Overeenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds, inzake een gemeenschappelijke luchtvaartruimte

Type Verdrag
Publication 2021-11-15
State In force
Source BWB
artikelen 31
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
4.

Geen enkele partij mag op haar grondgebied aan de verkopers van geautomatiseerde boekingssystemen andere eisen met betrekking tot de schermen van die systemen opleggen, of toestemming geven voor de oplegging daarvan, dan die welke aan haar eigen verkopers of andere op haar markt gebruikte geautomatiseerde boekingssystemen worden opgelegd. Geen enkele partij mag verhinderen dat tussen verkopers van geautomatiseerde boekingssystemen, dienstverleners die gebruik maken van deze systemen en abonnees daarvan, overeenkomsten worden gesloten met betrekking tot de uitwisseling van informatie over reisdiensten, voor zover die overeenkomsten het gemakkelijker maken om uitgebreide en neutrale informatie te verstrekken aan de consumenten of te voldoen aan regelgevende voorschriften inzake neutrale schermen.

5.

De partijen zorgen ervoor dat eigenaars en exploitanten van geautomatiseerde boekingssystemen van een partij die voldoet aan de relevante regelgevende voorschriften van de andere partij dezelfde mogelijkheden krijgen om eigenaar te worden van geautomatiseerde boekingssystemen op het grondgebied van de andere partij als de eigenaars en exploitanten van andere geautomatiseerde boekingssystemen hebben op de markt van die partij.

Artikel 21. Sociale aspecten

1.

Met inachtneming van de overgangsbepalingen in bijlage I zien de partijen erop toe dat hun relevante wetten, regels en procedures beantwoorden aan de regelgevende eisen en normen op het gebied van luchtvervoer, zoals gespecificeerd in bijlage II, deel G.

2.

De partijen erkennen dat het belangrijk is rekening te houden met het effect van deze overeenkomst op de werkgelegenheid en de arbeidsomstandigheden. De partijen verbinden zich ertoe samen te werken met betrekking tot arbeidskwesties die onder het toepassingsgebied van deze overeenkomst vallen, onder meer wat betreft de gevolgen voor de werkgelegenheid, de fundamentele rechten op de werkplek, de arbeidsomstandigheden, de sociale bescherming en de sociale dialoog.

3.

Via hun wet- en regelgeving en praktijken bevorderen de partijen een hoog niveau van bescherming op het gebied van arbeidsomstandigheden en sociale bescherming in de burgerluchtvaartsector.

4.

De partijen erkennen het belang van de voordelen die ontstaan wanneer aanzienlijke economische winsten van open en concurrerende markten gepaard gaan met hoge arbeidsnormen voor werknemers. De partijen passen deze overeenkomst zodanig toe dat ze bijdraagt tot hoge arbeidsnormen, ongeacht de eigendom of de aard van de betrokken luchtvaartmaatschappijen, en zien erop toe dat de rechten en beginselen in hun respectieve wet- en regelgeving niet worden ondermijnd maar effectief ten uitvoer worden gelegd.

5.

Elke partij verbindt zich ertoe om internationaal erkende fundamentele arbeidsnormen, zoals vervat in de basisverdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie, welke door Armenië zijn geratificeerd, in haar wetgeving en praktijk te bevorderen en effectief ten uitvoer te leggen.

6.

De partijen verbinden zich er ook toe andere internationaal overeengekomen normen en overeenkomsten op sociaal en arbeidsgebied die relevant zijn voor de burgerluchtvaartsector te bevorderen en effectief ten uitvoer te leggen en te handhaven in hun nationale wetgeving.

7.

Elke partij mag vragen dat het gemengd comité bijeenkomt om de door haar belangrijk geachte arbeidskwesties te bespreken.

TITEL III. INSTITUTIONELE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 22. Interpretatie en tenuitvoerlegging

1.

De partijen treffen alle passende algemene en specifieke maatregelen om de naleving van de uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen te garanderen en onthouden zich van maatregelen die de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst in gevaar kunnen brengen.

2.

Elke partij is op haar eigen grondgebied verantwoordelijk voor de handhaving van deze overeenkomst.

3.

Elke partij verstrekt de andere partij alle nodige informatie en bijstand, met inachtneming van de toepasselijke wet- en regelgeving van de respectieve partij, met betrekking tot onderzoeken naar mogelijke inbreuken die door de andere partij worden begaan overeenkomstig deze overeenkomst vastgestelde bevoegdheden.

