving en beroepsactiviteiten te verlaten om naar een andere verblijfplaats of omgeving te gaan.
  • Formeel onderwijsstelsel: het onderwijsstelsel van een staat die partij is, met inbegrip van alle officieel erkende entiteiten die voor onderwijs verantwoordelijk zijn, alsmede publieke en private onderwijsinstellingen op alle niveaus die door de bevoegde autoriteiten van een staat die partij is worden erkend en derhalve gemachtigd zijn onderwijs te verzorgen en andere onderwijsgerelateerde diensten te verstrekken.
  • Formeel leren: scholing opgebouwd uit activiteiten binnen een gestructureerde leeromgeving, die leiden tot een formele kwalificatie, en aangeboden door een onderwijsinstelling die erkend wordt door de bevoegde autoriteiten van een staat die partij is en derhalve gemachtigd is deze leeractiviteiten aan te bieden.
  • Hoger onderwijs: alle typen studieprogramma’s of reeksen leerplannen op postsecundair niveau die door de bevoegde autoriteiten van een staat die partij is, of een samenstellend deel daarvan, zijn erkend als deel uitmakend van zijn hoger onderwijsstelsel.
  • Instelling voor hoger onderwijs: een instelling die hoger onderwijs verzorgt en door de bevoegde autoriteiten van een staat die partij is, of een samenstellend deel daarvan, is erkend als deel uitmakend van zijn hoger onderwijsstelsel.
  • Programma voor hoger onderwijs: een postsecundair studieprogramma dat door de bevoegde autoriteit van een staat die partij is, of een samenstellend deel daarvan, is erkend als deel uitmakend van zijn hoger onderwijsstelsel, en waarvan de succesvolle afronding de student een kwalificatie in het hoger onderwijs oplevert.
  • Informeel leren: scholing die plaatsvindt buiten het formele onderwijsstelsel en die het resultaat is van dagelijkse activiteiten die verband houden met werk, familie, de plaatselijke gemeenschap of vrijetijdsbesteding.
  • Internationale gezamenlijke graad: een graad die behaald wordt na het volgen van grensoverschrijdend onderwijs; een enkele graad die wordt erkend en/of goedgekeurd en die gezamenlijk wordt toegekend na afronding van een geïntegreerd, gecoördineerd en gezamenlijk aangeboden programma door twee of meer instellingen voor hoger onderwijs die tot meer dan één land behoren.
  • Leerresultaten: de kennis en vaardigheden die een lerende heeft opgedaan na het afronden van een leerproces.
  • Leven lang leren: een proces dat verwijst naar alle leeractiviteiten, formeel, niet-formeel of informeel, die gedurende het hele leven ontplooid worden en als doel hebben menselijke capaciteiten, kennis, vaardigheden, zienswijzen en competenties te verbeteren en te ontwikkelen.
  • Mobiliteit: de fysieke of virtuele verplaatsing van natuurlijke personen buiten hun land voor studie, onderzoek, geven van onderwijs of werk.
  • Niet-formeel leren: scholing die tot stand komt in een onderwijs- of opleidingskader waarin de nadruk op het werkzame leven wordt gelegd en die niet tot een formeel onderwijsstelsel behoort.
  • Niet-traditionele manieren van leren: formele, niet-formele en informele mechanismen voor het bieden van onderwijsprogramma’s en leeractiviteiten die niet in eerste instantie berusten op persoonlijk contact tussen degene die onderwijs verzorgt en degene die onderwijs volgt.
  • Gedeeltelijke erkenning: de gedeeltelijke erkenning van een volledige en afgeronde kwalificatie die niet volledig erkend kan worden vanwege het aantonen van aanzienlijke verschillen door een bevoegde erkenningsautoriteit.
  • Deelstudies: elk deel van een programma voor hoger onderwijs dat geëvalueerd is en waarmee, hoewel op zichzelf geen volledig programma, een aanzienlijke mate van kennis, vaardigheden, zienswijzen en competenties wordt verworven.
  • Eerder verworven competenties: de ervaring, kennis, vaardigheden, zienswijzen en competenties die een natuurlijke persoon heeft opgedaan door formeel, niet-formeel of informeel leren, beoordeeld aan de hand van een gegeven reeks leerresultaten, doelstellingen of normen.
  • Kwalificatie:
  • a. Kwalificatie in het hoger onderwijs: elk(e) graad, diploma, getuigschrift of toekenning die is afgegeven door een bevoegde autoriteit en die getuigt van de succesvolle afronding van een programma voor hoger onderwijs of de validatie van eerder verworven competenties, naargelang van toepassing;
  • b. Kwalificatie die toegang geeft tot het hoger onderwijs: elk(e) graad, diploma, getuigschrift of toekenning die is afgegeven door een bevoegde autoriteit en die getuigt van de succesvolle afronding van een programma voor hoger onderwijs of de validatie van eerder verworven competenties en die de houder van de kwalificatie het recht geeft in aanmerking te komen voor toelating tot het hoger onderwijs.
  • Gekwalificeerde aanvrager: een natuurlijke persoon die voldaan heeft aan de relevante criteria en geacht wordt in aanmerking te komen voor toelating tot het hoger onderwijs.
  • Kwalificatiekader: een systeem voor de classificatie, publicatie en organisatie van kwalificaties met kwaliteitsborging volgens een reeks criteria.
  • Kwaliteitsborging: een voortdurend proces waarbij de kwaliteit van een stelsel, instelling of programma op het gebied van hoger onderwijs wordt beoordeeld door de bevoegde autoriteit/autoriteiten om belanghebbenden te verzekeren dat aanvaardbare onderwijsnormen voortdurend worden onderhouden en verbeterd.
  • Erkenning: een formele bevestiging door een bevoegde erkenningsautoriteit van de geldigheid en het academisch niveau van een buitenlandse onderwijskwalificatie, van deelstudies of eerder verworven competenties om een aanvrager resultaten te bieden waaronder, maar niet beperkt tot:
  • a. het recht toelating tot het hoger onderwijs aan te vragen en/of
  • b. de mogelijkheid werk te zoeken.
  • Regio: een van de gebieden die zijn aangewezen in overeenstemming met de omschrijving van regio’s door UNESCO met het oog op de uitvoering door de organisatie van regionale activiteiten, te weten Afrika, Arabische Staten, Azië en de Grote Oceaan, Europa en Latijns-Amerika en de Caraïben.
  • Regionale overeenkomsten inzake erkenning: de UNESCO-overeenkomsten inzake de erkenning van kwalificaties in het hoger onderwijs in elk van de UNESCO-regio’s, waaronder het Internationale Verdrag betreffende de erkenning van studies aan, en diploma’s en graden van hoger onderwijs in de Arabische en Europese Staten die grenzen aan de Middellandse Zee.
  • Eisen:
  • a. Algemene eisen: voorwaarden waaraan dient te worden voldaan om in aanmerking te komen voor toegang tot het hoger onderwijs, of tot een bepaald niveau daarvan, of voor het verkrijgen van een kwalificatie in het hoger onderwijs op een bepaald niveau.
  • b. Specifieke eisen: voorwaarden waaraan in aanvulling op de algemene eisen dient te zijn voldaan, teneinde te worden toegelaten tot een bepaald programma in het hoger onderwijs, of ter verkrijging van een specifieke kwalificatie in het hoger onderwijs in een bepaalde studierichting.
  • Aanzienlijke verschillen: aanzienlijke verschillen tussen de buitenlandse kwalificatie en de kwalificatie van de staat die partij is die de aanvrager naar alle waarschijnlijkheid zouden verhinderen te slagen in een gewenste activiteit, zoals, maar niet beperkt tot, aanvullende studie, onderzoeksactiviteiten of werkgelegenheidskansen.

