Overeenkomst inzake luchtvervoer tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Staat Qatar, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2021-10-18
State In force
Source BWB
artikelen 30
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
3.

Indien de vergadering van het gemengd comité niet plaatsvindt binnen twee maanden na ontvangst van het in lid 2 bedoelde verzoek of binnen de door de partijen overeengekomen termijn, of, indien het geschil niet binnen zes maanden na het verzoek door het gemengd comité wordt opgelost, kan het geschil in overleg tussen de partijen worden voorgelegd aan een persoon of orgaan. Indien de partijen niet tot overeenstemming kunnen komen om het geschil voor te leggen aan een persoon of orgaan, wordt het geschil op verzoek van een van de partijen aan arbitrage onderworpen.

4.

Niettegenstaande lid 2 kan het geschil, indien een partij maatregelen neemt om de exploitatievergunning of technische vergunning van een luchtvaartmaatschappij van de andere partij te weigeren, in te trekken, te schorsen, aan voorwaarden te onderwerpen, onmiddellijk ter beslissing aan een persoon of orgaan worden voorgelegd of aan arbitrage worden onderworpen.

5.

Het verzoek om arbitrage wordt schriftelijk gedaan door een partij („de initiatiefnemer”) aan de andere partij („antwoordende partij”). In zijn verzoek legt de initiatiefnemer de te regelen kwesties voor, beschrijft hij de maatregel en licht hij toe waarom hij van oordeel is dat die maatregel strijdig is met de bepalingen van deze overeenkomst.

6.

Tenzij de initiatiefnemer en de antwoordende partij anders overeenkomen, wordt de arbitrage uitgevoerd door een als volgt samen te stellen scheidsgerecht van drie scheidsrechters:

  • a. binnen 60 dagen na de ontvangst van een verzoek om arbitrage wijzen de initiatiefnemer en de antwoordende partij één scheidsrechter aan. Binnen 30 dagen na de benoeming van die twee scheidsrechters wijzen de initiatiefnemer en de antwoordende partij samen een derde scheidsrechter aan, die als voorzitter van het scheidsgerecht zal optreden;
  • b. Indien de initiatiefnemer of de antwoordende partij verzuimt een scheidsrechter aan te stellen, of indien de derde scheidsrechter niet wordt aangesteld overeenkomstig punt a), kan de initiatiefnemer of de antwoordende partij de voorzitter van de ICAO-Raad verzoeken de vereiste scheidsrechter(s) aan te stellen binnen 30 dagen na ontvangst van dat verzoek. Als de voorzitter van de ICAO-Raad een onderdaan is van Qatar of van een EU-lidstaat wordt de oudste vicevoorzitter van de ICAO-Raad die geen onderdaan is van Qatar of van een EU-lidstaat, gevraagd de vereiste scheidsrechter(s) aan te stellen.
7.

Het scheidsgerecht wordt opgericht op de datum waarop de laatste van de drie scheidsrechters zijn aanstelling aanvaardt.

8.

De procedure wordt gevoerd overeenkomstig het reglement van orde dat het gemengd comité zo spoedig mogelijk vaststelt met inachtneming van dit artikel en overeenkomstig artikel 22, lid 4, punt b), en artikel 22, lid 5. Totdat het gemengd comité het reglement van orde heeft vastgesteld, stelt het scheidsgerecht zijn eigen reglement van orde vast.

9.

Op verzoek van de initiatiefnemer kan het scheidsgerecht in afwachting van zijn definitieve uitspraak de initiatiefnemer machtigen voorlopige verzachtende maatregelen te nemen of de antwoordende partij verzoeken dergelijke maatregelen te nemen.

10.

Uiterlijk 90 dagen na de datum van oprichting stelt het scheidsgerecht de initiatiefnemer en de antwoordende partij in kennis van een tussentijds verslag waarin de resultaten van het feitenonderzoek, de toepasselijkheid van de desbetreffende bepalingen alsmede de aan zijn bevindingen en aanbevelingen ten grondslag liggende beweegredenen zijn uiteengezet. Wanneer het scheidsgerecht van oordeel is dat deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het scheidsgerecht de initiatiefnemer en de antwoordende partij hiervan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het scheidsgerecht zijn tussentijds verslag naar verwachting zal kunnen voorstellen. Het scheidsgerecht deelt zijn tussentijds verslag uiterlijk 120 dagen na de datum van instelling van het scheidsgerecht mee.