4.

Als de partijen, overeenkomstig de bevoegdheden die hun krachtens deze overeenkomst zijn verleend, actie ondernemen met betrekking tot kwesties die van belang zijn voor de andere partij en de bevoegde autoriteiten of ondernemingen van de andere partij, worden de bevoegde autoriteiten van de andere partij daarvan volledig in kennis gesteld en krijgen zij de gelegenheid opmerkingen te maken alvorens een definitieve beslissing wordt genomen.

5.

Voor zover de bepalingen van deze overeenkomst en de bepalingen van de in bijlage II genoemde besluiten inhoudelijk identiek zijn aan de overeenkomstige regels van de EU-Verdragen en op grond van de EU-Verdragen genomen handelingen, worden deze bepalingen, wat hun uitvoering en toepassing betreft, in overeenstemming met de toepasselijke uitspraken en besluiten van het Hof van Justitie en de Europese Commissie uitgelegd.

Artikel 23. Gemengd comité

1.

Er wordt een gemengd comité van vertegenwoordigers van de partijen opgericht. Het is verantwoordelijk voor het toezicht op het beheer van deze overeenkomst en het zorgt voor de correcte uitvoering ervan. Het doet aanbevelingen en neemt beslissingen in de gevallen waarin deze overeenkomst uitdrukkelijk voorziet.

2.

Het gemengd comité werkt en neemt besluiten op basis van consensus. De besluiten van het gemengd comité zijn bindend voor de partijen.

3.

Het gemengd comité stelt zijn reglement van orde vast.

4.

Het gemengd comité komt bijeen wanneer dat nodig is, doch minstens eenmaal per jaar. Elke partij kan een verzoek indienen om een vergadering van het gemengd comité te beleggen.

5.

Een partij kan om een vergadering van het gemengd comité verzoeken om een probleem met betrekking tot de interpretatie of toepassing van deze overeenkomst op te lossen. Een dergelijke vergadering wordt zo snel mogelijk belegd, uiterlijk twee maanden na de datum waarop het verzoek is ontvangen, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen.

6.

Met het oog op de correcte toepassing van deze overeenkomst wisselen de partijen informatie uit en plegen zij op verzoek van een hunner overleg in het gemengd comité.

7.

Op grond van de bij artikel 3 verleende rechten valideert het gemengd comité bij besluit de door de Europese Unie uitgevoerde beoordeling van de tenuitvoerlegging en toepassing van de bepalingen van de EU-wetgeving, zoals uiteengezet in bijlage I, lid 1, door Armenië.

8.

Overeenkomstig artikel 6 onderzoekt het gemengd comité vragen met betrekking tot investeringen in luchtvaartmaatschappijen van de partijen en of wijzigingen in de feitelijke zeggenschap over luchtvaartmaatschappijen van de partijen.

9.

Overeenkomstig artikel 14 houdt het gemengd comité toezicht op de geleidelijke uitfasering, tijdens de in bijlage I vermelde overgangsfase, van luchtvaartuigen die in Armenië zijn geregistreerd, worden gebruikt door luchtvaartmaatschappijen die onder het regelgevend toezicht van Armenië staan, en niet beschikken over een typecertificaat dat is afgegeven overeenkomstig de in bijlage II, deel B, vermelde EU-wetgeving, teneinde te garanderen dat dergelijke luchtvaartuigen worden uitgefaseerd overeenkomstig bijlage I, lid 7.

10.

Het gemengd comité zorgt ook voor samenwerking door met name:

