Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (UNESCO) inzake de hernieuwing van het International Groundwater Resources Assessment Centre (IGRAC) in Nederland als een categorie 2 centrum onder auspiciën van UNESCO

Type Verdrag
Publication 2022-12-19
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk der Nederlanden,

en

de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur,

hierna tezamen te noemen „de partijen”,

In herinnering roepend dat de Algemene Conferentie van UNESCO tijdens haar 34e zitting (34 C/Resolutie 26) de oprichting van het International Groundwater Resources Assessment Centre (IGRAC) heeft goedgekeurd als een centrum onder auspiciën van UNESCO (categorie 2) en de Directeur-Generaal heeft gemachtigd het desbetreffende verdrag te ondertekenen,

In herinnering roepend dat het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur inzake de oprichting en exploitatie van het International Groundwater Resources Assessment Centre in Nederland als een categorie 2 centrum onder auspiciën van UNESCO tot stand is gekomen in Parijs op 15 november 2011, van kracht werd op 22 augustus 2012 en op 21 augustus 2016 zou eindigen,

In herinnering roepend dat de Uitvoerende Raad tijdens zijn 199e zitting (Besluit 199 EX/10.III), de verlenging heeft goedgekeurd van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur inzake de oprichting en exploitatie van het International Groundwater Resources Assessment Centre in Nederland als een categorie 2 centrum onder auspiciën van UNESCO tot 21 augustus 2017,

Overwegende dat de Uitvoerende Raad tijdens zijn 200e zitting (200 EX/12.1) heeft besloten de categorie-2 status van IGRAC onder auspiciën van UNESCO te verlengen en de Directeur-Generaal heeft gemachtigd het desbetreffende verdrag te ondertekenen,

In herinnering roepend dat het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur inzake het International Groundwater Resources Assessment Centre in Nederland als een centrum onder auspiciën van UNESCO (categorie 2) tot stand is gekomen in Parijs op 16 december 2016, van kracht werd op 23 augustus 2017 en op 31 december 2021 zal eindigen,

Gelet op de resolutie waarin de Algemene Conferentie van UNESCO streeft naar het bevorderen van internationale samenwerking met betrekking tot kwaliteit en uitmuntendheid bij de meting en het beheer van watervoorraden,

In herinnering roepend Besluit 212 EX/18.VI, waarbij de Algemene Conferentie besloot de aanwijzing van IGRAC als een centrum van categorie 2 onder auspiciën van UNESCO te verlengen en de Directeur-Generaal heeft gemachtigd het desbetreffende verdrag en memorandum van overeenstemming te ondertekenen,

Geleid door de wens de voorwaarden voor het kader voor de samenwerking met UNESCO te formuleren die in dit Verdrag worden toegekend aan IGRAC,

Overwegend dat UNESCO en het International Groundwater Resources Assessment Centre (IGRAC) een Memorandum van Overeenstemming hebben ondertekend op 8 december 2021,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In dit Verdrag:

Artikel 2. Functioneren

De regering stemt ermee in in de loop van 2022 alle maatregelen te nemen die nodig kunnen zijn voor de voortzetting van het functioneren van het centrum in Nederland als een centrum van categorie 2 onder auspiciën van UNESCO, zoals voorzien bij dit Verdrag.

Artikel 3. Doel van het Verdrag

Doel van dit Verdrag is de voorwaarden te formuleren voor de samenwerking tussen UNESCO en de regering inzake het International Groundwater Resources Assessment Centre (IGRAC), alsmede de daaruit voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen.

Artikel 4. Rechtspositie
1.

Het centrum is onafhankelijk van UNESCO en opereert en handelt als een onafhankelijke organisatie naar Nederlands recht.

2.

De regering ziet erop toe, in overeenstemming met de wet- en regelgeving van Nederland, dat het centrum op haar grondgebied de functionele autonomie geniet die noodzakelijk is voor het verrichten van zijn activiteiten en beschikt over de handelingsbekwaamheid :

Artikel 5. Oprichtingsakte

De oprichtingsakte van het centrum omvat bepalingen met exacte omschrijvingen van:

Artikel 6. Doelstellingen en taken

De missie van het centrum is bijdragen aan de wereldwijde beschikbaarheid van relevante informatie over en kennis van de mondiale grondwatervoorraden, met bijzondere nadruk op ontwikkelingslanden, teneinde duurzaam gebruik en beheer van de grondwatervoorraden te ondersteunen, de rol van grondwater binnen integraal waterbeheer te bevorderen en het belang van grondwater voor de ecosystemen van de aarde te verduidelijken.

De belangrijkste doelstellingen van het centrum zijn:

Artikel 7. Bestuurslichaam
1.

Het centrum wordt geleid door en staat onder toezicht van een bestuurslichaam bestaande uit:

2.

Het bestuurslichaam:

3.

Het bestuurslichaam komt met regelmatige tussenpozen en ten minste eenmaal per kalenderjaar in gewone zitting bijeen; het kan in buitengewone zitting bijeenkomen wanneer de voorzitter, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de Directeur-Generaal van UNESCO of de meerderheid van hun leden het bestuurslichaam bijeenroepen.

4.

Het bestuurslichaam volgt zijn eigen reglement van orde, zoals vastgesteld tijdens zijn eerste zitting.

