Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Staat Israël inzake de status van hun strijdkrachten
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Regering van de Staat Israël (hierna te noemen de „Verdragsluitende Partijen”),
Erkennend de nauwe betrekkingen en sterke band tussen de Verdragsluitende Partijen, die hun oorsprong vinden in de historische banden van vriendschap en samenwerking op verschillende gebieden en op vele niveaus;
Opnieuw bevestigend het belang van een voordelige samenwerking bij militaire activiteiten;
Geleid door de wens algemene bepalingen te definiëren die de status van de strijdkrachten van de Verdragsluitende Partijen bepalen gedurende hun aanwezigheid op elkaars grondgebied;
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel I. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing en uitvoering van dit Verdrag wordt verstaan onder:
-
- „Zendstaat” de staat waartoe het bezoekende personeel behoort;
-
- „Ontvangende Staat” de staat die door het personeel van de Zendstaat wordt bezocht;
-
- „Personeel” het militaire personeel van de strijdkrachten van de Verdragsluitende Partijen dat deelneemt aan, of verbonden is aan, de Militaire Activiteiten, met inbegrip van vergezellend burgerpersoneel dat werkzaam is bij de strijdkrachten of bij de ministeries van Defensie, met uitzondering van burgers of onderdanen van de Ontvangende Staat;
-
- „Militaire Activiteiten” elke vorm van defensiesamenwerking tussen de Verdragsluitende Partijen waarover overeenstemming is bereikt tussen de desbetreffende autoriteiten, die plaatsvindt op het grondgebied van de Verdragsluitende Partijen, waarbij het Personeel van een van de of van beide Verdragsluitende Partijen betrokken is.
Dit Verdrag vormt geen beletsel voor buitenlands militair personeel dat een integrerend deel uitmaakt van een militaire eenheid van de Zendstaat om deel te nemen aan Militaire Activiteiten in de Ontvangende Staat, onder voorbehoud van de uitdrukkelijke goedkeuring van de Ontvangende Staat en relevante afspraken tussen de desbetreffende autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen.
Artikel II. Voorwaarden inzake binnenkomst en vertrek
De autoriteiten van de Ontvangende Staat staan het Personeel van de Zendstaat toe het grondgebied van de Ontvangende Staat binnen te komen en te verlaten met een geldig nationaal paspoort of ander identiteitsbewijs dat wordt erkend door de Ontvangende Staat en in overeenstemming met zijn wet- en regelgeving.
De Zendstaat geeft alle noodzakelijke gegevens door inzake Personeel, uitrusting, wapens, voertuigen, vaartuigen, luchtvaartuigen en gevaarlijke goederen van de Zendstaat, voorafgaand aan hun aankomst op het grondgebied van de Ontvangende Staat zoals overeengekomen tussen de desbetreffende autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen.
Artikel III. Tucht
De Zendstaat heeft het recht exclusieve disciplinaire rechtsmacht uit te oefenen over het Personeel van de Zendstaat met betrekking tot vergrijpen die van tuchtrechtelijke aard zijn.
Artikel IV. Wet- en regelgeving van de Ontvangende Staat
Het Personeel van de Zendstaat eerbiedigt de wet- en regelgeving die in de Ontvangende Staat van kracht is, onthoudt zich van elke activiteit die indruist tegen de geest van dit Verdrag en onthoudt zich in het bijzonder van enige politieke activiteit in de Ontvangende Staat. De officier die het bevel voert over het Personeel van de Zendstaat neemt de daartoe benodigde maatregelen.
Indien op enig moment tijdens de Militaire Activiteiten de Ontvangende Staat een verzoek wenst in te dienen tot de verwijdering van een lid van het Personeel van de Zendstaat van het grondgebied van de Ontvangende Staat, dan legt de Ontvangende Staat een dergelijk verzoek voor aan de officier die het bevel voert over het Personeel van de Zendstaat, tezamen met een gedetailleerde onderbouwing van het verzoek. Indien de Ontvangende Staat, na overleg met de bevelvoerend officier van het Personeel van de Zendstaat, opnieuw het verzoek bevestigt dat het lid van het Personeel van zijn grondgebied dient te worden verwijderd, dan geeft de Zendstaat onmiddellijk gevolg aan dit verzoek door de desbetreffende persoon binnen een redelijke termijn van het grondgebied van de Ontvangende Staat te verwijderen.