  • a. marktvoorwaarden voor de onder deze overeenkomst vallende luchtdiensten te beoordelen;
  • b. een antwoord te geven, met het oog op een effectieve oplossing, op vragen in verband met de bedrijfsvoering en commerciële mogelijkheden zoals bedoeld in artikel 9, die een belemmering kunnen vormen voor de toegang tot de markt en voor de harmonieuze werking van de onder deze overeenkomst vallende luchtdiensten, als middel om te zorgen voor billijke concurrentie, onderlinge afstemming van de regelgeving en vermindering van de regeldruk met betrekking tot de exploitatie van luchtdiensten;
  • c. informatie uit te wisselen die gevolgen kan hebben voor de luchtdiensten, bijvoorbeeld over wijzigingen van de wet- en regelgeving en het beleid van de partijen;
  • d. mogelijke gebieden voor verdere uitbreiding van deze overeenkomst in overweging te nemen, met inbegrip van aanbevelingen voor wijzigingen van de overeenkomst of van de voorwaarden en procedures voor de toetreding van derde landen tot de overeenkomst;
  • e. algemene vragen in verband met investeringen, eigendom en zeggenschap te onderzoeken;
  • f. regelgevende samenwerking en wederzijds engagement te ontwikkelen teneinde de wederzijdse erkenning en convergentie van regels en maatregelen tot stand te brengen;
  • g. overleg te stimuleren, voor zover nodig, over luchtvervoerskwesties die worden behandeld in internationale organisaties, in het kader van betrekkingen met derde landen en in multilaterale regelingen. In dit verband wordt ook een gezamenlijke aanpak in overweging genomen;
  • h. de onderlinge uitwisseling van statistische informatie tussen de partijen te vergemakkelijken, teneinde toezicht te kunnen houden op de ontwikkeling van de luchtdiensten die onder deze overeenkomst vallen; en
  • i. de sociale gevolgen van de uitvoering van deze overeenkomst te bestuderen en passende antwoorden op terecht bevonden bezwaren te formuleren;
11.

Als het gemengd comité de kwestie niet binnen zes maanden na de doorverwijzing behandelt, kunnen de partijen passende vrijwaringsmaatregelen nemen uit hoofde van artikel 25.

12.

Deze overeenkomst belet de verantwoordelijke autoriteiten van de partijen niet om buiten het gemengd comité samen te werken en besprekingen te voeren, onder meer op het gebied van beveiliging, veiligheid, milieu, luchtverkeersbeheer, luchtvaartinfrastructuur, mededinging en consumentenbescherming. De partijen houden het gemengd comité op de hoogte van de resultaten van deze samenwerking en besprekingen die een effect kunnen hebben op de toepassing van deze verordening.

Artikel 24. Geschillenbeslechting en arbitrage

1.

Ieder geschil met betrekking tot de toepassing of interpretatie van deze overeenkomst, behalve in het kader van artikel 8 ontstane kwesties, dat niet door een bijeenkomst van het gemengd comité wordt opgelost, kan op verzoek van een partij worden doorverwezen naar arbitrage overeenkomstig de procedures van dit artikel.

2.

Het arbitrageverzoek moet schriftelijk tot de andere partij worden gericht. De klagende partij vermeldt in haar verzoek welke maatregel in het geding is en legt duidelijk uit waarom die maatregel volgens haar onverenigbaar is met deze overeenkomst.

3.

Tenzij de partijen anders overeenkomen, wordt de arbitrage uitgevoerd door een als volgt samen te stellen scheidsgerecht van drie scheidsrechters:

  • a. binnen 20 dagen na ontvangst van een verzoek om arbitrage stelt elke partij een scheidsrechter aan. Binnen 30 dagen na hun benoeming wijzen deze twee scheidsrechters gezamenlijk een derde scheidsrechter aan, die als voorzitter van het scheidsgerecht zal optreden;
  • b. indien een partij verzuimt een scheidsrechter aan te stellen, of indien de derde scheidsrechter niet wordt aangesteld overeenkomstig punt a), kan elke partij de voorzitter van de ICAO-Raad verzoeken de nodige scheidsrechter of scheidsrechters aan te stellen binnen 30 dagen na ontvangst van dat verzoek. Als de voorzitter van de ICAO-Raad een onderdaan is van Armenië of van een EU-lidstaat gaat de oudste vicevoorzitter van de ICAO-Raad die geen onderdaan is van Armenië of van een EU-lidstaat over tot aanstelling.
4.

Het scheidsgerecht wordt opgericht op de datum waarop de laatste van de drie scheidsrechters zijn aanstelling aanvaardt volgens de door het gemengd comité vast te stellen procedures.

5.

Indien een partij daarom verzoekt, doet het scheidsgerecht binnen tien dagen na zijn oprichting een voorlopige uitspraak over de vraag of het de zaak dringend acht.

6.

Op verzoek van een partij kan het scheidsgerecht de andere partij verplichten om, in afwachting van de einduitspraak, voorlopige verzachtende maatregelen te nemen.

7.

