Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Colombia tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het voorkomen van het ontduiken en ontwijken van belasting
Het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Republiek Colombia,
Geleid door de wens hun economische betrekkingen verder te ontwikkelen en hun samenwerking op het gebied van belastingzaken te verbeteren,
Voornemens een verdrag te sluiten tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen zonder daarbij mogelijkheden te scheppen tot niet-heffing of verminderde heffing van belasting door middel van het ontduiken of ontwijken van belasting (daaronder begrepen het gebruikmaken van treaty-shopping-structuren die als doel hebben in dit Verdrag voorziene tegemoetkomingen te verkrijgen in het indirecte voordeel van inwoners van derde rechtsgebieden),
Zijn het volgende overeengekomen:
HOOFDSTUK I. REIKWIJDTE VAN HET VERDRAG
Artikel 1. Personen op wie het Verdrag van toepassing is
Dit Verdrag is van toepassing op personen die inwoner zijn van een of van beide verdragsluitende staten.
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt inkomen dat is verkregen door of door tussenkomst van een entiteit of een constructie die op grond van de belastingwetgeving van een van de verdragsluitende staten als geheel of gedeeltelijk fiscaal transparant behandeld wordt, geacht inkomen te zijn van een inwoner van een verdragsluitende staat, maar uitsluitend voor zover dat inkomen door die staat voor belastingdoeleinden behandeld wordt als inkomen van een inwoner van die staat. In geen geval mogen de bepalingen van dit lid aldus worden uitgelegd dat ze afbreuk doen aan het recht van een verdragsluitende staat om de inwoners van die verdragsluitende staat te belasten.
Artikel 2. Belastingen waarop het Verdrag van toepassing is
Dit Verdrag is van toepassing op belastingen naar het inkomen die worden geheven ten behoeve van een verdragsluitende staat, ongeacht de wijze van heffing.
Als belastingen naar het inkomen worden beschouwd alle belastingen die worden geheven naar het gehele inkomen of naar inkomensbestanddelen, waaronder begrepen belastingen naar voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende of onroerende zaken, belastingen naar het totale bedrag van de door ondernemingen betaalde lonen of salarissen, alsmede belastingen naar waardevermeerdering.
De bestaande belastingen waarop het Verdrag van toepassing is, zijn met name:
- a. in Nederland: (hierna te noemen: „Nederlandse belasting”);
- –. de inkomstenbelasting;
- –. de loonbelasting;
- –. de vennootschapsbelasting, daaronder begrepen het aandeel van de regering in de nettowinsten behaald met de exploitatie van natuurlijke rijkdommen geheven krachtens de Mijnbouwwet;
- –. de dividendbelasting;
- b. in Colombia:
- –. de impuesto sobre la renta y complementarios (inkomstenbelasting en de aanvullende belastingen daarbij);
(hierna te noemen: „Colombiaanse belasting”).
Het Verdrag is ook van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen die na de datum van ondertekening van het Verdrag naast of in de plaats van de bestaande belastingen worden geheven. De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten stellen elkaar in kennis van alle wezenlijke wijzigingen die in hun onderscheiden belastingwetgeving zijn aangebracht.