Artikel V. Rechtsmacht
De Zendstaat heeft voorrang bij de uitoefening van rechtsmacht in strafzaken over Personeel van de Zendstaat met betrekking tot de volgende vergrijpen die plaatsvinden tijdens een bezoek ten behoeve van Militaire Activiteiten:
- a. vergrijpen die voortvloeien uit een handelen of nalaten te handelen in het kader van de uitoefening van officiële taken; of
- b. vergrijpen die uitsluitend gericht zijn tegen de eigendommen of veiligheid van de Zendstaat; of
- c. vergrijpen die uitsluitend gericht zijn tegen de persoon of eigendommen van een ander lid van het Personeel van de Zendstaat.
Wanneer de Zendstaat besluit gebruik te maken van zijn voorrang bij de uitoefening van rechtsmacht in overeenstemming met dit lid, onthoudt de Ontvangende Staat zich van het uitoefenen van rechtsmacht in strafzaken over het Personeel van de Zendstaat dat betrokken is bij deze vergrijpen.
In het geval dat de Zendstaat besluit geen gebruik te maken van zijn voorrang bij de uitoefening van rechtsmacht in strafzaken zoals voorzien in het eerste lid van dit artikel, dan stelt de Zendstaat de Ontvangende Staat zo spoedig mogelijk, en schriftelijk, in kennis van zijn intentie om af te zien van zijn voorrang bij de uitoefening van rechtsmacht in strafzaken. In een dergelijk geval kan de Ontvangende Staat zijn rechtsmacht in strafzaken uitoefenen.
De Ontvangende Staat heeft uitsluitend voorrang bij het uitoefenen van rechtsmacht in strafzaken over Personeel van de Zendstaat dat zich bevindt op het grondgebied van de Ontvangende Staat, met betrekking tot vergrijpen die voortvloeien uit handelen of nalaten te handelen die voldoen aan alle volgende voorwaarden:
- a. het vergrijp is begaan door Personeel van de Zendstaat op het grondgebied van de Ontvangende Staat of aan boord van een vaartuig of luchtvaartuig dat in de Ontvangende Staat is geregistreerd; en
- b. het is begaan gedurende een bezoek in het kader van Militaire Activiteiten; en
- c. het valt niet onder de toepassing van het eerste lid van dit artikel.
In het geval dat de Ontvangende Staat besluit geen gebruik te maken van zijn voorrang bij het uitoefenen van rechtsmacht in strafzaken zoals voorzien in het bovenstaande derde lid, dan stelt de Ontvangende Staat de Zendstaat zo spoedig mogelijk, en schriftelijk, in kennis van zijn voornemen om af te zien van zijn voorrang bij het uitoefenen van rechtsmacht. In een dergelijk geval kan de Zendstaat zijn rechtsmacht in strafzaken uitoefenen. De autoriteiten van de Ontvangende Staat, die voorrang bij het uitoefenen van rechtsmacht heeft, nemen verzoeken van de autoriteiten van de Zendstaat om af te zien van de uitoefening van dat recht in zaken waarin de Zendstaat zulks van bijzonder belang acht, zorgvuldig in overweging.
De Verdragsluitende Partijen verlenen elkaar wederzijdse bijstand met betrekking tot zaken die verband houden met dit artikel, in het bijzonder bij de uitvoering van onderzoeken en het vergaren van bewijsmateriaal, in overeenstemming met toepasselijke wet- en regelgeving, en relevante verdragen tussen de Verdragsluitende Partijen.
Strafvonnissen worden ten uitvoer gelegd binnen het strafsysteem van de Zendstaat, in overeenstemming met de bepalingen van het Europees Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen, getekend te Straatsburg op 21 maart 1983.
Artikel VI. Heffingen en belastingen
De invoer en uitvoer van materieel, voorraden, uitrusting, eigendommen en diensten door de Zendstaat die rechtstreeks verband houden met de Militaire Activiteiten, zijn vrijgesteld van invoerrechten, belastingen en andere heffingen. Onder „andere heffingen” wordt niet verstaan heffingen die een betaling vormen voor vereiste en ontvangen diensten.