Uiterlijk 90 dagen na de datum van oprichting stelt het scheidsgerecht de partijen in kennis van een tussentijds verslag waarin de resultaten van het feitenonderzoek, de toepasselijkheid van de desbetreffende bepalingen alsmede de aan zijn bevindingen en aanbevelingen ten grondslag liggende beweegredenen zijn uiteengezet. Wanneer het scheidsgerecht van oordeel is dat deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het scheidsgerecht de partijen hiervan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het scheidsgerecht de partijen in kennis denkt te kunnen stellen van zijn tussentijds verslag. In geen geval mogen de partijen later dan 120 dagen na de datum van oprichting van het scheidsgerecht in kennis worden gesteld van het tussentijds verslag.

8.

Een partij kan binnen veertien dagen nadat zij van het verslag in kennis is gesteld het scheidsgerecht schriftelijk verzoeken bepaalde aspecten van het tussentijdse verslag te heroverwegen.

9.

In geval van hoogdringendheid stelt het scheidsgerecht alles in het werk om de partijen binnen 45 dagen, en uiterlijk binnen 60 dagen, na de oprichting in kennis te stellen van zijn tussentijds verslag. Een partij kan binnen zeven dagen nadat zij van het verslag in kennis is gesteld het scheidsgerecht schriftelijk verzoeken bepaalde aspecten van het tussentijds verslag te heroverwegen. Het scheidsgerecht kan het tussentijds verslag naar aanleiding van schriftelijke opmerkingen van de partijen wijzigen, en wanneer het dat zinvol acht, de zaak nader onderzoeken. In de definitieve uitspraak van het scheidsgerecht worden de in de tussentijdse fase naar voren gebrachte argumenten afdoende besproken en wordt duidelijk ingegaan op de vragen en opmerkingen van de partijen.

10.

Het scheidsgerecht stelt de partijen uiterlijk 120 dagen na de oprichting in kennis van zijn definitieve beslissing. Wanneer het scheidsgerecht van oordeel is dat deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het scheidsgerecht de partijen hiervan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het scheidsgerecht de partijen in kennis denkt te kunnen stellen van zijn definitieve beslissing. In geen geval mogen de partijen later dan 150 dagen na de datum van oprichting van het scheidsgerecht in kennis worden gesteld van de definitieve beslissing.

11.

In geval van hoogdringendheid stelt het scheidsgerecht alles in het werk om de partijen binnen 60 dagen na de oprichting in kennis te stellen van zijn definitieve beslissing. Wanneer het scheidsgerecht van oordeel is dat deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het scheidsgerecht de partijen hiervan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het scheidsgerecht de partijen in kennis denkt te kunnen stellen van zijn definitieve beslissing. In geen geval mogen de partijen later dan 75 dagen na de datum van oprichting van het scheidsgerecht in kennis worden gesteld van de definitieve beslissing.

12.

De partijen kunnen binnen tien dagen nadat de beslissing is genomen om toelichting verzoeken; toelichtingen worden binnen 15 dagen na het verzoek gegeven.

13.

Als het scheidsgerecht een schending van deze overeenkomst vaststelt en de verantwoordelijke partij zich niet aan de definitieve beslissing van het scheidsgerecht houdt of niet binnen 40 dagen na de kennisgeving van de definitieve beslissing van het scheidsgerecht met de andere partij overeenstemming bereikt over een voor beide partijen aanvaardbare oplossing, dan kan de andere partij de toepassing van vergelijkbare uit deze overeenkomst voortvloeiende rechten schorsen of, indien nodig, de toepassing van deze overeenkomst volledig schorsen tot de verantwoordelijke partij voldoet aan de definitieve beslissing van het scheidsgerecht of tot de partijen overeenstemming hebben bereikt over een voor beide partijen aanvaardbare oplossing.

Artikel 25. Vrijwaringsmaatregelen

1.

Indien een van de partijen van mening is dat de andere partij een uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichting niet is nagekomen, kan zij passende vrijwaringsmaatregelen nemen. De werkingssfeer en de duur van deze vrijwaringsmaatregelen worden beperkt tot hetgeen strikt noodzakelijk is om het probleem te verhelpen of om het evenwicht in het kader van deze overeenkomst te herstellen. Voorrang wordt gegeven aan maatregelen die de werking van deze overeenkomst zo weinig mogelijk verstoren.

2.