HOOFDSTUK II. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN
Artikel 3. Algemene begripsbepalingen
Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij de context anders vereist:
- a. betekent de uitdrukking „Nederland” het Europese deel van Nederland, met inbegrip van zijn territoriale zee en elk gebied buiten en grenzend aan zijn territoriale zee waarbinnen het Koninkrijk der Nederlanden rechtsmacht heeft of soevereine rechten uitoefent;
- b. betekent de uitdrukking „Colombia” enkel voor de toepassing van dit verdrag de Republiek Colombia en, gebezigd in aardrijkskundige zin, omvat dit haar grondgebied, zowel continentaal als insulair, haar luchtruim, zee en onderzeese gebieden, en andere gebieden die onderdeel zijn van grondgebied waarover zij soevereiniteit, soevereine rechten of rechtsmacht uitoefent;
- c. betekenen de uitdrukkingen „een verdragsluitende staat” en „de andere verdragsluitende staat” het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Nederland, of Colombia, al naargelang de context vereist;
- d. omvat de uitdrukking „persoon” een natuurlijke persoon, een lichaam en elke andere vereniging van personen;
- e. betekent de uitdrukking „lichaam” elke rechtspersoon of elke entiteit die voor de belastingheffing als een rechtspersoon wordt behandeld;
- f. heeft de uitdrukking „onderneming” betrekking op elke uitoefening van een bedrijf;
- g. betekenen de uitdrukkingen „onderneming van een verdragsluitende staat” en “onderneming van de andere verdragsluitende staat“ onderscheidenlijk een onderneming gedreven door een inwoner van een verdragsluitende staat en een onderneming gedreven door een inwoner van de andere verdragsluitende staat;
- h. betekent de uitdrukking „internationaal verkeer” alle vervoer met een schip of luchtvaartuig, behalve wanneer het schip of luchtvaartuig uitsluitend wordt geëxploiteerd tussen plaatsen die in een verdragsluitende staat zijn gelegen en de onderneming die het schip of luchtvaartuig exploiteert geen onderneming van die staat is;
- i. betekent de uitdrukking „bevoegde autoriteit”:
- i. in Nederland de minister van Financiën of zijn bevoegde vertegenwoordiger;
- ii. in Colombia het ministerie van Financiën en Overheidskrediet, de Directeur van de Dirección de Impuestos y Aduanas Nacionales (DIAN) of hun bevoegde vertegenwoordigers;
- j. betekent de uitdrukking „onderdaan”:
- i. elke natuurlijke persoon die de nationaliteit van een verdragsluitende staat bezit; of
- ii. elke rechtspersoon die, elk samenwerkingsverband dat of elke vereniging die zijn of haar rechtspositie als zodanig ontleent aan de wetgeving die in een verdragsluitende staat van kracht is;
- k. omvat de uitdrukking „uitoefenen van een bedrijf” mede het uitoefenen van een vrij beroep en het verrichten van andere werkzaamheden van zelfstandige aard;
- l. betekent de uitdrukking „erkend pensioenfonds” van een staat elke in een verdragsluitende staat gevestigde entiteit die in het algemeen is vrijgesteld van belastingen naar het inkomen in die staat; en die
- i. uitsluitend of nagenoeg uitsluitend werkzaam is voor het voorzien in pensioenen of oudedagsvoorzieningen en ondergeschikte of bijkomstige uitkeringen of ontslagvergoedingen aan natuurlijke personen en als zodanig gereguleerd wordt door die staat; of
- ii. uitsluitend of nagenoeg uitsluitend opgericht en werkzaam is om gelden te beleggen ten voordele van entiteiten of constructies zoals bedoeld in onderdeel I,i.;
- m. betekent de uitdrukking „erkende effectenbeurs”:
- i. elke effectenbeurs die gevestigd is in en als zodanig gereguleerd wordt door de wetgeving van een verdragsluitende staat; en
- ii. elke effectenbeurs in de lidstaten van de Europese Unie, het NASDAQ-systeem en elke effectenbeurs in de Verenigde Staten van Amerika die voor de toepassing van de U.S. Securities Exchange Act van 1934 als nationale effectenbeurs geregistreerd is bij de U.S. Securities and Exchange Commission, de Peruaanse effectenbeurs (Bolsa de Valores de Lima), de Mexicaanse effectenbeurs (Bolsa Mexicana de Valores), de Chileense effectenbeurs (Bolsa de Comercio de Santiago) en MILA (Mercado Integrado Latino Americano); en
- iii. elke andere effectenbeurs die de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten overeenkomen.
Voor de toepassing van het Verdrag op enig moment door een verdragsluitende staat heeft elke daarin niet omschreven uitdrukking, tenzij de context anders vereist of de bevoegde autoriteiten een andere betekenis overeenkomen ingevolge de bepalingen van artikel 23, de betekenis welke deze op dat moment heeft volgens de wetgeving van die staat met betrekking tot de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is, waarbij elke betekenis volgens de toepasselijke belastingwetgeving van die staat prevaleert boven een betekenis die volgens andere wetgeving van die staat aan die uitdrukking wordt gegeven.