Deze vrijstelling is tevens van toepassing op materieel, redelijke hoeveelheden voorraden en uitrusting die in de Ontvangende Staat blijven, zolang zij in eigendom blijven van de Zendstaat en bestemd zijn voor gebruik door de Zendstaat of voor gezamenlijk gebruik door de Zendstaat en de Ontvangende Staat in het kader van dit Verdrag. Alle materieel, voorraden en uitrusting worden ofwel door de Zendstaat weer uitgevoerd wanneer zij niet langer nodig zijn voor de uitvoering van dit Verdrag, ofwel vervreemd in overleg met de desbetreffende autoriteiten van de Ontvangende Staat en in overeenstemming met zijn wet- en regelgeving.
Het Personeel van de Zendstaat is onderworpen aan de douanewetgeving en -voorschriften van de Ontvangende Staat. De Ontvangende Staat heeft in het bijzonder het recht het Personeel van de Zendstaat te fouilleren, hun bagage en voertuigen te onderzoeken en artikelen in beslag te nemen, dit alles in overeenstemming met deze wet- en regelgeving.
Artikel VII. Wapens, beveiliging en uniformen
Het militaire Personeel van de Zendstaat mag enkel in het kader van het uitvoeren van Militaire Activiteiten wapens en munitie in bezit hebben en dragen op het grondgebied van de Ontvangende Staat, op voorwaarde dat het hiertoe op grond van de wet- en regelgeving van de Zendstaat gerechtigd is, en onder voorbehoud van voorafgaande afspraken met de autoriteiten van de Ontvangende Staat.
Het militaire Personeel van de Zendstaat mag wapens en munitie gebruiken in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de Ontvangende Staat, en alleen ten behoeve van het uitvoeren van Militaire Activiteiten op locaties die specifiek voor dit gebruik bedoeld zijn door de Ontvangende Staat. Deze locaties worden overeengekomen door de desbetreffende autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen.
De wapens en munitie worden opgeslagen en bewaakt in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de Ontvangende Staat.
Het militaire Personeel mag tijdens het uitvoeren van Militaire Activiteiten zijn nationale militaire uniform dragen.
De Ontvangende Staat beveiligt het Personeel en de uitrusting van de Zendstaat zoals vereist en zoals overeengekomen tussen de desbetreffende autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen.
Artikel VIII. Rijbewijzen
De Ontvangende Staat aanvaardt het nationale rijbewijs dat is afgegeven door de bevoegde autoriteit in de Zendstaat als geldig voor de duur van de geldigheid van dit rijbewijs in de Zendstaat, met inachtneming van de beperkingen die voor een dergelijk rijbewijs gelden, met inachtneming van de wet- en regelgeving van de Ontvangende Staat.
Het gebruik van deze rijbewijzen dient in overeenstemming te zijn met de wet- en regelgeving van de Ontvangende Staat, met inbegrip van tijdelijke schorsingen waartoe de bevoegde autoriteiten van de Ontvangende Staat kunnen besluiten, en voor de periode die is vastgelegd in de wet- en regelgeving van de Ontvangende Staat met betrekking tot het erkennen van buitenlandse rijbewijzen.
Artikel IX. Vorderingen en aansprakelijkheid
De Verdragsluitende Partijen zien af van het instellen van vorderingen tot schadevergoeding tegen elkaar wegens schade aan of verlies van zaken die hun eigendom zijn en die door hun strijdkrachten worden gebruikt in het kader van dit Verdrag en wegens letsel, met inbegrip van letsel de dood tot gevolg hebbend, geleden door hun Personeel voortvloeiend uit het vervullen van officiële taken.
Het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing op vorderingen van de Verdragsluitende Partijen indien de schade aan of verlies van eigendommen of het letsel het gevolg is van het oogmerk schade toe te brengen aan of het verlies te veroorzaken van eigendommen of letsel te veroorzaken. De Verdragsluitende Partijen bepalen gezamenlijk of er sprake was van het oogmerk schade toe te brengen aan of verlies te veroorzaken van hun eigendommen, of letsel toe te brengen. In dat geval stellen zij tevens gezamenlijk de kosten vast die verband houden met de afwikkeling van de vordering.
