Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Arabische Emiraten inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken
Het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Verenigde Arabische Emiraten
hierna te noemen „de Partijen”,
Verwijzend naar de internationale instrumenten met bepalingen over wederzijdse rechtshulp in strafzaken die tussen de Partijen van kracht zijn;
Geleid door de wens de doeltreffendheid van de samenwerking tussen de justitiële autoriteiten van de Partijen op het gebied van strafrechtelijke onderzoeken, vervolgingen en procedures verder te verbeteren;
Erkennend het bijzondere belang van de financiële dimensie van grensoverschrijdende criminaliteit en het belang van het opsporen en confisqueren van opbrengsten van deze misdrijven;
Met zorgvuldige inachtneming van hun verplichtingen om de mensenrechten en de rechtsstaat te eerbiedigen;
Zijn het volgende overeengekomen:
HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Reikwijdte van de rechtshulp
De Partijen verbinden zich ertoe elkaar, in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag, in zo ruim mogelijke mate wederzijdse rechtshulp te verlenen bij strafrechtelijke onderzoeken, vervolgingen of procedures in strafzaken.
Wederzijdse rechtshulp is elke bijstand die de aangezochte Partij aan de verzoekende Partij verleent bij elke strafrechtelijke procedure, ongeacht of de bijstand dient te worden verleend door een rechter of andere gerechtelijke autoriteit die bevoegd is tot onderzoek of vervolging in strafzaken.
Wederzijdse rechtshulp omvat onder meer:
- a. het afnemen van getuigenissen of verklaringen van personen;
- b. het betekenen van gerechtelijke documenten;
- c. het vergemakkelijken van de vrijwillige verschijning van personen, al dan niet in hechtenis of anderszins, om te getuigen of mee te werken aan een onderzoek, vervolging of gerechtelijke procedure in de verzoekende Partij;
- d. het verschaffen van informatie, bewijsstukken en beoordelingen door deskundigen;
- e. het onderzoeken van objecten en terreinen;
- f. het verstrekken van originelen of gewaarmerkte afschriften van relevante documenten en dossiers, met inbegrip van die van de overheid, banken, financiële instellingen en ondernemingen;
- g. het uitvoeren van verzoeken om doorzoeking, inbeslagneming of bevriezing;
- h. het identificeren of opsporen van de opbrengsten en/of hulpmiddelen van misdrijven, goederen of andere objecten ten behoeve van bewijsvoering of confiscatie;
- i. het lokaliseren of identificeren van personen of voorwerpen;
- j. elke andere bijstand die de verzoekende Partij nodig acht en die verenigbaar is met dit Verdrag en met de nationale wetgeving van de aangezochte Partij.
Dit Verdrag is uitsluitend van toepassing op het geven van wederzijdse rechtshulp tussen de Partijen. Een natuurlijke of rechtspersoon kan hieraan geen enkel recht ontlenen om bewijs te verkrijgen, te weren of uit te sluiten of de uitvoering van een verzoek om rechtshulp te beletten.
Artikel 2. Uitwisseling van informatie
De Partijen kunnen informatie uitwisselen over de nationale wetten die van kracht zijn en de justitiële praktijk in hun onderscheiden landen met betrekking tot de implementatie van dit Verdrag.
Artikel 3. Niet-toepassing
Dit Verdrag is niet van toepassing op:
- a. de aanhouding of detentie van een persoon met het oog op de uitlevering van die persoon;
- b. de tenuitvoerlegging in de aangezochte Partij van strafvonnissen die in de verzoekende Partij zijn opgelegd tenzij en voor zover toegestaan door de nationale wetgeving van de aangezochte Partij;
- c. de overbrenging van personen in hechtenis om een straf te ondergaan; en
- d. de overdracht van strafvervolging.
Niets in dit Verdrag geeft een Partij het recht op het grondgebied van de andere Partij rechtsmacht uit te oefenen of taken uit te voeren die volgens het nationale recht uitsluitend voorbehouden zijn aan de autoriteiten van die andere Partij.
Artikel 4. Centrale autoriteiten
De centrale autoriteiten van de Partijen behandelen verzoeken om wederzijdse rechtshulp overeenkomstig dit Verdrag.
De centrale autoriteit van de Verenigde Arabische Emiraten is het ministerie van Justitie.
De centrale autoriteit van het Koninkrijk der Nederlanden is:
- –. voor Nederland: het ministerie van Justitie en Veiligheid van Nederland;
- –. voor Aruba: het ministerie van Justitie van Aruba;
- –. voor Curaçao: het ministerie van Justitie van Curaçao;
- –. voor Sint Maarten: het ministerie van Justitie van Sint Maarten.