HOOFDSTUK II. DOELSTELLINGEN VAN DE OVEREENKOMST

Artikel II

Deze Overeenkomst, die voortbouwt op de coördinatie, herzieningen en resultaten van de regionale overeenkomsten inzake erkenning en deze versterkt, heeft de volgende doelstellingen:

    1. Bevorderen en versterken van internationale samenwerking in het hoger onderwijs;
    1. Ondersteunen van initiatieven, beleid en innovaties op interregionaal niveau met het oog op internationale samenwerking in het hoger onderwijs;
    1. Faciliteren van mondiale mobiliteit en aanmoedigen van verdiensten in het hoger onderwijs ten voordele van houders van kwalificaties, hoger onderwijsinstellingen, werkgevers en andere belanghebbenden van de staten die partij zijn bij deze Overeenkomst, met begrip en respect voor de diversiteit van de hoger onderwijsstelsels van de staten die partij zijn;
    1. Bieden van een inclusief mondiaal kader voor de eerlijke, transparante, consistente, coherente, tijdige en betrouwbare erkenning van kwalificaties in het hoger onderwijs;
    1. Respecteren, steunen en beschermen van de autonomie en diversiteit van instellingen en stelsels in het hoger onderwijs;
    1. Versterken van vertrouwen in de kwaliteit en betrouwbaarheid van kwalificaties door, onder andere, het aanmoedigen van praktijken op het gebied van integriteit en ethiek;
    1. Bevorderen van een cultuur van kwaliteitsborging in instellingen en stelsels in het hoger onderwijs en ontwikkelen van de capaciteiten die nodig zijn voor het waarborgen van betrouwbaarheid, consistentie en complementariteit bij de kwaliteitsborging, bij kwalificatiekaders en bij de erkenning van kwalificaties teneinde internationale mobiliteit te ondersteunen;
    1. Bevorderen van het ontwikkelen, verzamelen en delen van toegankelijke, actuele, betrouwbare, transparante en relevante informatie en het verspreiden van beste praktijken onder de belanghebbenden, staten die partij zijn en regio’s;
    1. Bevorderen, door het erkennen van kwalificaties, van inclusieve en gelijkwaardige toegang tot hoogwaardig hoger onderwijs en ondersteunen van mogelijkheden voor een leven lang leren voor iedereen, met inbegrip van vluchtelingen en ontheemden;
    1. Versterken op mondiaal niveau van het optimaal gebruikmaken van menselijke en onderwijskundige middelen met het oog op het bevorderen van onderwijs ten behoeve van duurzame ontwikkeling en bijdragen aan structurele, economische, technologische, culturele, democratische en maatschappelijke ontwikkeling voor alle samenlevingen.