Vorderingen tot schadevergoeding wegens schade aan of verlies van eigendommen of wegens letsel toegebracht aan Personeel van een Verdragsluitende Partij tijdens of als gevolg van het uitvoeren van Militaire Activiteiten worden in der minne geschikt. Wanneer echter een Verdragsluitende Partij verplicht wordt tot het betalen van schadevergoeding aan een lid van het Personeel van de andere Verdragsluitende Partij, naar aanleiding van een door dat lid ingestelde zaak in verband met die schade aan of dat verlies van zijn eigendom of wegens letsel, dan gaat de andere Verdragsluitende Partij over tot volledige terugbetaling aan deze Verdragsluitende Partij. Dergelijke terugbetaling omvat tevens de kosten en uitgaven voor het uitvoeren van de procedures. Terugbetaling vindt niet plaats wanneer er sprake is van een oogmerk schade aan of verlies van eigendommen of letsel te veroorzaken, zoals gezamenlijk door de Verdragsluitende Partijen wordt bepaald.
Vorderingen tot schadevergoeding van derden, behoudens vorderingen uit overeenkomst, wegens schade aan of verlies van eigendommen of letsel, veroorzaakt door het Personeel van de Zendstaat of door Personeel van beide Verdragsluitende Partijen tijdens het uitvoeren van Militaire Activiteiten, worden door de Ontvangende Staat, mede namens de Zendstaat afgewikkeld, in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de Ontvangende Staat. Wanneer deze afwikkeling namens de Zendstaat plaatsvindt, pleegt de Ontvangende Staat overleg met de Zendstaat alvorens tot afwikkeling van de vordering over te gaan. Wanneer uitsluitend de Zendstaat verantwoordelijk is, wordt het bedrag van de schadevergoeding die wordt toegekend of vastgesteld gedeeld in de verhouding van 75 procent ten laste van de Zendstaat en 25 procent ten laste van de Ontvangende Staat. Wanneer het niet mogelijk is de schade specifiek toe te wijzen aan een van de Verdragsluitende Partijen of aan beide, wordt het toegekende of vastgestelde bedrag gelijkelijk tussen beide Verdragsluitende Partijen verdeeld, ongeacht hun respectieve aandeel in de verantwoordelijkheid. Kosten die verband houden met de afwikkeling van dergelijke vorderingen worden door de Zendstaat terugbetaald overeenkomstig zijn aandeel in het bedrag van de schadevergoeding.
Vorderingen tot schadevergoeding van derden, behoudens vorderingen uit overeenkomst, wegens schade aan of verlies van eigendommen of letsel, veroorzaakt door het Personeel van de Zendstaat buiten het uitvoeren van Militaire Activiteiten, kunnen door de Ontvangende Staat op onverplichte basis namens de Zendstaat worden afgewikkeld, na goedkeuring door de Zendstaat. De Ontvangende Staat zendt daartoe een goed onderbouwd advies naar de Zendstaat. Afwikkeling vindt plaats in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de Ontvangende Staat. Kosten die verband houden met de afwikkeling van dergelijke vorderingen worden door de Zendstaat terugbetaald.
De Zendstaat gaat na bij de eigenaar of verhuurder van niet-militaire motorvoertuigen, die ter beschikking worden gesteld aan het Personeel van de Zendstaat, of deze deugdelijk zijn verzekerd in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de Ontvangende Staat.
De Zendstaat en zijn Personeel zijn niet onderworpen aan de rechtsmacht van de gerechtshoven van de Ontvangende Staat bij zaken die aanhangig worden gemaakt wegens verlies, schade of letsel veroorzaakt tijdens of als gevolg van het uitvoeren van Militaire Activiteiten.
De Verdragsluitende Partijen verbinden zich ertoe volledig met elkaar samen te werken bij de uitvoering van de bepalingen van dit artikel.
Artikel X. Beveiliging en bescherming van informatie
Op alle informatie die uitgewisseld of gegenereerd wordt tussen de Verdragsluitende Partijen in verband met de Militaire Activiteiten zijn de tussen de Verdragsluitende Partijen wederzijds overeengekomen relevante afspraken van toepassing.
Artikel XI. Openbaarmaking van informatie
Zonder afbreuk te doen aan het onderstaande artikel XVI dienen alle publicaties over de activiteiten van een van de of van beide Verdragsluitende Partijen in samenhang met Militaire Activiteiten vooraf te worden goedgekeurd door beide Verdragsluitende Partijen.
Artikel XII. Medische en tandheelkundige zorg
Het Personeel van de Zendstaat dient voorafgaand aan zijn binnenkomst op het grondgebied van de Ontvangende Staat naar beste weten van de desbetreffende autoriteiten van de Zendstaat in medisch opzicht gezond te zijn.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.