De Partijen stellen elkaar langs diplomatieke weg schriftelijk in kennis van elke verandering van de autoriteit die als centrale autoriteit is aangewezen.
Artikel 5. Weigeringsgronden en voorwaarden voor het uitvoeren van een verzoek
Rechtshulp wordt geweigerd indien:
- a. het verzoek betrekking heeft op een strafbaar feit dat door de aangezochte Partij beschouwd wordt als een politiek delict. De volgende strafbare feiten worden niet als politieke delicten beschouwd:
- –. voor de Verenigde Arabische Emiraten: een aanslag gericht tegen de President van de Staat of zijn plaatsvervanger, de regeringsleider, of elk lid van hun gezin, of elk lid van de Opperste Raad of elk lid van hun gezin;
- –. voor het Koninkrijk der Nederlanden: een aanslag gericht tegen de Koning of elk lid van zijn gezin;
- –. terroristische misdrijven, financiering van terrorisme of elk ander strafbaar feit dat niet als een politiek delict wordt beschouwd ingevolge elk internationaal verdrag waar beide Partijen Partij bij zijn;
- b. het verzoek betrekking heeft op een strafbaar feit krachtens het militair recht;
- c. er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat het verzoek om rechtshulp is gedaan met de bedoeling een persoon te onderzoeken, te vervolgen of te straffen op grond van zijn ras, geslacht, godsdienst, nationaliteit of politieke overtuiging of dat inwilliging van het verzoek de positie van die persoon om een van deze redenen ongunstig zou kunnen beïnvloeden;
- d. het verlenen van rechtshulp de soevereiniteit, veiligheid, openbare orde of andere wezenlijke belangen van de staat van de aangezochte Partij zou schaden.
Rechtshulp kan worden geweigerd indien:
- a. het handelen of nalaten dat het vermeende strafbare feit zou opleveren waarop het verzoek betrekking heeft, geen strafbaar feit zou hebben opgeleverd indien het zou hebben plaatsgevonden binnen de rechtsmacht van de aangezochte Partij;
- b. het verzoek betrekking heeft op een strafbaar feit dat is onderworpen aan onderzoek, vervolging of een procedure onder de eigen rechtsmacht van de aangezochte Partij;
- c. de uitvoering van het verzoek zou indruisen tegen het beginsel van ne bis in idem.
Rechtshulp wordt niet geweigerd:
- a. uitsluitend op grond van de geheimhoudingsplicht van banken en instellingen die financiële diensten verlenen; of
- b. wanneer het verzoek betrekking heeft op strafbare feiten die te maken hebben met heffingen, belastingen of douanerechten, op grond van het feit dat het ontduiken van heffingen, belastingen of douanerechten geen strafbaar feit vormt in de aangezochte Partij of op grond van het feit dat er daar geen soortgelijke heffingen, belastingen of douanerechten worden opgelegd.
Alvorens een verzoek om rechtshulp te weigeren overlegt de centrale autoriteit van de aangezochte Partij met de centrale autoriteit van de verzoekende Partij of de rechtshulp kan worden verleend onder de garantie dat de doodstraf of lijfstraf niet worden opgelegd, of, indien deze wel worden opgelegd, dat zij niet ten uitvoer worden gebracht, dan wel met andere garanties en voorwaarden die de betrokken bevoegde autoriteit nodig acht.
Indien de aangezochte Partij rechtshulp weigert, stelt zij de verzoekende Partij daarvan onverwijld op de hoogte alsmede van de redenen voor de weigering.
Artikel 6. Geheimhouding en beperking van gebruik
De aangezochte Partij garandeert de geheimhouding van de feiten en de inhoud van het verzoek, behalve voor zover bekendmaking nodig is voor de uitvoering van het verzoek. Indien de aangezochte Partij niet kan voldoen aan het vereiste van geheimhouding, stelt zij de verzoekende Partij daarvan op de hoogte. Indien zij op de juiste wijze in kennis is gesteld, kan de verzoekende Partij besluiten het verzoek te handhaven of in te trekken.
Elke Partij neemt de maatregelen die noodzakelijk zijn om te waarborgen dat een entiteit waarvan de medewerking nodig is voor de uitvoering van een verzoek, de informatie die ingevolge dit Verdrag naar de verzoekende Partij is gezonden of het feit dat er een onderzoek wordt uitgevoerd, niet aan een ander bekendmaakt.