HOOFDSTUK III. BASISBEGINSELEN VOOR HET ERKENNEN VAN KWALIFICATIES IN HET HOGER ONDERWIJS

Artikel III

Voor de erkenning van kwalificaties in het hoger onderwijs worden in deze Overeenkomst de volgende beginselen vastgelegd:

    1. Natuurlijke personen hebben het recht hun kwalificaties te laten beoordelen om toelating tot een studie in het hoger onderwijs te kunnen vragen of een baan te zoeken.
    1. De erkenning van kwalificaties dient transparant, eerlijk, tijdig en niet-discriminatoir te zijn in overeenstemming met de regels en voorschriften van elke staat die partij is en dient betaalbaar te zijn.
    1. Besluiten inzake erkenning zijn gebaseerd op vertrouwen, heldere criteria en eerlijke, transparante en niet-discriminatoire procedures en onderstrepen het fundamenteel belang van gelijkwaardige toegang tot het hoger onderwijs als een publiek goed dat tot werkgelegenheidskansen kan leiden.
    1. Besluiten inzake erkenning zijn gebaseerd op passende, betrouwbare, toegankelijke en actuele informatie over hoger onderwijsstelsels, instellingen, programma’s en kwaliteitsborgingsmechanismen die is verstrekt via bevoegde autoriteiten van de staten die partij zijn, officiële nationale informatiecentra of soortgelijke entiteiten.
    1. Besluiten inzake erkenning worden genomen met respect voor de diversiteit van hoger onderwijsstelsels in de wereld.
    1. Bevoegde erkenningsautoriteiten die erkenningsbeoordelingen uitvoeren doen dit in goed vertrouwen en geven duidelijke onderbouwing van hun besluiten en beschikken over mechanismen om in beroep te gaan tegen besluiten inzake erkenning.
    1. Aanvragers die om erkenning van hun kwalificaties vragen verstrekken te goeder trouw adequate en accurate informatie over en documentatie van hun bereikte kwalificaties en hebben het recht beroep aan te tekenen.
    1. De staten die partij zijn committeren zich tot het aannemen van maatregelen om alle vormen van frauduleuze praktijken wat betreft kwalificaties in het hoger onderwijs uit te bannen door het gebruik aan te moedigen van moderne technologieën en netwerkactiviteiten tussen staten die partij zijn.

HOOFDSTUK IV. VERPLICHTINGEN VAN DE STATEN DIE PARTIJ ZIJN BIJ DE OVEREENKOMST

Artikel IV. Erkenning van kwalificaties die toegang tot het hoger onderwijs geven

1.

Elke staat die partij is erkent, ten behoeve van toegang tot zijn hoger onderwijsstelsel, de kwalificaties en gedocumenteerde of gecertificeerde eerder verworven competenties die in andere staten die partij zijn, zijn behaald en die voldoen aan de algemene eisen voor toegang tot het hoger onderwijs in die staten die partij zijn, tenzij er aanzienlijke verschillen kunnen worden aangetoond tussen de algemene eisen voor toegang in de staat die partij is waarin de kwalificatie is behaald en die in de staat die partij is waarin naar erkenning wordt gestreefd. Als alternatief kan een staat die partij is volstaan met het bieden van de mogelijkheid aan de houder van een kwalificatie die is afgegeven in een andere staat die partij is, een beoordeling van die kwalificatie te verkrijgen.

2.

Kwalificaties verkregen via erkende niet-traditionele manieren van leren die onderworpen zijn aan vergelijkbare kwaliteitsborgingsmechanismen worden beoordeeld volgens de regels en voorschriften van de staat die partij is of een samenstellend deel daarvan, gebruikmakend van dezelfde criteria als die toegepast op kwalificaties behaald door traditionele manieren van leren.

3.

Wanneer een kwalificatie slechts toegang geeft tot specifieke typen instellingen of programma’s in het hoger onderwijs in de staat die partij is waarin de kwalificatie is behaald, geeft elke staat die partij is de houders van dergelijke kwalificaties toegang tot soortgelijke specifieke instellingen of programma’s in zijn hoger onderwijsstelsel, indien die er zijn, tenzij er aanzienlijke verschillen worden aangetoond.

Artikel V. Erkenning van kwalificaties in het hoger onderwijs

1.

Elke staat die partij is erkent een kwalificatie in het hoger onderwijs die in een andere staat die partij is, is toegekend, tenzij er aanzienlijke verschillen kunnen worden aangetoond tussen de kwalificatie waarvan de erkenning wordt nagestreefd en de corresponderende kwalificatie in de staat die partij is waarin naar erkenning wordt gestreefd. Als alternatief kan een staat die partij is volstaan met het bieden van de mogelijkheid aan de houder van een kwalificatie die is afgegeven in een andere staat die partij is, een beoordeling van die kwalificatie te verkrijgen, op verzoek van de houder.

2.

Kwalificaties in het hoger onderwijs die zijn verkregen door erkende niet-traditionele manieren van leren die onderworpen zijn aan vergelijkbare kwaliteitsborgingsmechanismen en die als onderdeel worden beschouwd van het hoger onderwijsstelsel van een staat die partij is, worden beoordeeld volgens de regels en voorschriften van een staat die partij is waarin naar erkenning wordt gestreefd, of een samenstellend deel daarvan, gebruikmakend van dezelfde criteria als die worden toegepast op soortgelijke kwalificaties die verkregen zijn met traditionele manieren van leren.

3.

