Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Oekraïne inzake betaalde werkzaamheden door gezinsleden van diplomatiek en ander personeel van een diplomatieke vertegenwoordiging en/of consulaire post

Type Verdrag
Publication 2022-10-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

Oekraïne (hierna elk afzonderlijk te noemen „de partij” en tezamen „de partijen”),

geleid door de wens de werkgelegenheidskansen voor gezinsleden van diplomatiek en ander personeel van een diplomatieke vertegenwoordiging en/of consulaire post van de zendstaat op het grondgebied van de ontvangende staat te verbeteren;

zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Toestemming om betaalde werkzaamheden te verrichten

Het is gezinsleden, zoals hieronder omschreven, toegestaan betaalde werkzaamheden te verrichten in de ontvangende staat in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de ontvangende staat en na het verkrijgen van de desbetreffende toestemming in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.

Artikel 2. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag:

Artikel 3. Procedure
1.

Indien een gezinslid van een lid van de diplomatieke vertegenwoordiging of consulaire post betaalde werkzaamheden wenst te verrichten uit hoofde van dit Verdrag in de ontvangende staat, stuurt de ambassade van de zendstaat, namens het gezinslid, een schriftelijk verzoek om toestemming aan de Directie Protocol van het ministerie van Buitenlandse Zaken van de ontvangende staat.

2.

In het in het eerste lid van dit artikel bedoelde verzoek wordt de volledige identiteit van het desbetreffende gezinslid vastgesteld. Het verzoek gaat vergezeld van een korte beschrijving van de aard van de betaalde werkzaamheden die het gezinslid wenst te verrichten.

3.

Nadat is vastgesteld dat het gezinslid voldoet aan de vereisten uit hoofde van dit Verdrag en dat de van toepassing zijnde procedure is gevolgd, stelt de Directie Protocol van het ministerie van Buitenlandse Zaken van de ontvangende staat de ambassade van de zendstaat zo spoedig mogelijk officieel in kennis van het feit of het gezinslid al dan niet betaalde werkzaamheden kan verrichten op het grondgebied van de ontvangende staat.

4.

Gezinsleden zijn niet vrijgesteld van de verplichting te voldoen aan bijzondere kwalificaties die van toepassing zijn op het verrichten van bepaalde typen werkzaamheden. De bepalingen van dit Verdrag mogen door de zendstaat niet zodanig worden uitgelegd dat hieraan het recht wordt ontleend een bepaald beroep uit te oefenen. Voor die typen werkzaamheden waarvoor bijzondere kwalificaties vereist zijn, dient het afhankelijke gezinslid te voldoen aan de voorschriften ter zake van de uitoefening van deze werkzaamheden in de ontvangende staat.

5.

Gezinsleden mogen geen betaalde werkzaamheden verrichten in functies die op grond van de nationale wetgeving uitsluitend zijn voorbehouden aan onderdanen van de ontvangende staat.

6.

In Nederland wordt de toestemming betaalde werkzaamheden te verrichten afgedrukt op de identiteitskaart van het gezinslid.

7.

De ontvangende staat kan de toestemming om betaalde werkzaamheden te verrichten weigeren of intrekken indien het gezinslid op enig moment de wetten omtrent immigratie of naturalisatie of de belastingwetten van de ontvangende staat schendt.

Artikel 4. Belastingen, sociale zekerheid en arbeidsverhoudingen

Gezinsleden die betaalde werkzaamheden verrichten uit hoofde van dit Verdrag houden zich aan de arbeidswetgeving van de ontvangende staat en zijn onderworpen aan het socialezekerheidsstelsel van de ontvangende staat ten aanzien van alle aangelegenheden die verband houden met hun werkzaamheden in die staat. Een gezinslid is tevens verplicht in de ontvangende staat alle belastingen naar het inkomen te betalen die voortvloeien uit het verrichten van de werkzaamheden uit hoofde van dit Verdrag.

Artikel 5. Immuniteit
1.

Een gezinslid dat toestemming heeft verkregen voor het verrichten van betaalde werkzaamheden uit hoofde van dit Verdrag dient zich te houden aan de wetgeving van de ontvangende staat met betrekking tot de desbetreffende werkzaamheden.