Als een partij overweegt om vrijwaringsmaatregelen te nemen, stelt zij de andere partijen daarvan in kennis via het gemengd comité en verstrekt zij alle relevante informatie.

3.

De partijen plegen onmiddellijk overleg in het gemengd comité teneinde een voor elke partij aanvaardbare oplossing te vinden.

4.

Onverminderd artikel 4, lid 1, punt c), en artikel 5, lid 1, punt c), mag de betrokken partij geen vrijwaringsmaatregelen nemen binnen één maand na de datum van kennisgeving overeenkomstig lid 2 van dit artikel, tenzij de in lid 3 voorgeschreven overlegprocedure vóór het verstrijken van de gestelde termijn is beëindigd.

5.

De betrokken partij stelt het gemengd comité onverwijld in kennis van de getroffen maatregelen en verstrekt alle relevante inlichtingen.

6.

De overeenkomstig dit artikel genomen maatregelen worden stopgezet zodra de in gebreke blijvende partij voldoet aan de bepalingen van deze overeenkomst.

Artikel 26. Verhouding met andere overeenkomsten

1.

Tijdens de periode van voorlopige toepassing op grond van artikel 30 worden de bilaterale overeenkomsten en regelingen tussen Armenië en EU-lidstaten die bestaan op het ogenblik van de ondertekening van deze overeenkomst geschorst, tenzij anders bepaald in lid 2 van dit artikel.

2.

Niettegenstaande de leden 1 en 3 en voor zover er geen onderscheid op basis van nationaliteit wordt gemaakt tussen luchtvaartmaatschappijen uit de Europese Unie:

  • a. mogen op het tijdstip van de ondertekening van deze overeenkomst bestaande rechten en in bilaterale overeenkomsten of regelingen tussen Armenië en EU-lidstaten vastgelegde gunstiger bepalingen of behandelingen inzake eigendom, verkeersrechten, capaciteit, frequentie, type of verandering van luchtvaartuig, code-sharing en tarifiëring, die niet onder deze overeenkomst vallen of die, wat de vrijheid voor de betrokken luchtvaartmaatschappijen betreft, gunstiger of flexibeler zijn dan in het kader van deze overeenkomst, verder worden uitgeoefend;
  • b. moeten geschillen tussen de partijen met betrekking tot de vraag of de bepalingen of behandelingen van bilaterale overeenkomsten of regelingen tussen Armenië en EU-lidstaten gunstiger of flexibeler zijn, worden beslecht in het kader van het bij artikel 24 voorziene mechanisme voor geschillenbeslechting. Geschillen die betrekking hebben op de verhouding tussen tegenstrijdige bepalingen of behandelingen moeten eveneens worden beslecht in het kader van het bij artikel 24 voorziene mechanisme voor geschillenbeslechting.
3.

Vanaf haar inwerkingtreding op grond van artikel 30 en met inachtneming van lid 2 van dit artikel, heeft deze overeenkomst voorrang op de relevante bepalingen van de bilaterale overeenkomsten en regelingen tussen Armenië en EU-lidstaten die bestaan op het ogenblik van de ondertekening van deze overeenkomst.

4.

Indien de partijen toetreden tot een multilaterale overeenkomst of overgaan tot de bekrachtiging van een besluit van de ICAO of een andere internationale organisatie dat betrekking heeft op onder deze overeenkomst vallende aangelegenheden, plegen zij tijdig overleg in het gemengd comité op grond van artikel 23 om te bepalen of deze overeenkomst naar aanleiding hiervan moet worden herzien.

Artikel 27. Wijzigingen

1.

Alle wijzigingen van deze overeenkomst kunnen door de partijen worden overeengekomen op grond van overleg overeenkomstig artikel 23. De wijzigingen worden van kracht overeenkomstig de bepalingen van artikel 30.

2.

Als een van de partijen de bepalingen van deze overeenkomst wenst te wijzigen, moet ze het gemengd comité daarvan in kennis stellen.

3.

Het gemengd comité kan, op voorstel van een partij en overeenkomstig dit artikel, bij consensus beslissen de bijlagen bij deze overeenkomst te wijzigen.

4.

Deze overeenkomst laat het recht van de partijen onverlet om unilateraal nieuwe wetgeving op het vlak van luchtvervoer of een aanverwant in bijlage II vermeld gebied vast te stellen of bestaande wetgeving te wijzigen, voor zover de partijen het niet-discriminatiebeginsel en de bepalingen van deze overeenkomst in acht nemen.