De verzoekende Partij gebruikt de ingevolge dit Verdrag verkregen informatie of bewijsmateriaal voor het onderzoek, de vervolging en de berechting waarop het verzoek betrekking heeft en in overeenstemming met de voorwaarden die in een bepaald geval zijn gesteld het gebruik van deze informatie of materialen. De verzoekende Partij gebruikt geen informatie of bewijsmateriaal voor doelen anders dan vermeld in het verzoek zonder voorafgaande toestemming van de aangezochte Partij.
Artikel 7. Bescherming van gegevens
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder gegevens verstaan: alle informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon.
De Partijen waarborgen dat de gegevens die van de ene Partij naar de andere Partij worden doorgegeven uitsluitend gebruikt worden ten behoeve van de uitvoering van een verzoek ingevolge dit Verdrag. Gegevens worden niet voor enig ander doel gebruikt en niet aan een derde land doorgegeven zonder de voorafgaande toestemming van de Partij die de gegevens heeft doorgegeven.
De Partijen waarborgen de juistheid van de ingevolge dit Verdrag verzonden persoonsgegevens en waarborgen tevens dat er passende maatregelen genomen worden om de doorgegeven gegevens te beschermen tegen onbedoelde of ongeoorloofde vernietiging of onbedoeld verlies alsmede tegen ongeoorloofde toegang, wijziging of verspreiding.
De Partijen raadplegen elkaar over de gewenste bewaartermijnen, de noodzaak van langere bewaring, alsmede de noodzaak onjuiste, onvolledige of onbetrouwbare gegevens te rectificeren of de wens of noodzaak gegevens te wissen of het gebruik van gegevens te beperken.
Voor zover dat in de nationale wetgeving van de Partijen is geregeld, kan de betrokkene voorzien worden van informatie over de categorieën gegevens die zijn doorgegeven en het doel van de doorgifte van gegevens. De betreffende Partij kan ervan afzien de betrokkene in kennis te stellen indien dit noodzakelijk is om obstructie van officiële of gerechtelijke informatieverzoeken, strafrechtelijke of bestuursrechtelijke onderzoeken, vervolgingen of de tenuitvoerlegging van straffen te voorkomen, de openbare veiligheid en de nationale veiligheid te beschermen of de rechten en vrijheden van anderen te beschermen.
De Partijen raadplegen elkaar indien een bevoegde gerechtelijke autoriteit, ingevolge nationale wetgeving, een besluit neemt over de toelaatbaarheid van het doorgeven van gegevens van de ene Partij naar de andere Partij, ingevolge dit Verdrag.
Artikel 8. Kosten
De aangezochte Partij draagt de kosten van het uitvoeren van het verzoek om rechtshulp, met uitzondering van de volgende door de verzoekende Partij te dragen kosten:
- a. de uitgaven gedaan in verband met de overbrenging van een persoon in hechtenis naar of vanuit het grondgebied van de aangezochte Partij, met inbegrip van de uitgaven voor het benodigde werk door begeleidend personeel, alsmede compensatie of kosten die aan de overgebrachte persoon dienen te worden betaald in verband met het uitvoeren van het verzoek;
- b. de toelagen en reiskosten van getuigen en deskundigen die door de verzoekende Partij zijn opgeroepen.
Indien blijkt dat met de uitvoering van het verzoek kosten van buitengewone aard zijn gemoeid, plegen de centrale autoriteiten overleg om de voorwaarden vast te stellen waaronder de verzochte rechtshulp kan worden verleend.
HOOFDSTUK II. SPECIFIEKE VORMEN VAN RECHTSHULP
Artikel 9. Betekenen van documenten
De aangezochte Partij voert, in overeenstemming met haar nationale wetgeving, verzoeken tot het betekenen van documenten in verband met een strafzaak uit.
Een verzoek tot het betekenen van een document waarmee personen worden opgeroepen te verschijnen in de verzoekende Partij, waaronder getuigen, slachtoffers, beschuldigde personen, verdachten in een strafrechtelijke procedure en deskundigen, wordt aan de aangezochte Partij overgebracht binnen een redelijke termijn voor de datum waarop de persoon dient te verschijnen.
De aangezochte Partij voorziet de verzoekende Partij, nadat de betekening heeft plaatsgevonden, van een bewijs van betekening voorzien van de handtekening of het stempel van de autoriteit die het document heeft betekend, onder vermelding van de datum, tijd, plaats en wijze van aflevering alsmede de persoon aan wie de documenten zijn afgegeven. Indien de betekening niet heeft plaatsgevonden stelt de aangezochte Partij de verzoekende Partij onverwijld daarvan in kennis onder vermelding van de redenen hiervoor.