2.

Gezinsleden die betaalde werkzaamheden verrichten in overeenstemming met dit Verdrag genieten geen immuniteit van civielrechtelijke en bestuursrechtelijke rechtsmacht ten aanzien van tegen hen ingestelde vorderingen die verband houden met hun betaalde werkzaamheden.

3.

Indien een gezinslid immuniteit geniet ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van de ontvangende staat ingevolge het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 18 april 1961 en/of ingevolge enige andere internationale overeenkomst die voor de partijen bindend is, doet de zendstaat afstand van de immuniteit van het betrokken gezinslid ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van de ontvangende staat met betrekking tot elk handelen of nalaten dat verband houdt met de betaalde werkzaamheden die het gezinslid verricht, behalve in bijzondere omstandigheden waarin de zendstaat van mening is dat het doen van afstand in strijd is met zijn belangen.

4.

Het afstand doen van immuniteit heeft geen betrekking op maatregelen van preventieve aard of de tenuitvoerlegging van een vonnis; daarvoor is afzonderlijk afstand doen van immuniteit noodzakelijk. In dergelijke omstandigheden verzoekt de ontvangende staat de zendstaat schriftelijk afstand te doen van deze immuniteit.

Artikel 6. Vervallen van de toestemming
1.

De ambassade van de zendstaat stelt de Directie Protocol van het ministerie van Buitenlandse Zaken van de ontvangende staat in kennis van veranderingen met betrekking tot de status van een gezinslid dat betaalde werkzaamheden verricht.

2.

De toestemming voor een gezinslid om betaalde werkzaamheden te verrichten eindigt wanneer:

3.

Uit hoofde van dit Verdrag verrichte werkzaamheden geven het gezinslid niet het recht in de ontvangende staat te blijven wonen. Het gezinslid heeft op grond van deze werkzaamheden evenmin het recht deze werkzaamheden te blijven verrichten of andere werkzaamheden te aanvaarden in de ontvangende staat nadat de toestemming uit hoofde van dit Verdrag is vervallen.

Artikel 7. Wijziging
1.

Dit Verdrag kan worden gewijzigd op verzoek van een van de partijen door de andere partij een schriftelijke kennisgeving te zenden die de laatstgenoemde partij schriftelijk dient goed te keuren binnen zestig (60) dagen na de ontvangst van de kennisgeving.

2.

Een wijziging of wijzigingen van dit Verdrag aangebracht overeenkomstig het voorgaande lid treedt of treden in werking in overeenstemming met artikel 8 van dit Verdrag.

Artikel 8. Inwerkingtreding, looptijd en beëindiging
1.

De partijen stellen elkaar er langs diplomatieke weg schriftelijk van in kennis dat is voldaan aan hun onderscheiden procedures die grondwettelijk vereist zijn voor de inwerkingtreding van dit Verdrag.

2.

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum van de laatste kennisgeving.

3.

Het Verdrag blijft voor onbepaalde tijd van kracht, tenzij een van de partijen dit Verdrag beëindigt door de andere partij zes (6) maanden voor de datum van de beëindiging in kennis te stellen van haar voornemen het Verdrag te beëindigen.

4.

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag van toepassing op het Europese deel van Nederland, het Caribische deel van Nederland (de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba), Aruba, Curaçao en Sint Maarten, tenzij anders bepaald in de kennisgeving bedoeld in het eerste lid van dit artikel. In het laatste geval kan het Koninkrijk der Nederlanden te allen tijde de toepassing van dit Verdrag uitbreiden tot een of meer van zijn afzonderlijke delen door middel van een kennisgeving langs diplomatieke weg aan Oekraïne.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Agreement.

DONE at Kyiv on 3 November 2021 in duplicate, in the Dutch, Ukrainian and English languages, all texts being equally authentic. In case of difference of interpretation the English text shall prevail.

For the Kingdom of the Netherlands,

JENNES DE MOL

For Ukraine,

DMYTRO KULEBA

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.