Kwalificaties in het hoger onderwijs die zijn verkregen via grensoverschrijdend onderwijs met internationale gezamenlijke graden of via elk ander gezamenlijk programma dat in meer dan een land wordt gevolgd, waarvan ten minste één staat die partij is bij deze Overeenkomst, worden beoordeeld volgens de regels en voorschriften van de staat die partij is waarin naar erkenning wordt gestreefd, of een samenstellend deel daarvan, gebruikmakend van dezelfde criteria als die worden toegepast op kwalificaties die worden verkregen door programma’s die worden gevolgd in een enkel land.

4.

Erkenning in een staat die partij is van een kwalificatie in het hoger onderwijs afgegeven in een andere staat die partij is heeft ten minste een van de volgende resultaten:

  • a. Het geeft de houder het recht toelating aan te vragen tot het hoger onderwijs onder dezelfde voorwaarden als van toepassing zijn op houders van kwalificaties in het hoger onderwijs van de staat die partij is waarin naar erkenning wordt gestreefd; en/of
  • b. Het geeft de houder het recht de titel te gebruiken die verbonden is aan de kwalificatie in het hoger onderwijs in overeenstemming met de wetten of voorschriften van de staat die partij is, of van het samenstellend deel daarvan, waarin naar erkenning wordt gestreefd.

Daarnaast kan de beoordeling en erkenning gekwalificeerde aanvragers in staat stellen werk te zoeken, met inachtneming van de wetten en voorschriften van de staat die partij is, of van het samenstellend deel daarvan, waarin naar erkenning wordt gestreefd.

5.

Wanneer een bevoegde erkenningsautoriteit aanzienlijke verschillen kan aantonen tussen de kwalificatie waarvan de erkenning wordt nagestreefd en de corresponderende kwalificatie in de staat die partij is waarin naar erkenning wordt gestreefd, spant de bevoegde erkenningsautoriteit zich in om vast te stellen of gedeeltelijke erkenning kan worden toegestaan.

6.

Elke staat die partij is kan de erkenning van kwalificaties in het hoger onderwijs die behaald zijn door grensoverschrijdend onderwijs of bij buitenlandse onderwijsinstellingen die in zijn rechtsgebied werkzaam zijn afhankelijk maken van specifieke eisen binnen de wet- of regelgeving van de staat die partij is, of een samenstellend deel daarvan, of van specifieke overeenkomsten die gesloten zijn met de staat van oorsprong van deze instellingen die partij is.

Artikel VI. Erkenning van deelstudies en van eerder verworven competenties

1.

Elke staat die partij is kan, met het oog op de afronding van een programma voor hoger onderwijs of de voortzetting van een studie in het hoger onderwijs, naargelang van toepassing, en rekening houdend met de wetgeving van de staten die partij zijn betreffende toegang, gedocumenteerde of gecertificeerde deelstudies of gedocumenteerde of gecertificeerde eerder in een andere staat die partij is verworven competenties erkennen, tenzij er aanzienlijke verschillen kunnen worden aangetoond tussen de deelstudies of eerder verworven competenties en het deel van het hoger onderwijsprogramma dat deze zou vervangen in de staat die partij is waarin naar erkenning wordt gestreefd. Als alternatief kan een staat die partij is volstaan met het bieden van de mogelijkheid aan een natuurlijke persoon die gedocumenteerde of gecertificeerde deelstudies heeft gevolgd in of gedocumenteerde of gecertificeerde eerder verworven competenties bezit uit een andere staat die partij is, een beoordeling te verkrijgen van deze deelstudies of eerder verworven competenties, op verzoek van de desbetreffende natuurlijke persoon.

2.

Gedocumenteerde of gecertificeerde gedeeltelijke voltooiing van een programma voor hoger onderwijs volgens erkende niet-traditionele manieren van leren waarop vergelijkbare kwaliteitsborgingsmechanismen van toepassing zijn en die als onderdeel van het hoger onderwijsstelsel van een staat die partij is worden beschouwd, worden beoordeeld volgens de regels en voorschriften van de staat die partij is, of van een samenstellend deel daarvan, gebruikmakend van dezelfde criteria als die worden toegepast op deelstudies volgens traditionele manieren van leren.

3.

Gedocumenteerde of gecertificeerde gedeeltelijke voltooiing van een programma in het hoger onderwijs via grensoverschrijdend onderwijs met internationale gezamenlijke graden of via elk ander gezamenlijk programma dat in meer dan een land wordt gevolgd, waarvan ten minste één staat die partij is bij deze Overeenkomst, wordt beoordeeld volgens de regels en voorschriften van de staat die partij is, of een samenstellend deel daarvan, gebruikmakend van dezelfde criteria als die worden toegepast op deelstudies die worden gevolgd in een enkel land.

Artikel VII. Erkenning van deelstudies en kwalificaties in bezit van vluchtelingen en ontheemden

Elke staat die partij is neemt de noodzakelijke en haalbare maatregelen, binnen zijn onderwijsstelsel en conform zijn grondwettelijke, wettelijke en regelgevende bepalingen, om redelijke procedures te ontwikkelen voor de eerlijke en efficiënte beoordeling of vluchtelingen en ontheemden voldoen aan de relevante eisen voor toegang tot het hoger onderwijs, tot verdere programma’s in het hoger onderwijs of tot het vinden van een baan, met inbegrip van gevallen waarin deelstudies, eerder verworven competenties of kwalificaties verworven in een ander land niet kunnen worden onderbouwd met documentatie.