Artikel 10. Beschikbaarheid van personen om te getuigen of mee te werken aan een onderzoek
De verzoekende Partij kan de aangezochte Partij om hulp vragen bij het uitnodigen van een persoon, niet zijnde een persoon op wie artikel 13 van dit Verdrag van toepassing is, om te getuigen of mee te werken aan een onderzoek in de verzoekende Partij. De verzoekende Partij verplicht zich ertoe passende voorzieningen te treffen voor de veiligheid van een dergelijke persoon.
De aangezochte Partij nodigt de persoon uit en stelt de verzoekende Partij onverwijld in kennis van zijn antwoord. Indien de persoon instemt met het verzoek, neemt de aangezochte Partij alle noodzakelijke stappen om het verzoek te faciliteren. Indien de persoon niet instemt, wordt hij of zij om die reden niet onderworpen aan een straf of dwangmaatregel ingevolge de nationale wetgeving van de verzoekende Partij of aangezochte Partij.
Artikel 11. Verhoor van personen op het grondgebied van de aangezochte Partij
De aangezochte Partij neemt, in overeenstemming met haar nationale wetgeving, verklaringen af van getuigen, slachtoffers, verdachten en aangeklaagden, deskundigen of andere personen, en verzamelt dossiers, documenten en enig ander bewijsmateriaal dat in het verzoek om rechtshulp is aangegeven en zendt deze naar de verzoekende Partij.
Een persoon die in de aangezochte Partij een getuigenis dient af te leggen ingevolge een verzoek uit hoofde van dit artikel, kan weigeren te getuigen of een verklaring af te leggen indien de nationale wetgeving van de aangezochte Partij of van de verzoekende Partij daarin voorziet.
Indien een persoon in de aangezochte Partij beweert dat er krachtens de nationale wet van de verzoekende Partij een recht of verplichting bestaat te weigeren een getuigenis af te leggen, verstrekt de verzoekende Partij op verzoek een verklaring aan de aangezochte Partij ter zake van het bestaan van dat recht. Bij gebrek aan bewijs van het tegendeel, vormt deze verklaring afdoende bewijs van de zaken die erin vermeld staan.
Ten behoeve van dit artikel wordt onder het afnemen van een getuigenis ook het beschikbaar stellen van documenten of ander materiaal verstaan.
In overeenstemming met de nationale wetgeving van de aangezochte Partij, kunnen functionarissen van de verzoekende Partij en andere personen die betrokken zijn bij het proces in de verzoekende Partij, toestemming krijgen aanwezig te zijn wanneer de getuigenis wordt afgenomen op het grondgebied van de aangezochte Partij en deel te nemen aan het afnemen van deze getuigenissen op een wijze die gespecificeerd kan worden door de aangezochte Partij. De personen die aanwezig zijn bij de uitvoering van een verzoek kunnen toestemming krijgen om de autoriteiten van de aangezochte Partij de vragen te stellen die zijn toegestaan ingevolge de nationale wetgeving van de verzoekende Partij.
Artikel 12. Overbrengen van personen in hechtenis om te getuigen of mee te werken aan een onderzoek
Wanneer het gebruik van videoconferentie niet mogelijk is of niet passend wordt geacht, kan een persoon die in de aangezochte Partij in hechtenis zit, op verzoek van de verzoekende Partij tijdelijk naar het grondgebied van die Partij worden overgebracht om te getuigen of mee te werken aan een strafrechtelijke procedure in die Partij.
De aangezochte Partij brengt een persoon die in hechtenis zit uitsluitend over naar de verzoekende Partij indien:
- a. de persoon vrijwillig toestemming geeft voor de overbrenging;
- b. de verzoekende Partij ermee instemt te voldoen aan de voorwaarden die de aangezochte Partij eventueel stelt aan de hechtenis of veiligheid van de over te brengen persoon;
- c. onderzoeken of strafrechtelijke vervolgingen die in de aangezochte Partij plaatsvinden waaraan de genoemde persoon dient deel te nemen, er niet door worden doorkruist.
Wanneer de aangezochte Partij de verzoekende Partij laat weten dat de overgebrachte persoon niet langer in hechtenis hoeft te worden gehouden, wordt deze persoon in vrijheid gesteld en behandeld als een persoon die in de verzoekende Partij aanwezig is ingevolge een verzoek om de aanwezigheid van die persoon.
De verzoekende Partij zendt de overgebrachte persoon die in hechtenis zit weer terug naar de aangezochte Partij binnen dertig (30) dagen te rekenen vanaf de datum waarop de persoon in de verzoekende Partij aanwezig was, of een andere termijn die de Partijen overeen kunnen komen.