Artikel 8. Bijdrage van de regering

De regering verschaft, met inachtneming van haar relevante en toepasselijke wet- en regelgeving en volgend op de jaarlijkse toewijzing door Nederland van begrotingsmiddelen, de financiële middelen die nodig zijn voor het beheer en naar behoren functioneren van het centrum.

Artikel 9. Bijdrage van UNESCO
1.

UNESCO kan wanneer zulks nodig is assistentie verlenen in de vorm van technische ondersteuning voor de programma-activiteiten van het centrum die in overeenstemming zijn met het goedgekeurde programma en de goedgekeurde begroting (C/5) van UNESCO, met inbegrip van haar strategische doelen en doelstellingen door:

2.

In alle bovengenoemde gevallen wordt dergelijke assistentie uitsluitend verleend binnen de begrotingen en de bepalingen van het programma van UNESCO en UNESCO doet de lidstaten verslagen toekomen van de inzet van zijn medewerkers en de daaraan verbonden kosten.

Artikel 10. Deelname
1.

Het centrum moedigt lidstaten en geassocieerde leden van UNESCO, die vanwege hun gezamenlijk belang bij de doelstellingen van het centrum wensen samen te werken met het centrum, daaraan deel te nemen.

2.

Lidstaten en geassocieerde leden van UNESCO die wensen deel te nemen aan de activiteiten van het centrum en die als lid vertegenwoordigd willen zijn in het bestuurslichaam, zoals voorzien in dit Verdrag, zenden het centrum daartoe een kennisgeving. Het centrum stelt de partijen en overige deelnemende lidstaten en/of geassocieerde lidstaten van UNESCO in kennis van de ontvangst van dergelijke kennisgevingen.

Artikel 11. Aansprakelijkheid

Aangezien het centrum juridisch los staat van UNESCO, is laatstgenoemde niet aansprakelijk voor het handelen of nalaten te handelen van het centrum, kan tegen haar geen rechtsvervolging worden ingesteld en/of rust op haar geen enkele aansprakelijkheid, financieel of anderszins, met uitzondering van hetgeen uitdrukkelijk is vastgelegd in de bepalingen van dit Verdrag.

Artikel 12. Evaluatie
1.

UNESCO kan de activiteiten van het centrum te allen tijde evalueren teneinde vast te stellen of:

2.

Ten behoeve van de hernieuwing van dit Verdrag zal UNESCO een evaluatie uitvoeren van de bijdrage van het centrum aan het goedgekeurde programma en de goedgekeurde begroting (C/5) van UNESCO op het tijdstip van de hernieuwing ervan, met inbegrip van mondiale strategieën en actieplannen alsmede sectorale programmaprioriteiten die door het centrum gefinancierd zullen worden.

3.

UNESCO verplicht zich de regering en het centrum zo spoedig mogelijk een verslag van elke uitgevoerde evaluatie te doen toekomen en beschikbaar te stellen op de website van de desbetreffende programmasector.

4.

Naar aanleiding van de uitkomsten van een evaluatie heeft elk van de partijen de keus te verzoeken om een herziening van de inhoud van het Verdrag of het Verdrag te beëindigen, zoals voorzien in de artikelen 17 en 18 van dit Verdrag.

Artikel 13. Gebruik van naam en logo van UNESCO
1.

Het centrum mag zijn banden met UNESCO noemen. Het is hem bijgevolg toegestaan achter zijn naam „onder auspiciën van UNESCO” te gebruiken.

2.

Het centrum is gerechtigd het logo van UNESCO of een versie ervan te voeren in briefhoofden en documenten, met inbegrip van elektronische documenten en websites in overeenstemming met de voorwaarden vastgesteld door de bestuursorganen van UNESCO.

3.

Het gebruik van de naam en het logo van UNESCO in de naam, op briefhoofden en documenten, waaronder elektronische documenten en webpagina's van het centrum is ten strengste verboden indien er geen geldige overeenkomst met UNESCO is.

Artikel 14. Territoriale toepassing

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag van toepassing op het Europese deel van Nederland.

Artikel 15. Inwerkingtreding

Dit Verdrag treedt in werking na ondertekening door de partijen, zodra de regering UNESCO er schriftelijk van in kennis heeft gesteld dat aan alle formaliteiten uit hoofde van het nationale recht van het Koninkrijk der Nederlanden is voldaan. De datum van ontvangst door UNESCO van de kennisgeving wordt aangemerkt als de datum van de inwerkingtreding van dit Verdrag. In het geval dat dit Verdrag op 1 januari 2022 nog niet in werking is getreden, wordt het vanaf die datum voorlopig toegepast, in afwachting van de inwerkingtreding ervan.

Artikel 16. Duur

Dit Verdrag wordt gesloten voor een tijdvak van zes (6) jaar, te rekenen vanaf de inwerkingtreding of voorlopige toepassing ervan. Dit Verdrag wordt verlengd of beëindigd op basis van een besluit van de Uitvoerende Raad na een aanbeveling door de Directeur-Generaal.

Artikel 17. Opzegging
1.

Elk van de partijen is gerechtigd dit Verdrag eenzijdig op te zeggen.

2.

De opzegging treedt in werking dertig dagen na ontvangst van de kennisgeving van een van de partijen aan de ander.

3.

In het geval dat ofwel dit Verdrag ofwel het Memorandum van Overeenstemming tussen UNESCO en IGRAC wordt opgezegd, worden zowel dit Verdrag als het Memorandum van Overeenstemming op dezelfde datum beëindigd.

Artikel 18. Herziening

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.