Artikel VIII. Informatie ten behoeve van beoordeling en erkenning

1.

Elke staat die partij is zet transparante systemen op voor de volledige beschrijving van de kwalificaties en leerresultaten die op zijn grondgebied zijn behaald.

2.

Elke staat die partij is zet, voor zover haalbaar op basis van zijn grondwettelijke, wettelijke en regelgevende situatie en structuur, een objectief en betrouwbaar systeem op voor de goedkeuring, erkenning en kwaliteitsborging van zijn instellingen voor hoger onderwijs teneinde het vertrouwen in zijn hoger onderwijsstelsel te bevorderen.

3.

Elke staat die partij is zet een nationaal informatiecentrum of soortgelijke entiteiten op en onderhoudt dit om toegang te verlenen tot relevante, accurate en actuele informatie over zijn hoger onderwijsstelsel.

4.

Elke staat die partij is moedigt het gebruik van technologie aan om gemakkelijke toegang tot informatie te waarborgen.

5.

Elke staat die partij is:

  • a. Biedt toegang tot gezaghebbende en accurate informatie over zijn hoger onderwijsstelsel, kwalificaties, kwaliteitsborging en kwalificatiekaders, indien van toepassing;
  • b. Vergemakkelijkt de verspreiding van en toegang tot accurate informatie over de hoger onderwijsstelsels, kwalificaties en kwalificaties die toegang tot het hoger onderwijs geven van andere staten die partij zijn;
  • c. Geeft advies en informatie, wanneer van toepassing, over erkenningskwesties, waaronder criteria en procedures voor de beoordeling van kwalificaties en de ontwikkeling van materialen voor goede erkenningspraktijken in overeenstemming met de wetten, regels en het beleid van de staat die partij is; en
  • d. Waarborgt het verstrekken, binnen een redelijke termijn, van adequate informatie over elke instelling die tot zijn hoger onderwijsstelsel behoort en over elk programma dat door dergelijke instellingen wordt uitgevoerd, teneinde het de bevoegde autoriteiten van de andere staten die partij zijn mogelijk te maken vast te stellen of de kwaliteit van de kwalificaties die zijn afgegeven door deze instellingen de erkenning rechtvaardigen in de staat die partij is waarin naar erkenning wordt gestreefd.

Artikel IX. Beoordeling van een aanvraag

1.

In eerste instantie ligt de verantwoordelijkheid voor het verstrekken van adequate informatie bij de aanvrager, die deze informatie in goed vertrouwen verstrekt.

2.

Elke staat die partij is waarborgt dat de instellingen die tot zijn onderwijsstelsel behoren op verzoek, binnen een redelijke termijn en zonder kosten in rekening te brengen, relevante informatie verstrekken, voor zover beschikbaar, aan de houder van een kwalificatie of aan de instelling of de bevoegde erkenningsautoriteiten van de staat die partij is waarin naar erkenning wordt gestreefd.

3.

Elke staat die partij is waarborgt dat het lichaam dat de beoordeling uitvoert ten behoeve van erkenning met redenen omkleedt waarom een aanvraag niet aan de eisen voldoet of aantoont dat er aanzienlijke verschillen bestaan.

Artikel X. Informatie over de bevoegde erkenningsautoriteiten

1.

Elke staat die partij is stelt de depositaris van deze Overeenkomst door middel van een officiële kennisgeving op de hoogte van de bevoegde autoriteiten die besluiten nemen over erkenningskwesties in zijn rechtsgebied.

2.

Wanneer er centrale bevoegde erkenningsautoriteiten in een staat die partij is zijn, zijn deze onmiddellijk gebonden door de bepalingen van deze Overeenkomst en nemen zij de noodzakelijke maatregelen om de invoering van de bepalingen van deze Overeenkomst in het rechtsgebied van deze staat die partij is te waarborgen.

3.

Wanneer de bevoegdheid om besluiten te nemen over erkenningskwesties bij de samenstellende delen ligt, voorziet de staat die partij is de depositaris van een korte verklaring omtrent zijn constitutionele situatie of structuur ten tijde van de ondertekening of wanneer zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding wordt nedergelegd en bij elke wijziging nadien. In dergelijke gevallen nemen de bevoegde erkenningsautoriteiten van de aldus aangewezen samenstellende delen, voor zover mogelijk binnen de constitutionele situatie en structuur van de staat die partij is, de noodzakelijke maatregelen om de invoering van de bepalingen van deze Overeenkomst in het rechtsgebied van deze staat die partij is te waarborgen

4.

Wanneer de bevoegdheid om besluiten te nemen over erkenningskwesties bij de individuele instellingen voor hoger onderwijs of andere entiteiten ligt, verzendt elke staat die partij is of samenstellend deel daarvan, overeenkomstig zijn constitutionele situatie of structuur, de tekst van deze Overeenkomst naar deze instellingen of entiteiten en neemt alle noodzakelijke stappen om de welwillende beoordeling en toepassing van de bepalingen ervan te bevorderen.

5.

De bepalingen van het tweede, derde en vierde lid van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing op de verplichtingen van de staten die partij zijn bij deze Overeenkomst.

Artikel XI. Aanvullende eisen voor toelating tot programma’s in het hoger onderwijs

1.