11.

De initiatiefnemer of de antwoordende partij kan binnen 14 dagen na de mededeling van het verslag het scheidsgerecht schriftelijk verzoeken bepaalde aspecten van het tussentijds verslag te herbekijken. Het scheidsgerecht kan het tussentijds verslag naar aanleiding van schriftelijke opmerkingen van de initiatiefnemer en de antwoordende partij wijzigen, en wanneer het dat zinvol acht, de zaak nader onderzoeken. In de definitieve uitspraak van het scheidsgerecht worden de in de tussentijdse fase naar voren gebrachte argumenten afdoende besproken en wordt duidelijk ingegaan op de vragen en opmerkingen van de initiatiefnemer en de antwoordende partij.

12.

Het scheidsgerecht stelt de initiatiefnemer en de antwoordende partij uiterlijk 120 dagen na de datum waarop het is ingesteld in kennis van zijn definitieve beslissing. Wanneer het scheidsgerecht van oordeel is dat deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het scheidsgerecht de initiatiefnemer en de antwoordende partij hiervan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het scheidsgerecht plant een besluit te nemen. Het scheidsgerecht maakt zijn besluit uiterlijk 150 dagen na de datum waarop het is ingesteld bekend.

13.

Indien een partij maatregelen heeft genomen om de exploitatievergunning of technische vergunning van een luchtvaartmaatschappij van de andere partij te weigeren, in te trekken, te schorsen, aan voorwaarden te onderwerpen of te beperken, of indien het scheidsgerecht, op verzoek van de initiatiefnemer of de antwoordende partij, van oordeel is dat de zaak spoedeisend is, worden de respectieve in de leden 10, 11 en 12 vastgestelde termijnen gehalveerd.

14.

De initiatiefnemer en de antwoordende partij kunnen binnen 10 dagen nadat het scheidsgerecht een besluit heeft genomen, om toelichting verzoeken; toelichtingen worden binnen 15 dagen na het verzoek gegeven.

15.

Als het scheidsgerecht een schending van deze overeenkomst vaststelt en de verantwoordelijke partij zich niet aan de definitieve beslissing van het scheidsgerecht houdt of niet binnen 60 dagen na de kennisgeving van de definitieve beslissing van het scheidsgerecht met de andere partij overeenstemming bereikt over een voor beide partijen aanvaardbare oplossing, dan kan de andere partij de toepassing van vergelijkbare uit deze overeenkomst voortvloeiende rechten opschorten tot de verantwoordelijke partij voldoet aan de definitieve beslissing van het scheidsgerecht of tot de initiatiefnemer en de antwoordende partij overeenstemming hebben bereikt over een voor beide partijen aanvaardbare oplossing.

16.

Elke partij draagt de kosten van de door haar aangewezen scheidsrechter. De overige kosten van het scheidsgerecht worden gelijk verdeeld over de partijen.

Artikel 24. Verhouding met andere overeenkomsten

1.

Deze overeenkomst schorst eerdere overeenkomsten en regelingen over hetzelfde onderwerp tussen de partijen waarop de leden 2 en 7 van toepassing zijn, tenzij deze overeenkomst wordt opgezegd.

2.

Bepalingen in een eerdere overeenkomst of regeling betreffende luchtdiensten tussen een EU-lidstaat en Qatar met betrekking tot de kwesties die onder de artikelen 2, 3, 8 en 11 van deze overeenkomst vallen, blijven als onderdeel van deze overeenkomst van toepassing wanneer zij voor de betrokken luchtvaartmaatschappijen gunstiger en/of flexibeler zijn. Alle rechten en voordelen die luchtvaartmaatschappijen van de betrokken EU-lidstaat overeenkomstig die bepalingen genieten, gelden voor alle luchtvaartmaatschappijen van de Unie.

3.

Voor de toepassing van lid 2 wordt voor de beslechting van geschillen tussen partijen over de vraag of bepalingen of behandelingen uit hoofde van eerdere overeenkomsten of regelingen tussen de partijen gunstiger en/of flexibeler zijn, een beroep gedaan op het geschillenbeslechtingsmechanisme waarin artikel 23 voorziet.

4.

Eventuele aanvullende verkeersrechten die na de inwerkingtreding van deze overeenkomst aan een EU-lidstaat kunnen worden toegekend, of vice versa, zijn onderworpen aan deze overeenkomst en mogen niet leiden tot discriminatie tussen luchtvaartmaatschappijen uit de Unie. Het gemengd comité wordt onverwijld in kennis gesteld van dergelijke regelingen.