Ten aanzien van de persoon die in hechtenis zit en is overgebracht, wordt de periode die hij of zij in hechtenis heeft doorgebracht in de verzoekende Partij in mindering gebracht op de duur van de vrijheidsstraf die hij of zij in de aangezochte Partij moet ondergaan.
Een persoon die in hechtenis zit en niet de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde toestemming geeft, wordt om die reden niet onderworpen aan een straf of dwangmaatregel ingevolge de nationale wetgeving van de verzoekende Partij of aangezochte Partij.
Artikel 13. Immuniteit voor getuigen en deskundigen
Onverminderd de bepalingen van de artikelen 10, 11 en 12 van dit Verdrag, wordt een persoon die verschijnt voor de gerechtelijke autoriteiten van de verzoekende Partij om te getuigen of anderszins mee te werken aan een onderzoek of een persoon die voor dat doel wordt overgebracht, niet vervolgd, vastgehouden, gestraft noch aan enige andere beperking van zijn persoonlijke vrijheid onderworpen in de verzoekende Partij wegens handelen of nalaten te handelen voorafgaand aan zijn of haar vertrek uit de aangezochte Partij.
Een in het eerste lid van dit artikel bedoelde persoon wordt niet onderworpen aan civiele procedures waaraan de persoon niet zou kunnen worden onderworpen indien hij of zij zich niet op het grondgebied van de verzoekende Partij zou bevinden.
Een in het eerste lid van dit artikel bedoelde persoon is niet verplicht ondersteuning te bieden bij strafrechtelijke procedures anders dan die waarop het verzoek betrekking heeft.
De in het eerste, tweede en derde lid van dit artikel verleende bescherming houdt op van toepassing te zijn indien een persoon die vrij is het grondgebied van de verzoekende Partij te verlaten, niet is vertrokken binnen dertig (30) dagen nadat hij of zij officieel in kennis is gesteld dat de aanwezigheid van de persoon niet langer nodig was, of, na vertrokken te zijn, vrijwillig is teruggekeerd. Deze periode omvat niet de tijd waarin de persoon niet in staat is het grondgebied van de verzoekende Partij te verlaten vanwege redenen die buiten zijn of haar macht zijn gelegen.
Een persoon die erin toestemt te getuigen ingevolge artikel 10 of 12 van dit Verdrag, wordt niet onderworpen aan vervolging op basis van zijn of haar verklaring als getuige of deskundige, uitgezonderd in het geval van meineed of belemmering van de rechtsgang.
Artikel 14. Doortocht van personen in hechtenis
Een Partij kan, met inachtneming van haar nationale wetgeving, de doortocht over haar grondgebied toestaan van een persoon in hechtenis om wiens verschijning verzocht is door de andere Partij die om een dergelijke doortocht verzoekt.
De aangezochte Partij kan, met inachtneming van haar nationale wetgeving, met deze doortocht instemmen en heeft de bevoegdheid en de verplichting de nodige regelingen te treffen om de persoon tijdens de doorvoer in hechtenis te houden.
Een Partij kan echter weigeren in te stemmen met de overbrenging van zijn onderdanen.
Artikel 15. Doorzoeking, bevriezing en inbeslagneming met het oog op het vergaren van bewijsmateriaal
De aangezochte Partij voert, voor zover toegestaan door haar nationale wetgeving, een verzoek tot doorzoeking, bevriezing en inbeslagneming van documenten, materialen en voorwerpen uit met het oog op het vergaren van bewijsmateriaal.
De aangezochte Partij verstrekt de informatie die de verzoekende Partij mogelijk nodig heeft met betrekking tot de resultaten van een doorzoeking, de plaats en omstandigheden van inbeslagneming en de daaropvolgende bewaring van het in beslag genomen materiaal.
De aangezochte Partij zendt de in beslag genomen documenten of afschriften daarvan, materialen en voorwerpen in een vorm die verlangd kan worden, naar de verzoekende Partij, tenzij anderszins is overeengekomen met de centrale autoriteit van de verzoekende Partij. Deze zending van originele documenten, materialen en voorwerpen doet geen afbreuk aan de legitieme rechten van derden.
Op verzoek van de aangezochte Partij retourneert de verzoekende Partij de originele documenten, materialen en voorwerpen die ingevolge dit artikel zijn gestuurd wanneer deze niet langer nodig zijn voor het strafrechtelijk onderzoek, de vervolging of procedure waarop het verzoek betrekking heeft, tenzij de Partijen anderszins overeenkomen.