Wanneer toelating tot bepaalde programma’s in het hoger onderwijs afhangt van het voldoen aan specifieke eisen in aanvulling op algemene eisen voor toegang, kunnen de bevoegde autoriteiten van de betreffende staat die partij is dezelfde specifieke eisen opleggen aan houders van kwalificaties die in andere staten die partij zijn behaald zijn of beoordelen of aanvragers met kwalificaties die in andere staten die partij behaald zijn aan gelijkwaardige eisen voldoen.

2.

Wanneer kwalificaties die toegang geven tot het hoger onderwijs in een staat die partij is alleen worden gegeven in combinatie met aanvullende kwalificatie-examens als voorwaarde voor toegang, kunnen de andere staten die partij zijn toegang afhankelijk maken van deze eisen of een alternatief bieden voor het voldoen aan deze aanvullende eisen binnen hun eigen onderwijsstelsels.

3.

Onverminderd de bepalingen van artikel IV, kan toelating tot een bepaalde instelling voor hoger onderwijs, of tot een bepaald programma binnen een dergelijke instelling, beperkt of selectief zijn, volgens eerlijke en transparante regels.

4.

Met betrekking tot het derde lid van dit artikel, worden toelatingsprocedures zodanig opgezet dat gewaarborgd wordt dat de beoordeling van buitenlandse kwalificaties wordt uitgevoerd volgens de beginselen van transparantie, eerlijkheid en non-discriminatie zoals omschreven in artikel III.

5.

Onverminderd de bepalingen van artikel IV, kan toelating tot een bepaalde instelling in het hoger onderwijs gebaseerd zijn op de voorwaarde dat de houder van de kwalificatie kan aantonen over voldoende vaardigheid te beschikken in de taal of talen waarin op de instelling onderwijs wordt verzorgd, of in andere gespecificeerde talen.

6.

Ten behoeve van de toelating tot programma’s in het hoger onderwijs, kan elke staat die partij is de erkenning van kwalificaties die zijn afgegeven door buitenlandse hoger onderwijsinstellingen die werkzaam zijn binnen zijn rechtsgebied, afhankelijk maken van specifieke eisen binnen de wet- of regelgeving van de staat die partij is, of een samenstellend deel daarvan, of van specifieke overeenkomsten die gesloten zijn met de staat van oorsprong van deze instellingen die partij is.

HOOFDSTUK V. UITVOERINGSSTRUCTUREN EN SAMENWERKING

Artikel XII. Uitvoeringsstructuren

De staten die partij zijn komen overeen deze Overeenkomst uit te voeren door middel van of in samenwerking met:

    1. Nationale uitvoeringsstructuren;
    1. Netwerken van nationale uitvoeringsstructuren;
    1. Nationale, regionale en mondiale organisaties voor accreditatie, kwaliteitsborging, kwalificatiekaders en erkenning van kwalificaties;
    1. De Intergouvernementele Conferentie van de staten die partij zijn;
    1. Comités van de regionale erkenningsovereenkomsten.

Artikel XIII. Nationale uitvoeringsstructuren

1.

Om de erkenning van kwalificaties in het hoger onderwijs te vergemakkelijken, verplichten de staten die partij zijn zich ertoe deze Overeenkomst uit te voeren door middel van relevante organisaties, met inbegrip van nationale informatiecentra of soortgelijke entiteiten.

2.

Elke staat die partij is stelt het Secretariaat van de Internationale Conferentie van de staten die partij zijn in kennis van zijn nationale uitvoeringsstructuren en van elke wijziging in dit opzicht.

3.

Nationale uitvoeringsstructuren dienen netwerken op te zetten en daaraan actief deel te nemen.

Artikel XIV. Netwerken van nationale uitvoeringsstructuren

1.

Onder auspiciën van de Intergouvernementele Conferentie van de staten die partij zijn, bestaan de netwerken uit de nationale uitvoeringsstructuren van de staten die partij zijn en ondersteunen en helpen ze bij de praktische uitvoering van deze Overeenkomst.

2.

De netwerken bieden de staten die partij zijn op verzoek uitwisseling van informatie, capaciteitsopbouw en technische ondersteuning.

3.

De netwerken streven naar versterking van de interregionale samenwerking uit hoofde van deze Overeenkomst en ondersteunen banden met de Intergouvernementele Conferentie van de staten die partij zijn.

4.

Staten die partij zijn kunnen deelnemen aan bestaande regionale netwerken die zijn opgericht via regionale erkenningsovereenkomsten of nieuwe netwerken opzetten. Deelname aan bestaande regionale netwerken is afhankelijk van de instemming van de relevante comités van de regionale erkenningsovereenkomsten.

Artikel XV. De Intergouvernementele Conferentie van de staten die partij zijn

1.

Er wordt een Intergouvernementele Conferentie van de staten die partij zijn opgericht, hier na „de Conferentie” genoemd.

2.

De Conferentie bestaat uit vertegenwoordigers van alle staten die partij zijn bij deze Overeenkomst.

3.

De staten die geen partij zijn bij deze Overeenkomst en de hoofden van de comités van de regionale overeenkomsten inzake erkenning worden uitgenodigd als waarnemers deel te nemen aan bijeenkomsten van de Conferentie.

4.

Vertegenwoordigers van relevante internationale en regionale organisaties alsmede vertegenwoordigers van gouvernementele en niet-gouvernementele organisaties die actief zijn op het gebied van erkenning van kwalificaties in het hoger onderwijs, kunnen ook worden uitgenodigd als waarnemers deel te nemen aan bijeenkomsten van de Conferentie.