Artikel 4. Inwoner
Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking „inwoner van een verdragsluitende staat” iedere persoon die, ingevolge de wetgeving van die staat, aldaar aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats, verblijf, plaats van leiding, oprichting, organisatie of enige andere soortgelijke omstandigheid en omvat tevens de staat zelf en elk staatkundig onderdeel of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan. Deze uitdrukking omvat echter niet een persoon die in die staat slechts aan belasting is onderworpen ter zake van inkomen uit bronnen in die staat of van vermogen dat in die staat is gelegen.
Een persoon, niet zijnde een natuurlijke persoon, wordt geacht aan belasting onderworpen te zijn:
- a. in Nederland, indien de persoon voor de toepassing van de vennootschapsbelasting inwoner is van Nederland;
- b. in Colombia, indien de persoon voor de toepassing van de Colombiaanse belasting inwoner is van Colombia;
mits het door die persoon verworven inkomen krachtens de belastingwetgeving van die staat wordt behandeld als inkomen van die persoon en niet als het inkomen van de rechthebbenden, leden of deelnemers van die persoon.
Indien een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide verdragsluitende staten is, wordt zijn positie als volgt bepaald:
- a. hij wordt geacht slechts inwoner te zijn van de staat waarin hij een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft; indien hij in beide staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft, wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de staat waarmee zijn persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn (middelpunt van de levensbelangen);
- b. indien niet kan worden bepaald in welke staat hij het middelpunt van zijn levensbelangen heeft, of indien hij in geen van de staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft, wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de staat waarin hij gewoonlijk verblijft;
- c. indien hij in beide staten of in geen van beide gewoonlijk verblijft, wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de staat waarvan hij onderdaan is;
- d. Indien hij onderdaan is van beide staten of van geen van beide, regelen de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten de aangelegenheid in onderling overleg.
Indien een persoon, niet zijnde een natuurlijke persoon, ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide verdragsluitende staten is, trachten de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten in onderlinge overeenstemming te bepalen van welke verdragsluitende staat de persoon voor de toepassing van het Verdrag geacht wordt inwoner te zijn, daarbij rekening houdend met zijn plaats van werkelijke leiding, de plaats waar hij is opgericht of anderszins tot stand is gekomen en alle andere relevante factoren. Wanneer dergelijke overeenstemming ontbreekt, is die persoon niet gerechtigd tot enige belastingvermindering- of vrijstelling waarin dit Verdrag voorziet, behalve in de mate waarin en de wijze waarop dat wordt overeengekomen door de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten.
Artikel 5. Vaste inrichting
Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking „vaste inrichting” een vaste bedrijfsinrichting door middel waarvan de werkzaamheden van een onderneming geheel of gedeeltelijk worden verricht.
De uitdrukking „vaste inrichting” omvat in het bijzonder:
- a. een plaats waar leiding wordt gegeven;
- b. een filiaal;
- c. een kantoor;
- d. een fabriek;
- e. een werkplaats; en
- f. een mijn, een olie- of gasbron, een (steen)groeve of een andere plaats die betrekking heeft op de exploratie of exploitatie van natuurlijke rijkdommen.
De uitdrukking „vaste inrichting” omvat voorts:
- a. een plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie-, montage- of installatiewerkzaamheden of toezichthoudende activiteiten die daarmee verband houden, maar alleen indien een dergelijke plaats van uitvoering of dergelijke werkzaamheden of activiteiten blijft voortbestaan respectievelijk blijven voortduren gedurende meer dan 183 dagen;
- b. het verlenen van diensten, daaronder begrepen diensten van adviserende aard, door een onderneming door middel van werknemers of andere personeelsleden die door de onderneming daartoe zijn aangesteld, maar alleen indien dergelijke werkzaamheden (voor hetzelfde of een daarmee samenhangend project) in een verdragsluitende staat voor een tijdvak dat of tijdvakken die in een tijdvak van twaalf maanden beginnend of eindigend in het desbetreffende belastingjaar in totaal meer dan 183 dagen voortduurt of voortduren.