5.

Het gemengd comité stelt een informatieve lijst op van de in de leden 2 en 4 bedoelde bepalingen en regelingen inzake verkeersrechten, en zorgt ervoor dat die lijst actueel blijft.

6.

Indien de partijen toetreden tot een multilaterale overeenkomst of overgaan tot de bekrachtiging van een besluit van de ICAO op het gebied van luchtvaart dat betrekking heeft op aangelegenheden die onder deze overeenkomst vallen, plegen zij overleg in het gemengd comité, om te bepalen of deze overeenkomst naar aanleiding van die ontwikkelingen moet worden herzien.

7.

Niets in deze overeenkomst doet afbreuk aan de geldigheid en de toepassing van bestaande en toekomstige overeenkomsten tussen de EU-lidstaten en Qatar wat betreft grondgebieden die onder hun respectieve soevereiniteit vallen waarop de definitie van „grondgebied” in artikel 1 van deze overeenkomst niet van toepassing is.

Artikel 25. Wijzigingen

Alle wijzigingen van deze overeenkomst kunnen door de partijen worden overeengekomen na overleg overeenkomstig artikel 22. De wijzigingen worden van kracht overeenkomstig de bepalingen van artikel 29.

Artikel 26. Toetreding van nieuwe lidstaten tot de Unie

1.

Deze overeenkomst staat open voor toetreding door staten die EU-lidstaten zijn geworden na de datum van ondertekening van deze overeenkomst.

2.

In dat geval gebeurt de toetreding van die lidstaat van de Unie tot deze overeenkomst door middel van het neerleggen van een akte van toetreding bij de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie, die Qatar in kennis stelt van de neerlegging van de akte van toetreding en de datum daarvan. De toetreding van deze lidstaat van de Unie treedt in werking op de 30e dag volgende op de datum van neerlegging van de akte van toetreding.

3.

Artikel 24, leden 1, 2, 3 en 7, van deze overeenkomst zijn mutatis mutandis van toepassing op de overeenkomsten en regelingen die reeds bestaan op het ogenblik waarop een EU-lidstaat tot de overeenkomst toetreedt.

Artikel 27. Opzegging

Een partij kan te allen tijde de andere partij langs diplomatieke kanalen schriftelijk meedelen dat zij besloten heeft deze overeenkomst te beëindigen. Deze kennisgeving wordt tegelijk ook naar de ICAO en het secretariaat van de Verenigde Naties gestuurd. Deze overeenkomst houdt op te bestaan om middernacht GMT aan het einde van het verkeersseizoen van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie dat één jaar na de datum van schriftelijke mededeling van de beëindiging van kracht is, tenzij de mededeling in onderlinge overeenstemming tussen de partijen wordt ingetrokken voordat deze termijn is verstreken.

Artikel 28. Registratie van de overeenkomst

Deze overeenkomst en alle wijzigingen daarvan worden geregistreerd bij de ICAO, overeenkomstig artikel 83 van het ICAO-verdrag, en bij het secretariaat van de Verenigde Naties, overeenkomstig artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties.

Artikel 29. Inwerkingtreding, voorlopige toepassing en depositaris

1.

Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de maand waarin de partijen elkaar in kennis hebben gesteld van de voltooiing van hun respectieve interne procedures die nodig zijn voor de inwerkingtreding van deze overeenkomst.

2.

Voor de toepassing van lid 1 bezorgt Qatar zijn kennisgeving aan de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie en bezorgt de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie via diplomatieke kanalen de kennisgeving van de Unie en de lidstaten aan Qatar.

3.

Onverminderd lid 1 passen de partijen deze overeenkomst voorlopig toe vanaf de datum van ondertekening, overeenkomstig hun toepasselijke interne procedures en/of binnenlandse wetgeving.

4.

Het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie treedt op als depositaris van deze overeenkomst.

Artikel 30. Authentieke teksten

Deze overeenkomst is in tweevoud opgesteld in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Arabische taal, waarbij alle teksten gelijkelijk authentiek zijn.

Wanneer er verschillen zijn tussen de taalversies beslist het gemengd comité over de te gebruiken taalversie.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden, daartoe naar behoren gemachtigd, deze overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Luxemburg, achttien oktober tweeduizend eenentwintig.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)