5.

De Conferentie komt ten minste eenmaal per twee jaar in gewone zitting bijeen. Zij kan in buitengewone zitting bijeenkomen indien zij daartoe beslist of op verzoek van ten minste een derde van de staten die partij zijn. De Conferentie heeft een interim werkprogramma met betrekking tot activiteiten tussen zittingen. De Conferentie overlegt een verslag tijdens elke gewone zitting van de Algemene Conferentie van UNESCO.

6.

De Conferentie komt voor de eerste maal bijeen binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst en neemt dan haar eigen reglement van orde aan.

7.

De Conferentie bevordert de toepassing van deze Overeenkomst en houdt toezicht op de invoering daarvan door het aannemen van aanbevelingen, verklaringen, modellen van goede praktijken of relevante ondersteunende teksten op mondiaal of interregionaal niveau.

8.

De Conferentie kan operationele richtlijnen aannemen voor de staten die partij zijn bij deze Overeenkomst, in overleg met de comités van de regionale erkenningsovereenkomsten.

9.

De Conferentie ondersteunt de opvolging van activiteiten die verband houden met de monitoring door en verslaglegging aan de bestuursorganen van UNESCO met betrekking tot de uitvoering van deze Overeenkomst.

10.

De Conferentie werkt samen met de comités van de regionale erkenningsovereenkomsten onder de auspiciën van UNESCO.

11.

De Conferentie waarborgt dat er een uitwisseling is van noodzakelijke informatie tussen de Conferentie en de comités van de regionale erkenningsovereenkomsten.

12.

De Conferentie bestudeert de conceptwijzigingen van deze Overeenkomst in overeenstemming met artikel XXIII met het oog op de aanneming ervan. De aangenomen wijzigingen mogen geen afbreuk doen aan de beginselen van transparante, eerlijke, tijdige en niet-discriminatoire erkenning zoals vervat in deze Overeenkomst.

13.

Het Secretariaat van de Conferentie wordt verzorgd door de Directeur-Generaal van UNESCO. Het Secretariaat stelt de documentatie van de Conferentie op, alsmede de ontwerpagenda van haar bijeenkomsten, en waarborgt de implementatie van de besluiten ervan.

HOOFDSTUK VI. SLOTBEPALINGEN

Artikel XVI. Bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring door lidstaten

1.

Deze Overeenkomst dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd door lidstaten van UNESCO en Vaticaanstad in overeenstemming met hun onderscheiden grondwettelijke en wettelijke procedures.

2.

De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring dienen te worden nedergelegd bij de Directeur-Generaal van UNESCO.

Artikel XVII. Toetreding

1.

Deze Overeenkomst staat open voor toetreding door alle staten die geen lid zijn van UNESCO maar die lid zijn van de Verenigde Naties en door de Algemene Conferentie van UNESCO worden uitgenodigd ertoe toe te treden.

2.

Deze Overeenkomst staat tevens open voor toetreding door gebieden die een door de Verenigde Naties als dusdanig erkende volledige interne autonomie genieten, maar niet volledig onafhankelijk zijn overeenkomstig Resolutie 1514 (XV) van de Algemene Vergadering, en die bevoegd zijn voor de aangelegenheden die in dit Verdrag worden geregeld, alsook om over deze aangelegenheden verdragen te sluiten.

3.

De akte van toetreding dient te worden nedergelegd bij de Directeur-Generaal van UNESCO.

Artikel XVIII. Inwerkingtreding

1.

Deze Overeenkomst treedt in werking drie maanden na de datum van de nederlegging van de twintigste akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, evenwel uitsluitend ten aanzien van die staten die partij zijn die hun onderscheiden akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding op of voor die datum hebben nedergelegd.

2.

Voor elk van de andere staten die partij zijn treedt deze Overeenkomst in werking drie maanden na de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.

Artikel XIX. Verhouding van de staten die partij zijn tot deze Overeenkomst en de partijen bij de regionale overeenkomsten inzake erkenning en andere verdragen

1.

De bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van of toetreding tot een van de regionale overeenkomsten inzake erkenning is geen noodzakelijke voorwaarde voor de bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van of toetreding tot deze Overeenkomst.

2.

De staten die partij zijn bij deze Overeenkomst:

  • a. Bevorderen wederzijdse ondersteuning tussen deze Overeenkomst en andere verdragen waar zij partij bij zijn, in het bijzonder de regionale overeenkomsten inzake erkenning; en
  • b. Houden rekening met de relevante bepalingen van deze Overeenkomst bij het uitleggen en toepassen van de regionale overeenkomsten inzake erkenning waar zij partij bij zijn of wanneer zij andere internationale verplichtingen aangaan.
3.

Niets in deze Overeenkomst mag zo worden uitgelegd dat het de rechten en verplichtingen van de staten die partij zijn ingevolge de regionale overeenkomsten inzake erkenning en andere verdragen waar zij partij bij zijn verandert.

4.