5.

Wanneer een van de partijen nieuwe wetgeving of een wijziging van bestaande wetgeving op het gebied van luchtvervoer of een aanverwant in bijlage II vermeld gebied overweegt, stelt zij de andere partij daar – voor zover mogelijk en passend – van in kennis. Op verzoek van een van de partijen kan overleg plaatsvinden in het gemengd comité.

6.

Elke partij stelt de andere partij regelmatig en zo snel mogelijk in kennis van goedgekeurde nieuwe wetgeving of wijzigingen van bestaande wetgeving op het gebied van luchtvervoer of een aanverwant in bijlage II vermeld gebied. Op verzoek van een partij organiseert het gemengd comité binnen 60 dagen na deze kennisgeving een gedachtewisseling over de gevolgen die de nieuwe wetgeving of de wijziging van bestaande wetgeving heeft voor de goede werking van deze overeenkomst.

7.

Naar aanleiding van de in lid 6 bedoelde gedachtewisseling zal het gemengd comité:

  • a. een beslissing nemen waarbij bijlage II wordt herzien, teneinde daarin, zo nodig op basis van wederkerigheid, de nieuwe wetgeving of wijziging in kwestie op te nemen;
  • b. een beslissing nemen waarbij wordt vastgesteld dat de nieuwe wetgeving of wijziging in kwestie wordt beschouwd als zijnde in overeenstemming met deze overeenkomst; of
  • c. andere maatregelen aanbevelen, die binnen een redelijke termijn moeten worden vastgesteld, teneinde de goede werking van deze overeenkomst te waarborgen.

Artikel 28. Beëindiging

Een partij kan te allen tijde de andere partij langs diplomatieke kanalen schriftelijk meedelen dat zij besloten heeft deze overeenkomst te beëindigen. Deze kennisgeving wordt tegelijk ook naar de ICAO en het secretariaat van de Verenigde Naties gestuurd.

Deze overeenkomst houdt op te bestaan om middernacht GMT aan het einde van het verkeersseizoen van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie dat één jaar na de datum van schriftelijke mededeling van de beëindiging van kracht is, tenzij de mededeling in onderlinge overeenstemming tussen de partijen wordt ingetrokken voordat deze termijn is verstreken.

Artikel 29. Registratie

Deze overeenkomst en alle wijzigingen daarvan worden, zodra ze in werking zijn getreden, geregistreerd bij de ICAO-Raad, overeenkomstig artikel 83 van het ICAO-verdrag, en bij het secretariaat van de Verenigde Naties, overeenkomstig artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties.

Artikel 30. Inwerkingtreding en voorlopige toepassing

1.

Deze overeenkomst dient door de partijen te worden bekrachtigd of goedgekeurd overeenkomstig hun eigen procedures. De instrumenten van bekrachtiging of goedkeuring worden neergelegd bij de depositaris, die de andere partij daarvan in kennis stelt.

2.

De secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie is de depositaris van deze overeenkomst.

3.

Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de depositaris aan de partijen heeft meegedeeld dat hij het laatste bekrachtigings- of goedkeuringsinstrument heeft ontvangen.

4.

Niettegenstaande lid 3 komen de partijen overeen om deze overeenkomst voorlopig toe te passen, zoals uiteengezet in lid 5, overeenkomstig hun toepasselijke interne procedures en binnenlandse wetgeving.

5.

Deze overeenkomst wordt voorlopig toegepast vanaf de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de depositaris aan de partijen heeft meegedeeld dat hij het volgende heeft ontvangen:

  • a. de kennisgeving van de Europese Unie dat zij de voor de Europese Unie en haar lidstaten relevante en voor dit doel noodzakelijke procedures heeft voltooid, en
  • b. het door Armenië neergelegde bekrachtigings- of goedkeuringsinstrument, zoals vermeld in lid 1.

Artikel 31. Authentieke teksten

Deze overeenkomst is in tweevoud opgesteld in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Armeense taal, waarbij alle teksten gelijkelijk authentiek zijn.

Wanneer er verschillen zijn tussen de taalversies beslist het gemengd comité over de te gebruiken taalversie.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden, daartoe naar behoren gemachtigd, deze overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Brussel, vijftien november tweeduizend eenentwintig.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)