Niettegenstaande de bepalingen van het eerste, tweede en derde lid wordt een onderneming van een verdragsluitende staat die werkzaamheden verricht in de territoriale zee van de andere verdragsluitende staat of in elk gebied buiten en grenzend aan zijn territoriale zee, waarbinnen de andere verdragsluitende staat in overeenstemming met het internationaal recht rechtsmacht heeft of soevereine rechten uitoefent (werkzaamheden buitengaats), geacht ter zake van die werkzaamheden een bedrijf uit te oefenen door middel van een aldaar gelegen vaste inrichting, tenzij de werkzaamheden in kwestie in de andere staat worden verricht gedurende een tijdvak dat of tijdvakken die in een tijdvak van twaalf maanden in totaal minder dan 30 dagen voortduurt of voortduren.
Uitsluitend teneinde de duur vast te stellen van:
- a. een plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie- of installatiewerkzaamheden uit hoofde van het derde lid, onderdeel a, wanneer een onderneming van een verdragsluitende staat in de andere verdragsluitende staat werkzaamheden uitoefent op een plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie- of installatiewerkzaamheden en op diezelfde plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie- of installatiewerkzaamheden gedurende verschillende tijdvakken daarmee verband houdende werkzaamheden worden uitgeoefend door een of meer ondernemingen die nauw verbonden zijn met eerstgenoemde onderneming, worden die verschillende tijdvakken bij het totale tijdvak gevoegd gedurende welke de eerstgenoemde onderneming werkzaamheden heeft uitgeoefend op die plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie- of installatiewerkzaamheden;
- b. het verlenen van diensten uit hoofde van het derde lid, onderdeel b, wanneer een onderneming van een verdragsluitende staat in de andere verdragsluitende staat diensten verleent en daarmee verband houdende diensten worden verleend in die andere staat gedurende verschillende tijdvakken door een of meer ondernemingen die nauw verbonden zijn met de eerstgenoemde onderneming, worden die verschillende tijdvakken bij het totale tijdvak gevoegd gedurende welke de eerstgenoemde onderneming diensten heeft verleend in die andere verdragsluitende staat; en
- c. werkzaamheden buitengaats uit hoofde van het vierde lid wanneer een onderneming van een verdragsluitende staat in de andere verdragsluitende staat werkzaamheden buitengaats uitoefent en daarmee verband houdende werkzaamheden in die andere staat gedurende verschillende tijdvakken worden uitgeoefend door een of meer ondernemingen die nauw verbonden zijn met de eerstgenoemde onderneming, worden die verschillende tijdvakken gedurende welke die verband houdende werkzaamheden worden uitgeoefend door die ondernemingen bij het totale tijdvak gevoegd gedurende welke de eerstgenoemde onderneming werkzaamheden buitengaats heeft uitgeoefend in die andere verdragsluitende staat.
Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel wordt de uitdrukking „vaste inrichting” geacht niet te omvatten:
- a. het gebruikmaken van inrichtingen, uitsluitend voor opslag of uitstalling van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar;
- b. het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar, uitsluitend voor opslag of uitstalling;
- c. het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar, uitsluitend voor de bewerking of verwerking door een andere onderneming;
- d. het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting, uitsluitend om voor de onderneming goederen of koopwaar aan te kopen of informatie in te winnen;
- e. het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting, uitsluitend om voor de onderneming enige andere werkzaamheid te verrichten;
- f. het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting met als enig doel een combinatie van de in de onderdelen a tot en met e genoemde werkzaamheden te verrichten,
op voorwaarde dat die werkzaamheid, of, in het geval van onderdeel f, het geheel van de werkzaamheden van de vaste bedrijfsinrichting, van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.