Om een coherente interactie tussen deze Overeenkomst, de regionale overeenkomsten inzake erkenning, eventuele andere relevante bilaterale of multilaterale verdragen en eventuele andere bestaande of toekomstige verdragen of overeenkomsten waar een staat die partij is bij deze Overeenkomst mogelijkerwijs partij is of wordt, te waarborgen wordt niets in deze Overeenkomst geacht afbreuk te doen aan bepalingen van een gunstigere strekking inzake erkenning, met name bepalingen over nationale informatiecentra, netwerken en aanzienlijke verschillen.

Artikel XX. Federale of niet-unitaire constitutionele stelsels

Erkennend dat internationale overeenkomsten in gelijke mate bindend zijn voor staten die partij zijn, ongeacht hun constitutionele stelsel, zijn de volgende bepalingen van toepassing op staten die partij zijn met een federaal of niet-unitair constitutioneel stelsel:

  • a. Ten aanzien van de bepalingen van deze Overeenkomst, waarvan de implementatie onder de rechtsmacht van de federale of centrale wetgevende macht valt, zijn de verplichtingen van de federale of centrale regering dezelfde als die voor staten die partij zijn die geen federale staten zijn;
  • b. Ten aanzien van de bepalingen van dit Verdrag, waarvan de implementatie onder de rechtsmacht valt van de samenstellende delen van een staat die partij is, zoals provincies, staten, districten of kantons die door het constitutionele stelsel van de federatie niet verplicht zijn wetgevende maatregelen te treffen, stelt de federale regering de bevoegde autoriteiten van de samenstellende delen van een staat die partij is in kennis van genoemde bepalingen, tezamen met haar aanbeveling deze aan te nemen.

Artikel XXI. Opzegging

1.

Elke staat die partij is bij deze Overeenkomst kan deze te allen tijde opzeggen.

2.

De opzegging wordt door middel van een schriftelijke akte ter kennis gebracht en bij de Directeur-Generaal van UNESCO nedergelegd

3.

De opzegging wordt van kracht 12 maanden na de ontvangst van de akte van opzegging. Dit heeft in geen geval gevolgen voor de verplichtingen uit hoofde van deze Overeenkomst van de staat die partij is die deze Overeenkomst opzegt tot de datum waarop de terugtrekking van kracht wordt.

4.

De opzegging van deze Overeenkomst heeft geen gevolgen met betrekking tot:

  • a. Besluiten inzake erkenning die eerder zijn genomen ingevolge de bepalingen van deze Overeenkomst;
  • b. Beoordelingen inzake erkenningen die nog lopen ingevolge deze Overeenkomst.

Artikel XXII. Taken van depositaris

De Directeur-Generaal van UNESCO stelt, als de depositaris van deze Overeenkomst, de lidstaten van de Organisatie, de in artikel XVII bedoelde staten die geen lid zijn van de Organisatie en de Verenigde Naties in kennis van:

  • a. De nederlegging van akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding voorzien in de artikelen XVI en XVII;
  • c. De wijzigingen van de Overeenkomst aangenomen in overeenstemming met artikel XXIII en de datum waarop de wijzigingen in werking treden zoals voorgesteld in overeenstemming met artikel XXIII.

Artikel XXIII. Wijzigingen

1.

Een staat die partij is bij deze Overeenkomst kan door middel van een schriftelijke mededeling gericht aan de Directeur-Generaal van UNESCO voorstellen doen tot wijziging van deze Overeenkomst. De Directeur-Generaal verzendt deze mededeling aan alle staten die partij zijn. Indien, binnen zes maanden na de datum van verzending van de mededeling, ten minste de helft van de staten die partij zijn bij de Overeenkomst instemt met het verzoek, legt de Directeur-Generaal een dergelijk voorstel voor aan de volgende zitting van de Intergouvernementele Conferentie van de staten die partij zijn voor bespreking en eventuele aanneming ervan.

2.

Wijzigingen worden aangenomen door een tweederdemeerderheid van de staten die partij zijn die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen.

3.

Zodra wijzigingen van deze Overeenkomst zijn aangenomen dienen deze te worden voorgelegd aan de staten die partij zijn met het oog op bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.

4.

Voor staten die partij zijn die deze wijzigingen van de Overeenkomst hebben bekrachtigd, aanvaard, goedgekeurd of die ertoe zijn toegetreden, treden zij in werking drie maanden na de nederlegging van de in het derde lid van dit artikel bedoelde akten door twee derde van de staten die partij zijn. Vervolgens treedt de genoemde wijziging voor elke staat die partij is die deze bekrachtigt, aanvaardt, goedkeurt of ertoe toetreedt in werking drie maanden na de datum van de nederlegging door die staat die partij is van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.

5.

Een staat die partij wordt bij deze Overeenkomst na de inwerkingtreding van wijzigingen overeenkomstig het vierde lid van dit artikel wordt, tenzij blijk wordt gegeven van een andere bedoeling, geacht:

  • a. partij te zijn bij de aldus gewijzigde Overeenkomst; en
  • b. partij te zijn bij de ongewijzigde Overeenkomst ten aanzien van elke staat die partij is die niet gebonden is door de wijziging.

Artikel XXIV. Registratie bij de Verenigde Naties

In overeenstemming met artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties wordt deze Overeenkomst geregistreerd bij het Secretariaat van de Verenigde Naties op verzoek van de Directeur-Generaal van UNESCO.

Artikel XXV. Authentieke teksten

Deze Overeenkomst is opgesteld in de Arabische, de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse taal, waarbij alle zes teksten gelijkelijk authentiek zijn.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)