Artikel 16. Videoconferentie
Wanneer het belang van een efficiënte samenwerking gediend is met het horen van een persoon als getuige of als deskundige door de gerechtelijke autoriteiten, ingevolge artikel 11 van dit Verdrag, kan de verzoekende Partij verzoeken dat het verhoor door middel van videoconferentie plaatsvindt, mits dit niet in strijd is met de nationale wetgeving van de aangezochte Partij.
Ten behoeve van de uitvoering van dit Verdrag kunnen de Partijen overeenkomen live video- of rechtstreekse televisieverbindingen of andere passende communicatiefaciliteiten in te zetten in overeenstemming met de nationale wetten en procedures van beide Partijen indien dit doelmatig en in het belang van de rechtspleging is.
Artikel 17. Opbrengsten en hulpmiddelen van misdrijven
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
- a. opbrengsten van misdrijven: elk economisch voordeel dat afkomstig is van of, direct of indirect is verkregen door, het plegen van strafbare feiten, dat kan bestaan uit goederen van enigerlei aard, stoffelijk of onstoffelijk, roerend of onroerend, en juridische documenten waaruit rechten op, of andere belangen bij deze goederen blijken;
- b. hulpmiddelen van misdrijven: alle goederen, waaronder bankrekeningen, die op enigerlei wijze, geheel of gedeeltelijk, zijn gebruikt of zijn bestemd om te worden gebruikt om een of meer strafbare feiten te plegen.
De aangezochte Partij spant zich in om op verzoek vast te stellen of opbrengsten en/of hulpmiddelen van misdrijven zich binnen haar rechtsmacht bevinden. De verzoekende Partij stelt de aangezochte Partij in kennis van de grondslag van haar overtuiging dat dergelijke opbrengsten en/of hulpmiddelen van misdrijven zich binnen de rechtsmacht van laatstgenoemde Partij zouden kunnen bevinden.
De aangezochte Partij stelt de verzoekende Partij in kennis van de resultaten van haar onderzoek. De aangezochte Partij verstrekt de gegevens van een of meer bankrekeningen genoemd in het verzoek en/of mogelijke transacties met deze rekening.
Wanneer, ingevolge het derde lid van dit artikel, vermeende opbrengsten en/of hulpmiddelen van misdrijven worden aangetroffen, neemt de aangezochte Partij de maatregelen die door haar nationale wetgeving worden toegestaan ter voorkoming van de verhandeling, overdracht of vervreemding van deze vermeende opbrengsten en/of hulpmiddelen van misdrijven, in afwachting van de uiteindelijke beslissing met betrekking tot deze opbrengsten door een rechter van de verzoekende Partij.
De aangezochte Partij voert, voor zover haar nationale wetgeving dit toestaat, het uiteindelijke bevel tot verbeurdverklaring of confiscatie van de opbrengsten en/of hulpmiddelen van misdrijven dat is uitgevaardigd door een rechter van de verzoekende Partij uit.
Bij de uitvoering van dit artikel worden de rechten van bona fide derden gerespecteerd ingevolge de nationale wetgeving van de aangezochte Partij. Wanneer er door een derde een vordering wordt ingediend, vertegenwoordigt de aangezochte Partij de belangen van de verzoekende Partij bij het streven de opbrengsten en/of hulpmiddelen van misdrijven vast te houden totdat een bevoegde rechter in de verzoekende Partij een uiteindelijke beslissing heeft genomen.
De aangezochte Partij retourneert de opbrengsten en/of hulpmiddelen van misdrijven bedoeld in het derde lid van dit artikel, of de waarde van de opbrengsten en/of hulpmiddelen, aan de verzoekende Partij, voor zover toegestaan door haar nationale wetgeving en volgens de door haar passend geachte voorwaarden.
HOOFDSTUK III. PROCEDURELE BEPALINGEN
Artikel 18. Inhoud van de verzoeken
Verzoeken om wederzijdse rechtshulp worden schriftelijk gedaan. Het verzoek dient te worden opgesteld in de officiële taal van de verzoekende Partij, vergezeld van een vertaling in de officiële taal van de aangezochte Partij of in de Engelse taal.
Verzoeken om rechtshulp ten behoeve van de uitvoering van dit Verdrag worden langs diplomatieke weg verzonden. De centrale autoriteiten kunnen rechtstreeks met elkaar communiceren zodra het verzoek formeel is verzonden. Elk van de centrale autoriteiten kan een bevoegde justitiële autoriteit aanwijzen die rechtstreeks kan communiceren met hetzij de centrale autoriteit van de andere Partij, hetzij de bevoegde justitiële autoriteit van de andere Partij over de uitvoering van een verzoek.
In dringende omstandigheden kan de centrale autoriteit van de aangezochte Partij het verzoek per fax, e-mail of ander een middel waarmee een schriftelijk document kan worden geproduceerd aanvaarden, in welk geval het binnen dertig (30) dagen wordt bevestigd door middel van een formeel verzoek langs diplomatieke weg.
Verzoeken om rechtshulp dienen het volgende te bevatten:
- a. de naam van de autoriteit die het verzoek doet;
- b. de naam van de autoriteit die het onderzoek, de vervolging of de procedure waarop het verzoek betrekking heeft, leidt;
- c. het onderwerp en de aard van het onderzoek, de vervolging of gerechtelijke procedure waarop het verzoek betrekking heeft, met inbegrip van een samenvatting van de zaak en de huidige status, met uitzondering van verzoeken ten behoeve van de betekening van gerechtelijke documenten;
- d. een beschrijving van de gewenste rechtshulp en details van de door de verzoekende Partij gewenste specifieke procedure;
- e. het doel waartoe het bewijsmateriaal, de gegevens of de rechtshulp worden verlangd;
- f. de teksten van de wettelijke bepalingen waarop de zaak betrekking heeft, met inbegrip van de maximumstraf die op de strafbare feiten staat en de eventuele verjaringstermijnen;
- g. de specificatie van mogelijke termijnen waarbinnen bij voorkeur aan het verzoek dient te zijn voldaan;
- h. mogelijke bijzondere eisen inzake vertrouwelijkheid en de redenen daarvoor.
Verzoeken om rechtshulp omvatten, voor zover nodig en indien beschikbaar het volgende:
- a. in geval van verzoeken om het afnemen van een getuigenverklaring van een persoon: de identiteit, geboortedatum en verblijfplaats van elke persoon van wie bewijsmateriaal wordt verlangd evenals het onderwerp waarover de persoon zal worden ondervraagd, met inbegrip van een vragenlijst en details over rechten die deze persoon mogelijk heeft om te weigeren te getuigen; indien de verzoekende Partij wenst dat getuigen of deskundigen een getuigenis afleggen ten overstaan van een bevoegde justitiële autoriteit of enige andere persoon, dient dit verzoek expliciet te worden gedaan;
- b. in geval van verzoeken om documenten te betekenen: de identiteit, geboortedatum en verblijfplaats van een persoon aan wie een stuk dient te worden betekend, de relatie van die persoon tot het onderzoek, de vervolging of de procedure en de wijze waarop de betekening dient te worden verricht;
- c. in geval van verzoeken om personen te lokaliseren of te identificeren: informatie over de identiteit en verblijfplaats van een persoon die gelokaliseerd of geïdentificeerd dient te worden;
- d. in geval van verzoeken om objecten te inspecteren of te onderzoeken: een beschrijving van de plaats of locatie die geïnspecteerd of onderzocht dient te worden;
- e. in geval van verzoeken om bewijsmateriaal te overleggen: een beschrijving van de documenten, dossiers en bewijsstukken die overgelegd dienen te worden, een aanwijzing van de persoon die gevraagd wordt deze te overleggen en de vorm waarin het materiaal dient te worden overgelegd en gewaarmerkt;
- f. in geval van verzoeken om een persoon in hechtenis beschikbaar te stellen: de plaats waarnaar de persoon in hechtenis naartoe dient te worden gebracht en de voorgestelde datum van terugkeer van deze persoon;
- g. informatie over de toelagen en uitgaven die vergoed kunnen worden aan de persoon die verzocht wordt in de verzoekende Partij te verschijnen ten behoeve van het opmaken van getuigenissen.
Artikel 19. Aanvullende informatie
Indien de aangezochte Partij van mening is dat de informatie vervat in het verzoek onvoldoende is om het verzoek uit te kunnen voeren, kan de aangezochte Partij om aanvullende informatie verzoeken. De verzoekende Partij verstrekt de aanvullende informatie die de aangezochte Partij noodzakelijk acht om het verzoek uit te kunnen voeren.
Artikel 20. Uitvoering van verzoeken
Verzoeken om rechtshulp worden onverwijld uitgevoerd door de bevoegde autoriteiten van de aangezochte Partij in overeenstemming met de nationale wetgeving van die Partij en, voor zover is toegestaan door de nationale wetgeving, op de wijze die door de verzoekende Partij wordt gevraagd.
Mits dit niet in strijd is met haar nationale wetgeving kan de aangezochte Partij de in het verzoek om rechtshulp genoemde personen toestaan aanwezig te zijn bij de uitvoering van het verzoek. Hiertoe stelt de aangezochte Partij de verzoekende Partij onverwijld in kennis van de datum en plaats van uitvoering van het verzoek om rechtshulp. De personen die toestemming hebben gekregen kunnen de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij verzoeken de mogelijkheid te overwegen om specifieke vragen in te dienen met betrekking tot de rechtshulpprocedures.
De aangezochte Partij stelt de verzoekende Partij onverwijld in kennis van omstandigheden, zodra deze bij de aangezochte Partij bekend worden, die waarschijnlijk tot een aanzienlijke vertraging van de uitvoering van het verzoek zullen leiden.
De aangezochte Partij kan de uitvoering van het verzoek uitstellen indien de onmiddellijke uitvoering een lopend strafrechtelijk onderzoek of daarmee verband houdende procedures zou doorkruisen. De aangezochte Partij kan ook de levering van documenten uitstellen indien deze documenten vereist zijn voor civiele procedures in die Partij, in welk geval de aangezochte Partij, op verzoek, gewaarmerkte afschriften van deze documenten verstrekt.
Alvorens de uitvoering van een verzoek uit te stellen, overweegt de aangezochte Partij of de rechtshulp kan worden verstrekt onder bepaalde voorwaarden.
Indien de aangezochte Partij de rechtshulp uitstelt, stelt zij de verzoekende Partij onverwijld in kennis van de redenen voor het uitstel en geeft zij, indien mogelijk, een indicatie van de duur van dit uitstel.
HOOFDSTUK IV. SLOTBEPALINGEN
Artikel 21. Compatibiliteit met andere verdragen
Dit Verdrag doet geen afbreuk aan bestaande verplichtingen van de Partijen ingevolge andere verdragen en vormt ook geen belemmering voor de Partijen voor het verlenen van bijstand aan elkaar uit hoofde van andere verdragen of regelingen.
Artikel 22. Territoriale toepassing
Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag van toepassing op het Europese deel van Nederland, het Caribische deel van Nederland (de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba) alsmede op Aruba, Curaçao en Sint Maarten, tenzij anders bepaald in de kennisgeving bedoeld in artikel 24 van dit Verdrag. In het laatste geval kan het Koninkrijk der Nederlanden de toepassing van dit Verdrag te allen tijde uitbreiden tot een of meer van zijn afzonderlijke delen door middel van een kennisgeving aan de Verenigde Arabische Emiraten langs diplomatieke weg.
Artikel 23. Overleg
De Partijen komen wanneer zij dit nodig achten bijeen om de toepassing van dit Verdrag te bespreken en kunnen tevens bijeenkomsten houden met de bevoegde autoriteiten van de Partijen teneinde de toepassing van dit Verdrag te vergemakkelijken, met name wat betreft kwesties als opleiding, het opstellen en gebruiken van standaardformulieren, het opstellen en uitvoeren van specifieke typen verzoeken of specifieke individuele verzoeken.
Artikel 24. Inwerkingtreding, wijziging en beëindiging
Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de eerste maand na de datum van ontvangst van de laatste van de kennisgevingen waarin de Partijen elkaar langs diplomatieke weg mededelen dat aan de vereisten van hun nationale wetgeving is voldaan.
Dit Verdrag kan met wederzijdse instemming van beide Partijen worden gewijzigd en de wijzigingen treden in werking in overeenstemming met het eerste lid van dit artikel.
Elke Partij kan dit Verdrag te allen tijde beëindigen door daarvan langs diplomatieke weg schriftelijk kennis te geven. De beëindiging wordt van kracht zes (6) maanden na de datum waarop de kennisgeving wordt gedaan. Dit Verdrag blijft echter van toepassing op procedures die al zijn aangevangen vóór de kennisgeving van beëindiging totdat deze volledig zijn afgerond.
Met inachtneming van het derde lid van dit artikel is het Koninkrijk der Nederlanden gerechtigd de toepassing van dit Verdrag ten aanzien van elk van de samenstellende delen van het Koninkrijk der Nederlanden afzonderlijk te beëindigen.
Dit Verdrag is van toepassing op elk verzoek dat na de inwerkingtreding ervan wordt ingediend, zelfs al zijn de betreffende strafbare feiten begaan vóór de inwerkingtreding van het Verdrag.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Agreement.
DONE at Abu Dhabi, on the 29th day of August 2021, in duplicate, in the English, Dutch and Arabic languages, all texts being equally authentic. In the event of any divergence of interpretation of this Agreement, the English text shall prevail.
For the Kingdom of the Netherlands,
F.B.J. GRAPPERHAUS
For the United Arab Emirates,
S. AL BADI
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)